home > lexicon > b A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

baan buri muang (บานบุรีม่วง)

Zie ban buri muang.

baat (บาตร)

Thais. De bedelkom van een monnik. Bedelkommmen worden reeds gedurende meer dan 2.500 jaar gebruikt voor de bintabaat of bedelronde van monniken in de vroege ochtend, een traditie die tot op heden voortduurt. Het produktieproces van een bedelkom is erg tijdsrovend waardoor er slechts enkelen per dag kunnen worden vervaardigd. Ze worden samengesteld uit acht stukken metaal, die de acht spaken van de dhammachakka, het boeddhistische Wiel der Wet, en het Achtvoudige Pad vertegenwoordigen. Een eerste metalen strip wordt in een ronde vorm geslaan om de rand van de kom te maken. Vervolgens worden drie stukken in een bolle kruisvorm geslaan om het skelet te vormen, waarna vier driehoekige stukjes de zijkanten vervolledigen. De bedelkom wordt vervolgens in een oven aaneengesmeden en gevormd. Nadien wordt ze herhaaldelijk glad gewreven en verwarmd om het oppervlak glanzend te maken. Bedelkommen worden tegenwoordig nog steeds vervaardigd in Bangkok's Ban Baat of 'Bedelkom Dorp', in de achterstraatjes van Bamrung Meuang Road in het district Pomprap Sattruphai.

badahn (บาดาล)

Een andere naam voor narok.

baht (บาท)

1. Munteenheid van Thailand, bestaande uit honderd satang. De huidige munstukken in omloop zijn die van 1 baht (fig.) met de afbeelding van Wat Phra Kaew (fig.), 2 baht (fig.) met de afbeelding van Wat Saket, 5 baht (fig.) met de afbeelding van Wat Benjamabophit (fig.) en 10 baht (fig.) met de afbeelding van Wat Arun (fig.), maar soms werden ook stukken met andere denominaties uitgegeven. De gangbare muntstukken met de kleinste denominatie, kleiner dan één baht, worden satang genoemd. Nu in omloop zijn de denominaties van 25 satang (fig.) met de afbeelding van Wat Mahathat Wora Maha Wihaan en 50 satang (fig.) met de afbeelding van Wat Doi Suthep, maar er bestaan ook andere denominaties. Op de keerzijde dragen alle munstukken de afbeelding van de koning, hoewel dit soms ook wel de afbeelding van een ander lid van de koninklijke familie kan zijn of van een koning uit het verleden, vaak samen afgebeeld met de huidige vorst. Dit betreft dan meestal herdenkingsmunten die werden geslaan voor speciale gelegenheden en zijn voor velen echte verzamelstukken. Ook tical genaamd.

2. Gewichtseenheid gebruikt door juweliers en apothekers in Thailand, gelijk aan 15 gram.

3. De lijn van een Thaise vers.

4. Rajasap voor 'voet', zoals in chalong phra baht. Eveneens Phrabaht.

bai jahk (ใบจาก)

Thais. Gedroogde bladeren van de nipa-palm (fig.) worden gebruikt voor het bedekken van daken, om sigaretten mee te rollen en als een ingrediënt in snoep en alcohol.

bai laan (ใบลาน)

Thais. 'Palmblad'. De algemene benaming voor oude manuscripten met boeddhistische geschriften die vervaardigd werden uit palmbladeren. Deze werden eerst in lange bladen gesneden en gegraveerd door met een naald in het blad te krassen, waarna de inkt er werd ingewreven. Ze worden gevouwen bewaard tussen twee houten boekbanden versierd met bladgoud en zijn langwerpig, met afmetingen van ongeveer veertig bij acht centimeter. Omwille van hun kwetsbaarheid worden ze meestal bewaard in speciaal ontworpen geschriften kabinetten die bedekt zijn met een beschermende laag lakboomhars.

bai raka

Thais. De decoratieve kam of daklijn bij traditioneel gestileerde daken, die langs de zijkant van een schuin dak naar beneden toe afloopt. Bij boeddhistische tempels is het het gedeelte onder de chofa (fig.). De bai raka eindigt onderaan gewoonlijk met een antefix (fig.), bij tempels gewoonlijk in het type van een hang hongse (fig.), bij traditionele woningen met een ngao (fig.). De bai raka komt ook voor bij paleizen in Thailand (fig.). De meeste tempels hebben de combinatie van een chofa, bai raka en hang hongse (fig.).

bai sema

1. Thais. Markeerstenen op de acht belangrijkste plaatsen rond een bot die de gewijde grond demarqueren waarop de bot is gebouwd. Deze kunnen zowel afzonderlijk als per twee zijn geplaatst; per paar kan betekenen dat de tempel van koninklijke origine is (fig.), belangrijke renovatiewerken heeft ondergaan, of dat deze gebouwd is op de plaats waar eerder al een bot heeft gestaan. De bai sema hebben de vorm van het blad van een bodhiboom en zijn vaak overdekt met een klein mondop-achtig bouwwerkje (fig.). Ze zijn soms gebeeldhouwd met decoratieve motieven, en bevinden zich boven de look nimit die in de grond zijn begraven. Ook sema.

2. Thais. Kantelen op een omringende stadswal of muur. Ook sema.

bai sri

Thais. Een offerande van gekookte rijst onder een kegelvormig arrangement van gevouwen bladeren en bloemen, vaak -zoals bij sommige kreuang boecha (fig.)- met een hard gekookt ei op de top, en gebruikt tijdens huwelijks- of gunstigheidsceremonieën. Ook bai si getranscribeerd.

bai toey hom

Thais. Het blad van de pandanus.

Baiyoke (ใบหยก)

Thais. 'Blad van Jade'. Naam voor Thailand's hoogste toren, algemeen gekend als de Baiyoke (lees Baiyok) Sky Tower of het Baiyoke Sky Hotel (fig.). Als hotel beweert het ook het hoogste ter wereld te zijn. Het gebouw staat in Bangkok en is 309 meter hoog, en haar fundamenten lopen tot 65 meter diep onder de grond, ongeveer de hoogte van een gebouw van 22 verdiepingen. Het heeft een 'Sky Walk' (hoogtewandeling) met een rondraaiend dakplatform, buiten op de 84ste verdieping, met een panorama over de stad (fig.). Er zijn zo'n 2.060 treden van de grond tot de hoogste verdieping, die door een gezond persoon op ongeveer een uur tijd kunnen beklomen worden. Uiteraard zijn er ook liften, en de buitenste lift (met een glazen wand) doet er ongeveer één minuut over om het observatiedek op de 77ste étage te bereiken. De totale oppervlakte binnen het gebouw beslaat zo'n 179.400 m², wat gelijk is aan de oppervalkte van ongeveer 30 voetbalvelden. In totaal zijn er zo'n 1.740 glasramen gebruikt in de toren en het hotel biedt verschillende restaurants met een goed zicht vanuit de hoogte.

Bakheng

Tempel gewijd aan de god Shiwa, gebouwd in opdracht van koning Yasovarman I in het begin van de 10de eeuw AD in Angkor, de hoofdstad van het toenmalige Khmer-rijk.

Balaha

Sanskriet. Het paard dat de koopman Samhala redde, en één van de vorige incarnaties van de Boeddha belichaamde.

Balarama

Sanskriet. De oudere broer van Krishna en de avatar van Vishnoe.

Bali

Sanskriet-Thais. Een koning der apen en broer van de apen-koning Sugriva die hem zijn troon aanmatigde, in het Ramayana epos. In Thais eerder als 'Phali' uitgesproken.

Bali (บาหลี)

Thaise benaming voor het eiland Bali in Indonesië.

bamboe

Reusachtige plant tot 15 meter hoog. Behorend tot de familie der grassen, en met de Latijnse benaming bambusa vulgaris. De holle stengel is opgebouwd uit verschillende segmenten en de blinkende bladeren zijn langwerpig en groen tot geel van kleur. De scheut (fig.) van deze plant is eetbaar en het buigzame hout is een belangrijk bouwmateriaal, voornamelijk op het platteland en bij de verschillende bergvolkeren. Bamboe is erg buigzaam en heeft een erg langzaam rottingsproces wat het tot een uitermate geschikt bouwmateriaal maakt in een vochtige omgeving en klimaat. Zo wordt de holle stam o.a. gebruikt bij het maken van hutten, vlotten, buizen voor watertoevoer, hekken, etc. Door de stam op te splijten kan men de cilindervormige stam openrollen en aanwenden als hek, vloer, mat, etc. Hiernaast zijn de aparte compartimenten tevens erg geschikt voor het vervaardigen van allerlei gebruiksvoorwerpen zoals water- en voedselcontainers, waterpijpen, voederbak voor dieren, etc. Er bestaan vele verschillende soorten bamboe waarvan sommigen erg populair zijn als sierplant. In het Thais phai en mai phai.

bamboeworm

Naam van een worm die in de stam van bamboe leeft. Eigenlijk is het de larve van een mot van het geslacht omphisa, die een tamelijk lange larvefase van zo'n tien maanden heeft, terwijl haar volwassen leven als mot slechts minder dan een week duurt. Daarom brengt ze dus het grootste deel van haar leven door als larve, binnenin de bamboestam. Eens de larve ontpopt zal de mot uitvliegen en trachten onmiddellijk te paren. Wanneer dit volbracht is zal de vrouwelijke mot haar eitjes leggen op de bast van een bamboescheut, waarna ze sterft. Van zodra de eitjes uitkomen graven de kleine maden zich in de bamboescheut in en beginnen zich te voeden met schilfers van het bamboe, zonder hun gastheer effectief schade te berokkenen. Sommige -voornamelijk berg-- volkeren in Noord-Thailand eten deze larven, die ze verzamelen door bamboe te kappen. Vervolgens worden de larven gefrituurd in olie totdat ze krokant zijn en dan verkocht op de markt (fig.) voor prijzen tot zo'n 500 baht per kilo. Door haar lange trein-achtige lijf wordt de larve in het Thais rot duan genoemd, wat letterlijk expresstrein betekent.

bamie (บะหมี่)

Indonesisch-Thais voor eier-noedel, noedels (in de meeste gevallen) gemaakt van bloem en eieren. Bamie is een dikke noedel van een geelachtige kleur en wordt enkel vers verkocht (niet gedroogd). Bamie kan worden gegeten uit een kom met toevoeging van water of van een dunne soep of afkooksel van vlees of vis (bamih naam), of gekookt -maar droog- van een bord (bamie haeng), een vorm die ook in een wok kan worden gebakken. Het kan vergeleken worden met het Engelse chowmein dat afgeleid is van chao mian, Chinees voor gebakken bloem.

Bana

Sanskriet. Een asura die strijd leverde met Krishna en een zoon is van Bali.

banaan

Vrucht van de bananenplant behorende tot het geslacht musa, die groeit in trossen aan de boogvormige, overhangende bloeiwijze. Daaraan zitten verscheidene kammen die elk ongeveer een dozijn bananen (fig.) telt. In het Thais gluay genoemd, en in Indonesië pisang. Er bestaan verschillende soorten, groot en klein.

bananenplant

Een tot enkele meters hoog kruid waarvan de bladscheden van de lijnvormige bladeren elkaar omvatten zodat er een schijnstam ontstaat en waardoor de plant vaak verward wordt met een boom. De stam wordt vaak door de lokale bevolking als varkensvoer gebruikt worden afgepeld, alsook voor het maken van krathong. In Thailand bestaan er verschillende soorten van, zowel in het wild als gekweekt, zowel eetbaar als oneetbaar. De bloeistengel die in het centrum van de grote in elkaar gevouwen bladen zit, groeit door de schijnstam heen naar boven, en aan deze boogvormige, overhangende bloeiwijze groeien de vruchten, in een tros waaraan verscheidene zgn. kammen zitten (fig.). Elke kam telt ongeveer een dozijn bananen. In het Thais ton gluay genoemd.

ban buri muang

Thais. Klimplant met de Latijnse benaming allamanda violacea. Tijdens de bloeiperiode met rode tot purperkleurige kelkbloemen. Ook baan buri muang.

bandasak (บรรดาศักดิ์)

Een niet-erfelijke titel in Thailand verleend door een soeverein, zoals Khun, Luang, Phra, Phrya, en Chao Phrya.

bando (บัณเฑาะว์)

Thais. Een kleine handtrommeltje dat gebruikt wordt in brahmaanse riten. Het wordt bespeeld door ermee te zwaaien zodat de twee gewichtjes die er met korte touwtjes aan vastzitten de beide drumvlakken raken. De 'o' in ban-do wordt kort uitgesproken.

Ban Chiang

Een prehistorische beschaving in het noordoosten van Thailand, gekend wegens zijn vroegtijdige brons-metallurgie en pottenbakkerij. Archeologische vondsten van gedetailleerd aardewerk met distinctieve roestkleurige draaikolk-motieven, geschilderd op een vaalgele achtergrond, bewijzen dat de inheemse bevolking van Ban Chiang in staat was om ver ontwikkelde kunstwerken te vervaardigen. Men meent dat sommige van de gevonden bronzen voorwerpen dateren van ongeveer 3.000 VC, wat Ban Chiang mogelijk tot de oudst bekende bronscultuur ter wereld maakt.

bang (บาง)

Thais. 'Dorp'. Benaming gebruikt voor een dorp aan de oever van een rivier of waterloop. Versheidene plaatsnamen van steden of dorpen dragen deze term in hun naam, zoals bv. Bangkok en Banglamung.

bangfai phayanaag (บั้งไฟพญานาค)

Thais. 'Vuurstrepen van de Naga'. Jaarlijks wederkerend verschijnsel op de Mekhong-rivier in Nong Kai, telkens op het einde van ouk phansa, tijdens de 15de volle maan van de 11de maanmaand. Bij dit fenomeen schieten geluidsloze, en reukloze lichtjes zonder rook vertikaal op uit de diepste zijde van de rivier aan de kant van Laos, soms tientallen meters en soms wel tot 300 meter hoog, om uiteindelijk in het inkdonker van de nachtelijke hemel te verdwijnen. Sommige jaren zijn er slechts enkele vuurballen waar te nemen, maar in 1999 werden er bijna 3.500 geteld. Volgens sommigen is het een natuurverschijnsel, volgens anderen worden deze lichtstrepen veroorzaakt door de naga, die er volgens een oude legende in de rivier leeft. Tot op heden werd echter geen eensluidende wetenschappelijke verklaring gevonden voor dit eigenaardige verschijnsel. Een oude legende verteld dat toen de Boeddha op het einde van de boeddhistische vastentijd terugkeerde van de Tavatimsa hemel, waar hij bij zijn moeder was gaan prediken, een phayanaag en zijn aanhangers hem terug verwelkomden door vuurballen in de lucht te blazen.

Bangkok (บางกอก)

1. Westerse benaming voor Krung Thep Maha Nakon, de hedendaagse provincie (kaart) én hoofdstad (stadsplan) van Thailand, aan de monding van de Chao Phrya-rivier. Het beslaat een gebied van 1.568,7 km² en grenst aan de Golf van Thailand en Samut Prakan in het Zuiden, Samut Sakon en Nonthaburi in het Westen, Pathum Thani in het Noorden en Chachengsao in het Oosten. De naam is samengesteld uit de woorden bang (een dorp aan een waterloop) en makok (een pruimensoort), en verwijst naar een plaats even ten noorden van het huidige centrum, waar destijds de hoofdstad werd gesticht. Bangkok is opgedeeld in 5 amphur (districten) en 45 khet (zones), met Phra Nakhon als het centrum. Hoewel nauwkeurige cijfers ontbreken heeft de stad (fig.) zeker meer dan tien miljoen inwoners; sommige bronnen spreken zelfs van schattingen tussen de 13 en 16 miljoen. De voornaamste bedrijvigheid van de inwoners bestaat uit ambtenarij, handel, business, industrie en landbouw. De belangrijkste bezienswaardigheden zijn Phra Rachawang (fig.) en Wat Phra Kaew (fig.). Ook Rattanakosin en bijgenaamd de Big Mango.

2. Een kunststijl uit de Rattanakosin-periode.

Bangkok Mass Transit Systeem

Bangkok's verhoogde tram-systeem, gewoonlijk BTS of Sky Train genoemd. Aanvankelijk in dienst genomen in december 2000. De centrale terminal is op Siam Square, van waaruit lijnen vertrekken in vier richtingen: er  zijn acht stations naar het Noorden, met eindstation nabij Chatuchak (aan het oude Mo Chit busstation); zes stations richting Zuiden, met terminus aan de Thaksin Brug; slechts één station naar het Nationaal Stadium in het Westen; en negen stations naar het Oosten, lopend tot aan On Nut (Sukhumvit soi 50). Later werd de zuidelijke lijn nog uitgebreid over de Chao Phraya Rivier, richting Klong Sahn. Het is geopend van 6.00 AM tot middernacht. Zie ook Bangkok Metro.

Bangkok Metro

Bangkok's ondergrondse tram-systeem (plattegrond), eveneens gekend als de MRT Chaleum Ratchamongkhon Lijn. Hoewel het officieel pas geopend zou worden op 9 augustus 2004, startte het reeds eind juni van dat jaar met een proeftijd van meer dan een maand. De lijn loopt van Hua Lamphong op Rama IV Road tot Bang Seua nabij Chatuchak, een traject van 20 kilometer met in totaal achttien stations waarvan er drie aansluiting geven op het Bangkok Mass Transit Systeem. Het wordt bediend door de Bangkok Metro (Public) Company Limited (BMCL) en is geopend van 6.00 AM tot middernacht. In het Thais 'rot fai fah tai din' of 'rot fai fah maha nakhon'.

Bang Pa-in (บางปะอิน)

Een openluchtmuseum op zo'n 20 km van het centrum van Ayutthaya met een collectie van paleisgebouwen in verschillende architecturale stijlen (fig.). De naam is afgeleid van het feit dat een voormalige Ayutthaya-koning hier, nabij een dorp langs de kant van een waterweg (bang), een ontmoeting had (pa) met een meisje met de naam 'In'.

Bang Rajan (บางระจัน)

Naam van een kamp in Singburi op het einde van de Ayutthaya-periode waar in 1767 enkele heldhaftige krijgers (fig.) vijf maanden lang tegenstand boden aan een overmacht van Birmaanse veroveraars alvorens ze verslagen werden, zoals het Thaise spreekwoord zegt: 'met weining water kan je geen vuur blussen'. Het verhaal dat er zich afspeelde is een Thaise klassieker geworden, gebruikt als schoolvoorbeeld voor latere generaties om de moed van het Thaise volk aan te tonen en zo blijvend getuige te zijn van een strijd waarin betaald werd met bloed, t.t.z. 'bloed om aarde', woorden die nog steeds bezongen worden in het huidige Volkslied. Ook Ban Rajan.

bangsaek (บังแทรก)

Thais. Eén van de koninklijke regalia, in de vorm van een waaier.

bangsoekoen (ใบจาก)

1. Thais. Een geel kleed dat door een boeddhistische monnik op een doodskist wordt geplaatst, net voor het aansteken van de brandstapel, alsook het uitvoeren van zulk'n rite.

2. Thais. Een klaagzang gezongen door boeddhistische monniken.

bangsoen (บังสูรย์)

Thais. Eén van de koninklijke regalia, die dienst doet als een zonnescherm.

Ban Jim Thompsan (ทอมป์สัน)

Thaise benaming voor het Jim Thompson Huis.

Ban Kamthieng (บ้านคำเที่ยง)

Thais. Museum bestaande uit een oud huis dat aanvankelijk in Chiang Mai werd gebouwd, meer dan 150 jaar geleden. Het werd door de eigenaren aan de Siam Society geschonken die het opnieuw liet opbouwen in Bangkok. Er worden gebruiksvoorwerpen van Thaise landbouwers en vissers tentoongesteld, en de tuin heeft verschillende soorten Thaise bloemen en planten. Het is museum gelegen in Soi Asoke aan Sukhumvit Road.

Bank van Thailand Museum

Museum opgericht onder auspiciën van het Departement voor Schone Kunsten, het Ministerie van Financiën en het Museum voor Thaise Munten. Het is gevestigd bij het Bang Khun Phrom Paleis, in de gebouwen van de Bank van Thailand. Het museum heeft een grote verzameling munten, waaronder oude munten, photduang muntstukken, Thaise munten, etc. Het heeft eveneens een afdeling met Thaise bankbriefjes en een zaal die de 50ste verjaardag van de Bank van Thailand herdenkt. In het Thais Phiphithaphan Thanakhaan Haeng Prathet Thai genoemd.

banlang (บัลลังก์)

Thais. Troon. De staatsiezetel van een vorst.

ban nahm (บ้านน้ำ)

Thais. 'Waterhuis'. In het verleden had elk huis op het platteland een klein overdekt platform, gewoonlijk met houten dakpannen, gemaakt om waterpotten in onder te brengen voor gasten en voorbijgangers. Voordat de huiseigenaar met de bouw van zo'n waterhuis aanving voerde hij eerst een ritueel uit waarin hij de godin der aarde aanriep. Er waren gewoonlijk drie of vijf waterpotten in één zulk waterhuis, verwijzend naar de Tripitaka of naar de vijf boeddhas, de voorbije vier en de toekomstige Maitreya boeddha. Men vindt deze waterhuizen nog steeds, maar het afdak is steeds vaker gemaakt met dakpannen van steen en het aantal waterpotten is variërend, beginnend met slechts één.

banpacha (บรรพชา)

'De geestelijkheid ingaan'. Thaise term vergelijkbaar met het woord buat.

Ban Rajan (บ้านระจัน)

Zie Bang Rajan.

banteay

Een Khmer-tempel met een belangrijke omringende wal, een citadel.

banyanboom

Een heilige tropische boom met vele hangende wortels die zich ontwikkelen in bijkomende stammen. De wetenschappelijk benaming is ficus bengalensis. In het hindoeïsme is het de boom waaronder de god Vishnoe werd geboren, en in het boeddhisme is het de boom waaronder de Boeddha ging zitten om te mediteren, zeven dagen na dat hij de verlichting had bereikt. Hierdoor wordt de banyanboom vaak verward met de bodhiboom, de boom waaronder de Boeddha zat op het moment dat hij bodhiyan of Verlichting bereikte. In het Thais ton trai.

baoli

Sanskriet. Een rechthoekige waterschacht omgeven door traptreden.

Baphuon

1. Een 11de eeuwse Khmer-tempel in Angkor.

2. De 11de eeuwse Khmer-kunstrichting uit Angkor.

baradari

Sanskriet. 'Twaalf zuilen'. Een zuilengang, portiek of paviljoen met pilaren.

baray

Kunstmatig reservoir, bassin, vijver, grote plas of meer.

bas-reliëf

Beeldhouwwerk of gietvorm waarbij de halfverheven figuren lichtjes van de achtergrond vooruitspringen.

batik

Indonesische term voor weefsels die met figuren worden beschilderd en waarbij het gedeelte dat niet moet worden gekleurd met was wordt bedekt. Na het verven wordt de waslaag verwijdert door de stof te koken. Dit proces (fig.) kan worden herhaald met andere kleuren om meerkleurige patronen te vormen.

bauhinia purpurea

Latijn. Kleine tropische boom met de Thaise naam chongkho.

Bayon

1. Khmer-tempel in Angkor Thom, gebouwd tijdens het bewind van koning Jayavarman VII. Hij heeft 37 nog rechtopstaande stenen torens waarvan de meesten met vier gigantische gezichten, één voor en gericht naar elke windstreek. Uit oude plattegronden en de opbouw van het tempelcomplex gelooft men dat er in totaal ooit 54 torens zijn geweest. Het wordt betwist wie de gezichten in steen voorstelt maar algemeen wordt aangenomen dat het om Lokesvara gaat, de bodhisattva van het medelijden uit het Mahayana boeddhisme, ofwel om een combinatie van Jayavarman VII en Boeddha. Bayon was de staatstempel van Jayavarman VII en vertegenwoordigt in meerdere opzichten het hoogtepunt van zijn massale bouwcampagne. Op de een of andere manier komt het echter over als een bouwkundige warboel. Dit komt deels doordat bouw van de tempel, die een eeuw in beslag nam, in verschillende fasen gebeurde. Op de buitenmuur van de onderste verdieping alsook op het hoogste niveau, waar de stenen gezichten van steen zich bevinden, zijn er bas-reliëfs. Die op de zuidmuur beschrijven scenes uit de historische zeeslag tussen de Khmer en de Cham. Het is niet duidelijk of dit de invasie van de Cham in 1177 AD voorstelt of een latere oorlog waarin de Khmer de overwinning behaalden. Andere reliëfs tonen veelzeggende scenes uit het dagelijkse leven van die periode zoals markten, geboorte, hanengevechten, etc.

2. Kunstrichting van de Khmer tijdens de laat 12de eeuw tot de vroeg 13de eeuw AD.

BE

'Boeddhistische Era', de boeddhistische jaartelling. Volgens de Theravada traditie deed de parinirvana van de Boeddha zich voor in het jaar 544 VC, wat de datum aangeeft van het begin van de boeddhistische jaartelling in Birma, Sri Lanka en India. In Thailand, Laos en Cambodja begint de telling echter op de eerste verjaardag van die gebeurtenis, in 543 VC. In Thailand werd het gebruik van de boeddhistische jaartelling in werking gesteld door koning Mongkutklao en nam officieel aanvang op 23 februari 1912. In het Thais Phoettasakkaraat.

bedelkom

Zie baat.

beer

Eén van de avatars van de god Vishnoe in de gedaante van een mannetjesvarken.

beki

Sanskriet. Een platte, ronde steen onder de amalaka (fig.) bij de torenspits van een tempel in noord-Indische stijl.

Beng

Cambodjaans. 'Vijver'.

Benjamabophit (เบญจมบพิตร)

Zie Wat Benjamabophit.

benjarong

Pali-Sanskriet-Thais. 'Vijf kleuren'. Een type van geëmaileerd porselein samengesteld uit vijf kleuren tegen een zesde kleur als achtergrond, gemaakt in China voor export naar Thailand. Het kende zijn opkomst in de late Ayutthaya-periode en bleef bestaan tot in de periode toen Rama V koning was, en wanneer Europees aardewerk de populariteit van benjarong geleidelijk verving. Later werden er vaak minder kleuren gebruikt maar de oorsprong en vervaardiging waren gelijkaardig en de naam benjarong bleef verder in gebruik (fig.).

Benyagai

Sanskriet. De demonendochter van Phiphek, de hoofdastroloog van Longka, en Driechada, in de Thaise Ramakien. Ze leerde magische krachten van haar vader, en daarmee verandert ze zichzelf, op aandringen van Totsakan, in Sida. Volgens het plan moest ze zich voor dood neerleggen bij het apenkamp van Phra Ram, in de hoop dat deze vervolgens zijn zoektocht naar zijn geliefde en de strijd tegen de demonen zou stopzetten. Benyagai gaat op bezoek bij de gevangen genomen Sida om haar uiterlijk te bestuderen alvorens zichzelf te veranderen, maar het plan mislukt niettemin door de scherpzinnige opmerkzaamheid van Hanuman en Benyagai wordt teruggestuurd naar Longka.

betelnoot

Deze zogenaamde 'noot' is feitelijk het zaad van de geeloranje-kleurige steenvrucht (fig.) van de arecapalm (fig.). Als pruim wordt de pit in stukken gesneden en vermengt met kalk en specerijen, waarna het geheel in het blad van een plant wordt gewikkelt. De zurige betelpruim wordt vervolgens volledig achter de tanden gestoken en langzaam gekauwd. Het is een opwekkend middel dat voornamelijk door de bergvolkeren en vrouwen op het platteland wordt gekauwd. Het vetrijke kiemwit bevat alkaloïden onder welke arecaline, en looistoffen waaronder een rode kleurstof, catechu genaamd. De looistoffen bevorderen de speekselvorming en de alkaloïden werken stimulerend. Catechu kleurt het speeksel rood en tegelijkertijd versnellen de in het zaad aanwezige stoffen de werking van het hart en bevorderen de spijsvertering. Bovendien wordt de verdamping via de huid verhoogd, het tandvlees en verhemelte verstevigd en eventuele ingewandswormen gedood. Een bijwerking is echter dat de tanden verkleuren door een zwarte op lak gelijkende aanslag (fig.). In het Thais mahk. Ook gekend als betelpruim, sirihpruim of pinangnoot.

betelpalm

Zie arecapalm.

betel-set

Een betel-set is een schaal met kleine potjes en doosjes, gewoonlijk samen met enkele instrumenten, gebruikt om de ingrediënten nodig voor het kauwen van betelnoot in op te bergen. De produktie van betelschalen werd erg populair ten tijde van Rama IV en Rama V, voornamelijk in de noordoostelijke provincies van Thailand, Maha Sarakham en Khon Kaen. Een betel-set werd vaak als offerande geschonken aan monniken (fig.) en het was de traditie dat iemand die wou huwen aan de ouders van de bruid als geschenk een betelkom of betel-set gaf. Sets gegeven door rijkelingen waren vaak uit waardevolle materialen vervaardigd, zoals paarlemoer, zilver, koper, enz., afhankelijk van de status van de gever. In het Thais khanmahk of chianmahk.

Bhadeshvara

Sanskriet. Naam waaronder de aanhangers van het Shiwaïsme vanaf de 5de eeuw AD in Cambodja, de hindoeïstische god Shiwa vereerden. De koning zelf diende hem hulde te brengen in speciale ceremonieën waarin 's nachts een heilige berg werd opgeklommen en een rite uitgevoerd waarbij, volgens geruchten van Chinese inwoners van Angkor, ook mensenoffers betrokken zouden zijn.

Bhadrakali

Sanskriet. Tantrische godin en gemalin van Bhairava.

bhadrapitha

Sanskriet. In de kunst een rechthoekige sokkel of voetstuk voor een godheid.

Bhagavad Gita

Sanskriet. 'Lied van de goddelijke', geopenbaard door Krishna in de Mahabharata. Het zijn religieuze teksten uit het hindoeïsme die een morale en ethische gedragscode voorschrijven die de intrinsieke waarde van onbaatzuchtige hulp en toewijding benadrukt. De tekst is in de vorm van een gesprek tussen Krishna en Arjuna, op de vooravond van de slag van Kurukshetra.

Bhairava

Sanskriet. 'Verschrikkelijk'. De hindoeïstische god Shiwa in zijn eerder beangstige verschijning als een tien-armige figuur met een halsnoer van beenderen, en een schedel als ornament in zijn hoofdtooi. Zie ook Mahakali (fig.).

Bhairavi

Sanskriet. 'Terror'. Eén van de kwaadaardige veschijningen van Devi, de gemalin van Shiwa. Zie ook Mahakali (fig.).

bhakti

Sanskriet. 'Toewijding' of 'devotie'. Een soort van aanbidding waarbij men eenmaking zoekt met zijn persoonlijke godheid d.m.v. intense devotie, met de hoop zodoende de ziel te bevrijden.

Bharat

Sanskriet. Oude en officiële naam voor India.

Bharata

Halfbroer van Rama in het Indische epos Ramayana.

Bhattara-Goeroe

Een populaire Javaanse verschijning van Shiwa als een dikke asceet met een baard en gevlochten haar. Zijn attributen zijn een kruik, rozenkrans, of een vliegenverjager (jamajurie). Tijdens een bepaalde periode in Java vereerd als de rishi (kluizenaar) Agastya. Vergelijk met Phra Sangkatjaai.

Bhavani

Sanskriet. De vrouwelijke schepper of schepster, is één van de goede gedaantes van Devi, gemalin van Shiwa.

bhikkoe

Sanskriet. Benaming voor een als asceet, zonder vaste woonplaats levend monnik bij boeddhisten. Een gewijde Boeddhistische monnik, een bedelmonnik (fig.). Ook bhiksoe en vergelijk met Phra, Phra pikkoe, Phrasong en Phrasong Ong Chao. Zie ook bintabaat.

bhikkoeni

Sanskriet. De vrouwelijke vorm van een bhikkoe, een boeddhistische non. In Thailand eveneens naang chie en mae chi genaamd.

bhiksoe

Pali. Een van het Sanskriet woord bhikkoe afgeleide benaming voor een als asceet, zonder vaste woonplaats levend monnik bij boeddhisten.

Bhima

Sanskriet. Eén van de protagonisten in het Indische epos, de Mahabarata, bekend wegens zijn kracht en moed.  Hij behoort tot de Pandava-stam betrokken bij de slag om Kurukshetra.  Hij heeft een enorme gestalte en wordt meestal afgebeeld met een knuppel. Hij is de zoon van Vayu, de Vedische god van de wind. Hij wordt ook vermeld met de naam Bhimsena.

Bhimsena

Sanskriet. Zoon van Vayu, de Vedische god van de wind.  Een belangrijke figuur in het Indische epos, de Mahabarata, bekend wegens zijn kracht en moed.  Hij heeft een enorme gestalte en wordt meestal afgebeeld met een knuppel. Hij is eveneens bekend onder de naam Bhima.

bhumi

1. Pali. 'Aarde'.

2. Term die verwijst naar het horizontale profiel dat langs de lengte loopt van een shikhara, de torenspits van een Noord-Indische tempel.

Bhumidevi

Pali-Thais. 'Godin van de aarde'. Eén van Vishnoe's twee gemalinen, in de hindoeïstische mythologie. In het boeddhisme is de godin van de aarde Mae Phra Thoranee. In het Thais eerder 'Phumithevi' uitgesproken.

Bhumipol Adulyadej

Zie Bhumipon Adunyadet.

Bhumipon Adunyadet (ภูมิพลอดุลยเดช)

Negende koning van de Chakri-dynastie in Thailand met de kroontitel Rama IX. Hij werd geboren in Massachusetts (VSA) op maandag 5 december 1927, als de tweede zoon van prins Mahidon Adundet, de Krom Luang van Songkhla Nakarin, en prinses Sri Sangwaan. Tot dusver is hij de langst regerende vorst van Thailand. In 2006 vierde de Thaise natie de zestigste verjaardag van de koning's troonsbestijging. Hij volgde zijn oudere broer Ananda op, nadat deze doodgeschoten in zijn bed werd aangetroffen, maar werd niettemin pas formeel tot koning gekroond na zijn huwelijk met Sirikit Kitthiyagon, op 5 mei 1950. De verjaardag van de koning wordt door het hele land gevierd op 5 december en wordt in het Thais Wan Chaleum Phra Chonma Phansa genoemd. Ook Bhumipol Adulyadej. In het Thais eerder 'Phumiphon Adunyadet' uitgesproken. Er is -onder andere- een straat  in Bangkok, een brug en een waterdam (fig.) naar deze koning vernoemd.

bhumisparsa

Pali. 'De aarde aanraken'. Benaming voor de meest voorkomende moedra (fig.) in de Thais-boeddhistische beeldhouwkunst, eveneens gekend als maravijaya, de 'overwinning op Mara'. Het symboliseert de episode uit de Boeddha's legendarische levensverhaal toen hij in meditatie onder een vijgenboom zat in Bodh Gaya en gelofte deed om niet van die plek weg te gaan eerdat hij de Verlichting zou bereiken. Mara, de god van verlangen en dood, probeerde echter te storen door een aantal afleidingen en verleidingen op te roepen, waaronder enkele jonge maagden. Hierop reikte de Boeddha met zijn rechterhand naar de aarde (fig.) en haar aanrakend riep hij de hulp in van de godin van de aarde, Mae Phra Thoranee. Zij kwam tot zijn hulp en door water uit haar haar te wringen waste ze Mara en zijn legertje geesten weg. Zo werd de Boeddha gered van de verleiding van het verlangen terwijl hij de aarde aanriep als getuige van zijn verworven verdiensten uit vorige levens. Boeddhabeelden in Thailand maken deze moedra meestal gezeten in de halve lotus-positie (fig.), tgov. boeddhabeelden met dezelfde moedra in Birmaanse stijl, die meestal gezeten zijn in de (volle) lotus-positie (fig.). In een zeldzaam geval afgebeeld bij een paang naag prok-positie (fig.). Een boeddhabeeld in deze positie wordt ook gebruikt in het Phra prajam wan-systeem als een extra beeld voor diegene die niet weten op welke dag ze geboren werden.

bia (เบี้ย)

1. Thais. De lichtkleurige schelp van een tropische weekdier die voorheen gebruikt werd als betaalmiddel en een muntwaarde heeft gelijk aan één-honderdste van een at.

2. Thais. Een gokfiche. Vergelijk met pie.

bibliotheek

1. De naam voor twee aparte gebouwen, aan elke zijde van en vóór de hoofdingang tot een Khmer-tempel, of de toegang tot een omheind gebied. Er is echter geen zekerheid dat deze ooit als bibliotheek dienst deden.

2. Studeerzaal waar boeken en manuscripten worden bewaard.

Big Mango

Een farang benaming voor Bangkok, naar de 'Big Apple', New York. Zie ook mango.

Bimba

Vrouw van prins Siddhartha bij wie hij op twintigjarige leeftijd zijn zoon Rahula verwekte. Ze is de dochter van Suprabuddha, de prins van het Devadaha-kasteel en een broer van de overleden koningin Maha Maya. Ook gekend als Gopa and Yashodhara.

bintabaat (บิณฑบาต)

Thais. 'Bedelen'. Het rondgaan met een bedelkom (baat) -door een boeddhistische monnik- om eten in ontvangst te nemen. Thaise bedelmonniken mogen uitsluitend voedsel eten dat aan hen geofferd werd en dit vóór het middaguur. Ze vertrekken meestal vroeg, net vóór of vlak na zonsopgang, op een rij (fig.) en barrevoets op bedelpad. Voedsel offeren aan monniken is voor de leek een populaire manier om boen, goede daden te verrichten en verdienste te verwerven. Vergelijk met tak baat.

Birma

Buurland van Thailand in het Noordwesten, grenzend aan de Andamese Zee en de Golf van Bengalen, ruwweg tussen Bangladesh en Thailand. Het beslaat een gebied van 678.500 km² en heeft een omtrek van 5.876 km, grenzend aan Bangladesh, China,  India, Laos en Thailand. De kustlijn is 1,930 km lang en het hoogste punt is Hkakabo Razi met zo'n 5.881 meter. De hoofdstad is Rangoon maar het militaire regime noemt het Yangon. Het heeft een bevolkingsaantal van ongeveer 42,5 miljoen en wordt officieel Unie van Myanmar genoemd. Ongeveer 68% van de bevolking is Birmees, met verscheidene etnische groepen, waaronder de Shan, Karen, Rakhine, Chinezen, Indiërs, Mon, en een aantal minderheden. Het Birmaans is de officiële taal maar alle etnische minderheidsgroepen hebben eveneens hun eigen taal. Tussen 1824 en 1886 heerste Groot-Brittannië over Birma, gedurende een periode van 62 jaren en incorporeerde het in het Brits-Indische Rijk. Birma werd bestuurd als een provincie van India tot in 1937, toen het een afzonderlijke kolonie met zelf-bestuur werd. Onafhankelijkheid buiten het Gemenebest werd bereikt in 1948. Generaal Ne Win domineerde de bestuursmacht van 1962 tot 1988, eerst als militaire heerser, dan als president en later als een politiek machtige figuur achter de schermen. Ondanks de meerpartijen-verkiezingen in 1990, die resulteerde in een beslissende overwinning voor de belangrijkste oppositiepartij, weigerde de heersende militaire junta om de macht over te dragen. Natuurlijke grondstoffen zijn petroleum, hout, tin, antimonium, zink, koper, lood, kool, marmer, kalksteen, halfedelstenen waaronder jade, aardgas en waterkracht. Theravada boeddhisme is met 89% de voornaamste religie, maar er zijn ook christenen, islamieten, animisten en een aantal andere religies. De munteenheid is de 'kyat'. In het Thais wordt Birma Pa-mah genoemd.

Birmaanse edelsteen

Zie jade. Ook Birmese edelsteen.

Birmaanse harp

Zie Birmese harp.

Birmese edelsteen

Zie jade. Ook Birmaanse edelsteen.

Birmese harp

Traditioneel muziekinstrument uit Myanmar. De harp heeft een elegant uitziende boot-vorm en wordt in Thailand vaak decoratief gebruikt. De kom van het instrument is gemaakt van padauk-hout bedekt met hertenhuid en de boog voor de snaren is van shar-hout, beiden behorend tot de hardste houtsoorten van Birma. De Birmese harp heeft 13 snaren en op de bovenkant van de kom zijn aan elke zijde twee gaten die de klankkast vormen. Aangezien de harp in bas-reliëf te zien is op sommige 11de eeuwse pagode's in Bagan, mag men aannemen dat de Birmese harp tot de oudst gekende muziekinstrumenten van Birma behoort. In Myanmar wordt ze saung-gauk genoemd. Ook wel Birmaanse harp.

bladgoud

Puur goud dat door voortdurend hameren filterdun wordt gemaakt en vervolgens in kleine vierkante stukjes van circa drie centimeter wordt gesneden. Deze worden vervolgens aangebracht in de vorm van decoratieve motieven op voorwerpen met een grondlaag in lakboomhars of op religieuze objecten als tamboen, een daad die gekend staat als pit thong. Bladgoud wordt in het Thais thongkhamplaew genoemd.

bloedend hart kruiper

Naam van een altijdgroene klimplant die ook gekend is onder de naam kofferbloem. Hij heeft karmozijnrode bloemen die voortkomen uit helder witte, belvormige bloemkelken. De Latijns benaming voor deze plant is clerodendrum thomsoniae en in het Thais wordt hij mangkon khaap kaew genoemd, een 'draak met een kristal in zijn muil'.

bodh

Sanskriet-Thais. De perfecte kennis of Verlichting waardoor iemand een boeddha kan worden. Ook bodhiyan en bodhi genoemd. In het Thais meestal poh getranscribeerd.

Bodhgaya

Zie Bodh Gaya.

Bodh Gaya

Sanskriet. De plaats in de staat Bihar in Noord-India waar de Boeddha bodh (Verlichting) bereikte, nabij de stad Gaya. Nu een belangrijke bedevaartplaats voor boeddhistische pelgrims. Keizer Asoka richtte er een monument op dat later werd vernietigd en herbouwd als de Mahabodhi-pagode. In Wat Yahn (fig.) in Thailand vindt men een pagode met sterke gelijkenissen aan deze pagode. Ook Bodhgaya en in het Thais Boeddhagaya of Phoettagaya.

bodhi

Sanskriet-Thais. De perfecte kennis of verlichting waardoor iemand een boeddha kan worden. Ook Bodh en bodhiyan genoemd.

bodhiboom

Heilge vijgenboom in Bodh Gaya met de wetenschappelijke naam ficus religiosa, ook gekend als de ‘boom der kennis’, waaronder de Boeddha zat toen hij Verlichting bereikte (fig.). Zijn bladeren hebben de vorm van een heilge lotusknop en hangen ondersteboven, t.t.z. met het uiteinde van het blad vrijwel recht naar beneden gericht (fig.). Hierdoor hebben de bladeren een soort ventilerende waaierfunctie die de wind die door het bovenste bladerdak waait naar beneden afvoert en onderaan de boom een lichte bries veroorzaakt, wat de plek eronder afkoelt. Het wordt vermeend dat dit misschien een reden is waarom Siddhartha deze boom koos om onder te mediteren. Nadat de originele bodhiboom in 600 AD werd omgehakt, werden overal waar Theravada boeddhisme werd geïntroduceerd en gepractiseerd opnieuw stukjes ervan geplant. In de literatuur wordt de boom vaak verward met een banyanboom, de boom naar waaronder de Boeddha verhuisde om te mediteren, zeven dagen nádat hij verlichting had bereikt. Wordt vaak aangetroffen op tempelpleinen (fig.) en komt ook vaak voor in de kunst (fig.). In het Thais ton poh.

bodhimanda

Pali. 'Paviljoen der Verlichting'. De exacte en heilige plek in Bodh Gaya waar de Boeddha Verlichting bereikte. Zie ook Vachara Asana.

bodhisatta

Pali. Een boeddha in wording en één van de 550 incarnaties die in het Theravada boeddhisme het boeddha-zijn voorafgaan.

bodhisattva

Sanskriet. ‘Iemand wiens essentie perfecte kennis is’. Een wezen dat bestemd is voor Verlichting of bodhi maar zijn boeddhaschap uitstelt om anderen te helpen dit doel te bereiken. In het Mahayana boeddhisme zijn bodhisattvas vaak personificaties van goddelijke kwaliteiten, zoals medelijden (Avalokitesvara) of wijsheid (Manjushri), en worden ze dikwijls afgebeeld met meerdere armen. In zowel het Theravada als Mahayana boeddhisme wordt de term ook gebruikt voor de vorige levens van de historische Boeddha die chadok worden genoemd en voor zijn leven als prins Siddhartha, vóór zijn Verlichting. Vaak ook bodhisatva en in het Nederlands gewoonlijk bodhisatwa gespeld. In het Thais photisat en indien verwezen wordt naar de historische Boeddha, Phra Photisat.

bodhisatva

Zie bodhisattva.

bodhisatwa

Zie bodhisattva.

Bodhiyan

Sanskriet-Thais. 'Verlichting'. De perfecte kennis waardoor iemand een boeddha kan worden. In het Thais photiyaan. Ook bodhi, en in het Thais ook bodh of poh genoemd.

boeddha

Sanskriet. 'Verlichte' of 'ontwakene'. Iemand die de hoogste kennis of waarheid heeft bereikt en daardoor bevrijd is van alle verdere wedergeboortes en in het nirvana is overgegaan. In het Thais Phra Phoet. Zie ook Boeddha.

Boeddha

Sanskriet. Algemene naam voor de Shakyamuni of historische Boeddha Siddhartha Gautama, die in 563 VC -in 544 VC volgens de Theravada doctrine- de verlichting bereikte en het boeddhisme als religie stichtte. Hij werd geboren als een prins van de Shakya clan en zijn vader Suddhodana heerste over het koninkrijk van Kapilavasthu in het huidige Nepal. De grondbeginselen van zijn leer zijn de ‘Vier Edele Waarheden’, waarvan de laatste de openbaring is van het ‘Achtvoudige Pad’, dat de overgang naar het nirvana als resultaat heeft. In het hindoeïsme is hij de negende incarnatie van Vishnoe. In het Thais Phra Phoetta Chao. Zie ook boeddha.

boeddhabeeld

Beeld of afbeelding van de historische Boeddha of Siddhartha Gautama ná zijn Verlichting. Om als geldig in aanmerking te komen is elk boeddahbeeld onderworpen aan strikte iconografische voorschriften, die elk een bepaalde betekenis hebben. Zo dienen ze de lakshana, de fysische kenmerken van een boeddha of een groot man te vertonen, met name de 32 belangrijkste merktekens zoals beschreven in de boeddhistische literatuur, en waardoor de voorbestemming van een boeddha vanaf zijn geboorte kan worden herkend. Deze tekenen omvatten onder meer een ushnisha (fig.), soms met een vlam (fig.), een lotusknop (fig.) of een stralenkrans (fig.), lange vingers, brede schouders, uitgerekte oorlellen, gekrulde haren, etc. De traditie heeft hier later nog een aantal kenmerken aan toegevoegd, zoals een urna of boeddha-oog (fig.) en 108 tekens op de voetzolen (fig.). De positie van de handen, in het Sanskriet moedra's (fig.) genaamd, evenals bepaalde houdingen of iryapatha (fig.), worden gebruikt als verwijzing naar bepaalde episodes in het leven van de Boeddha. Verschillende interpretaties leidden tot kleine verschillen in de uitbeelding van sommige eigenschappen en duiden als dusdanig op een andere oorsprong, stijl of periode. Boeddahbeelden kunnen niet verhandeld (verkocht of gekocht) worden, zij worden daarentegen letterlijk 'verhuurd' of 'gehuurd'. Een bijkomend aspect van vele boeddhisten is dat men gelooft dat ieder boeddhabeeld een fractie van de energie van de Verlichte erft en die op haar beurt doorstraalt. Hoe meer beelden bij elkaar verzameld (fig.) of hoe groter het beeld, des te meer energie ze uitstralen. Hierdoor treft men soms immens grote beelden aan of een hele verzameling kleinere naast elkaar. In het Thais phra phutta roop.

Boeddhabeelden Museum

Museum in Bangkok's Thawi Watthana district. Het huisvest 200 grote en 3.000 kleinere beelden van de Boeddha, van de Indische Gupta-periode tot de Rattanakosin-periode. Sommige beelden zijn erg gerespecteerd, zoals het zeldzame Phra Kring Suriyaworaman-beeld.

Boeddhagaya

Zie Bodh Gaya. In het Thais Phoettagaya.

boeddha-oog

Een boeddha-oog is de naam die soms gegeven wordt aan een haarkrul tussen de wenkbrauwen van sommige goden, gewoonlijk een urna genoemd. Volgens de legende zendt het stralen uit die de wereld verlichten en staat het symbool voor grote wijsheid. Het is één van de tekenen van een verlicht wezen. In oosterse iconografie vaak weergegeven als een rond teken, soms derde oog genaamd.

boeddhapada

Sanskriet. 'Voetafdruk van de Boeddha'. Volgens de legende zijn deze afdrukken nagelaten door de Boeddha op zijn reizen en tonen ze werkelijk waar de Boeddha op aarde gewandeld heeft. Ze worden vereerd als herinnering aan zijn doctrine.   In Thai worden ze Phraphutthabaht genoemd en zijn over heel Thailand in boeddhistische tempels te vinden. Gewoonlijk is het een groot horizontaal beeld dat gelijkt op een reusachtige voetafdruk met iconografische symbolen op de zool, die ook bij sommige liggende boeddhabeelden te zien zijn, en die de 108 herkeningstekenen van een boeddha voorstellen (fig.). Het verhaal gaat terug op de legende van een voetafdruk van de Boeddha die gevonden werd in Thailand. Een groep van Thaise monniken die Sri Lanka bezochten waren verrast van hun Singalese tegenhangers te vernemen dat er volgens oude geschriften een voetafdruk van de Boeddha zou te vinden zijn in Thailand. Bij hun terugkeer werd een zoekactie begonnen en de afdruk werd uiteindelijk ontdekt door een jager. De jager achtervolgde een gewond hert dat na het drinken van een plas plots genezen werd. Bij nader onderzoek vond de jager een grote voetfadruk waarin een plas regenwater stond. Toen hij hiervan dronk werd ook hij miraculeus genezen van een huidziekte.

Boeddhavamsa

Sanskriet. De mythologische kronieken die het verhaal vertellen van de 24 boeddha's die de historische Boeddha, Siddhartha Gautama, voorafgingen, en de komst aankondigen van de Maitreya boeddha.

boeddhisme

Religie gebaseerd op de leer of dhamma van de historische Boeddha, Siddhartha Gautama. Ze benadrukt voornamelijk het medelijden voor alle levende wezens, niet-gehechtheid, en verlossing van alle lijden door het bereiken van verlichting dat verkregen kan worden door het volgen van de Vier Edele Waarheden en het Achtvoudige Pad. Na de dood van de Boeddha ontstonden er geleidelijk twee voorname stromingen in het boeddhisme, namelijk Mahayana en Theravada of Hinayana.  In het Thais Phoet Sahsanah. MEER HIEROVER.

boeddhistische vastentijd

Een periode van drie tot vier maanden tijdens het regenseizoen wanneer de monniken zich terug trekken in hun tempels om te studeren en te mediteren, en waarin ze zich onthouden om te reizen. Jonge mannen worden tijdens deze periode voor een korte tijd gewijd. In Thailand begint de vastentijd met de feestdag khao pansa, wat letterlijk betekent 'het regenseizoen ingaan'.

Boeddhistische voorschriften

Zie Tripitaka, Vinay, Sutra, Aphitam, pahtimook, sienha, jam sien, sa-mie, abat en Thais Boeddhisme.

bon (บอน)

1. Thaise benaming voor de caladium, een tropische plant die gewoonlijk nabij water groeit en bestaat uit een stevige stengel met één enkel groot hartvormig blad. De plant is gewoonlijk zo'n 1 à 2 meters hoog, hoewel sommige soorten groter kunnen worden. Hij behoort tot de familie van araceae waarvan er verschillende soorten bestaan. Hij wordt vaak aangetroffen als sierplant in tropische tuinen.

2. Thaise benaming voor de colocasia esculenta, een kort-levende tropische plant uit de familie araceae.

bong (บ้อง)

Thais. Een afgekapt stuk bamboe. Zie ook bong gancha.

bong gancha (บ้องกัญชา)

Thais. Samengesteld woord uit bong en gancha, dat waterpijp betekent.

bonze

Een in Europa gebruikte benaming voor boeddhistische monniken.

boon (บุญ)

Thais. Goede daden die een Thaise boeddhist verricht om verdienste te verwerven. Meestal tamboen, goede daden verrichten.

boot (โบสถ์))

Zie bot.

boraan (โบราณ)

Thais voor 'oud', 'antiek', en 'klassiek'.

borikaan (บริขาร)

Thais. De toegestane acht zaken of gebruiksvoorwerpen voor boedhistische monniken, nodig voor het dagelijkse leven. Dit zijn o.a. de bedelkom of baat, het driedelige gewaad of traijiewon, een naald, een scheermesje, een waterfilter en een parasol die klot wordt genoemd. Elk voorwerp op zich wordt atborikaan genoemd, waarbij at 'één-achtste' betekent. Ook samanaborikaan.

Borobudur

Naam van een enorm boeddhistisch monument in Java, gebouwd door de Sailendra koningen tussen 778 en 824 AD. Het is een negen-verdiepingen tellend bergachtige structuur met een hoogte van 34,5 meter. Het is gedecoreerd met vijf kilometers reliëf, 500 boeddhabeelden, en opgetrokken uit meer dan een miljoen andesiete rotsblokken, vulkanisch gesteente ontgonnen uit rivierbeddingen. Symbolisch is Borobudur gelijktijdig een stupa, een replica van de Kosmische berg Meru, en een mandala.

Borom (บรม)

Thais. 'Groot', 'voornaam', of 'hoog'. Indien gebruikt als een voorvoegsel met een zelfstandig naamwoord duidt het op een verband met het koningshuis of de Boeddha.

Boromphiman

Thais. 'Hemel' of 'kasteel in de lucht'. Paleisgebouw in Frans-Europese stijl binnen het Phra Rachawang-complex. Vergelijk met Vimanmek.

bot

Thais-Sanskriet. De hal van een Thaise wat, gebruikt voor ordinaties en andere religieuze ceremonieën, gewoonlijk oostwaarts en centraal gebouwd op gewijde grond en omringd met bai sema. Voluit ubosot genaamd, en afgeleid uit het Pali van het woord uposatha. In deze hal komen de monniken samen voor gebed en ritussen (fig.) en vaak (hoewel niet expliciet) bevatten ze het belangrijkste boeddhabeeld van een wat. Het is meestal het mooiste gebouw van een tempelcomplex en bouwstijl lijkt op die van een viharn. Uitgeproken als 'boot' en vaak ook zo getranscribeerd.

boterbloemboom

Bijnnaam voor de cochlospermum religiosum of, uit het Engels, ook zijden katoenboom, een loof- en sierboom met een hoogte tot 15 meter en die bloeit op kale takken. In India en Birma wordt hij gebruikt als een bron voor industriële gom, maar oorspronkelijk had hij ook religieuze doeleinden. In het Thais ton supani kah, ton chim phalie of ton ngiw (rode katoenboom) genoemd, naargelang de soort.

bougainville

Tropische altijdgroene klimplant die voorkomt in verschillende kleuren, en met de Latijnse naam bougainvillea spectabilis. In het Thais feuang fah of ton taroet jien.

Brah Dhanari

Sanskriet. Godin van de aarde die getuige was van de opgestapelde verdiensten van de Boeddha, tijdens de confrontatie met Mara, net vóór zijn Verlichting. In Thailand gekend als Mae Phra Thoranee.

Brahma (ब्रह्मा)

1. Sanskriet. Universele, absolute, eeuwige en doordringende geest in de hindoeïstische filosofie. Het is het beginsel van alle zijn, de bron van al het geschapene, bezield en onbezield, waaruit alle dingen voortkomen en waarnaar alles terugkeert.

2. Sanskriet. Als de schepper, één van de drie prominente goden van het Trimurti, het hindoeïstische pantheon, samen met Shiwa, de vernietiger, en Vishnoe, de beschermer. Hij komt voort uit de gouden lotus die groeit uit de navel van Vishnoe tijdens zijn kosmische slaap, teneinde een nieuwe cyclus van schepping te beginnen (fig.). In de kunst gewoonlijk afgebeeld met vier hoofden, gekend als Phra Phrom Sie Nah (fig.), en met vier armen tot acht armen. Zijn attributen zijn o.a. een schijf, lepel, scepter, kralen halssnoer, boog, bedelkom, kruik, vliegenverjager en de Veda’s. Zijn rijdier is de hamsa, een soort heilge zwaan, en zijn gemalin is Sarasvati, de godin van geleerdheid. In boeddhistische kunst wordt hij vaak afgebeeld met één hoofd en twee armen, en in muurschilderingen samen met Indra, als volgeling en knecht van de Boeddha (fig.). Bij een linga wordt Brahma gesymboliseerd in de kubusvormige basis (fig.). In Thailand wordt hij Phra Phrom genoemd.

brahmaan

1. Aanhanger van het brahmanisme vóór het onstaan van het hindoeïsme. In het Thais phraam.

2. De hoogste sociale kaste in het hindoeïsme, de enige kaste waaruit een priester kan voortkomen. In het Thais phraam.

3. Een priester van Brahma, in Thailand zijn dezen verantwoordelijk voor het leiden van staatsceremonieën en overgangsriten voor de koninklijke familie. In het Thais phraam.

brahmaanse hemelen

De zestien hemelen van vorm zonder zintuigelijke voorstelling die bestaan boven de zes lagere hemelen in de boeddhistische mythologie.

brahmaanse koord

Een smal wit koordje over de linker schouder gedragen door brahmaanse priesters, en hangend langs de rechterheup. Ook gezien in de iconografie, soms in de vorm van een slang (fig.).

Brahmanaspati

Sanskriet. Een dier samengesteld met de gekombineerde eigenschappen  van de rijdieren van de drie voornaamste hindoeïstische goden. Het heeft aldus de bek van Vishnoe's Garoeda, de horens van Shiwa's stier, en de vleugels van Brahma's hamsa. Indien afgebeeld met de Boeddha als berijder, symboliseert het de overhand van het boeddhisme op het hindoeïsme.

brahmanisme

Een vroege vorm van hindoeïstische religie gedurende de Vedische periode in India, berustend op het geloof in Brahma en geïntroduceerd door Arische migranten tijdens het tweede millennium VC, en waa ruit later het hindoeïsme en het boeddhisme zijn voortgekomen. In het Thais Sahsanah Phraam.

Brahmaputra (พรหมบุตร)

Thais-Hindi. Rivier in India.

Brihaspati

'Prins van het gebed'. Een Arische godheid uit de Vedische periode die aanbeden werd als een groot wijsgeer en diende als leraar en model voor andere goden. Hij wordt geassociëerd met de planeet Jupiter.

brilslang

Zie cobra.

brokaat

Zware zijden stof met een schering van goud- en/of zilverdraad met opgewerkte reliëfpatronen, zoals gedragen door dansers in khon-voorstellingen. In het Thais pah yok.

broodvrucht

Zie sake.

broodvruchtboom

Zie sake.

broodwortel

Zie maniok.

broussonetia papyrifera

Latijn. Naam van de papiermoerbeiboom, een boom waarvan uit de schors papier wordt vervaardigd. In het Thais ton sah, ton poh sah en ton poh krasah.

brugmansia

Grote struik gekweekt voor haar grote, trompetachtige bloemen. Het zijn altijdgroene of semi-altijdgroene heesters met grote, zachte bladeren, als tabaksbladen maar kleiner, en alle delen van de plant zijn narcotisch of giftig.

bua luang (บัวหลวง)

Thaise benaming voor lotus.

bua loi (บัวลอย)

1. Thais. 'Drijvende lotus'. Snoepgoed gemaakt van kleefrijstpoeder, gekookt in kokosmelk en gemengd met suiker.

2. Naam van een Thaise melodie.

buangbaat (บ่วงบาศ)

Thaise benaming voor pasa.

buat (บวช)

Thais. Als monnik gewijd worden. De ordinatie van een jongen of man die vervolgens voor een onbepaalde periode in de tempel treed. Vóór de ordinatie draagt de kandidaat monnik een witte toga seua kroei genoemd en tijdens de processie naar de tempel is het niet toegestaan om de grond aan te raken, een symbolische referentie naar prins Siddhartha (de latere Boeddha) die zijn seculiere leven ontvluchtte op een paard (fig.). Na de wijdingsceremonie krijgt de naag het traijiewon of pahkahsahwapad (monnikengewaad), dat tevens de bescherming symboliseert die men geniet als monnik. Ook dingen kunnen symbolisch tot monnik gewijd worden om deze bescherming te genieten. Zo worden bijvoorbeeld soms bomen gewijd om te voorkomen dat men ze zou omhakken (fig.). Het omhakken van een gewijde boom zou dan gelijk staan aan het doden van een monnik, een hoofdzonde slecht voor het karma. In Mae Hong Son wordt de wijding van jonge Shan-jongens jaarlijks gevierd tijdens het lokale Poi Sang Long-festival. Zie ook banpacha en buatnaag.

Bua Thong Bloemseizoen

Jaarlijks, tijdens de maand november, wordt in de provincie Mae Hong Son het Bua Thong Bloemseizoen gevierd. In deze periode begint dan een kleine soort zonnebloem te bloeien, die alomtegenwoordig is in deze provincie, vooral op de berg Mae U Ko in de amphur Khun Yuam. Tijdens dit festival is er amusement en de plaatselijke bevolking wedijvert in sport en spel, en in een 'Bua Thong Bloemendochter'-schoonheidswedstrijd. Er is tevens een markt met lokale producten en een tentoonstelling van lokale kunstvoorwerpen. In het Thais Thetsakahn Bua Thong Bahn genoemd.

buatnaag (บวชนาค)

Thais. Kandidaat boeddhistische monnik in Thailand (fig.). Ook naag en naga.

buat nah fai (บวชหน้าไฟ)

Thais. 'Gewijd worden vóór een vuur'. Voor een korte periode als monnik gewijd worden, als een manier van tamboen voor een overleden familielid of een weldoener. De benaming verwijst naar het feit dat men in de tempel treedt terwijl het lichaam van de overledene wordt gecremeerd. Zie eveneens buat.

bua victoria (บัววิคโตเรีย)

Thaise benaming voor de victoria regia.

bucha (บูชา )

Thais. 'Aanbidden', vnl. van goden. Zie ook puja.

buffel

Rijdier van de vedische god Yama. In Chonburi vindt jaarlijks een buffelkoers plaats, een dag vóór de volle maan van de 11de maanmaand, wat samenvalt met het einde van de boeddhistische vastentijd, gewoonlijk in oktober of november. In dit festival worden buffels versierd met kleurrijke doeken en bloemenslingers, vooraleer te wedijveren in de koers. De koers ontstond uit het idee om plezier te maken tijdens de handelsmarkt die vroeger jaarlijks plaatsvond in Chonburi, Thailand's oostelijke handelscentrum. Met de handelaren kwamen ook de waterbuffels die de karren met koopwaar trokken. De koers werd georganiseerd voor het plezier en ter bevordering van de vriendschap vooraleer de handelaren terug huiswaarts keerden. In het Sanskriet mahisha genoemd en in het Thais kwai. Van Nondi, het rijdier van de god Ishana, wordt gezegd dat het een buffel is, hoewel andere bronnen spreken van een stier.

Burapah (บูรพา)

Thais. 'Oost', 'oosten'. De windstreek die beschermd wordt door de lokapala Phra In (Indra). Zie ook Udon, Isaan, Taksin, Ahkney, Horadih, Prajim en Phayap.

buri (บุรี)

Thais. 'Stad'. Meestal als achtervoegsel bij oude stadsnamen, soms als voorvoegsel.

Buriram (บุรีรัมย์)

Thais-Khmer. 'Vrolijke stad'. Naam van een nieuwere jangwat (kaart) in Isaan die grenst aan Cambodja en haar gelijknamige hoofdstad met ca. 30.000 inwoners, op 410 km noordoostelijk van Bangkok. De provincie ontstond ten tijde van Rama V, door in het jaar 1898 AD verschillende khom meuang uit de oudheid te verenigen. De provincie heeft 21 amphur en twee king amphur. Onder de lokale bezienswaardigheden zijn allerlei tempelruïnes, waaronder die van het oude Khmer-heiligdom Prasat Phanom Rung.

busabok (ใบจาก)

Thais. Een open gekerfde en vergulde troon met vier stijlen die een spits toelopend dak met een torenspits ondersteunen.