baan buri muang (บานบุรีม่วง)
Zie
ban buri muang.
baat (บาตร)
Thais. De bedelkom van een
monnik.
Bedelkommmen worden reeds gedurende meer dan 2.500 jaar gebruikt
voor de
bintabaat of
bedelronde van monniken in de vroege ochtend, een traditie die tot
op heden voortduurt. Het produktieproces van een bedelkom is erg
tijdsrovend waardoor er slechts enkelen per dag kunnen worden
vervaardigd. Ze worden samengesteld uit acht stukken metaal, die de
acht spaken van de
dhammachakka, het
boeddhistische Wiel der Wet, en het
Achtvoudige Pad
vertegenwoordigen. Een eerste metalen strip wordt in een ronde vorm
geslaan om de rand van de kom te maken. Vervolgens worden drie
stukken in een bolle kruisvorm geslaan om het skelet te vormen,
waarna vier driehoekige stukjes de zijkanten vervolledigen. De
bedelkom wordt vervolgens in een oven aaneengesmeden en gevormd.
Nadien wordt ze herhaaldelijk glad gewreven en verwarmd om het
oppervlak glanzend te maken. Bedelkommen worden tegenwoordig nog
steeds vervaardigd in Bangkok's Ban Baat of 'Bedelkom Dorp', in de
achterstraatjes van Bamrung Meuang Road in het district Pomprap
Sattruphai.

badahn (บาดาล)
Een andere naam voor
narok.
baht (บาท)
1. Munteenheid van Thailand, bestaande uit honderd
satang. De huidige
munstukken in omloop zijn die van 1 baht (fig.)
met de afbeelding van
Wat Phra Kaew
(fig.),
2 baht (fig.)
met de afbeelding van Wat
Saket,
5 baht (fig.)
met de afbeelding van Wat
Benjamabophit (fig.)
en 10 baht
(fig.)
met de
afbeelding van
Wat Arun
(fig.),
maar soms
werden
ook stukken met andere
denominaties
uitgegeven.
De gangbare muntstukken
met de kleinste
denominatie,
kleiner dan één baht, worden satang genoemd. Nu in omloop zijn de
denominaties
van 25 satang
(fig.)
met de afbeelding van
Wat Mahathat Wora Maha Wihaan
en 50 satang
(fig.)
met de afbeelding van
Wat Doi Suthep,
maar er bestaan ook andere
denominaties. Op de keerzijde
dragen alle munstukken de afbeelding van de koning, hoewel dit soms
ook wel de afbeelding van een ander lid van de koninklijke familie
kan zijn of van een koning uit het verleden, vaak samen afgebeeld
met de huidige vorst. Dit betreft dan meestal herdenkingsmunten die
werden geslaan voor speciale gelegenheden en zijn voor velen echte
verzamelstukken.
Ook
tical genaamd.
2. Gewichtseenheid gebruikt door juweliers en apothekers in
Thailand, gelijk aan 15 gram.
3. De lijn van een Thaise vers.
4.
Rajasap voor 'voet', zoals
in
chalong phra baht.
Eveneens Phrabaht.
bai jahk (ใบจาก)
Thais. Gedroogde bladeren van de
nipa-palm
(fig.)
worden gebruikt voor het bedekken van daken, om sigaretten mee te
rollen en als een ingrediënt in snoep en alcohol.

bai laan (ใบลาน)
Thais. 'Palmblad'. De algemene benaming voor oude manuscripten met
boeddhistische geschriften die vervaardigd werden uit palmbladeren.
Deze werden eerst in lange bladen gesneden en gegraveerd door met
een naald in het blad te krassen, waarna de inkt er werd ingewreven.
Ze worden gevouwen bewaard tussen twee houten boekbanden versierd
met
bladgoud en zijn langwerpig,
met afmetingen van ongeveer veertig bij acht centimeter. Omwille van
hun kwetsbaarheid worden ze meestal bewaard in speciaal ontworpen
geschriften kabinetten die
bedekt zijn met een beschermende laag
lakboomhars.

bai raka
Thais. De
decoratieve kam of daklijn bij traditioneel
gestileerde daken, die langs de zijkant van een schuin dak naar
beneden toe afloopt. Bij boeddhistische
tempels is het
het gedeelte onder
de
chofa
(fig.).
De bai raka eindigt onderaan gewoonlijk met een
antefix
(fig.),
bij tempels gewoonlijk in het type van een
hang hongse
(fig.),
bij traditionele woningen met een
ngao
(fig.).
De bai raka komt ook voor bij
paleizen in Thailand (fig.).
De meeste tempels hebben de combinatie van een chofa, bai raka en
hang hongse (fig.).
_small.jpg)
bai sema
1. Thais.
Markeerstenen op de acht belangrijkste plaatsen rond een
bot die de gewijde
grond demarqueren waarop de bot is gebouwd. Deze kunnen
zowel afzonderlijk als per twee zijn geplaatst; per
paar kan betekenen dat de
tempel
van koninklijke origine is (fig.),
belangrijke renovatiewerken heeft ondergaan, of dat deze
gebouwd is op de plaats waar eerder al een bot heeft gestaan. De bai
sema hebben de vorm van het blad van een
bodhiboom en zijn vaak
overdekt met een klein
mondop-achtig
bouwwerkje (fig.).
Ze zijn soms gebeeldhouwd met decoratieve
motieven, en bevinden zich boven de
look nimit die in de grond zijn begraven.
Ook
sema.

2. Thais. Kantelen op een omringende stadswal of muur. Ook
sema.

bai sri
Thais. Een offerande van gekookte rijst onder een
kegelvormig arrangement van gevouwen bladeren en bloemen,
vaak -zoals bij sommige
kreuang boecha
(fig.)-
met een hard gekookt ei
op de top, en gebruikt tijdens huwelijks-
of gunstigheidsceremonieën.
Ook bai si getranscribeerd.

bai toey hom
Thais. Het blad van de
pandanus.
Baiyoke (ใบหยก)
Thais. 'Blad van Jade'. Naam voor Thailand's hoogste toren, algemeen
gekend als de Baiyoke (lees Baiyok) Sky Tower of het Baiyoke Sky
Hotel (fig.).
Als hotel beweert het ook het hoogste ter wereld te zijn. Het gebouw
staat in Bangkok en is 309 meter hoog, en haar fundamenten lopen tot
65 meter diep onder de grond, ongeveer de hoogte van een gebouw van
22 verdiepingen. Het heeft een 'Sky Walk' (hoogtewandeling) met een
rondraaiend dakplatform, buiten op de 84ste verdieping, met een
panorama over de stad (fig.).
Er zijn zo'n 2.060 treden van de grond tot de hoogste verdieping,
die door een gezond persoon op ongeveer een uur tijd kunnen beklomen
worden. Uiteraard zijn er ook liften, en de buitenste lift (met een
glazen wand) doet er ongeveer één minuut over om het observatiedek
op de 77ste étage te bereiken. De totale oppervlakte binnen het
gebouw beslaat zo'n 179.400 m², wat gelijk is aan de oppervalkte van
ongeveer 30 voetbalvelden. In totaal zijn er zo'n 1.740 glasramen
gebruikt in de toren en het hotel biedt verschillende restaurants
met een goed zicht vanuit de hoogte.
Bakheng
Tempel gewijd aan de god
Shiwa,
gebouwd in opdracht van koning Yasovarman I in het begin van de 10de
eeuw AD in
Angkor, de hoofdstad van
het toenmalige
Khmer-rijk.
Balaha
Sanskriet. Het paard dat de koopman Samhala redde, en één van de
vorige
incarnaties van de
Boeddha
belichaamde.
Balarama
Sanskriet. De oudere broer van
Krishna en de
avatar van
Vishnoe.
Bali
Sanskriet-Thais. Een koning der apen en broer van de apen-koning
Sugriva die hem zijn
troon aanmatigde, in het
Ramayana
epos. In Thais
eerder als 'Phali' uitgesproken.
Bali (บาหลี)
Thaise benaming voor het eiland Bali in Indonesië.
bamboe
Reusachtige plant tot 15 meter hoog. Behorend tot de familie der
grassen, en met de Latijnse benaming bambusa vulgaris.
De holle stengel is opgebouwd uit verschillende segmenten en de
blinkende bladeren zijn langwerpig en groen tot geel van kleur. De
scheut (fig.)
van deze plant is eetbaar en het buigzame hout is een belangrijk
bouwmateriaal, voornamelijk op het platteland en bij de
verschillende bergvolkeren. Bamboe is erg buigzaam en heeft een erg
langzaam rottingsproces wat het tot een uitermate geschikt
bouwmateriaal maakt in een vochtige omgeving en klimaat. Zo wordt de
holle stam o.a. gebruikt bij het maken van hutten, vlotten, buizen
voor watertoevoer, hekken, etc. Door de stam op te splijten kan men
de cilindervormige stam openrollen en aanwenden als hek, vloer, mat,
etc. Hiernaast zijn de aparte compartimenten tevens erg geschikt
voor het vervaardigen van allerlei gebruiksvoorwerpen zoals water-
en voedselcontainers, waterpijpen, voederbak voor dieren, etc. Er
bestaan vele verschillende soorten bamboe waarvan sommigen erg
populair zijn als sierplant. In
het Thais
phai en
mai phai.

bamboeworm
Naam van een worm die in de stam van
bamboe leeft. Eigenlijk is het de larve van een mot van
het geslacht omphisa, die een tamelijk lange larvefase van zo'n tien
maanden heeft, terwijl haar volwassen leven als mot slechts minder
dan een week duurt. Daarom brengt ze dus het grootste deel van haar
leven door als larve, binnenin de bamboestam. Eens de larve ontpopt
zal de mot uitvliegen en trachten onmiddellijk te paren. Wanneer dit
volbracht is zal de vrouwelijke mot haar eitjes leggen op de bast
van een bamboescheut, waarna ze sterft. Van zodra de eitjes uitkomen
graven de kleine maden zich in de bamboescheut in en beginnen zich
te voeden met schilfers van het bamboe, zonder hun gastheer
effectief schade te berokkenen. Sommige -voornamelijk berg--
volkeren in Noord-Thailand eten deze larven, die ze verzamelen door
bamboe te kappen. Vervolgens worden de larven gefrituurd in olie
totdat ze krokant zijn en dan verkocht op de markt (fig.)
voor prijzen tot zo'n 500 baht per kilo. Door haar lange
trein-achtige lijf wordt de larve in het Thais rot duan genoemd, wat
letterlijk expresstrein betekent.

bamie (บะหมี่)
Indonesisch-Thais voor eier-noedel,
noedels (in de meeste gevallen) gemaakt van bloem en eieren. Bamie
is een dikke noedel van een geelachtige kleur en wordt enkel vers
verkocht (niet gedroogd). Bamie kan worden gegeten uit een kom met
toevoeging van water of van een dunne soep of afkooksel van vlees of
vis (bamih naam), of gekookt -maar droog- van een bord (bamie
haeng), een vorm die ook in een wok kan worden gebakken. Het kan
vergeleken worden met het Engelse chowmein dat afgeleid is van chao
mian, Chinees voor gebakken bloem.
Bana
Sanskriet. Een
asura die strijd leverde met
Krishna en een zoon is van
Bali.
banaan
Vrucht van de
bananenplant behorende tot het geslacht
musa,
die groeit in
trossen
aan de
boogvormige, overhangende bloeiwijze.
Daaraan zitten verscheidene kammen die elk ongeveer een dozijn
bananen (fig.)
telt. In het Thais
gluay genoemd, en in Indonesië pisang. Er bestaan
verschillende soorten, groot en klein.
bananenplant
Een
tot enkele
meters hoog kruid waarvan de bladscheden van de lijnvormige bladeren
elkaar omvatten zodat er een schijnstam ontstaat en waardoor de
plant
vaak verward wordt
met een boom.
De stam wordt vaak door de lokale bevolking als varkensvoer gebruikt
worden afgepeld, alsook voor het maken van
krathong.
In Thailand bestaan er verschillende soorten van, zowel in het wild
als gekweekt, zowel eetbaar als oneetbaar.
De
bloeistengel die in het centrum van de
grote
in elkaar gevouwen bladen zit,
groeit
door de schijnstam heen naar boven,
en aan deze
boogvormige, overhangende bloeiwijze
groeien
de
vruchten,
in een tros waaraan
verscheidene zgn. kammen zitten (fig.).
Elke kam telt ongeveer een dozijn
bananen.
In het Thais
ton gluay genoemd.

ban buri muang
Thais. Klimplant met de Latijnse benaming allamanda violacea.
Tijdens de bloeiperiode met rode tot purperkleurige kelkbloemen. Ook
baan buri muang.

bandasak
(บรรดาศักดิ์)
Een niet-erfelijke titel in Thailand verleend door een soeverein,
zoals
Khun,
Luang,
Phra,
Phrya, en
Chao Phrya.
bando (บัณเฑาะว์)
Thais. Een kleine handtrommeltje dat gebruikt wordt in
brahmaanse
riten. Het wordt bespeeld door ermee te zwaaien zodat de twee
gewichtjes die er met korte touwtjes aan vastzitten de beide
drumvlakken raken. De 'o' in
ban-do wordt kort uitgesproken.
Ban Chiang
Een prehistorische beschaving in het noordoosten van Thailand,
gekend wegens zijn vroegtijdige brons-metallurgie en pottenbakkerij.
Archeologische vondsten van gedetailleerd aardewerk met distinctieve
roestkleurige draaikolk-motieven, geschilderd op een vaalgele
achtergrond, bewijzen dat de inheemse bevolking van Ban Chiang in
staat was om ver ontwikkelde kunstwerken te vervaardigen. Men meent
dat sommige van de gevonden bronzen
voorwerpen dateren van ongeveer 3.000
VC, wat Ban Chiang mogelijk tot de oudst bekende bronscultuur ter
wereld maakt.

bang (บาง)
Thais. 'Dorp'. Benaming gebruikt voor een dorp aan de oever van een
rivier of waterloop. Versheidene plaatsnamen van steden of dorpen
dragen deze term in hun naam, zoals bv.
Bangkok en Banglamung.
bangfai phayanaag (บั้งไฟพญานาค)
Thais. 'Vuurstrepen van de Naga'. Jaarlijks wederkerend verschijnsel
op de
Mekhong-rivier in
Nong Kai, telkens op het einde
van
ouk phansa, tijdens de 15de volle maan van de 11de
maanmaand. Bij dit fenomeen schieten geluidsloze, en reukloze
lichtjes zonder rook vertikaal op uit de diepste zijde van de rivier
aan de kant van Laos, soms tientallen meters en soms wel tot 300
meter hoog, om uiteindelijk in het inkdonker van de nachtelijke
hemel te verdwijnen. Sommige jaren zijn er slechts enkele vuurballen
waar te nemen, maar in 1999 werden er bijna 3.500 geteld. Volgens
sommigen is het een natuurverschijnsel, volgens anderen worden deze
lichtstrepen veroorzaakt door de
naga, die er volgens een oude legende in de rivier
leeft. Tot op heden werd echter geen eensluidende wetenschappelijke
verklaring gevonden voor dit eigenaardige verschijnsel. Een oude
legende verteld dat toen de Boeddha op het einde van de
boeddhistische vastentijd
terugkeerde van de
Tavatimsa hemel, waar hij bij zijn moeder
was gaan prediken, een
phayanaag en zijn aanhangers hem terug
verwelkomden door vuurballen in de lucht te blazen.
Bangkok (บางกอก)
1. Westerse benaming voor
Krung Thep Maha Nakon, de hedendaagse provincie (kaart)
én hoofdstad (stadsplan)
van Thailand, aan de monding van de
Chao Phrya-rivier. Het beslaat een gebied van
1.568,7 km² en grenst aan de Golf van Thailand en
Samut Prakan in het Zuiden,
Samut Sakon en
Nonthaburi in het Westen,
Pathum Thani in het Noorden en
Chachengsao in het Oosten. De naam is samengesteld
uit de woorden
bang (een dorp aan een waterloop) en
makok (een pruimensoort), en verwijst naar een
plaats even ten noorden van het huidige centrum, waar destijds de
hoofdstad werd gesticht. Bangkok is opgedeeld in 5
amphur (districten) en 45
khet (zones), met Phra Nakhon als het centrum.
Hoewel nauwkeurige cijfers ontbreken heeft de stad (fig.)
zeker meer dan tien miljoen inwoners; sommige bronnen spreken zelfs
van schattingen tussen de 13 en 16 miljoen. De voornaamste
bedrijvigheid van de inwoners bestaat uit ambtenarij, handel,
business, industrie en landbouw. De belangrijkste
bezienswaardigheden zijn
Phra Rachawang
(fig.)
en
Wat Phra Kaew (fig.).
Ook
Rattanakosin en bijgenaamd de
Big Mango.

2. Een kunststijl uit de
Rattanakosin-periode.
Bangkok Mass Transit Systeem
Bangkok's verhoogde tram-systeem, gewoonlijk BTS of Sky Train
genoemd. Aanvankelijk in dienst genomen in december 2000. De
centrale terminal is op Siam Square, van waaruit lijnen vertrekken
in vier richtingen: er zijn acht stations naar het Noorden,
met eindstation nabij
Chatuchak (aan het oude Mo Chit busstation); zes
stations richting Zuiden, met terminus aan de Thaksin Brug; slechts
één station naar het Nationaal Stadium in het Westen; en negen
stations naar het Oosten, lopend tot aan On Nut (Sukhumvit soi 50).
Later werd de zuidelijke lijn nog uitgebreid over de Chao Phraya
Rivier, richting Klong Sahn. Het is geopend van 6.00 AM tot
middernacht. Zie ook
Bangkok Metro.

Bangkok Metro
Bangkok's ondergrondse tram-systeem (plattegrond),
eveneens gekend als de MRT Chaleum Ratchamongkhon Lijn. Hoewel het
officieel pas geopend zou worden op 9 augustus 2004, startte het
reeds eind juni van dat jaar met een proeftijd van meer dan een
maand. De lijn loopt van Hua Lamphong op Rama IV Road tot Bang Seua
nabij
Chatuchak, een traject van 20 kilometer met in
totaal achttien stations waarvan er drie aansluiting geven op het
Bangkok Mass Transit Systeem. Het wordt bediend
door de Bangkok Metro (Public) Company Limited (BMCL) en is geopend
van 6.00 AM tot middernacht. In het Thais 'rot fai fah tai din' of
'rot fai fah maha nakhon'.
Bang Pa-in (บางปะอิน)
Een openluchtmuseum op zo'n 20 km van het centrum van
Ayutthaya met een collectie van paleisgebouwen in
verschillende architecturale stijlen (fig.).
De naam is afgeleid van het feit dat een voormalige Ayutthaya-koning
hier, nabij een dorp langs de kant van een waterweg (bang),
een ontmoeting had (pa) met een meisje met de naam 'In'.
Bang Rajan (บางระจัน)
Naam van een kamp in
Singburi op het einde van de
Ayutthaya-periode waar in 1767 enkele heldhaftige
krijgers (fig.)
vijf maanden lang tegenstand boden aan een overmacht van Birmaanse
veroveraars alvorens ze verslagen werden, zoals het Thaise
spreekwoord zegt: 'met weining water kan je geen vuur blussen'. Het
verhaal dat er zich afspeelde is een Thaise klassieker geworden,
gebruikt als schoolvoorbeeld voor latere generaties om de moed van
het Thaise volk aan te tonen en zo blijvend getuige te zijn van een
strijd waarin betaald werd met bloed, t.t.z. 'bloed om aarde',
woorden die nog steeds bezongen worden in het huidige
Volkslied. Ook
Ban Rajan.

bangsaek (บังแทรก)
Thais. Eén van de koninklijke regalia, in de vorm van een waaier.
bangsoekoen (ใบจาก)
1. Thais. Een geel kleed dat door een boeddhistische monnik op een
doodskist wordt geplaatst, net voor het aansteken van de
brandstapel, alsook het uitvoeren van zulk'n rite.
2. Thais. Een klaagzang gezongen door boeddhistische monniken.
bangsoen (บังสูรย์)
Thais. Eén van de koninklijke regalia, die dienst doet als een
zonnescherm.
Ban Jim Thompsan (ทอมป์สัน)
Thaise benaming voor het
Jim Thompson Huis.
Ban Kamthieng (บ้านคำเที่ยง)
Thais. Museum bestaande uit een oud huis dat aanvankelijk in Chiang
Mai werd gebouwd, meer dan 150 jaar geleden. Het werd door de
eigenaren aan de
Siam Society geschonken die het opnieuw liet
opbouwen in Bangkok. Er worden gebruiksvoorwerpen van Thaise
landbouwers en vissers tentoongesteld, en de tuin heeft
verschillende soorten Thaise bloemen en planten. Het is museum
gelegen in Soi Asoke aan Sukhumvit Road.
Bank van Thailand Museum
Museum opgericht onder auspiciën van het Departement voor Schone
Kunsten, het Ministerie van Financiën en het Museum voor Thaise
Munten. Het is gevestigd bij het Bang Khun Phrom Paleis, in de
gebouwen van de Bank van Thailand. Het museum heeft een grote
verzameling munten, waaronder oude munten,
photduang muntstukken, Thaise munten, etc.
Het heeft eveneens een afdeling met Thaise bankbriefjes en een zaal
die de 50ste verjaardag van de Bank van Thailand herdenkt. In het
Thais Phiphithaphan Thanakhaan Haeng
Prathet
Thai genoemd.
banlang (บัลลังก์)
Thais. Troon. De staatsiezetel van een vorst.

ban nahm (บ้านน้ำ)
Thais. 'Waterhuis'. In het verleden had elk huis op het platteland
een klein overdekt platform, gewoonlijk met houten dakpannen,
gemaakt om waterpotten in onder te brengen voor gasten en
voorbijgangers. Voordat de huiseigenaar met de bouw van zo'n
waterhuis aanving voerde hij eerst een ritueel uit waarin hij de
godin der aarde aanriep. Er waren gewoonlijk drie
of vijf waterpotten in één zulk waterhuis, verwijzend naar de
Tripitaka of naar de vijf
boeddhas, de
voorbije vier en de toekomstige
Maitreya boeddha. Men vindt deze waterhuizen nog
steeds, maar het afdak is steeds vaker gemaakt met dakpannen van
steen en het aantal waterpotten is variërend, beginnend met slechts
één.

banpacha (บรรพชา)
'De geestelijkheid ingaan'. Thaise term vergelijkbaar met het woord
buat.
Ban Rajan (บ้านระจัน)
Zie
Bang Rajan.
banteay
Een
Khmer-tempel
met een belangrijke omringende wal, een citadel.
banyanboom
Een heilige
tropische boom met vele hangende wortels die zich ontwikkelen in
bijkomende stammen. De wetenschappelijk benaming is
ficus bengalensis.
In het hindoeïsme is het de boom waaronder de god
Vishnoe
werd geboren, en in het
boeddhisme
is het de boom waaronder de
Boeddha
ging zitten om te mediteren, zeven dagen na dat hij de verlichting
had bereikt. Hierdoor wordt de banyanboom vaak verward met de
bodhiboom, de boom waaronder de Boeddha zat op
het moment dat hij
bodhiyan of
Verlichting
bereikte.
In het Thais
ton trai.

baoli
Sanskriet. Een rechthoekige
waterschacht omgeven door traptreden.
Baphuon
1. Een 11de eeuwse
Khmer-tempel in
Angkor.
2. De 11de eeuwse
Khmer-kunstrichting
uit
Angkor.
baradari
Sanskriet. 'Twaalf
zuilen'. Een zuilengang, portiek of paviljoen met pilaren.
baray
Kunstmatig reservoir, bassin, vijver, grote plas
of meer.
bas-reliëf
Beeldhouwwerk of gietvorm
waarbij de halfverheven figuren lichtjes van de achtergrond
vooruitspringen.

batik
Indonesische term voor weefsels die met figuren worden beschilderd
en waarbij het gedeelte dat niet moet worden gekleurd met was wordt
bedekt. Na het verven wordt de waslaag verwijdert door de stof te
koken. Dit proces (fig.)
kan worden herhaald met andere kleuren om meerkleurige patronen te
vormen.

bauhinia purpurea
Latijn. Kleine tropische boom met de Thaise naam
chongkho.
Bayon
1.
Khmer-tempel
in
Angkor Thom,
gebouwd tijdens het bewind van koning Jayavarman
VII.
Hij heeft 37 nog rechtopstaande stenen torens waarvan de meesten met
vier gigantische gezichten, één voor en
gericht naar elke windstreek. Uit oude plattegronden en de
opbouw van het tempelcomplex gelooft men dat er in totaal ooit 54
torens zijn geweest. Het wordt betwist wie de gezichten in steen
voorstelt maar algemeen wordt aangenomen dat het om
Lokesvara
gaat, de
bodhisattva
van het medelijden uit het
Mahayana boeddhisme, ofwel
om een combinatie van Jayavarman VII en
Boeddha. Bayon was de
staatstempel van Jayavarman VII en vertegenwoordigt in meerdere
opzichten het hoogtepunt van zijn massale
bouwcampagne. Op de een of andere manier komt het echter over
als een bouwkundige warboel. Dit komt deels doordat bouw van de
tempel, die een eeuw in beslag nam, in verschillende fasen gebeurde.
Op de buitenmuur van de onderste verdieping alsook op het hoogste
niveau, waar de stenen gezichten van steen zich bevinden, zijn er
bas-reliëfs.
Die op de zuidmuur beschrijven scenes uit de historische zeeslag
tussen de Khmer en de
Cham. Het is niet duidelijk of dit de
invasie van de Cham in 1177 AD voorstelt of een latere oorlog waarin
de Khmer de overwinning behaalden. Andere reliëfs tonen veelzeggende
scenes uit het dagelijkse leven van die periode zoals markten,
geboorte, hanengevechten, etc.

2. Kunstrichting van de
Khmer
tijdens de laat 12de eeuw tot de vroeg 13de eeuw AD.
BE
'Boeddhistische
Era', de boeddhistische
jaartelling. Volgens de
Theravada
traditie deed de
parinirvana van de
Boeddha zich voor in het jaar 544 VC, wat
de datum aangeeft van het begin van de boeddhistische
jaartelling in Birma, Sri Lanka en India. In Thailand, Laos en
Cambodja begint de telling echter op de eerste verjaardag van die
gebeurtenis, in 543 VC.
In Thailand werd het gebruik van de
boeddhistische jaartelling
in werking gesteld door koning
Mongkutklao en nam officieel aanvang op
23 februari 1912. In het Thais
Phoettasakkaraat.
bedelkom
Zie
baat.
beer
Eén van de
avatars van de god
Vishnoe in de gedaante van een
mannetjesvarken.
beki
Sanskriet. Een platte, ronde steen onder de
amalaka (fig.)
bij de torenspits van een
tempel
in noord-Indische stijl.
Beng
Cambodjaans. 'Vijver'.
Benjamabophit (เบญจมบพิตร)
Zie
Wat Benjamabophit.
benjarong
Pali-Sanskriet-Thais. 'Vijf
kleuren'. Een type van
geëmaileerd porselein samengesteld uit vijf
kleuren tegen een zesde kleur als
achtergrond, gemaakt in China voor export naar Thailand. Het kende
zijn opkomst in de late
Ayutthaya-periode en bleef bestaan tot in
de periode toen
Rama V koning was,
en wanneer Europees aardewerk de populariteit van benjarong
geleidelijk verving. Later werden er vaak minder kleuren gebruikt
maar de oorsprong en vervaardiging waren gelijkaardig en de naam
benjarong bleef verder in gebruik (fig.).

Benyagai
Sanskriet. De demonendochter van
Phiphek, de hoofdastroloog
van
Longka, en Driechada, in de Thaise
Ramakien. Ze leerde magische krachten van haar
vader, en daarmee verandert ze zichzelf, op aandringen van
Totsakan, in
Sida. Volgens het plan moest ze zich voor dood
neerleggen bij het apenkamp van
Phra Ram, in de hoop dat deze vervolgens zijn
zoektocht naar zijn geliefde en de strijd tegen de demonen zou
stopzetten. Benyagai gaat op bezoek bij de gevangen genomen Sida om
haar uiterlijk te bestuderen alvorens zichzelf te veranderen, maar
het plan mislukt niettemin door de scherpzinnige opmerkzaamheid van
Hanuman en Benyagai wordt teruggestuurd naar
Longka.

betelnoot
Deze zogenaamde 'noot' is feitelijk het zaad van de geeloranje-kleurige steenvrucht
(fig.) van de
arecapalm (fig.). Als pruim wordt de pit in stukken gesneden en vermengt
met kalk en specerijen, waarna het geheel in het blad van een plant wordt
gewikkelt. De zurige betelpruim wordt vervolgens volledig achter de tanden
gestoken en langzaam gekauwd. Het is een opwekkend middel dat
voornamelijk door de bergvolkeren en vrouwen op het platteland wordt
gekauwd. Het vetrijke kiemwit bevat alkaloïden onder welke
arecaline, en looistoffen waaronder een rode kleurstof, catechu
genaamd. De looistoffen bevorderen de speekselvorming en de
alkaloïden werken stimulerend. Catechu kleurt het speeksel rood en
tegelijkertijd versnellen de in het zaad aanwezige stoffen de werking
van het hart en bevorderen de spijsvertering. Bovendien wordt de
verdamping via de huid verhoogd, het tandvlees en verhemelte
verstevigd en eventuele ingewandswormen gedood. Een bijwerking is
echter dat de tanden verkleuren door een zwarte op lak gelijkende
aanslag (fig.).
In het Thais
mahk. Ook
gekend als betelpruim, sirihpruim of pinangnoot.

betelpalm
Zie
arecapalm.
betel-set
Een betel-set is een
schaal met kleine potjes en doosjes, gewoonlijk samen met enkele
instrumenten, gebruikt om de ingrediënten nodig voor het kauwen van
betelnoot
in op te bergen.
De produktie van betelschalen werd erg populair ten tijde van
Rama IV en
Rama V,
voornamelijk in de noordoostelijke provincies van Thailand,
Maha Sarakham
en
Khon Kaen.
Een betel-set werd vaak als offerande geschonken aan monniken (fig.)
en het was de traditie dat iemand die wou huwen aan de ouders van de
bruid als geschenk een betelkom of betel-set gaf. Sets
gegeven door rijkelingen waren
vaak uit waardevolle materialen vervaardigd, zoals
paarlemoer,
zilver, koper, enz.,
afhankelijk van de status van de gever. In het Thais
khanmahk
of
chianmahk.

Bhadeshvara
Sanskriet. Naam waaronder de aanhangers van het
Shiwaïsme vanaf de 5de eeuw AD in Cambodja,
de hindoeïstische god
Shiwa vereerden. De koning zelf diende hem
hulde te brengen in speciale ceremonieën waarin 's nachts een
heilige berg werd opgeklommen en een rite uitgevoerd waarbij,
volgens geruchten van Chinese inwoners van
Angkor, ook mensenoffers betrokken zouden
zijn.
Bhadrakali
Sanskriet. Tantrische
godin en gemalin van
Bhairava.
bhadrapitha
Sanskriet. In de kunst een
rechthoekige sokkel of voetstuk voor een godheid.
Bhagavad Gita
Sanskriet. 'Lied van de goddelijke', geopenbaard door
Krishna in de
Mahabharata.
Het zijn religieuze teksten uit het
hindoeïsme die een morale en ethische
gedragscode voorschrijven die de intrinsieke waarde van
onbaatzuchtige hulp en toewijding benadrukt. De tekst is in
de vorm van een gesprek tussen Krishna en
Arjuna, op de vooravond van de slag van
Kurukshetra.
Bhairava
Sanskriet. 'Verschrikkelijk'. De hindoeïstische god
Shiwa in
zijn eerder beangstige verschijning als een tien-armige figuur met
een halsnoer van beenderen, en een schedel als ornament in zijn
hoofdtooi.
Zie ook
Mahakali (fig.).
Bhairavi
Sanskriet. 'Terror'. Eén van de kwaadaardige veschijningen van
Devi, de gemalin van
Shiwa. Zie ook
Mahakali (fig.).
bhakti
Sanskriet. 'Toewijding' of
'devotie'. Een soort van aanbidding waarbij men eenmaking zoekt met
zijn persoonlijke godheid d.m.v. intense devotie, met de hoop
zodoende de ziel te bevrijden.
Bharat
Sanskriet. Oude en officiële naam voor India.
Bharata
Halfbroer van
Rama in het Indische epos
Ramayana.
Bhattara-Goeroe
Een populaire Javaanse verschijning van
Shiwa als een dikke asceet met een baard en
gevlochten haar. Zijn
attributen zijn een kruik, rozenkrans, of een
vliegenverjager (jamajurie).
Tijdens een bepaalde periode in Java vereerd als de
rishi (kluizenaar)
Agastya. Vergelijk met
Phra Sangkatjaai.
Bhavani
Sanskriet. De vrouwelijke schepper of schepster, is één van de goede
gedaantes van
Devi, gemalin van
Shiwa.
bhikkoe
Sanskriet. Benaming voor een als asceet, zonder vaste woonplaats
levend
monnik bij boeddhisten. Een gewijde Boeddhistische
monnik, een bedelmonnik (fig.).
Ook
bhiksoe en vergelijk met
Phra,
Phra pikkoe,
Phrasong en
Phrasong Ong Chao. Zie ook
bintabaat.
bhikkoeni
Sanskriet. De vrouwelijke vorm van een
bhikkoe, een boeddhistische non. In
Thailand eveneens
naang chie en
mae chi genaamd.
bhiksoe
Pali. Een van het
Sanskriet woord
bhikkoe afgeleide benaming voor een als
asceet, zonder vaste woonplaats levend
monnik bij boeddhisten.
Bhima
Sanskriet. Eén van de protagonisten in het Indische
epos, de
Mahabarata, bekend wegens zijn kracht en
moed. Hij behoort tot de
Pandava-stam betrokken bij de slag om
Kurukshetra. Hij heeft een enorme gestalte en wordt meestal
afgebeeld met een knuppel. Hij is de zoon van
Vayu, de Vedische god van de wind. Hij
wordt ook vermeld met de naam
Bhimsena.
Bhimsena
Sanskriet. Zoon van
Vayu, de Vedische god van de wind.
Een belangrijke figuur in het Indische
epos, de
Mahabarata, bekend wegens zijn kracht en
moed. Hij heeft een enorme gestalte en wordt meestal afgebeeld
met een knuppel. Hij is eveneens bekend onder de naam
Bhima.
bhumi
1. Pali. 'Aarde'.
2. Term die verwijst naar het horizontale profiel dat langs de
lengte loopt van een shikhara, de torenspits van een Noord-Indische
tempel.
Bhumidevi
Pali-Thais. 'Godin van de aarde'. Eén van
Vishnoe's twee gemalinen, in de
hindoeïstische mythologie. In het boeddhisme is de godin van de
aarde
Mae Phra Thoranee. In het Thais eerder
'Phumithevi' uitgesproken.
Bhumipol Adulyadej
Zie
Bhumipon Adunyadet.
Bhumipon Adunyadet (ภูมิพลอดุลยเดช)
Negende koning van de
Chakri-dynastie in Thailand met de
kroontitel
Rama IX. Hij
werd geboren in Massachusetts (VSA) op maandag 5 december 1927, als
de tweede zoon van prins Mahidon Adundet, de
Krom Luang van
Songkhla Nakarin, en prinses Sri Sangwaan. Tot
dusver is hij de langst regerende vorst van Thailand.
In 2006 vierde de Thaise natie de zestigste verjaardag van de
koning's troonsbestijging.
Hij
volgde
zijn
oudere
broer
Ananda
op,
nadat deze
doodgeschoten in zijn bed
werd
aangetroffen,
maar
werd niettemin pas
formeel
tot koning gekroond
na zijn huwelijk met
Sirikit Kitthiyagon, op 5 mei 1950.
De verjaardag van de koning wordt door het hele land gevierd op 5
december en wordt in het Thais
Wan Chaleum Phra Chonma Phansa genoemd. Ook
Bhumipol Adulyadej. In het Thais eerder 'Phumiphon Adunyadet'
uitgesproken. Er is -onder andere- een straat in Bangkok, een
brug en een waterdam (fig.)
naar deze koning vernoemd.

bhumisparsa
Pali. 'De aarde aanraken'. Benaming voor de meest voorkomende
moedra (fig.)
in de Thais-boeddhistische beeldhouwkunst, eveneens gekend als
maravijaya, de 'overwinning op
Mara'. Het symboliseert de episode uit de
Boeddha's legendarische levensverhaal toen
hij in meditatie onder een vijgenboom zat in
Bodh Gaya en gelofte deed om niet van die
plek weg te gaan eerdat hij de Verlichting zou bereiken.
Mara, de god van verlangen en dood, probeerde echter te storen door
een aantal afleidingen en verleidingen op te roepen, waaronder
enkele jonge maagden. Hierop reikte de Boeddha met zijn rechterhand
naar de aarde (fig.)
en haar aanrakend riep hij de hulp in van de godin van de aarde,
Mae Phra Thoranee.
Zij kwam tot zijn hulp en door water uit haar haar te wringen waste
ze Mara en zijn legertje geesten weg. Zo werd de Boeddha gered van
de verleiding van het verlangen terwijl hij de aarde aanriep als
getuige van zijn verworven verdiensten uit vorige levens.
Boeddhabeelden in Thailand maken deze moedra meestal gezeten
in de
halve lotus-positie (fig.),
tgov. boeddhabeelden met dezelfde moedra in Birmaanse stijl, die
meestal gezeten zijn in de (volle)
lotus-positie
(fig.).
In een zeldzaam geval afgebeeld bij een
paang naag prok-positie
(fig.).
Een boeddhabeeld in deze
positie wordt ook gebruikt in het
Phra prajam wan-systeem als een extra beeld
voor diegene die niet weten op welke dag ze geboren werden.

bia (เบี้ย)
1.
Thais. De lichtkleurige schelp van een tropische weekdier die
voorheen gebruikt werd als betaalmiddel en een muntwaarde heeft
gelijk aan één-honderdste van een
at.
2.
Thais. Een gokfiche. Vergelijk met
pie.
bibliotheek
1. De naam voor twee aparte gebouwen, aan elke zijde van en vóór de
hoofdingang tot een
Khmer-tempel, of de toegang tot een omheind
gebied. Er is echter geen zekerheid dat deze ooit als bibliotheek
dienst deden.
2. Studeerzaal waar boeken en manuscripten worden bewaard.
Big Mango
Een
farang benaming voor
Bangkok, naar de 'Big Apple', New York. Zie ook
mango.
Bimba
Vrouw van prins
Siddhartha bij wie hij
op twintigjarige leeftijd zijn zoon
Rahula
verwekte.
Ze is de dochter van
Suprabuddha, de prins van het Devadaha-kasteel en een broer van de
overleden koningin
Maha Maya.
Ook gekend als
Gopa and
Yashodhara.
bintabaat (บิณฑบาต)
Thais. 'Bedelen'. Het rondgaan met een bedelkom (baat)
-door een boeddhistische monnik- om eten in ontvangst te nemen.
Thaise bedelmonniken mogen uitsluitend voedsel eten dat aan hen
geofferd werd en dit vóór het middaguur. Ze vertrekken meestal
vroeg, net vóór of vlak na zonsopgang, op een rij (fig.)
en barrevoets op bedelpad. Voedsel offeren aan monniken is voor de
leek een populaire manier om
boen, goede daden te verrichten en
verdienste te verwerven. Vergelijk met
tak baat.

Birma
Buurland van Thailand in het Noordwesten, grenzend aan de Andamese
Zee en de Golf van Bengalen, ruwweg tussen Bangladesh en Thailand.
Het beslaat een gebied van 678.500 km² en heeft een omtrek van 5.876
km, grenzend aan Bangladesh, China, India,
Laos en Thailand. De kustlijn is 1,930 km lang en
het hoogste punt is Hkakabo Razi met zo'n 5.881 meter. De hoofdstad
is Rangoon maar het militaire regime noemt het Yangon. Het heeft een
bevolkingsaantal van ongeveer 42,5 miljoen en wordt officieel Unie
van
Myanmar genoemd. Ongeveer 68% van de bevolking is
Birmees, met verscheidene etnische groepen, waaronder de
Shan,
Karen, Rakhine, Chinezen, Indiërs,
Mon, en een aantal minderheden. Het Birmaans is de
officiële taal maar alle etnische minderheidsgroepen hebben eveneens
hun eigen taal. Tussen 1824 en 1886 heerste Groot-Brittannië over
Birma, gedurende een periode van 62 jaren en incorporeerde het in
het Brits-Indische Rijk. Birma werd bestuurd als een provincie van
India tot in 1937, toen het een afzonderlijke kolonie met
zelf-bestuur werd. Onafhankelijkheid buiten het Gemenebest werd
bereikt in 1948. Generaal Ne Win domineerde de bestuursmacht van
1962 tot 1988, eerst als militaire heerser, dan als president en
later als een politiek machtige figuur achter de schermen. Ondanks
de meerpartijen-verkiezingen in 1990, die resulteerde in een
beslissende overwinning voor de belangrijkste oppositiepartij,
weigerde de heersende militaire junta om de macht over te dragen.
Natuurlijke grondstoffen zijn petroleum, hout, tin, antimonium,
zink, koper, lood, kool, marmer, kalksteen, halfedelstenen waaronder
jade, aardgas en waterkracht.
Theravada
boeddhisme is met 89% de voornaamste religie, maar
er zijn ook christenen, islamieten, animisten en een aantal andere
religies. De munteenheid is de 'kyat'. In het Thais wordt Birma
Pa-mah genoemd.

Birmaanse edelsteen
Zie
jade. Ook Birmese edelsteen.
Birmaanse harp
Zie
Birmese harp.
Birmese edelsteen
Zie
jade. Ook Birmaanse edelsteen.
Birmese harp
Traditioneel muziekinstrument uit
Myanmar. De
harp heeft een elegant uitziende boot-vorm en wordt in Thailand vaak
decoratief gebruikt. De
kom van het instrument is gemaakt van padauk-hout bedekt met
hertenhuid en de boog voor de snaren is van shar-hout, beiden
behorend tot de hardste houtsoorten van Birma. De Birmese harp heeft
13 snaren en op de bovenkant van de kom zijn aan elke zijde twee
gaten die de klankkast vormen. Aangezien
de harp in
bas-reliëf
te zien is op
sommige 11de eeuwse
pagode's
in Bagan, mag men aannemen dat de Birmese harp tot de oudst gekende
muziekinstrumenten van Birma behoort.
In Myanmar wordt ze saung-gauk genoemd.
Ook wel Birmaanse harp.

bladgoud
Puur goud dat door voortdurend hameren filterdun wordt gemaakt en
vervolgens in kleine vierkante stukjes van circa drie centimeter
wordt gesneden. Deze worden vervolgens aangebracht in de vorm van
decoratieve motieven op voorwerpen met een grondlaag in
lakboomhars of op religieuze objecten als
tamboen, een daad die gekend staat als
pit thong. Bladgoud wordt in het Thais
thongkhamplaew genoemd.

bloedend hart kruiper
Naam van een altijdgroene klimplant die ook gekend is onder de naam
kofferbloem. Hij heeft karmozijnrode bloemen die voortkomen uit
helder witte, belvormige bloemkelken. De Latijns benaming voor deze
plant is clerodendrum thomsoniae en in het Thais wordt hij mangkon
khaap kaew genoemd, een 'draak met een kristal in zijn muil'.

bodh
Sanskriet-Thais. De perfecte kennis of
Verlichting waardoor iemand een
boeddha kan worden. Ook
bodhiyan en
bodhi genoemd. In het Thais
meestal
poh getranscribeerd.
Bodhgaya
Zie
Bodh Gaya.
Bodh Gaya
Sanskriet. De plaats in de staat Bihar in Noord-India waar de
Boeddha
bodh (Verlichting) bereikte, nabij de stad Gaya. Nu een
belangrijke bedevaartplaats voor boeddhistische pelgrims. Keizer
Asoka richtte er een monument op dat later werd
vernietigd en herbouwd als de Mahabodhi-pagode. In
Wat Yahn (fig.) in Thailand vindt men een pagode met sterke
gelijkenissen aan deze pagode.
Ook Bodhgaya en in het Thais
Boeddhagaya of
Phoettagaya.
bodhi
Sanskriet-Thais. De perfecte kennis of verlichting waardoor iemand
een
boeddha kan worden. Ook
Bodh en
bodhiyan genoemd.
bodhiboom
Heilge vijgenboom in
Bodh Gaya met de wetenschappelijke naam
ficus religiosa, ook gekend als de ‘boom der kennis’, waaronder
de Boeddha zat toen hij
Verlichting bereikte (fig.). Zijn bladeren hebben de vorm van een heilge
lotusknop
en hangen ondersteboven, t.t.z. met het uiteinde van het blad
vrijwel recht naar beneden gericht (fig.).
Hierdoor hebben de bladeren een soort ventilerende waaierfunctie die
de wind die door het bovenste bladerdak
waait naar beneden afvoert en onderaan de boom een lichte bries
veroorzaakt, wat de plek eronder afkoelt. Het wordt vermeend dat dit
misschien een reden is waarom
Siddhartha
deze boom koos om onder te
mediteren.
Nadat de originele bodhiboom in 600 AD werd omgehakt, werden overal waar
Theravada boeddhisme werd geïntroduceerd en gepractiseerd opnieuw stukjes ervan geplant. In de literatuur wordt de boom vaak verward
met een
banyanboom, de boom naar waaronder de
Boeddha verhuisde om te mediteren, zeven dagen nádat
hij verlichting had bereikt. Wordt vaak aangetroffen op
tempelpleinen (fig.) en komt ook vaak voor in de kunst (fig.). In het Thais
ton poh.

bodhimanda
Pali. 'Paviljoen der
Verlichting'.
De exacte en heilige plek in
Bodh Gaya waar de
Boeddha
Verlichting bereikte. Zie ook
Vachara Asana.
bodhisatta
Pali. Een
boeddha in wording en één van de 550
incarnaties die in het
Theravada boeddhisme het boeddha-zijn voorafgaan.
bodhisattva
Sanskriet. ‘Iemand wiens essentie perfecte kennis is’. Een wezen dat
bestemd is voor
Verlichting of
bodhi
maar zijn boeddhaschap uitstelt om anderen te helpen dit doel te
bereiken. In het
Mahayana boeddhisme zijn bodhisattvas vaak
personificaties van goddelijke kwaliteiten, zoals medelijden (Avalokitesvara) of wijsheid (Manjushri), en worden ze dikwijls afgebeeld met meerdere
armen. In zowel het
Theravada als Mahayana boeddhisme wordt de term ook
gebruikt voor de vorige levens van de historische
Boeddha die
chadok worden genoemd en voor zijn leven als prins
Siddhartha, vóór zijn
Verlichting.
Vaak ook bodhisatva en in het Nederlands gewoonlijk
bodhisatwa gespeld. In het Thais
photisat en indien verwezen wordt
naar
de historische Boeddha, Phra Photisat.
_small.jpg)
bodhisatva
Zie
bodhisattva.
bodhisatwa
Zie
bodhisattva.
Bodhiyan
Sanskriet-Thais. 'Verlichting'. De perfecte kennis waardoor iemand een
boeddha kan worden. In het Thais
photiyaan. Ook
bodhi, en in het Thais ook
bodh
of
poh
genoemd.
boeddha
Sanskriet. 'Verlichte' of 'ontwakene'. Iemand die de hoogste kennis of
waarheid heeft bereikt en daardoor bevrijd is van alle verdere
wedergeboortes en in het
nirvana is overgegaan. In het Thais
Phra Phoet. Zie ook
Boeddha.
Boeddha
Sanskriet. Algemene naam voor de
Shakyamuni of historische Boeddha
Siddhartha
Gautama, die in 563 VC -in 544 VC volgens
de
Theravada doctrine- de verlichting bereikte
en het boeddhisme als religie stichtte. Hij werd geboren als een
prins van de
Shakya clan en zijn vader
Suddhodana heerste over het koninkrijk van
Kapilavasthu in het huidige Nepal. De
grondbeginselen van zijn leer zijn de ‘Vier
Edele Waarheden’, waarvan de laatste de
openbaring is van het ‘Achtvoudige
Pad’, dat de overgang naar het
nirvana als resultaat heeft. In het hindoeïsme is
hij de negende incarnatie van
Vishnoe. In het Thais
Phra Phoetta Chao. Zie ook
boeddha.
boeddhabeeld
Beeld of afbeelding van de historische
Boeddha of
Siddhartha
Gautama ná zijn
Verlichting. Om als geldig in aanmerking te komen
is elk boeddahbeeld onderworpen aan strikte
iconografische
voorschriften, die elk een bepaalde betekenis hebben. Zo
dienen ze de
lakshana,
de fysische kenmerken van een
boeddha
of een groot man te vertonen, met name de 32 belangrijkste
merktekens zoals beschreven in de boeddhistische literatuur, en
waardoor de voorbestemming van een boeddha vanaf zijn geboorte kan
worden herkend. Deze tekenen omvatten onder meer een
ushnisha (fig.),
soms met een vlam (fig.),
een lotusknop (fig.)
of een stralenkrans (fig.),
lange vingers, brede schouders, uitgerekte oorlellen,
gekrulde haren, etc. De traditie
heeft hier later nog een aantal kenmerken aan toegevoegd, zoals een
urna
of
boeddha-oog (fig.)
en 108 tekens
op de voetzolen (fig.).
De positie van de handen, in het Sanskriet
moedra's
(fig.)
genaamd, evenals bepaalde houdingen of
iryapatha (fig.),
worden gebruikt als verwijzing naar bepaalde episodes in het leven
van de Boeddha. Verschillende interpretaties leidden tot kleine
verschillen in de uitbeelding van sommige
eigenschappen en duiden als dusdanig op een andere
oorsprong, stijl of periode. Boeddahbeelden kunnen niet verhandeld
(verkocht of gekocht) worden, zij worden daarentegen letterlijk
'verhuurd' of 'gehuurd'. Een
bijkomend aspect van vele boeddhisten is dat men gelooft dat ieder
boeddhabeeld een fractie van de energie van de Verlichte erft en die
op haar beurt doorstraalt. Hoe meer beelden bij elkaar verzameld (fig.)
of hoe groter het beeld, des te meer energie ze uitstralen. Hierdoor
treft men soms immens grote beelden aan of een hele verzameling
kleinere naast elkaar. In het Thais phra phutta roop.

Boeddhabeelden Museum
Museum in Bangkok's Thawi Watthana district. Het huisvest 200 grote
en 3.000 kleinere beelden van de
Boeddha, van de Indische
Gupta-periode tot de
Rattanakosin-periode. Sommige beelden zijn erg
gerespecteerd, zoals het zeldzame
Phra Kring
Suriyaworaman-beeld.
Boeddhagaya
Zie
Bodh Gaya. In het Thais
Phoettagaya.
boeddha-oog
Een boeddha-oog is de naam die soms gegeven wordt aan een haarkrul
tussen de wenkbrauwen van sommige goden, gewoonlijk een
urna genoemd. Volgens de legende zendt het
stralen uit die de wereld verlichten en staat het symbool voor grote
wijsheid. Het is één van de tekenen van een verlicht wezen. In
oosterse
iconografie vaak weergegeven als een rond teken,
soms
derde oog genaamd.

boeddhapada
Sanskriet. 'Voetafdruk van de Boeddha'. Volgens de legende zijn deze
afdrukken nagelaten door de
Boeddha op zijn reizen en tonen ze
werkelijk waar de Boeddha op aarde gewandeld heeft. Ze worden
vereerd als herinnering aan zijn doctrine. In Thai
worden ze
Phraphutthabaht
genoemd en zijn over heel Thailand in boeddhistische
tempels
te vinden. Gewoonlijk is het een groot horizontaal beeld dat gelijkt
op een reusachtige voetafdruk met
iconografische
symbolen op de zool, die ook bij sommige liggende boeddhabeelden te
zien zijn, en die de 108 herkeningstekenen van een
boeddha
voorstellen (fig.).
Het verhaal gaat terug op de legende van een voetafdruk van de
Boeddha
die gevonden werd in Thailand. Een groep van Thaise monniken die Sri
Lanka bezochten waren verrast van hun Singalese tegenhangers te
vernemen dat er volgens oude geschriften een voetafdruk van de
Boeddha zou te vinden zijn in Thailand. Bij hun terugkeer werd een
zoekactie begonnen en de afdruk werd uiteindelijk ontdekt door een
jager. De jager achtervolgde een gewond hert dat na het drinken van
een plas plots genezen werd. Bij nader onderzoek vond de jager een
grote voetfadruk waarin een plas regenwater stond. Toen hij hiervan
dronk werd ook hij miraculeus genezen van een huidziekte.

Boeddhavamsa
Sanskriet. De mythologische kronieken die het verhaal vertellen van
de 24
boeddha's die de historische
Boeddha,
Siddhartha
Gautama, voorafgingen, en de komst
aankondigen van de
Maitreya boeddha.
boeddhisme
Religie
gebaseerd op de
leer of
dhamma van de historische
Boeddha,
Siddhartha
Gautama. Ze benadrukt voornamelijk het
medelijden voor alle levende wezens, niet-gehechtheid, en verlossing
van alle lijden door het bereiken van verlichting dat verkregen kan
worden door het volgen van de
Vier Edele Waarheden en het
Achtvoudige Pad. Na de dood van de Boeddha
ontstonden er geleidelijk twee voorname stromingen in het
boeddhisme, namelijk
Mahayana en
Theravada of
Hinayana. In het Thais
Phoet Sahsanah.
MEER HIEROVER.
boeddhistische vastentijd
Een periode van drie tot vier maanden tijdens het regenseizoen wanneer de
monniken zich terug trekken in hun tempels om te studeren en te
mediteren, en waarin ze zich onthouden om te reizen. Jonge mannen
worden tijdens deze periode voor een korte tijd gewijd. In Thailand
begint de vastentijd met de feestdag
khao pansa, wat letterlijk betekent 'het
regenseizoen ingaan'.
Boeddhistische voorschriften
Zie
Tripitaka,
Vinay,
Sutra,
Aphitam,
pahtimook,
sienha,
jam sien,
sa-mie,
abat
en
Thais Boeddhisme.
bon (บอน)
1. Thaise benaming voor de caladium, een tropische plant die
gewoonlijk nabij water groeit en bestaat uit een stevige stengel met
één enkel groot hartvormig blad. De plant is gewoonlijk zo'n 1 à 2
meters hoog, hoewel sommige soorten groter kunnen worden. Hij
behoort tot de familie van araceae waarvan er verschillende soorten
bestaan. Hij wordt vaak aangetroffen als sierplant in tropische
tuinen.

2. Thaise benaming voor de colocasia esculenta, een kort-levende
tropische plant uit de familie araceae.
bong (บ้อง)
Thais. Een afgekapt stuk bamboe. Zie ook
bong gancha.
bong gancha
(บ้องกัญชา)
Thais. Samengesteld woord uit
bong en
gancha, dat
waterpijp betekent.

bonze
Een in Europa gebruikte benaming voor boeddhistische monniken.

boon (บุญ)
Thais. Goede daden die een Thaise boeddhist verricht om verdienste
te verwerven. Meestal
tamboen, goede daden verrichten.
boot (โบสถ์))
Zie
bot.
boraan (โบราณ)
Thais voor 'oud', 'antiek', en 'klassiek'.
borikaan (บริขาร)
Thais. De toegestane acht
zaken of gebruiksvoorwerpen voor boedhistische monniken, nodig voor
het dagelijkse leven. Dit zijn o.a. de bedelkom of
baat, het
driedelige gewaad of
traijiewon,
een naald, een scheermesje, een waterfilter en een parasol die
klot
wordt genoemd.
Elk voorwerp op zich
wordt atborikaan genoemd, waarbij
at
'één-achtste' betekent.
Ook
samanaborikaan.
Borobudur
Naam van een enorm boeddhistisch monument in Java, gebouwd door de
Sailendra koningen tussen 778 en 824 AD. Het is een negen-verdiepingen tellend
bergachtige structuur met een hoogte van 34,5 meter. Het is
gedecoreerd met vijf kilometers reliëf, 500 boeddhabeelden, en
opgetrokken uit meer dan een miljoen andesiete rotsblokken,
vulkanisch gesteente ontgonnen uit rivierbeddingen. Symbolisch is
Borobudur gelijktijdig een
stupa, een replica van de Kosmische berg
Meru, en een
mandala.
Borom (บรม)
Thais. 'Groot', 'voornaam', of 'hoog'. Indien gebruikt als een
voorvoegsel met een zelfstandig naamwoord duidt het op een verband
met het koningshuis of de
Boeddha.
Boromphiman
Thais. 'Hemel' of 'kasteel in de lucht'. Paleisgebouw in
Frans-Europese stijl binnen het
Phra Rachawang-complex. Vergelijk met
Vimanmek.

bot
Thais-Sanskriet. De hal van een Thaise
wat, gebruikt voor ordinaties en andere
religieuze ceremonieën, gewoonlijk oostwaarts en centraal gebouwd op
gewijde grond en omringd met
bai sema. Voluit
ubosot genaamd, en afgeleid uit het
Pali van het woord
uposatha.
In deze hal komen de
monniken samen voor gebed en ritussen
(fig.)
en vaak (hoewel niet expliciet) bevatten ze het belangrijkste
boeddhabeeld van een wat.
Het is meestal het
mooiste gebouw van een tempelcomplex en bouwstijl lijkt
op die van een
viharn.
Uitgeproken als 'boot' en vaak
ook
zo
getranscribeerd.

boterbloemboom
Bijnnaam voor de cochlospermum religiosum of, uit het Engels, ook
zijden katoenboom, een loof- en sierboom met een hoogte tot 15 meter
en die bloeit op kale takken. In India en Birma wordt hij gebruikt
als een bron voor industriële gom, maar oorspronkelijk had hij ook
religieuze doeleinden. In het Thais ton supani kah,
ton chim phalie of ton ngiw (rode
katoenboom)
genoemd, naargelang de soort.

bougainville
Tropische altijdgroene klimplant die voorkomt in verschillende
kleuren, en met de Latijnse naam bougainvillea spectabilis. In het
Thais
feuang fah of
ton taroet jien.

Brah Dhanari
Sanskriet. Godin van de aarde die getuige was van de opgestapelde
verdiensten van de
Boeddha, tijdens de confrontatie met
Mara, net vóór zijn
Verlichting. In Thailand gekend als
Mae Phra Thoranee.
Brahma (ब्रह्मा)
1. Sanskriet. Universele,
absolute, eeuwige en doordringende geest in de hindoeïstische
filosofie. Het is het beginsel van
alle zijn, de bron van al het geschapene, bezield en onbezield,
waaruit alle dingen voortkomen en waarnaar alles terugkeert.
2. Sanskriet. Als de schepper, één van de drie prominente
goden van het
Trimurti, het hindoeïstische pantheon,
samen met
Shiwa, de vernietiger, en
Vishnoe, de beschermer. Hij komt voort uit de
gouden lotus die groeit uit de navel van Vishnoe tijdens zijn
kosmische slaap, teneinde een nieuwe cyclus van schepping te
beginnen (fig.).
In de kunst gewoonlijk afgebeeld met vier hoofden, gekend als
Phra Phrom Sie Nah (fig.),
en met vier armen tot acht armen. Zijn
attributen zijn o.a. een schijf, lepel, scepter,
kralen halssnoer, boog, bedelkom, kruik, vliegenverjager en de
Veda’s. Zijn rijdier is de
hamsa, een soort heilge zwaan, en zijn
gemalin is
Sarasvati, de godin van geleerdheid. In
boeddhistische kunst wordt hij vaak afgebeeld met één hoofd en twee
armen, en in muurschilderingen samen met
Indra, als volgeling en knecht van de
Boeddha (fig.).
Bij een
linga wordt Brahma gesymboliseerd in de
kubusvormige basis (fig.).
In Thailand wordt hij
Phra Phrom genoemd.

brahmaan
1. Aanhanger van het
brahmanisme vóór het onstaan van het
hindoeïsme. In het Thais
phraam.
2. De hoogste sociale kaste in het
hindoeïsme, de enige kaste waaruit een
priester kan voortkomen. In het Thais
phraam.

3. Een priester van
Brahma, in Thailand zijn dezen
verantwoordelijk voor het leiden van staatsceremonieën en
overgangsriten voor de koninklijke familie. In het Thais
phraam.
brahmaanse hemelen
De zestien hemelen van vorm zonder zintuigelijke voorstelling die
bestaan boven de zes lagere hemelen in de boeddhistische mythologie.
brahmaanse koord
Een smal wit koordje over de linker schouder gedragen door
brahmaanse priesters, en hangend langs de
rechterheup. Ook gezien in de
iconografie, soms in de vorm van een slang
(fig.).

Brahmanaspati
Sanskriet. Een dier samengesteld met de gekombineerde eigenschappen
van de rijdieren van de drie voornaamste hindoeïstische goden. Het
heeft aldus de bek van
Vishnoe's
Garoeda, de horens van
Shiwa's
stier, en de vleugels van
Brahma's
hamsa. Indien afgebeeld met de
Boeddha als berijder, symboliseert het de overhand
van het
boeddhisme op het
hindoeïsme.
brahmanisme
Een vroege vorm van hindoeïstische religie gedurende de Vedische
periode in India, berustend op het geloof in
Brahma en geïntroduceerd door
Arische migranten tijdens het tweede millennium
VC, en waa
ruit later het
hindoeïsme en het
boeddhisme zijn voortgekomen. In het Thais
Sahsanah Phraam.
Brahmaputra (พรหมบุตร)
Thais-Hindi. Rivier in India.
Brihaspati
'Prins van het gebed'. Een
Arische godheid uit de Vedische periode die
aanbeden werd als een groot wijsgeer en diende als leraar en model
voor andere goden. Hij wordt geassociëerd met de planeet Jupiter.
brilslang
Zie
cobra.
brokaat
Zware
zijden stof met een schering van goud- en/of
zilverdraad met opgewerkte reliëfpatronen, zoals gedragen door
dansers in
khon-voorstellingen. In het Thais
pah yok.

broodvrucht
Zie
sake.
broodvruchtboom
Zie
sake.
broodwortel
Zie
maniok.
broussonetia papyrifera
Latijn. Naam van de
papiermoerbeiboom, een boom waarvan uit de schors
papier wordt vervaardigd. In het Thais
ton sah,
ton poh sah en
ton poh krasah.
brugmansia
Grote struik gekweekt voor haar grote, trompetachtige bloemen. Het
zijn altijdgroene of semi-altijdgroene heesters met grote, zachte
bladeren, als tabaksbladen maar kleiner, en alle delen van de plant
zijn narcotisch of giftig.

bua luang (บัวหลวง)
Thaise benaming voor
lotus.
bua loi (บัวลอย)
1. Thais. 'Drijvende lotus'. Snoepgoed gemaakt
van kleefrijstpoeder, gekookt in
kokosmelk en gemengd met suiker.

2. Naam van een Thaise melodie.
buangbaat (บ่วงบาศ)
Thaise benaming voor
pasa.
buat (บวช)
Thais. Als
monnik gewijd worden. De ordinatie van een jongen
of man die vervolgens voor een onbepaalde periode in de
tempel treed. Vóór
de ordinatie draagt de kandidaat monnik een witte toga
seua kroei genoemd en tijdens de processie naar de
tempel is het niet toegestaan om de grond aan te raken, een
symbolische referentie naar prins
Siddhartha (de latere Boeddha) die zijn seculiere
leven ontvluchtte op een paard (fig.).
Na de wijdingsceremonie krijgt de
naag het
traijiewon of
pahkahsahwapad (monnikengewaad), dat tevens de
bescherming symboliseert die men geniet als monnik. Ook dingen
kunnen symbolisch tot monnik gewijd worden om deze bescherming te
genieten. Zo worden bijvoorbeeld soms bomen gewijd om te voorkomen
dat men ze zou omhakken (fig.).
Het omhakken van een gewijde boom zou dan gelijk staan aan het doden
van een monnik, een hoofdzonde slecht voor het
karma. In
Mae Hong Son wordt de wijding van
jonge
Shan-jongens
jaarlijks gevierd tijdens het lokale
Poi Sang Long-festival. Zie ook
banpacha en
buatnaag.

Bua Thong Bloemseizoen
Jaarlijks,
tijdens de
maand
november,
wordt in de
provincie
Mae Hong Son
het
Bua Thong Bloemseizoen
gevierd. In
deze periode begint dan een kleine soort zonnebloem te bloeien, die
alomtegenwoordig is in deze provincie, vooral op de berg Mae U Ko
in de
amphur
Khun Yuam. Tijdens dit festival is er amusement en de plaatselijke
bevolking wedijvert in sport en spel, en in een 'Bua Thong
Bloemendochter'-schoonheidswedstrijd.
Er is tevens een markt met lokale producten en een tentoonstelling
van lokale kunstvoorwerpen.
In het Thais
Thetsakahn
Bua Thong Bahn
genoemd.

buatnaag (บวชนาค)
Thais. Kandidaat boeddhistische
monnik in Thailand (fig.).
Ook
naag en
naga.
buat nah fai (บวชหน้าไฟ)
Thais. 'Gewijd worden vóór een
vuur'. Voor een korte periode
als
monnik gewijd worden,
als een manier van
tamboen voor een overleden
familielid of een weldoener. De benaming verwijst naar het feit dat
men in de tempel treedt terwijl het lichaam van de overledene wordt
gecremeerd. Zie eveneens
buat.
bua victoria (บัววิคโตเรีย)
Thaise benaming voor de
victoria regia.
bucha (บูชา )
Thais. 'Aanbidden', vnl. van goden. Zie ook
puja.
buffel
Rijdier van de vedische god
Yama. In
Chonburi vindt jaarlijks een
buffelkoers plaats, een dag vóór de volle maan van de 11de
maanmaand, wat samenvalt met het einde van de
boeddhistische vastentijd,
gewoonlijk in oktober of november. In dit festival worden buffels
versierd met kleurrijke doeken en bloemenslingers, vooraleer te
wedijveren in de koers. De koers ontstond uit het idee om plezier te
maken tijdens de handelsmarkt die vroeger jaarlijks plaatsvond in
Chonburi, Thailand's oostelijke handelscentrum. Met de handelaren
kwamen ook de waterbuffels die de karren met koopwaar trokken. De
koers werd georganiseerd voor het plezier en ter bevordering van de
vriendschap vooraleer de handelaren terug huiswaarts keerden. In het
Sanskriet
mahisha genoemd en in het Thais
kwai. Van
Nondi, het rijdier van de god
Ishana, wordt gezegd dat het een buffel is, hoewel andere
bronnen spreken van een
stier.
Burapah (บูรพา)
Thais. 'Oost', 'oosten'. De windstreek die beschermd wordt door
de
lokapala
Phra In (Indra).
Zie ook
Udon,
Isaan,
Taksin,
Ahkney,
Horadih,
Prajim en
Phayap.
buri (บุรี)
Thais. 'Stad'. Meestal als achtervoegsel bij oude stadsnamen, soms
als voorvoegsel.
Buriram (บุรีรัมย์)
Thais-Khmer. 'Vrolijke stad'. Naam van een nieuwere
jangwat (kaart)
in
Isaan die grenst aan Cambodja en haar gelijknamige
hoofdstad met ca. 30.000 inwoners, op 410 km noordoostelijk van
Bangkok. De provincie ontstond ten tijde van
Rama V, door in het jaar 1898 AD
verschillende
khom
meuang uit de oudheid te verenigen. De provincie
heeft 21
amphur en twee
king amphur. Onder de lokale
bezienswaardigheden zijn allerlei tempelruïnes,
waaronder die van het oude
Khmer-heiligdom
Prasat Phanom Rung.

busabok (ใบจาก)
Thais. Een open gekerfde en vergulde troon met vier stijlen die een
spits toelopend dak met een torenspits ondersteunen.
