home > lexicon > c A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

cactusvrucht

Een benaming voor de drakenvrucht.

calliandra surinamensis

Latijn. Grote boom met pluchige wit-roze bloemen die boven op de takken groeien, wat de plant de bijnaam roze kwastbloem opleverde. Komt tevens voor als een kleine boom of plant. Oorspronkelijk afkomstig uit het noorden van Zuid-Amerika. De boom is het symbool van de Chulalongkorn Universiteit, omdat de koning naar wie deze universiteit genoemd werd geboren is op een dinsdag, de dag die roze als kleur heeft volgens het sie prajam wan-systeem.

callistemon lanceolatus

Latijns-wetenschappelijke naam voor een kleine altijdgroene sierboom tot zes meter hoog met de bijnaam flessenborstel-boom. In het Thais phraeng lahng khuat.

Cambodja

Buurland van Thailand in het Oosten, ruwweg gelegen tussen Vietnam en Laos, en grenzend aan de Golf van Thailand. De officiële benaming is het Koninkrijk Cambodja en heeft als hoofdstad Phnom Penh. Het land beslaat een gebied van 181.040 km² en heeft een totale landsgrens van 2.572 km dat het deelt met Laos, Vietnam en Thailand. Haar kustlijn is 443 km lang en Phnum Aoral is met zo'n 1.810 meter het hoogste punt. Natuurlijke rijkdommen zijn hout, edelstenen, ijzererts, mangaan en fosfaten, en de munteenheid is de 'riel'. Het heeft een bevolking van iets meer dan 13 miljoen mensen, waarvan 90% Khmer zijn en de rest Vietnamees, Chinees en anderen. Met 95% is de meerderheid van de bevolking Theravada boeddhist. De officiële taal is het Khmer maar ook het Frans en Engels worden in de omgang gebruikt. Volgend op een vijf-jaren durende strijd, veroverden de troepen van de Communistische Khmer Rouge in 1975 de hoofdstad Phnom Penh en bevalen de evacuatie van alle steden. Meer dan één miljoen verdrongen mensen stierven door executie of veroorzaakte ontberingen. Een Vietnamese invasie in 1978 verdreef de Khmer Rouge naar het platteland en werd de aanzet tot gevechten die bijna 20 jaren zouden duren. UN-gesponsorde verkiezingen in 1993, alsook de snelle afname van de Khmer Rouge in het midden der negentiger jaren, hielpen om weer enige schijn van normaliteit te herstellen. Een coalitieregering, samengesteld na de nationale verkiezingen van 1998, brachten vernieuwde politieke stabiliteit en leidde tot de overgave van de resterende troepen van de Khmer Rouge. In het Thais Kamphucha.

candi

De algemene term in Indonesië voor alle oude tempels, zowel van het hindoeïsme als het boeddhisme.

Candi Prambanan

Zie Prambanan.

cashewnoot

Benaming voor een notelaar met de Latijns-wetenschappelijke naam anacardium occidentale, alsook de naam voor haar vrucht. De vorm van de cashewnoot (fig.) gelijkt enigszins op die van de mango, wat in het Thais eveneens zichtbaar is in de naamgeving. Een cashewboom draagt haar noten aan het uiteinde van een eetbare 'vrucht', de zgn. cashew-appel, die qua vorm sterk gelijkt op de roosappel (fig.). Hoewel eetbaar wordt deze cashew-appel zelden geconsumeerd. De schil van cashewnoten bevat urushiol, een giftige stof die o.a. huidirritaties kan veroorzaken. Om dit te verwijderen dient men de noten nog voor het verdere produktieproces te schillen. Dit gebeurd stuk voor stuk met de hand, gebruik makend van een grote notenkraker (fig.), een traag, moeizaam en door het gif een enigszins gevaarlijk karwei, waardoor de prijs van cashewnoten relatief hoog is. Verder worden de gepelde noten gekookt, met hete lucht geroosterd of gefrituurd, waardoor eventuele restanten van dit gif onschadelijke worden. Na dit proces Latijns-wetenschappelijke benaming anacardium occidentale en in het Thais ma muang himaphan, kortweg himaphan. Cashewnoten worden vaak gebruikt in de Thaise keuken, zoals in het gerecht kai pad med ma muang, 'gefrituurde kip met cashewnoten'.

cassave

Zetmeel gewonnen uit de verdikte wortel van de maniok. Ook tapioca. In het Thais paengman.

cassaveplant

Zie maniok.

cayenne

Cayennepeper of rode peper. Ook wel chilipeper en Spaanse peper genoemd. Het is een favoriete specerij gebruikt als ingrediënt bij menig Thais gerecht en Thaise curries worden gemaakt van chilipasta (fig.) gemengd met kokosmelk. In het Thais prik pon.

celadon

Aardewerk met een blauw-groene tot grijze glazuurlaag, genoemd naar L'Astrée, een herderspersonage uit het toneelstuk van Honoré d'Urfé uit 1610, die een lichtgroene mantel met grijs-groene lintjes droeg. De kleur is meestal groen en soms blauw, maar de tint kan variëren van licht tot donker en is afhankelijk van de klei, het glazuur, en de temperatuur in de oven. Modern celadon is fijner van afwerking (fig.), maar de naam wordt echter ook vaak misbruikt voor aardewerk met een chemische glazuurlaag waarbij koper of lood wordt gebruikt. Oorspronkelijk werd het in China vervaardigd, waar het groenwaren wordt genoemd, en later in andere landen, waaronder Thailand, waar het eerst bestond als een specialiteit van Sawankhalok, en in het begin van de 20ste eeuw, door de Shan uit Birma opnieuw werd geïntroduceerd. Daar het celadon-glazuur moeilijk te controleren is terwijl het tegen hogen temperatuur smelt, werd het vaak niet geheel tot onderaan de basis aangebracht, om te vermijden dat het aan de bakplaat zou blijven kleven.

cella

Sanskriet. Tempelkamer die het beeld of een symbool van een godheid huisvest.

cenotaaf

Grafmonument voor iemand die elders begraven is.

cetiya

1. Sanskriet. Een verzamelhal waar men samenkomst voor meditatie en onderwijs. Oorspronkelijk bevond zich hier een stoepa, of een grafheuvel met heilge relikwieën van de Boeddha, of voorwerpen door hem gebruikt. Een andere spelling voor chaitya, wat 'heiligdom' betekent. Het is de voorloper van de Thaise chedi.

2. Sanskriet. Een bepaalde stijl gebruikt bij de constructie van ramen en bogen zoals gevonden in oude tempelgrotten in India.

Ceylon

Oude benaming voor het huidige Sri Lanka.

cha (ชา)

Thais-Chinees. 'Thee'. Naam van een struik waarvan de gedroogde bladeren geweekt worden in heet water om thee te maken. Thee kan gekweekt worden in vochtig, warm tot heet klimaat, en op een hoogte van 1.000-2.000 meter. In de heuvels en bergen van noordelijk Thailand is het klimaat voor theecultivatie (fig.) erg gunstig. In Chiang Rai heeft het gebied rond Doi Mae Salong (1.350 meter) vele theeplantages, alsook verwerkingsbedrijven en theewinkels. Bij Chinezen wordt steeds thee geschonken om gasten in huis te verwelkomen. Een kop wordt hierbij slechts voor zeven-tienden gevuld, waarbij men gelooft dat de overige dertig percent zal worden gevuld met vriedschap en genegenheid. Het Nederlandse woord 'thee' komt naar verluidt rechtstreeks uit de Hokian-taal, die wordt gesproken in het Chinese kanton Fugian. Vroege Nederlandse handelaars die thee naar Europa exporteerden noemden het derhalve eveneens thee. Doordat dit dezelfde uitspraak heeft als de letter 't' werd dit in het Engels vertaald naar 'tea' (t). In het Thais en het Chinees wordt thee 'cha' genoemd, een woord dat waarschijnlijk is afgeleid van het Centraal-Chinese woord 'sha', wat 'zoeken' of 'checken' betekent en verwijst naar vroegere tijden in het begin, toen men thee moest zoeken in de vrije natuur. Dit woord evolueerde tenslotte tot 'cha'. Het Chinese karakter voor thee bestaat uit een aantal pennenstreken waarvan er twee op kruisjes (++) en de theebladeren voortsellen, een opwaartse pijl die de top van de struik weergeeft en een middelste gedeelte dat de stam voorstelt. In het Chinees is dit:

chaam (ชาม)

Zie cham.

Chachengsao (ฉะเชิงเทรา)

Een jangwat (kaart) en haar gelijknamige hoofdstad in Oost-Thailand, 82 km ten oosten van Bangkok, gelegen aan de Bang Pakong-rivier die de stad in tweeën deelt. De voornaamste bezienswaardigheid is de Sothon Wararam Worawihaan-tempel (fig.) met het Sothon-boeddhabeeld, één van de heiligste beelden in het land, dat geassociëerd wordt met de beroemde Luang Po Sothon, een Phra saksit. Deze monnik voorspelde het exacte tijdstip van zijn eigen dood, waarop duizenden toeschouwers naar de tempel stroomden en hem zagen sterven, al zittend in de dhyani-meditatiehouding. De stad wordt ook Paet Riw genoemd. De streek is gekend voor een bepaald soort mango, de mamuang raed. De provincie telt tien amphur en één king amphur.

Chachoengsao (ฉะเชิงเทรา)

Zie Chachengsao.

chadah (ชฎา)

Thais. Puntvormige, versierde en gouden kroon zoals gedragen door Thaise monarchen en door de koninklijke personages in klassieke khon-voorstellingen.

chadok (ชาดก)

Sanskriet-Pali-Thais. Het is één van de in totaal 550 incarnaties die elke ziel moet aannemen eer hij als boeddha kan worden geboren. Algemeen staat het voor de levensverhalen van de Boeddha. In de Thaise traditie zijn de laatste tien incarnaties van de Boeddha het belangrijkst en worden Totsachat genoemd. Zie ook jataka.

chae im (แช่อิ่ม)

Thais. Algemene benaming voor een methode gebruikt om vruchten te conserveren in siroop, of voor de geconserveerde vruchten zelf, indien op deze manier bereid.

Chainat (ชัยนาท)

Naam van een jangwat (kaart) en haar gelijknamige provinciehoofdstad in Centraal-Thailand, 194 km ten noorden van Bangkok en met ongeveer 30.000 inwoners. De streek is gekend vanwege de Chao Phraya-dam, Thailand's eerste grote waterdam voltooid in 1957 (fig.). Geschiedkundig is Chainat gekend als de streek waar koning Taksin in 1776 de laatste Birmanen versloeg wat leidde tot de totale bevrijding van Siam. In de provincie is een groot vogelreservaat (fig.) en ze heeft zes amphur en twee king amphur.

chaitya

Zie cetiya.

Chaiya (ไชยา)

Een van de oudste en historisch meest betekenisvolle nederzettingen in zuidelijk Thailand waar verschillende beeldhouwwerken uit de Srivijaya-periode (7de - 13de eeuw) werden gevonden, en waarvan er een aantal Mon en Indische invloeden vertonen. Als zeehaven speelde Chaiya een belangrijke rol in de handel tussen het Thai-Maleisische schiereiland, India en China. De naam is mogelijk afgeleid van Siwichaiya, de Thaise uitspraak voor Srivijaya.

Chaiyaphum (ชัยภูมิ)

Thais. 'Veld van overwinning'. Naam van een grote provincie (kaart) in Isaan en van haar hoofdstad met ca. 25.000 inwoners, gelegen op 342 km noordoostelijk van Bangkok. De naam duidt op de rijkdom en vruchtbaarheid van de bodem. De provincie heeft 15 amphur en één king amphur.

chakra (จักร)

1. Sanskriet-Thais. 'Schijf' of 'discus', één van de attributen van de hindoeïstische god Vishnoe. In de Ramakien wordt de chakra belichaamd door Phra Phrot.

2. Sanskriet. 'Wiel', als voorstelling van het boeddhistische 'Wiel der Wet', het symbool van het in gang zetten van de boeddhistische leer, toen de Boeddha zijn eerste preek gaf. Het is tevens symbool van de eeuwige cyclus van geboorte, dood en wedergeboorte, en het is één van de tekenen van een verlicht wezen.

3. Sanskriet. Het middelpunt van spirituele energie in het lichaam en symbool voor de zon.

Chakrapad (จักรพรรดิ)

Thais. Term voor een keizer. Meestal gebruikt met het voorvoegsel Phra Chao.

chakravartin

Sanskriet. 'Universele monarch'. Indische koninklijke term, eveneens gebruikt voor de Boeddha als de spirituele heerser van het universum.

Chakri (จักรี)

De dynastie die in Thailand heerst sinds 1782 en gesticht werd door generaal Chao Phya Chakri, die als koning de naam Phra Phoetta Yotfa Chulalok droeg, in het Westen gekend als koning Yot Fa. Tijdens het bewind van koning Phra Nang Klao, de derde koning in de dynastie, werd een nieuw systeem van koninklijke titels ingevoerd waarbij alle koningen de kroontitel Rama kregen. Zijn voorgangers werden postuum de titels Rama I en Rama II gegeven, terwijl hijzelf de titel Rama III voor zich nam. Alle volgende koningen van de dynastie hebben sindsdien geheerst met de kroontitel Rama, tot en met de huidige koning Rama IX. Volgens de hindoeïstische filosofie is Rama de zevende avatara van de machtige god Vishnoe, de beschermer van het universum, waarmee duidelijk een verband wordt gelegd naar de Thaise monarch als de beschermer van de natie. Zo is ook het Thaise koninklijk embleem de mythische vogel Garoeda, het legendarische rijdier van Vishnoe. Merk ook dat er negen avatara's van Vishnoe zijn geweest, met de tiende nog te komen, zoals er negen Chakri monarchen zijn, met de tiende nog te komen. Waarzeggers hebben echter sinds lang geprofeteerd dat de Chakri-dynastie zal eindigen met Rama IX. MEER HIEROVER.

Chakri Dag

Thaise nationale feestdag op 6 april, waarop Phra Phoetta Yotfa Chulalok, de stichter van de Chakri-dynastie wordt herdacht. In het Thais Wan Chakri.

Chakri Troonzaal

Het grootste van de paleisgebouwen van Phra Rachawang, het Koninklijk Paleis. Het werd ontworpen door de Britse architect John Chinitz en toont een combinatie van Thaise en Europese bouwstijlen. De centrale mondop-achtige pyramidale spits op het dak bevat de as van elk van de koningen van de Chakri-dynastie terwijl de spitsen aan weerszijden ervan de as bevatten van prinsen die de troon nooit hebben beërfd. In het Thais Phra Tienang Chakri Maha Prasat genoemd.

chak waw (ชักว่าว)

Thais voor 'een vlieger oplaten' of 'vliegeren'.

Chalawan (ชาละวัน)

Naam van een krokodil in het Thaise klassieke verhaal Kraithong. Ook Chalawankumphie.

Chalawankumphie (ชาละวันกุมภีล์)

Zie Chalawan.

chalew (เฉลว)

Zie talaew.

chalom (ชะลอม)

Thais. Een klein rond mandje gevlochten van bamboe strips met bovenaan een aantal strips om het mamdje toe te binden. Het wordt gebruikt om voedingswaren in bulk op de markten in te verkopen. Over het hele land vindt men deze mandjes, gevuld met kwartel- of kippeneieren, te koop aangeboden bij natuurlijke warmwaterbronnen, om zo makkelijk door bezoekers gekookt te kunnen.

chalong phra baht (ฉลองพระบาท)

1. Rajasap. Schoeisel voor een koning.

2. Thais. Schoeisel in de vorm van gouden sandalen, die deel uitmaken van de Thaise koninklijke regalia of kakoettapan.

cham (ชาม)

Thais. Kom of rijstkom, of een diep bord. Ook chaam getranscribeerd.

Cham

1. Sinds oudsher de bewoners van centraal en zuidelijk Vietnam, waarschijnlijk van Indonesische afkomst. Zij stichtten het geïndianiseerde rijk Champa en produceerden een unieke stijl van architectuur en beeldhouwkunst die bekend staat als Chamaanse kunst.

2. Kunststijl met een uniek genre van architectuur en beeldhouwwerk dat bestond tussen de 7de en 17de eeuw AD, en gemaakt werd door het Cham volk, de bewoners van het kust-rijk Champa.

Chamadevi (จามเทวี)

'Chamadevi van Lopburi', heerseres van Lamphun en koningin van het Dvaravati-rijk in de 7de eeuw AD. Volgens de legende had ze een verschrikkelijke lijfgeur die reeds vanop verre afstand kon worden geroken. Ook Phra Nang Chamadevi.

chamara

Sanskriet. 'Jakstaart'. Een vliegenmepper of waaier gemaakt van het haar van een jakstaart. Een symbool van koningschap en het attribuut van verschillende goden uit het boeddhisme en hindoeïsme. In Thailand onderdeel van de Thaise koninklijke regalia of kakoettapan, één voorwerp van de padwaanlawichanie (fig.). In het Thais jamajurie.

cham ma liang (ชำมะเลียง)

Zie phoemriang.

Chamoenda

Sanskriet. De godin van dood en vernieling, één van de kwaadaardige eigenschappen van Devi, de gemalin van de hindoeïstische god Shiwa.

Champa

Champa is een oud, geïndianiseerd rijk in de kuststreek van centraal en zuidelijk Vietnam, dat bestond van de 2de tot de 15de eeuw AD en bewoond werd door de Cham. Het werd kortstondig geannexeerd en bestuurd door de Khmer tussen 1181 en 1220, en werd vervolgens geleidelijk geabsorbeerd door de Vietnamezen in de late 10de tot 17de eeuw AD. Er zijn belangrijke archeologische vindplaatsen van de Cham in de regio van het huidige Danang, in Vietnam.

champada (จำปาดะ)

Thais. Een fruitsoort van het geslacht artocarpus, vergelijkbaar met de kanoen en de broodvrucht. De boom draagt vrucht van mei tot november.

Champasak (จำปาศักดิ์)

 Laotiaans-Thais. De vroegere hoofdstad van de Cham in huidig zuidelijk Laos. Ook Cyambo.

Chan (จัน)

Thais. Naam van één van de befaamde Siamese tweelingen geboren op 11 mei 1811 in Samut Songkhram en vergroeid aan zijn broer In. De betekenis van hun namen  verwijst naar fruit: 'in' of 'loek in' betekent jong, nog groen fruit, terwijl 'chan' of 'loek chan' een term is die voor gerijpt fruit staat, gewoonlijk herkenbaar aan de gele kleur en zoete geur.

Chan (จันทร์)

Zie Thep Krasatri.

chanak

Sanskriet. 'Arend'. Een symbool van het Vajrayana boeddhisme.

Chandaka

De knecht van Siddhartha die hem aanvankelijk vergezelde tijdens het Grote Vertrek (fig.). Ook Channa. MEER HIEROVER.

Chandi

Sanskriet. 'Wreed'. Eén van de verschrikkelijke gedaantes van Devi.

Chandra

Sanskriet. De hindoeïstische maangod. Ontdekte samen met Surya, de god van de zon, bedrog door de demoon Rahu bij het uitdelen van de amrita. Zij meldden dit aan Vishnoe, die de demoon onmiddellijk in tweeën hakte met zijn discus. De amrita door Rahu ingenomen had echter reeds effect en beide delen leefden onafhankelijk voort. Omdat Rahu het verraad door de zon en de maan nooit heeft vergeten jaagt hij hen afwisselend achterna met open mond, en veroorzaakt wanneer hij hen tijdelijk opslokt de verduistering van beurtelings zon en maan.

chandrahasa

Sanskriet. Het glinsterende kromzwaard dat Ravana kreeg als gunst van Shiwa.

chang (ช้าง)

Thais voor 'olifant'. Zie Aziatische olifant.

chang nahm (ช้างน้ำ)

1. Thais. 'Waterolifant'. Een mythologisch dier met kenmerken van zowel een olifant als een vis.

2. Thais. 'Waterolifant'. Thaise benaming voor een nijlpaard of hippopotamus.

Chang Peuak (ช้างเผือก)

Thais voor witte olifant. Zie ook Thahng Chang Peuak.

Chang Ton (ช้างต้น)

Thais. 'Eerste Olifant'. De staatsolifant waarop eertijds de koningen reden tijdens officiële staatsplechtigheden.

chanie (ชะนี)

1. Thais voor gibbon. In deze context wordt dit woord ook minachtend gebruikt voor vrouwen, daar de roep van de gibbon gelijkt op 'phua', het Thaise woord voor echtgenoot, klinkt een gibbon dus als een vrouw die haar echtgenoot roept.

2. Thais. Een soort durian.

Channa

De knecht van prins Siddhartha, de historische Boeddha. Ook Chandaka.

Channanie (ชนนี)

Thais. 'Matriarch' of 'moeder'. Thaise benaming voor de moeder van een koning, of voor een adellijke weduwe. Haar volledige titel is Somdet Phra Borom Raja Channanie of Somdet Phra Pan Pie Luang. Zie ook chanok. Ook Chonnanie uitgesproken.

Chanok (ชนก)

1. Rajasap. 'Patriarch' of 'vader'. Thaise benaming voor de vader van een koning. Zijn volledige titel is Somdet Phra Borom Raja Chanok. Zie ook channanie.

2. Rajasap. Naam van de tweede incarnatie van de Boeddha in the Totsachat-verhalen, vóór zijn Verlichting toen hij nog een bodhisattva was.

Chanthaburi (จันทบุรี)

Thais. 'Maanstad'. Naam van een jangwat (kaart) en haar hoofdstad, gelegen ten noorden van de Golf van Thailand in Oost-Thailand, 245 km ten zuidoosten van Bangkok en met een bevolking van ongeveer 40.000. De stad is net als Trat gekend vanwege de nabije mijnbouw van halfedelstenen en de handel in saffieren en robijnen. Het is tevens de plaats waar generaal Taksin een leger op de been bracht om de Birmaanse veroveraars uit Ayutthaya te verjagen nadat zij in 1767 de stad volledig verwoestten en de definitieve val ervan veroorzaakten. Deze gebeurtenis is in de stad herdacht door een monument in het Koning Taksin Park (fig.). De provincie heeft tevens verscheidene nationale parken en het meest populaire hiervan is Nahm Tok Phliw Nationaal Park (fig.). De provincie heeft 9 amphur en één king amphur.

Chao (เจ้า)

1. Thais. Een titel die grootheid beduidt gebruikt voor monarchen, prinsen, vorsten, potentaten en heersers in Thailand en Laos, zoals in Chaochai (prins), Chaoying (prinses) en Chao Phya (edelman van de hoogste rang).

2. Thais voornaamwoord in de tweede persoon, tegenwoordig enkel gebruikt om een ondergeschikte aan te spreken. In verouderd of poëtisch gebruik is het gelijk aan het Engelse 'thou' of 'thee', voornamelijk om iemands vrouw aan te spreken.

3. Thais voornaamwoord in de derde persoon in verouderd of poëtisch gebruik, voornamelijk wanneer men verwijst naar een vrouw en gelijk aan 'zij' of 'haar'.

4. Een beleefdheidsterm gebruikt door vrouwen in Noord-Thailand om gelijken aan te spreken. Het is een beleefdheidswoord gelijk aan het Centraal-Thaise woord 'kha' dat gebruikt wordt door vrouwen en 'khrab' dat gebruikt wordt door mannen ter instemming, ofwel bij een zin wordt gevoegd om zijn goede manieren te tonen.

Chaochai (เจ้าชาย)

Thais voor 'prins'.

Chao Chiwit (เจ้าชีวิต)

Thais. 'Heer van het Leven'. Titel die eertijds aan een soeverein vorst werd gegeven, vnl. tijdens de Ayutthaya-periode tot aan het begin van de Rattanakosin-periode.

chao kana (เจ้าคณะ)

Thais. Huismeester, benaming voor de priester die de leiding heeft over de monniken in een tempelgebouw of een deel van een klooster.

Chao Kawila

Thais. Heerser van Lampang en Chiang Mai in het begin van de Chakri-dynastie.

Chao Le (ชาวเล)

Thaise term voor de voorheen nomadische zeezigeuners, die een lange geschiedenis in Zuid-Thailand hebben en waarvan aangenomen wordt dat ze de eerste kolonisten op Koh Lanta waren, alsook op andere eilanden in de Andamese Zee. Etnisch zijn ze onderscheiden van de zuidelijke Thais en ze hebben hun eigen taal en gewoonten. De Zeezigeuners onderhouden hun families door middel van de visserij, die sinds oudsher de pijler van hun bestaan vormt. Structurele veranderingen in de moderne wereld en verlies van visgronden door de algemene vooruitgang maakten hun levenswijze echter steeds moeilijker en vormen een bedreiging voor hun unieke cultuur. Tijdens volle maan in de 6de en 11de maanmaand voeren de zeezigeuners een plechtigheid uit waarbij om voorspoed en geluk in het komende seizoen wordt gevraagd. Ze bouwen dan een twee meter lange houten boot die ze vullen met souvenirs en voeren vervolgens een dans op vooraleer de boot te water te laten. Ook wel Chao Ley getranscribeerd en tevens Chao Thai Mai genoemd.

Chao Phaya (เจ้าพระยา)

Zie Chao Phrya.

Chao Phraya (เจ้าพระยา)

Zie Chao Phrya.

Chao Phrya (เจ้าพระยา)

1. Thaise edelman van de hoogste rang, een in onbruik geraakte titel verleend door de vroegere koningen. Ook Chao Phya, Chao Phaya en Chao Phraya getranscribeerd.

2. Thais. Naam van de belangrijkste rivier in Thailand die door Bangkok stroomt en die gevormd wordt door de samenloop van vier rivieren nabij de stad Nakhon Sawan, nl. de Ping, Wang, Yom en Nan, en eindigt in de Golf van Thailand nabij Samut Prakan, dat eveneens gekend is onder de naam Meuang Pahk Nahm, de stad aan het estuarium (fig.).  Ook Chao Phya, Chao Phaya en Chao Phraya getranscribeerd.

Chao Phya (เจ้าพระยา)

Zie Chao Phrya.

Chaoying (เจ้าหญิง)

Thais voor 'prinses'.

chappannarangsie (ฉัพพรรณรังสี)

1. Thais. Aureool, nimbus, halo of stralenkrans. Ook radsamie.

2. Thais. Ster met zes punten.

Charles Van den Born

Belgisch piloot die in januari 1911 de luchtvaart naar Thailand bracht door met zijn vliegtuig de Farman de eerste vlucht boven het koninkrijk uit te voeren.

chat (ฉัตร)

1. Thaise benaming voor de chattra.

2. Thais. Brede rand waaraan een gong of kong wordt opgehangen.

chattra

Sanskriet. Een parasol met meerdere lagen die boven een geëerde figuur wordt gehouden, gewoonlijk als symbool van koninklijke bloede of als eerbetoon. Het kroont soms de mast van een stoepa of chedi (fig.), en is vnl. in Noord-Thailand vaak geplaatst op het dak van sommige tempelgebouwen, meestal in het midden (fig.). In het Thais chat. Zie ook noppapadon.

Chatuchak (จตุจักร)

Thais. 'Vier-cirkel'. Naam van een district in noordelijk Bangkok, waar een park en een populaire weekend-markt met dezelfde naam gevestigd zijn. Beiden liggen tussenin de oude en nieuwe Mo Chit busterminals. Het park werd aangelegd op een stuk grond dat door de Thaise Staatsspoorwegen aan koning Bhumipon werd geschonken, ter gelegenheid van zijn vierde levenscyclus of 48ste verjaardag, op 5 december 1975. Op 8 januari 1976 gaf de koning deze plaats de naam Chatuchak Park en het park werd officieel geopend op 4 december 1980. Onder de bezienswaardigheden zijn er bloemen- en kruidenplanten, verschillende soorten palmbomen, een voor meerdere doeleinden geschikt plein en het zes-landen ASEAN-beeldhouwwerk. Er is tevens een gezondheidspark dat aangelegd werd ter ere van prinses Maha Chakri Sirindhorn voor haar derde levenscyclus of 36ste verjaardag. Het park wordt tevens gebruikt als een plaats waar openbare evenementen worden georganiseerd door de districtsbewoners. De markt is gevestigd op een stuk grond van 70 rai, ten zuiden van het park en is de eerste en oudste weekend-markt van Bangkok. Oorspronkelijk werd deze gehouden op Sanam Luang, waar ze in 1948 werd opgericht en Sanam Luang Markt heette. In 1982 werd ze echter verplaatst naar haar huidige ligging, een stuk land aan de Phahon Yothin Road, dat door de Thaise Staatsspoorwegen aan de Bangkok Metropolitan Administration (BMA, de Hoofdstedelijke Administratie van Bangkok) werd geschonken. De markt werd op de nieuwe lokatie hernoemd tot de Phahon Yothin Markt en later, in 1987, werd ze de Chatuchak Weekend Markt gedoopt. Er wordt beweerd dat de markt meer dan 15.000 kraampjes heeft en zo'n 200.000 bezoekers per dag trekt.

chedi (เจดีย์)

Thais. Een belvormig monument opgericht om een heilig beeld of een object van een prominente persoon te bewaren, zoals de as van belangrijke overleden monniken en koningen, of relikwieën van de Boeddha. In Thailand wordt het gewoonlijk phra chedi genoemd en dient voornamelijk als relikwieënschrijn. De belvormige chedi is een kopie vande Indische stoepa of cetiya, in Birma gekend als een zedi of pagode, in Vietnam als chua, in Tibet als chorten, en in Sri Lanka dagoba genoemd. De typische belvorm (fig.) ontwikkelde zich waarschijnlijk uit de chattra (fig.), de parasol in meerdere lagen die voor staatshoofden wordt uitgedragen als symbool van hun waardigheid en die vaak ook boven sommige boeddhabeelden te zien is. Mogelijk werd aanvankelijk een chattra op de grafheuvel van een overleden vorst geplaatst en is men later op het idee gekomen om dit nogal fragiele mausoleum door meer duurzame materialen te gaan vervangen. Zo ontstond dan simultaan het relikwieënschrijn en de spits toelopende torenvorm van de chedi. De chattra kroont nog steeds vaak de mast van een chedi (fig.), en zijn vorm in meerdere lagen wordt duidelijk onderscheiden in de pyatthat (fig.), een Birmaanse pagoda met een torenspits in meerdere lagen. In latere structuren wordt symbolisch het triphum uitgebeeld, d.i. de aarde, de hemel, en de hel.

Chenla

Chinese naam voor een staat in huidig Cambodja die bestond tussen de 6de en 8ste eeuw AD.

Chiang Hai (เชียงราย)

Noord-Thais dialect voor Chiang Rai.

Chiang Mai (เชียงใหม่)

Naam van een jangwat (kaart) en van haar hoofdstad (fig.), gelegen in Noord-Thailand aan de oevers van de Ping-rivier, op 745 km noordelijk van Bangkok en op een hoogte van zo'n 310 meter boven de zeespiegel. De oude benaming is Nopburi Sri Nakhon Phing. De stad heeft een bevolking van ongeveer 168.000 inwoners. De provincie beslaat een gebied van 20.107 km² en heeft 22 amphur en twee king amphur. Onder de bezienswaardigheden bevindt zich Doi Inthanon en de bekende boeddhistische tempel Wat Doi Suthep (fig.). De provincie telt verscheidene bergvolkeren en grenst aan Birma in het Noorden, Chiang Rai in het Noordoosten, Lamphun en Lampang in het Oosten, Tak in het Zuiden en Mae Hong Son in het Westen. De voornaamste waterwegen zijn de rivieren Ping, Fang, Taeng en Kuang. De bedrijvigheid bestaat voornamelijk uit handel, rijstproduktie, fruit- en groentekwekerij, zoetwatervisserij en tuinbouw. De provincie heeft vele lamyai-bomen. De mensen van Chiang Mai onderhouden tevens een traditie van het vervaardigen van lokale handvaardigheden, zoals het maken van parasols, houtsnijwerk en meubilair, zijdeweverij, zilveren en bronzen kunstvoorwerpen, etc. Populair in Chiang Mai zijn o.a. de dagelijkse nachtbazaar, avontuurlijke tochten in de bergen en de reuzenpanda's Chuang-Chuang en Lin-Hui (fig.).

Chiang Rai (เชียงราย)

Hoofdstad van een gelijknamige jangwat (kaart) in Noord-Thailand aan de zuidelijke oever van de Kok-rivier, ongeveer 829 km noordelijk van Bangkok en zo'n 185 km van Chiang Mai. De stad is gelegen op een hoogte van zo'n 416 meter boven de zeespiegel en heeft een bevolking van ongeveer 45.000 inwoners. In het noordelijk dialect Chiang Hai genoemd. De stad werd in 1262 gesticht door koning Mengrai als onderdeel van het Lan Na-Rijk en werd Thais grondgebied in 1786. Onde de bezienswaardigheden bevindt zich Wat Rong Khun (fig.), alsook het belangrijkste historisch monument van de stad, Wat Phra Kaew. In deze tempel werd de Smaragden Boeddha ontdekt, nadat in 1434 een blikseminslag de achthoekige chedi van de tempel vernietigde en zo de aanwezigheid van het beeldje onthulde. De provincie beslaat en gebied van 11.678 km² en telt zo'n 1.236.000 inwoners. Haar noordelijke grens is gedeeltelijk gevormd door de Mae Khong-rivier met aan de overkant Laos, terwijl de grens westelijk van de Gouden Driehoek Thailand scheidt van Myanmar (de nieuwe benaming voor Birma). Het is de provincie met het meest noordelijke punt van het land, zo'n 2.100 km verwijderd van Thailand's meest zuidelijke punt. De provincie heeft 16 amphur en twee king amphur.

Chiang Saen (เชียงแสน)

1. Een grensstad met Laos aan de oever van de Mekhong-rivier, in noordelijk Thailand. Het was een vorstendom van Lanna, gesticht in 1328 door Saenphu, de neef van koning Mengrai. Vandaag is er nog steeds een archeologische vindplaats en sommige van de bouwwerken dateren van een honderdtal jaren van vóór de tijd van Chiang Saen. Dat vroeger rijk heette volgens de legende Yonok. MEER HIEROVER.

2. Thais. Noord-Thaise kunststijl uit Chiang Saen die bestond gedurende de 12de en 13de eeuw AD.

chianmahk (เชี่ยนหมาก)

Thaise benaming voor betel-set.

chie pa kao (ชีปะขาว, ชีผะขาว)

Zie chie pah kao.

chie pah kao (ชีผ้าขาว)

Thais. Een asceet, resp. met een wit kleed of gewaad. Ook chie pa kao.

chilipeper

Zie cayenne.

chinalak

Zie lakboomhars.

Chinatown

District in Bangkok waar een grote gemeenschap van Chinezen woont sinds deze  in 1782 door de toenmalige regering van Banglamphu naar daar werden verhuist, om plaats te maken voor de nieuwe hoofdstad Rattanakosin en om het Koninklijk Paleis Phra Rachawang te bouwen. De buurt wordt algemeen Yaoraht (Yaowaraht) genoemd, naar haar belangrijkste straat. Er zijn vele goudwinkels en verschillende drukbezochte markten, varierend van etenswaren tot groothandel in ijzerwaren. Er zijn verscheidene Chinese restaurants en enkele thee-huizen. Onder de bezienswaardigheden is er de Mahayana boeddhistische tempel Wat Mangkon Kamalawat aan de Charoen Krung Straat, de groothandelsmarkt in Sampeng Lane en de dievenmarkt Nakhon Kasem.

Chinese New Year

Zie Troet Jien.

Chinees telraam

Houten raam met ringetjes als hulpmiddel bij het rekenen. Een Chinese abacus.

Chinese draak

Zie draak.

Chinese fortuinstokjes

Platte stokjes gebruikt in Chinese schrijnen en Thaise tempels om iemands geluk te voorspellen. Deze stokjes zitten in een cilindervormige -meestal rode- koker en elk stokje heeft een nummer dat overeenkomt met het nummer van een horoscoop-achtig papiertje met een toekomstvoorspelling. Zowel de stokjes als de koker zijn over het algemeen gemaakt van bamboe of uit hout. Spelers zitten op hun knieën en houden de koker vast met beide handen terwijl ze deze schudden totdat er één enkel stokje uitvalt. In het Thais siamsih genoemd. Zie ook krab.

Chinese opera

Zie ngiw.

Chintamani Lokesvara

Sanskriet. 'Heer van het universum met een wensjuweel'. Een vorm van de bodhisatva Avalokitesvara.

Chinese zodiak

In tegenstelling tot het Westen, heeft men in het Verre Oosten een cyclisch tijdsconcept, eerder dan een lineair, en de traditionele Chinese kalendar is, onder anderen, gebaseerd op een cyclus van twaalf jaren. Deze telt in cycli van zestig jaren, door gebruik te maken van combinaties van twee reeksen nummers, die gekend zijn als de Tien Hemelse Stammen (Shi Tiangan) [die in verband staan met de Vijf Elementen (water, vuur, aarde, hout en metaal) en hun overeenkomstige kleuren] en de Twaalf Wereldse Takken (Shier Dizhi). Het begin van de cyclus is het jaar 'Jiazi', samengesteld uit de eerste Hemelse Stam (Jia), en de eerste Wereldse Tak (Zi), en het laatste jaar van de cyclus is 'Guihai', samengesteld uit de tiende en laatste Hemelse Stam (Gui) met de twaalfde en laatste Wereldse Tak (Hai). Elk jaar wordt tevens vertegenwoordigd door een verschillend dier dat correspondeert met de Twaalf Takken en gekend staat als de Chinese zodiak. Deze dieren zijn: de rat (shu), de os (niu), de tijger (hu), de haas (to), de draak (long), de slang (she), het paard (ma), de geit (yang), de aap (hou), de haan (ki), de hond (gou) en het varken (zu). Volgens deze nummering wordt bijvoorbeeld het Jaar van de Aap 'Jiashen' genoemd, samengesteld uit de Eerste Hemelse Stam (Jia), en de negende Wereldse Tak (Shen), en het Jaar van de Haan 'Yiyou', bestaande uit de tweede Hemelse Stam (Yi) in combinatie met de tiende Wereldse Tak (You). Merk echter op dat, met een cyclus van zestig jaren, slechts de helft van de combinatiemogelijkheden wordt gebruikt. Elk zestigste jaar is een volle cyclus en 2007 (Dinghai, zu) werd gevierd als het Jaar van het 'Gouden' Varken (fig.), een gebeurtenis eens in de 60 jaar. De dierentekens van de zodiak hebben tevens een nuttig sociaal doel: i.p.v. direct om iemands leeftijd te vragen, kan men informeren naar iemands dierenteken, om zo de ouderdom te weten te komen, wat minder direct is. Dit plaatst deze persoon's leeftijd binnen een a cyclus van twaalf jaren, en met een beetje logica, kan men zo de juiste leeftijd afleiden. Volgens een Chinese legende hadden de twaalf dieren op een dag onenigheid over wie aan het hoofd stond van de zodiak, dus werd er een wedstrijd georganiseerd: diegene die als eerste de overkant van een rivier zou bereiken zou de leider worden, terwijl de rest van de dieren een positie zouden bekomen volgens hun eindplaats in de race. De twaalf dieren verzamelden aan de kant van de rivier en sprongen er op het startsignaal in. Echter, zonder medeweten van de os, sprong de rat op zijn rug en toen deze aan de overkant op wal wou klimmen, sprong de rat van zijn rug en arriveerde dusdanig als eerste en won de race. Het vette en luie varken was het traagst en eindigde als laatste. Om deze reden staat de rat nu aan het begin van de zodiak, als het eerste jaar van de dierenriem, de os tweede, en het varken laatst. Zie ook Chinese Kalender en Chronologie.

chintha

Birmaans. Gestilleerde mythische leeuw die men vaak aantreft in paren als wachters voor tempelpoorten. Leeuwen werden beschouwd als de beschermers van de boeddhistische leer. Soms ook chinthe gespeld .

chinthe

Zie chintha.

Chitralekha

Sanskriet. Vriend van Usha, de beeldschone dochter van Bana.

chofa (ช่อฟ้า)

Thais. 'Hemelkwast' of 'luchtbundel'. De slanke, vogelkop-achtige gevelspits aan elke zijde van boeddhistische tempeldaken in Thailand. Hoewel de oorsprong en benaming betwist worden, wordt algemeen aangenomen dat het een sterk gestilleerde Garoeda voorstelt, het rijdier van de god Vishnoe, of Hamsa, het rijdier van de god Brahma, beide wezens uit de hindoeïstische mythologie. Mogelijk werden ze daar aanvankelijk geplaatst om hindoe-gelovigen tot het boeddhisme aan te trekken. De meeste tempels hebben de combinatie van een chofa, bai raka en hang hongse (fig.). In zeldzame gevallen ziet men wel eens chofa's in een andere vorm (fig.) en sommigen hebben een spits toelopend dak versierd met veelvoudige chofa's (fig.).

Chola

1. Een dynastie en koninkrijk in Zuid-India in de 10de tot 13de eeuw AD.

2. Een kunststijl uit het gelijknamige koninkrijk, gekend voor zijn bronssculptuur.

Chom Klao (จอมเกล้า)

Thaise benaming voor koning Mongkut, de vierde monarch van de Chakri-dynastie met als kroontitel Rama IV.

chom phu (ชมพู่)

Thaise naam voor 'roosappel', een vrucht en boom (fig.) met de Latijnse naam syzygium malaccensis, wat ook wel wordt vertaald als Maleisische appel. Ze heeft de vorm van een peer en variëert in kleur van groen (chom phu thun klao) tot rood (chom phu thab thim). Verfrissend en niet erg zoet van smaak.

Chomphuphan (ชมพูพาน)

Naam van een aap-soldaat in het epos Ramakien. Hij werd van Shiwa's zweet gemaakt om een zoon van Bali te worden.

chom phu thab thim (ชมพู่ทับทิม)

Thais. Rode roosappel. Zie chom phu (fig.).

chom phu thun klao (ชมพู่ทูลเกล้า)

Thais. Groene roosappel. Zie chom phu (fig.).

Chom Trai Look (จอมไตรโลก)

Sanskriet-Thais. 'Opperwezen van de drie werelden'. Een benaming voor Shiwa. Ook Chom Trai Pop. Zie ook triphum.

Chom Trai Pop (จอมไตรภพ)

Zie Chom Trai Look.

Chonburi (ชลบุรี)

Hoofdstad van een homonieme jangwat (kaart) aan de westkust van Thailand, ten oosten van de Golf van Thailand op zo'n 81 km van Bangkok. In deze provincie zijn een aantal bezienswaardigheden, waaronder de populaire badsteden Bang Saen, Pattaya en Jomtien, alsook de steden Sri Racha, Sattahip en Laem Chabang met haar internationale zeehaven. Voor de kust liggen de eilanden Ko Si Chang, Ko Lan, Ko Phai en Ko Khram. Er is een hele waaier aan toeristische attracties, zoals Nong Nooch Garden (fig.), Sri Racha Tijger Zoo (fig.), Anek Kusala Sala (fig.), het Million Years Stone Park (fig.), Mini Siam (fig.), Prasat Satjatham, etc. De provincie heeft tien amphur en één king amphur.

Chong Kai (ช่องไก่)

Thais. Begraafplaats voor de oorlogsslachtoffers van WO II die omkwamen bij de aanleg van de beruchte Birma-spoorlijn in de provincie Kanchanaburi. Dit kerkhof is gesitueerd op zo'n twee kilometer van het stadscentrum op de gronden van een voormalig krijgsgevangenenkamp op de linkeroever van de Kwae Noi-rivier. Er liggen 1.750 geallieerde soldaten begraven. Zie ook Don Rak.

chongkho (ชงโค)

Thaise benaming voor een kleine tropische boom met purperwitte bloemen, die voorkomt van India tot het Maleisische schiereiland. Ook wel Indische orchidee genoemd en in het Latijn bauhinia purpurea.

chonma pansa (ชนมพรรษา)

Thais. Rajasap voor 'leeftijd' of 'ouder worden', zoals in Wan Chaleum Phra Chonma Phansa.

Chonnanie (ชนนี)

Zie Channanie.

chonsae (ช้อนแซะ)

Noord-Thaise benaming voor een bamboe-net gebruikt voor het vangen van vis en andere kleine waterdiertjes. Het wordt vervaardigd van dunne reepjes bamboe, tok genoemd, die tot een driehoekige vorm met een lange handgreep worden gewoven. Het dient om te vissen op plaatsen waar het water ondiep is, zoals bij stranden, beddingen van beken en rivieren, water reservoirs, rijstvelden, etc.

chorten

Tibetaans. Stoepa of chedi, gewoonlijk in een miniatuurvorm.

chua

Vietnamees. Pagode of chedi.

chula (จุฬา)

1. Thais. Een 'mannelijke' vlieger, pentagonaal van vorm, die het tijdens wedstrijden opneemt tegen de pak pao, de 'vrouwelijke' vlieger. Wedstrijden worden gehouden in het begin van het hete seizoen, in Bangkok gewoonlijk op Sanam Luang, het grote grasplein vóór Phra Rachawang. De opzet is dat men elkaars vlieger in de lucht tracht uit te schakelen. Eveneens kula genoemd. Zie ook vliegergevechten.

2. Thais voor 'tonsuur'.

Chulachomklao (จุลจอมเกล้า)

Thaise benaming voor koning Chulalongkorn.

Chulamanie (จุฬามณี)

Thais. Een stoepa die haar van de Boeddha bevat in de Tavatimsa hemel.

Chulalongkorn (ชูละลองคอน, จุฬาลงกรณ์)

Thais. Vijfde monarch van de Chakri-dynastie met als kroontitel Rama V. Hij werd geboren op 20 september 1853 en werd koning gekroond in 1868. Hij introduceerde westerse invloeden in Thailand en schafte de slavernij af. Na koning Bhumipon Adunyadet is hij allicht de meest populaire vorst van de huidige dynastie en staat afgebeeld op het bankbiljet van tien baht. Rond Chulalongkorn ontstond in het begin van de jaren negentig een ware volkscultus waarbij de geest van de overleden vorst wordt vereerd. De cultus is vooral in Bangkok en in andere grote steden erg sterk, daar de aanhangers voornamelijk tot de betere middenklasse en de nouveau riche behoren. De Chulalongkorn Universiteit, gesticht door Rama VI, is genoemd naar deze koning en is de meest prestigieuze onderwijsinstelling van het land. Onder de Thais is hij gekend als Chulachomklao en onder het predikaat Piya Maha Raj. Zie ook Wan Piya Maha Raj.

Chulalongkorn Dag

Thaise nationale feestdag op 23 oktober in herinnering aan koning Chulalongkorn. In het Thais Wan Piya Maha Raj, letterlijk 'dag van de geliefde grote koning'.

Chulaphorn Walailak (จุฬาภรณ์วลัยลักษณ์)

Derde dochter en vierde kind van koning Bhumipon en koningin Sirikit. Geboren in Dusit op 4 juli 1957.

Chularachamontrie (จุฬาราชมนตรี)

Leider of hoofd van de moslim bevolking in Thailand.

chumphon (ชุมพล)

Thais. 'Bijeenroepen van troepen' of 'verzamelen van een legermacht'. Het woord komt regelmatig voor in de nomenclatuur, o.a. in de naam van een poort in Nakhon Ratchasima, en de stadsnaam Chumphon is er van afgeleid.

Chumphon (ชุมพร)

Naam van een jangwat (kaart) en van haar kleine hoofdstad met ca. 15.000 inwoners, aan de oostkust van het Thaise schiereiland, aan de Golf van Thailand en 463 km zuidelijk van Bangkok. In Chumphon ligt het geografische beginpunt van Zuid-Thailand (kaart) en in deze stad splitst de weg uit het Noorden verder zuidwaarts naar Ranong en Surat Thani. De naam van Chumphon, gelegen op dit kruispunt naar het Zuiden zou afgeleid zijn van chumphon (met een andere spelling in het Thais) dat 'militaire verzamelplaats' betekent, een verwijzing naar de aanwezigheid van een voormalig legerkamp waar krijgers uit de provincie verzamelden eer ze naar het slagveld trokken. Deze provincie heeft acht amphur.

Chunda

1. Sanskriet. De hoefsmid die de Boeddha het voedsel offerde dat hem fataal ziek maakte te Pava.

2. Sanskriet. Een godin, één van de vijf Tara's van het Vajrayana of Mantrayana boeddhisme.

Citragupta

Sanskriet. 'Geheimen-verzamelaar'. Naam van de klerk van Yama, de vedische god die waakt over de doden. Hij wordt afgebeeld met een pen en boek waarin hij de goede en slechte daden van de mensen optekent en bijhoudt. In de Thaise traditie wordt de god van de dood Phra Yom genoemd, en deze heeft twee klerken, namelijk Suwan en Suwaan. Suwan houdt de goede daden van de mensen bij, terwijl Suwaan de goede slechte optekent. Beiden worden afgebeeld met een pen en boek, en treden respectievelijk op als advocaat en aanklager tijdens de dag van het oordeel. Ook Chitragupta.

cobra

Naam van een gifslang uit Zuid-Azië en Afrika. Haar naam is afgeleid van het Latijnse woord colubra en twee ringvormige zwarte vlekken aan weerszijden van de hals -die ze tot een brede kap kan openzetten- geven haar tevens de naam brilslang. Ze behoort tot het geslacht noya en tot deze familie behoren o.a. ook de koningscobra, de zamenis mucosus en de naja naja. In het Thais wordt ze ngu hao , 'blaffende slang' genoemd.

colonette

Een kleine gedecoreerde zuil die veelvuldig wordt gezien in Khmer-architectuur, meestal aan weerszijde van een deuropening of als traliewerk voor een raam. Ook pilaster.

concaaf

Architecturale term voor hol of holrond. Zie ook convex.

Confusius (孔子)

Chinees godsdiensthervormer en wijsgeer die leefde van 551 tot 478 VC. Ook Konfoetse.

console

Zie corbeau.

Constantine Phaulkon

Griekse adviseur van koning Narai tijdens de Ayutthaya-periode wiens verdienste hem de tittel Chao Phraya Wichayen opleverde, de hoogste adelijke tittel ooit aan een buitenlander toegekend. Dat gebeurde in de Thaise geschiedenis slechts twee maal, de tweede maal aan de Belgische diplomaat Gustave Rolin-Jaequesmyns, een adviseur van koning Chulalongkorn (Rama V) tijdens de Rattanakosin-periode.

convex

Architecturale term voor bol of bolrond. Zie ook concaaf.

corbeau

'Draagsteen' of 'kraagsteen', gebruikt in een constructietechniek waarbij steenblokken elkaar overlappen om bogen, koepels of daken te bouwen. Ook console.

Corrado Feroci

Westerse, oorspronkelijke naam van de Italiaanse professor en stichter van de Thaise Universiteit voor Beeldende Kunsten te Bangkok, Silpa Bhirasri.

crinum

Latijn. Korte wetenschappelijke benaming voor de crinum asiaticum, een plant met puntige bladeren die tot 15 centimeter breed en ongeveer één meter lang kunnen worden. De plant heeft een witte bloem die gelijkt op de spinlelie. In het Thais phlab phleung.

curry

Zie kerrie.

custardappel

Zie noi nah.

Cyambo

Zie Champasak.