kaan (???)
Zie
mai kaan haab.
Kaanboen (??????)
Zie
Garnboon.
kaanhaam (??????)
Thais. Benaming voor een draagstoel of draagkoets. 'Kaan' betekent
iets dragen met beide handen en 'haam' betekent draagstoel. Ook
saliang. Zie eveneens
palankijn,
yaanamaat en
yaanoemaat.

kaan jad dokmai (????????????)
Thais. 'Bloemschikken'. In Thailand is dit gebruik sterk
traditioneel, vnl. in het maken van de zgn.
puang malai, bloemenslingers met jasmijn en
ander kleurrijke bloemen, waaronder
orchideën. Deze worden
aan een touwtje gerijgd d.m.v. een lange naald. Ook het schikken van
bloemstukken met tropische bloemsoorten is erg geliefd (fig.).
Zie ook
fruitsculptuur.

kaebon (?????)
Thais. Een belofte nakomen door een votiefoffer te brengen. Vaak in
de vorm van een betaalde dansvoorstelling bij een belangrijk
schrijn, waar men eerder om een goede uitkomst van een gebeurtenis
heft gebeden. Ook 'gaebon' getranscribeerd.

kaen (???)
Thais. Een mondorgel. Een Thais riethouten blaasinstrument met een
orgelklank vnl. bespeeld door de inwoners van Noordoost-Thailand (fig.).

kae salak pak (??????????)
Thais. Het graveren op traditionele Thaise wijze van groenten tot
mooie sculpturen of reliëfs. Zie ook
fruitsculptuur.
kae salak ponlamai (????????????)
Thais. Het graveren op traditionele Thaise wijze van fruit tot mooie
sculpturen of reliëfs. Zie ook
fruitsculptuur.
kaew mangkon (?????????)
Thais. Tropische, knolachtige vrucht met een roze schil en wit of
rood vruchtvlees dat bezaaid is met zwarte pitjes. Gewoonlijk zo'n
vijftien tot twintig centimeter groot en slechts lichtjes zoet van
smaak.

kahsahwapad (??????????)
Pali-Thai. Het gele gewaad van een boeddhistische
monnik. Zie ook
traijiewon en
pah kahsahwapad.
Kailasa
Sanskriet. Een berg in de
Himalaya, de verblijfplaats van
Shiwa en
Parvati. In het Thais
Krailaat.
kakoettapan (?????????)
1.
Thais. Koninklijke uitrusting in Thailand
(fig.)
bestaande uit de Kroon (fig.),
het Zwaard der Staat (fig.),
de Koninklijke Staf (fig.),
de Waaier met Jakstaart (fig.),
en de Gouden Sandaal (fig.).
2.
Thais. Koninklijk insigne of embleem, alsook
de regalia of uiterlijke
tekens van koninklijk voorrecht.
kala
1.
Sanskriet. Term gebruikt om tijd en energie, dood en creatie, én de
vernietiging van het universum uit te drukken. Gepersonificeerd als
Mahakala, een gedaante van
Shiwa, en als
Kali of
Mahakali, een gedaante van zijn gemalin
Devi. Beiden vertegenwoordigen de
beangstigend vernietigende aspecten van tijd.
2.
In Thailand, Cambodja en
Indonesië, term voor
kirtimukha.
kalachakra (???????)
Sanskriet-Thais. 'Wiel der Tijd'. Geassociëerd met de dans van tijd
en eeuwigheid opgevoerd door
Shiwa. Zie ook
Nataraja.
Kaladevaila
Sanskriet naam voor
Kalewin.
kalae (????)
Thais. V- tot X-vormig, vaak vlamachtig ornament op de geveltop van
traditionele puntdaken (fig.)
in Noord-Thailand. 'Ka' betekent kruisen, en 'lae' betekent kijken
of een blik werpen op iets. De herkomst wordt betwist, maar loopt
mogelijk terug op het kruisen van de beide schuine zijden van een
dak bij de nok (fig.),
zoals nog te zien is bij sommige hutten (fig.).
'Ka' betekent echter ook 'kraai', wat mogelijk een verband legt naar
de zogenaamde
chofa, die volgens sommigen een sterk
gestilleerde vorm van de
garoeda of
hamsa zou zijn. Ook 'galae'
getranscribeerd.
_small.jpg)
kalagezicht
Zie
kirtimukha.
kalan
Een heiligdom in de vorm van een toren, in
Cham-architectuur.
kalasa
1.
Een waterkruik waarvan geloofd wordt dat het de
amrita bevat. Het is regelmatig één van de
attributen van
Padmapani,
Kuan Yin,
Maitreya, en
Kuvera.
_small.jpg)
2.
In hindoeïstische en boeddhistische architectuur de term gebruikt
voor de spits die een
stoepa kroont.
_small.jpg)
Kalasin (?????????)
Thais-Pali. 'Zwarte rivier'. Naam van een
jangwat (kaart)
en haar homonieme provinciehoofdstad in Noordoost-Thailand, zo'n 519
km noordoostelijk van
Bangkok. De provincie telt veertien
amphur en vier
king amphur.

Kalewin (??????)
De
reusi die hulde bracht aan de pasgeboren prins
Siddharta en waarbij de nieuwgeborene toen
zijn eertse mirakel vertoonde door zich op de tulband van de
wijsgeer te plaatsen. Andere teksten spreken echter van een
kluizenaar met de naam
Asita. In het Sanskriet
Kaladevaila.

Kali
(काली)
1.
Sanskriet. In Vedische tijden betekende de term 'de zwarte' en werd
geassociëerd met
Agni, de god van vuur, die zeven tongen had
waarmee hij de offers van boter oplikte. Van deze zeven tongen was
Kali de zwarte, angstaanjagende tong.
2.
Sanskriet. De verschrikkelijke gedaante van
Devi, de gemalin van
Shiwa. Soms afgebeeld met een afschuwelijk
gezicht met slagtanden dat met bloed is besmeurd, en vier of
meerdere armen waarvan er één een wapen vasthoudt en een andere soms
het hoofd van een reus, druipend met bloed. Haar ornamenten bestaan
o.a. uit slangen, schedels, en afbeeldingen van kinderen. Zie ook
Mahakali (fig.).

3.
Sanskriet. Vierde van de vier
yuga's, en het huidige tijdperk volgens de
Indische kosmologie. Zie ook
Kali Yuga.
Kalidasa
Een eminent dichter in India (ca. 550 AD) en schrijver van de
Sakuntala, een drama in het
Sanskriet dat door koning
Wachirawut in het Thais werd vertaald. Door
sommigen de Shakespeare van India genoemd.
Kalitas (???????)
Thaise benaming voor
Kalikdasa.
Kaliya
Slangenkoning met vijf hoofden, getemperd door
Krishna, toen hij nog slecht een kind was.
De
slang leefde in een draaikolk van de
Yamuna-rivier, waar ze het water van de buurt vervuilde met haar
gif, totdat ze door Krishna werd verjaagd. Deze scene wordt vaak
uitgebeeld in de kunst, met de jonge Krishna dansend op het hoofd
van de slang.
Kali Yuga (कली युग)
Sanskriet. De huidige periode en meest verderfelijke van de vier
yuga's of cycli van scheppingen. De cyclus begon
in 3.102 VC en zal, volgens brahmaans geloof, 432.000 jaren duren.
Kali Yuk (??????)
Thaise benaming voor
Kali Yuga.
Kalkin
De
tiende, nog te komen
avatara van
Vishnoe in de gedaante van een wit paard.
Dit paard berijdend zal hij op het einde van het huidige
Kali-tijdperk al het kwaad vernietigen met
een gloeiend zwaard en de onschuld in de wereld herstellen.
kalpa
Sanskriet. Een dag en nacht voor
Brahma, gelijk aan 4.320 mensenjaren. De
duur van een kosmische periode.
kalyanamandapa
Sanskriet. Een
hypostyl hal gebruikt voor het symbolische
huwelijk van de tempelgod.
kam (????)
Thais voor
karma.
kama
Sanskriet. 'Liefde' of 'verlangen'. In het
hindoeïsme gepersonificeerd door
Kama. In het
boeddhisme verwijst kama zowel naar
gevoelens als naar waarneembare fenomenen.
Kama
De
god van liefde en verlangen, voorgesteld als de mooiste onder al de
goden. Hij draagt een boog en pijlen, en is ook gekend als
Manmatha. De
apsara's zijn z'n bedienden. Zie ook
kama.
Kambudja
De
oude
Khmer. De veronderstelde afstammelingen van
Kambu Svayambhuva, hun naamgevende voorouder. De naam is nog steeds
in gebruik in
Cambodja.
kameleon
Benaming voor een kleine tropische hagedis die van kleur kan
veranderen naar gelang zijn omgeving, als camouflage
of indien bedreigd. Het woord
kameleon is afgeleid van het Grieks en betekent grond-leeuw. Zijn
wetenchappelijke naam is colotes en hij behoort tot de familie der
agamidae. Hij heeft een lang lijf en lange staart, vier poten, en
een ruwe, geschubde huid. In het verleden werd hij in het Thais
pom kahng genoemd, maar tegenwoordig noemt men hem
king kah.

kammataan (???????)
Thais-Rajasap.
Meditatie op de boeddhistische wijze die leidt tot
de
Verlichting en een rustige gemoedstoestand.
kamnan (?????)
Thais. Een verkozen ambtenaar die toeziet op het algemeen welzijn
van de mensen in een
tambon.
kamphaeng kaew (?????????)
Thais. 'Met edelstenen of juwelen bezette muur'. Een gedecoreerde
muur gebouwd binnen het omheinde gebied van een
tempel of
paleis, om een speciaal heilige plaats af te bakenen. Zie ook
mani.
Kamphaeng Phet (?????????)
Thais. 'Met edelstenen bezette muur'. Historische hoofdstad van een
hedendaagse en homonieme
jangwat (kaart)
in Noord-Thailand. De stad heeft ca. 24.000 inwoners en is gelegen
op 358 km noordelijk van
Bangkok. De stad was ooit een belangrijke voorpost van
Sukhothai, en een buffer tegen aanvallen uit
Birma. Onder de bezienswaardigheden zijn er de overblijfselen van de
oude stadsmuur (kampaeng), een historisch park en een nationaal
museum. De streek is gekend vanwege de teelt van
gluay khai, een banaan (gluay) met de vorm van een
ei (khai). De provincie telt negen
amphur en twee
king amphur.

Kamphucha (???????)
Thaise benaming voor
Cambodja.
kampie (???????)
Thais. Iets diepzinnigs, heilige teksten, de bijbel.
kampieweht (??????????)
Thaise benaming voor de
Veda's.
kampiewehttahng (??????????????)
Thaise benaming voor
Vedanga.
kan (?????)
Thais. Classificerend woord dat gebruikt wordt om het 'aantal' aan
te duiden m.b.t. een 'preek' (thet).
Kanchanaburi (?????????)
Thais. 'Stad van goud'. Een provinciehoofdstad van ca. 37.000
inwoners in West-Thailand, op zo'n 128 km van
Bangkok, gelegen in een gelijknamige provincie (kaart)
en oorspronkelijk gesticht door
Rama I als een eerste defensieve buffer tegen aanvallen uit
Birma. Bekend vanwege de brug
over de rivier Kwae Yai (fig.)
en de constructie van de spoorlijnverbinding Bangkok-Rangoon,
gebouwd tijdens WO II door de Japanse bezetters met behulp van
gedwongen arbeid door vnl. krijgsgevangenen. Door het hoge aantal
slachtoffers dat viel bij de bouw hiervan -men spreekt van één leven
voor elke dwarsbalk- kreeg de spoorlijn de beruchte bijnaam 'Death
Railway' (Dodenspoorweg
-
fig.). Een aantal van de slachtoffers werden
lokaal begraven op het kerkhof
Don Rak (fig.)
en
Chong Kai. In deze
jangwat (fig.)
zijn vele
bezienswaardigheden, waaronder de tempels
Wat Tham Seua,
Wat Tham Khao Noi, het
Thailand-Birma Spoorwegmuseum (fig.),
het
Hellevuur Pas Herdenkingsmonument, het Khao
Laem-stuwmeer (fig.),
de stad Sangkhlaburi (fig.)
met 's lands langste houten brug (fig.)
en de Drie Pagoden-pas. Er zijn tevens verschillende Nationale
Parken en watervallen waaronder die van het
Erawan Nationaal Park, Sai Yok NP and Sri Nakharin
NP, en verschillende historische plaatsen, zoals
Prasat
Meuang Sing en Ban Kao. Deze provincie telt
13
amphur en zowel de stad als de jangwat zijn ook
gekend onder de naam Meuang Kan.

kaneel
De
gedroogde binnenbast van de kaneelboom, een boom van het geslacht
cinnamomum. Kaneel wordt gebruikt als specerij. In het Thais
obcheuy.

Kaneet (????)
De
Thaise benaming voor
Ganesha. Ook
Phra Kaneet.
kang (???)
Een algemene Thaise benaming voor
makaken.
kanoen (????)
Thaise benaming voor de
artocarpus heterophyllus (fig.),
in het Nederlands ook wel gekend als de
nangka, een naam uit het Kawi,
Sundanees, Javaans, Malay, Balinees en Tagalog, en gebruikt voor een boom van het geslacht artocarpus, waartoe ook de
broodvruchtboom behoort. In het Engels heeft zowel de boom als de vrucht de bijnaam
'jackfruit'. De boom produceert enorm grote vruchten (fig.)
en elke vrucht
bestaat uit een enorme bruingoene bolster met korte, zeshoekige,
botte stekels. De bolster bevat het eetbare, gele en erg
zoet vruchtvlees (fig.),
dat als kleine zakjes om de zaden heen zit. De Thaise
benaming voor de boom
ton kanoen. De kanoen draagt vrucht van januari tot
mei.

kanoen sampalo (??????????)
Thais. Zie
sake.
kanok (???)
1.
Thais-Sanskriet. 'Goud' of 'gouden', zoals in kanok
nakhon, 'gouden stad'.
2.
Thais. Een vlamachtig dessin bestaande uit dubbele gebogen lijnen.
Zie ook
kranok.

kanom
(???)
Thais.
Algemene benaming voor lekkernijen en snoepgoed.
De term wordt zowel algemeen gebruikt, dan als een voorvoegsel met
andere namen om de soort te bepalen. Thailand heeft een grote
variëteit aan
lekkernijen,
velen gemaakt op basis van rijstebloem en suiker.

kanom jaa mongkoet (???????????)
Thais. 'Leiderskroon'. Naam van een kleine taartachtig snoepje
gemaakt van gebak,
een ei, een eierdooier, suiker,
dikke
kokosmelk en zaadjes van de watermeloen. Het snoepje
bestaat uit een onderkant die gelijkt op een klein taartje dat
gevuld is met een oranjekleurige pasta gemaakt van
eierdooier, suiker en kokosmelk en
geflankeerd door gepelde watermeloenzaadjes. Het geheel lijkt op een
kleine kroon (mongkoet).

kanom jieb (??????)
Thais. Hartig hapje gemaakt van dunne velletjes rijst- of tarwedeeg
waarin gehakt wordt verpakt en dat vervolgens wordt gestoomd in een
rond bamboe mandje dat
kheng (fig.)
wordt genoemd. De kleur van het deeg is gewoonlijk lichtgroen of
beige en de hapjes komen in een verscheidenheid aan smaken,
waaronder pasteivulling van varkensgehakt, krab en garnaal. Op
sommige soorten wordt als garnituur een klein stukje wortel gelegd.

kanom jien (??????)
Thais. 'Chinese deegwaren'.
Noedels
gemaakt van rijstmeel, verkregen door het deeg gemaakt van
rijstebloem door een zeef heen, in kokend water te duwen. Kanom jien
wordt opgediend gemend of overgoten met kerrie of smaakmakers.
Wanneer de noedels gemend worden met een
kerrie van bonen wordt het
gerecht kanom jien nahm phrik (een pikant-zoete pindanoot-achtige
saus) genoemd, indien gemengd met een kerrie op basis van katvis
wordt het gerecht kanom jien kaeng plah doek (katviskerrie) genoemd,
wanneer de noedels overgoten worden met een kerie met als
ingrediënten vlees spreekt men van kanom jen kaeng neua
(vleeskerrie), indien gemend met een vissoep wordt het kanom jien
nahm yah (herbal sauce)
genoemd, wanneer genuttigd met tot poeder vermalen garnalen en
schijfjes
ananas,
kokosnoot en
krathiam (look) wordt het kanom jien sao nahm
(opgeklopt/geroerd sap) genoemd. Dit gerecht is vooral populair in
zuidelijk Thailand, waar het een eigen culinaire genre ontwikkelde.
kanom loek choeb (?????????)
Thais. Marsepeinachtige lekkernij bereid uit fijngemalen groene
bonen gemengd met dikke
kokosmelk, suiker en water. De verkregen paste wordt in
de vorm van tropische fruit- en groentefiguren gemaakt en vervolgens
bedekt met een dun laagje gelatine, aangebracht door onderdompeling
(choeb). Deze gracieus gemaakte snoepjes (kanom) worden zowel
aangetroffen op lokale voedingsmarkten als op buffets in hotels en
restaurants, als nagerecht. De term loek is een classificatie voor
o.a. fruit en groenten, gebruikt in de Thaise taal om een eenheid of
hoeveelheid van fruit of groenten aan te geven.
kanom thai (??????)
Thais. Een soort oranjekleurig snoepgoed gemaakt
van eierdooier, suiker en rijstemeel. Het wordt traditioneel gegeten
tijdens speciale feesten en gelegenheden. Er bestaan verschillende
soorten van, die elk hun eigen specifieke benaming hebben, d.i.
kanom foi thong (donzig goudsnoepje), kanom thong yib (geselecteerd
goudsnoepje), kanom met kanun (jackfruitzaad-snoepje), kanom thong
yod (oilieachtig goudsnoepje) en kanom thong phlu (vuurpijl
goudsnoepje). Thong betekent goud en verwijst naar de oranje kleur.

kanonbalboom
Bijnaam voor de
salaboom, gegeven vanwege de grote
kanonkogel-achtige zaaddozen.

Kanthaka
Het sneeuwwitte paard van prins
Siddharta, geboren op dezelfde dag
als zijn meester. Na de prins te hebben weggevoerd van het paleis
tijdens het
Grote Vertrek, stierf het paard van verdriet.

Kanthakumara
Zoon van
Uma of
Devi, de
shakti of gemalin van Shiwa.
Ook
Subramaniam en in het Thais
Phra Kanthakuman.

kanthet (??????????)
Thais. Een hoofdstuk in de
jataka. Zie ook
kan en
thet.
kan thuay (??????)
Thais voor
daksteun.
kanya (?????)
Zie
ganya.
kaolad (??????)
Thais. 'Kastanje'. Naam van een
glanzende, harde, bruine en eetbare noot, het zaad van de boom die
haar voortbrengt. Gepofte kastanjes of
kaolad
kua hebben een vettig zoete smaak en worden
een ware delicatesse geacht. De boom heeft een Chinees karakter en
gepofte kastanjes worden wijd en zijd verkocht in Yaowarat Road, in
Samphantawong,
Bangkok's Chinatown. Ook gaolad.

Kao Suriya
In
de
Ramakien de vrouw van de mythologische koning
Totsarot van
Ayutthaya, en
moeder van
Rama.
MEER HIEROVER.
Kapilavasthu
Pali voor
Kapilavatthu.
Kapilavatthu
Sanskriet. Het rijk in zuidelijk Nepal (voormalig India) waar koning
Suddhodana, de vader van de historische
Boeddha heerste, en zodoende de
geboorteplaats van prins
Siddhartha. Zie ook
Lumbini. In Pali
Kapilavasthu en in het Thais
Kabinlaphad.
kapiteel
Architectonische term die verwijst naar het bovenstuk van een zuil.
karaoke
Japans. 'Leeg orkest'. Vorm van vermaak in nachtclubs, bars, salons,
baancafé's, etc. Klanten zingen op een achtergrondmuziekje terwijl
de tekst van het liedje verschijnt op een video- of computerscherm.
In Thailand is deze vorm van amusement zo populair geworden dat ze
de verspreiding van zogenaamde karaoke-cabines teweegbracht,
besloten hokjes met een privé VCD-speler, microfoon en scherm, die
functioneert als een automaat op munten en waar men een genoteerd
liedje kiest door een corresponderende code in te tikken,
jukebox-stijl (fig.).
In Bangkok treft men zelfs karaoke-installaties aan in sommige
taxi's zodat de klant zijn tijd in de file ontspannend kan
doorbrengen.

karawak
Sanskriet. Een mythisch wezen met de gekombineerde kenmerken van een
mens en een vogel. Zie ook
Garoeda.
karbouw
Oostindische tamme buffel of waterbuffel (fig.).
In het Thais
kwai en
krabeua. Ook carabao.

Karen
De Karen behoren tot het
grootste bergvolk van Thailand en er zijn verschillende subgroepen,
waarvan de meest talrijke in Thailand de
Sakoh (Sgaw)
en de
Pwo zijn. Het woord Karen wordt algemeen door
antropologen gebruikt voor een aantal groepen die nauw aan elkaar
verwante talen spreken, en die niet zo nauw verwant zijn aan de
talen van andere bergvolkeren. Ze worden als een aparte categorie in
de Tibeto-Birmaanse familie van het Sino-Tibetaans geplaatst. Ook de
Kayang (fig.)
of
Paduang, zgn.
Langnek Karen (fig.)
behoren tot deze groep. Zowel de jongens (fig.)
als de meisjes (fig.)
en vrouwen (fig.)
worden nog vaak in traditionele klederdracht gezien. De Thais noemen
hen
Kariang
en
Nyang.
MEER HIEROVER.

Kariang (?????????)
Thaise benaming voor
Karen.
karma
De
wet van oorzaak en gevolg, waarbij iemands huidige leven het
resultaat is van acties uit het verleden, hetzij in dit leven of in
vorige. Karma houdt op wanneer iemand
nirvana bereikt en de cyclus van geboorte en dood
wordt doorbroken. Karma wordt sterk in verband gebracht met
samsara en transmigratie. In het Thais
kam.
karrie (??????)
1.
Thais voor
kerrie of curry.
2.
Thais jargon voor een prostituee.
Karttikeya
De
oorlogsgod, leider van de troepen van
Shiwa, en gewoonlijk veronderstelt de zoon
van Shiwa en
Parvati te zijn. Hij wordt vaak afgebeeld met zes
hoofden en zes armen met een dubbele bliksemschicht, een zwaard, een
drietand, en gezeten op een pauw (mayura).
In kunst uit
Champa is zijn rijdier een neushoorn. In
Zuid-India is hij gekend als Subrahmanya. Als de zoon van Shiwa
wordt hij
Kumara genaamd, wat 'prins' betekent. Hij
is ook gekend onder de naam
Skanda.
kasin (????)
Thais.
Meditatie van de vier elementen, maar populair ook
gebruikt als term voor elke vorm meditatie.
Kassapa
1.
Een
boeddha uit het verleden, en een voorloper
van de historische
Boeddha.
2.
De monnik die de
Boeddha opvolgde als leider van de
Sangha. In muurschilderingen gewoonlijk
afgebeeld als een oude man in het gezelschap van de jonge
monnik
Ananda, de Boeddha's neef en zijn
belangrijkste discipel. Ook
Maha Kassapa.
kata (????)
Thaise term voor een vers in
Pali of de tekst van een
thet of preek.
katha (???)
Thaise benaming voor
gada.
Kathavarayan (???????????)
Indische
nat.

kathin (????)
Thais. De periode van één maand volgend op de het regenseizoen (pansa),
wanneer gelovige leken geschenken en gewaden brengen aan al de
monniken van een
tempel,
gewoonlijk in de maand november. Voor deze ceremonie verzamelen de
mensen geld door rond te gaan met een kleine boom zonder balderen
-of door deze in hun zaak of bij de tempel te plaatsen- waaraan
eenieder die een donatie wil geven (tamboen)
een geldbriefje kan hangen. Op een vooraf bepaalde dag wordt deze
geldboom (fig.)
vervolgens aan de monniken van een tempel geschonken, vaak samen met
enkele gewaden. Deze traditie gaat terug op de opdracht die de
Boeddha gaf aan zijn eerste
discipelen om hun eigen gewaden te zoeken, eerder dan ze te kopen.
Hij wees daarbij op de stukjes stof die aan de takken van bomen
blijven hangen, afgescheurd van de kleding van voorbijgangers. Deze
konden makkelijk verzameld worden en aan elkaar genaaid om een
gewaad te maken, dat vervolgens kon worden geverfd. Om deze reden
mag een monnik onder zijn weinige bezittingen (borikaan)
wel een naald hebben. Zie ook
thod phah pah,
kathin phra racha thaan en
kathin luang. Ook
thod kathin.
kathin luang (????????)
Zie
kathin phra racha thaan.
kathin phra racha thaan (?????????????)
Thais. De
kathin-ceremonie uitgevoerd door de koning,
of een afgevaardigde staatsfunctionaris in naam van de koning. Ook
kathin luang. Zie eveneens
Koninklijke Pramen.

kathoey (?????)
Thais. Tra(ns)vestiet. In Thailand verwijst de term gewoonlijk naar
jongens die zich als meisje kleden of verwijfd gedragen. In de
meeste grote steden treft men cabaretvoorstellingen aan van deze
zgn. 'lady boys', die nieuwsgierige toeristen uit de hele wereld
aantrekken. Ook wel het derde geslacht genoemd.

Kaurava's
Afstammelingen van de maanvorst
Kuru, een koninklijke familie-tak in het Indische
epos
Mahabharata. Zie ook
Pandava.
kaustubha
Een magisch juweel dat boven kwam drijven tijdens het schudden van
de
Oceaan van Melk en dat zowel
Vishnoe als
Krishna
op de borst dragen.
Kawila
Heerser van
Lampang en
Chiang Mai in het begin van de
Chakri-dynastie. Zie
Chao Kawila.
Kayah (?????)
Een subgroep van de
Karen
in Thailand.
Kayang (??????)
Eén van de subgroepen van de
Langnek Karen in Thailand, afkomstig uit
Birma. Ze leven
voornamelijk in de provincies
Mae Hong Son en
Chiang Rai, nabij de grens met
Myanmar.


kendi
Een bolvormig drinkvat, gewoonlijk met een eveneens bolvormige tuit.
kerrie
1.
Uit India afkomstige specerij, bestaande uit poeder van de
kurkumawortel, vermengd met peper,
gember en kruidnagel. Ook curry. In het
Thais
karrie.

2.
Vlees, groenten, etc., gekookt in een pikante saus, gewoonlijk
opgediend met
rijst of
kanom jien.
kerstroos
Benaming voor een tot drie meters hoge giftige sierstruik die in
Thailand bloeit van oktober tot februari. Eveneens gekend onder de
wetenschappelijke benaming euphorbia pulcherrima en in het Thais als
dok krismas.

Ketu (????)
1.
Sanskriet-Thais. Het onderste gedeelte van
Rahu dat de staart voorstelt, en aanzien
wordt als de personificatie van kometen en meteoren, terwijl het
bovenste gedeelte van Rahu door het heelal reist in een strijdwagen
getrokken door acht zwarte paarden. Rahu werd door
Vishnoe in tweeën gehakt met zijn
chakra omdat hij zich als demoon heimelijk
tussen de goden had opgesteld en zodoende onterecht een portie van
de
amrita had ontvangen. Ketu is tevens één
van de negen goden die vereerd worden in het
phra prajam wan systeem van de hindoes. Hij
staat opgesteld op de hoek in het noordwesten met het gezicht
zuidwaarts gericht.

2.
Sanskriet-Thais. Naam van de
planeet Neptunus.
Ketumati
Sanskriet. Het aardse paradijs waarover de
bodhisattva
Maitreya zal heersen wanneer hij neerdaalt
uit de
Tushita hemel als toekomstige
Boeddha.
keub (???)
Thais. Oude Thaise lengtemaat. In het verleden vertegenwoordigde dit
12 inch (30,48 centimeter), maar tegenwoordig is de maat vastgesteld
op 25 centimeter.
kha (???)
1.
Thaise benaming voor de 'Thaise'
gember van het geslacht alpinia die ook
'galingale' of 'galangal' wordt genoemd.

2.
Naam van een bergvolk van het
Mon-Khmer geslacht dat in het Noorden van Thailand
en in de
Shan-staten leeft.
Een ander volk met dezelfde naam behoort tot het
Maleis geslacht.
khai jab san (??????????)
Thais. 'Beefkoorts'. Een benaming voor
malaria. Eveneens
khai pah.
khai leuad ouk (???????????)
Thais. 'Bloedende koorts'. Thais benaming voor een tropische ziekte
die overgedragen wordt door de aedes aegypti-mug die op zichzelf
besmet is met het
dengue-virus. De ziekte wordt gekenmerkt door koorts en
hevige hoofdpijn die samengaat met een huiduitslag en in een
gevorderd stadium bloedingen veroorzaakt uit openingen van het
lichaam. In het Engels 'haemorrhagic fever' genoemd, een benaming
die afgeleid is van de griekse woorden haima (bloeden) en rhegnumi
(barsten), wegens het scheuren van de bloedvaten.
khai mot daeng (????????)
Thais. 'Eieren van de rode mier'. Verpopte mierenlarven van rode
mieren. Men treft deze witte, ongeveer één centimeter grote larven
aan in hun mierennesten, gewoonlijk hoog in de boomtoppen (fig.).
Ze worden door de lokale bevolking van vnl.
Isaan en Noord-Thailand beschouwd als een ware
delicatesse. Het rooien van deze nesten is echter geen makkelijke
opgave, vanwege de pijnlijke -maar anders ongevaarlijke- beet van de
rode mier.

khai pah (??????)
Thais. 'Junglekoorts'. Een benaming voor
malaria. Eveneens
khai jab san.
khai sah (??????)
Thais voor denguekoorts. Zie
dengue.
kham meuang (???????)
Thais. Noordelijk dialect van Thailand. Kenmerkend is het trage
ritme van de spraak, veel trager dan de andere drie voorname
dialecten van Thailand.
khan (???)
Thais. Een kom, schaal of schotel die mogelijk op een voetstuk of
phaan (fig.)
is geplaatst, zoals een
betel-set. Zie ook
khantoke.
khan (?????)
Thais. Een
kris-achtige dolk, één van de regalia van koningschap. Eveneens
Phra Khan en Phra Saeng Khan Chai Sri.
khanmahk (???????)
Thaise benaming voor een
betel-set.
khantoke (??????)
Thais. Klein rondvormig grondtafeltje (toke)
in
Lan Na, meestal vervaardigd uit rotan en
soms beschilderd met lakboomhars, waarop een typisch Noord-Thaise
maaltijd in een set van kommetjes (khan)
wordt opgediend. De gasten zitten op de vloer rond het tafeltje en
delen een aantal gerechten. Ook khantook.

khantook (??????)
Zie
khantoke.
khao (???)
Thais voor 'berg' of 'heuvel'.
khao (????)
Zie
khaw.
khao pansa (?????????)
Thais. 'Het regenseizoen ingaan'. Het begin van het regenseizoen in
Thailand, en de aanvang van een periode van drie maanden wanneer
boeddhistische monniken zich terug trekken in hun tempels om te
studeren en te mediteren, en waarin ze zich onthouden om te reizen.
Bij de aanvang van dit festival voert men in de tempel een
thaksinahwat (fig.)
uit. Jonge mannen worden tijdens deze periode voor een korte tijd
gewijd, terwijl anderen feest vieren in en rond de tempel en
beloftes maken die ze trachten te houden tijdens deze periode, zoals
het -tijdelijk- stoppen met drinken en roken. In Thailand is deze
periode (rond midden tot eind juli) de start van de
boeddhistische vastentijd, die ongeveer drie maanden
later eindigt met
ouk pansa, letterlijk 'het regenseizoen uitgaan'.

Khao Phra Wihaan (???????????)
Thais. 'Tempelberg' of 'Heiligdom op de berg'. Een
Khmer-tempel gebouwd tussen de 9de en 12de eeuw op één van de
meest spectaculaire plaatsen in het oude Khmer-rijk, in de
hedendaagse Thaise provincie
Sri Saket. De bouw ervan gebeurde in verschillende
fasen, gespreid over een periode van bijna 300 jaar. Door de ligging
van de tempel op de grens met Thailand en
Cambodja, maar met de ingang
duidelijk op Thais grondgebied, is de eigendom lang betwist
gebleven, totdat het in 1962 door het Internationale Gerechtshof in
Den Haag werd toegewezen aan Cambodja. Het complex ligt op 657 meter
boven de zeespiegel in een bergketen van zandsteen, maar
eindigt abrupt boven een op een overhangende klip. Hierdoor kan de
tempel enkel bezocht worden via de toegang in het Noorden, op Thais
grondgebied.
_small.jpg)
khaw (????)
Thaise benaming voor
rijst, maar ook algemeen voor 'graan' en
'voedsel'. Ook khao.
khaw faang (????????)
Thais voor gierst of sorghum, een tropische graansoort met fijne
voedzame korrels. De plant behoort tot de familie der grassen en
haar witte korrels poffen als maïs wanneer ze verhit worden. Ook
khao fahng. Vergelijkbaar met
loek deuay.

khaw kha moe bohraan (??????????????)
Thais. 'Rijst met varkenspoot op oude wijze'. Een gerecht
bestaande uit een gestoofde varkenspoot met een getrancheerd ei
dat hard gekookt werd in sojasaus en enkele gestoomde groenten,
opgediend over rijst. Dit gerecht wordt gewoonlijk verkocht in
eetstalletjes langs de kant van de weg of in de
massa-restaurants van de grote winkelcentra waar men met een
systeem van coupons werkt.
khaw laam (????????)
Thais. Kleefrijst gebakken in een bamboe cilinder,
krabok genaamd. De kleefrijst wordt vermengd met
zoete kokosmelk en andere ingrediënten, zoals maïs, Thaise
custard, bonen, etc. Het wordt met de
hand gegeten nadat de cilinder als een banaan wordt opengemaakt (fig.),
en is ideaal om mee te nemen als snack op tochten of, zoals vaak
gezien op het platteland, naar het veld waar men werkt.

khaw mao (????????)
Thais. Geplette rijstkorrels. Bijna volgroeide rijst die geoogst
wordt net voordat deze volledig rijp is. Dit kan zowel kleefrijst of
gewone, ongepelde rijst zijn die wordt geroosterd (kua)
en gestampt totdat deze plat is, en kan zowel vers als gekookt
worden gegeten. Indien de rijst gepoft wordt noemt men deze khao mao
rahng, indien gebakken en gemengd met een stremsel van bonen en
gedroogde garnalen spreekt men van khao mao mih.

khaw soi (???????)
Naam
van een Noord-Thais gerecht van dunne, platte eiernoedels die
overgoten worden met een kerrie-achtige bouillon van kip, runds- of
varkensvlees en afgewerkt met dezelfde noedels maar krokant
gefrituurd, enkele stukjes van kleine purperkleurige uitjes en
versneden of gepekelde Chinese sla. Verse limoen en een saus bereid
van gedroogde chilipepers gefrituurd in olie worden gebruikt om deze
noedelsoep op smaak te brengen.

kheng (????)
1. Thais. Een klein rond gevlochten mandje van bamboe gebruikt om
pla toe in te verpakken, gewoonlijk met telkens
twee tot drie vissen (fig.).
2. Thais. Een klein rond mandje van bamboe gebruikt om
kanom jieb en
dim san (fig.)
in te stomen. Ze zijn zo ontworpen dat ze makkelijk op elkaar kunnen
worden gestapeld en zowel het bovenste als afzonderlijke mandjes
kunnen met een in ruit gevlochten deksel worden afgesloten.

3. Thais. Een ongedefineerde eenheid met de capaciteit van een mand.
khet (???)
Thais. 'Domein' of 'zone'. Benaming gebruikt voor de indeling van
Bangkok in verschillende zones.
khim (???)
Thais. Een snaarinstrument van Chinese origine, gebouwd volgens
hetzelfde princiepe als een piano maar bespeeld met twee stokjes.

khing (???)
Thais voor
gember.
khing daeng (??????)
Thaise benaming voor
rode gember (fig.).
Khmer
1. De inwoners van
Cambodja. Van de 7de tot de 14de eeuw AD vestigden zij een machtig koninkrijk met
basis in
Angkor, van waaruit zij hun rijk uitbreiden heersten over vrijwel geheel
Indochina, tot aan de verwerping van hun soevereiniteit door de
Thaise koning
Phra Ruang. Ze waren al tijdens de
Dvaravati- periode aanwezig in Thailand's belangrijkste stroomgebied, waar ze zich mengden
met de lokale
Mon-bevolking. Hun 7de tot 11de eeuwse veroveringstochten brachten culturele
invloeden met zich mee in de vorm van kunst, taal en religie, en hun
politieke dominantie bracht uiteindelijk de
Dvaravati-cultuur ten val. Zij maakten
Lopburi tot hun centrale voorpost en het
werd al spoedig een religieus centrum. De
Khmer-architectuur
in Thailand toont positieve gelijkingen met die van
Angkor Wat in Cambodja.
MEER HIEROVER.
2.
Architecturale stijl en kunststijl uit de
Khmer-periode, in Thailand voornamelijk aanwezig
tussen de 7de en 13de eeuw AD in Centraal en Noordoost-Thailand. De
karakteristieken worden echter nog later in andere kunststijlen
vermengd teruggevonden.
kho (??)
Thaise benaming voor
angusa. Ook
kho chang.
kho chang (??????)
Thais. 'Olifantshaak'. Instrument gebruikt door
mahouts om olifanten te besturen. Tevens
een
attribuut van o.a.
Ganesha (fig.)
dat controle, of de mogelijkheid om iemand in de juiste richting te
sturen, symboliseert. In het Thais ook
kho, in het Sanskriet
angusa.

khom (???)
1.
Een lid van het oude
Khmer-ras.
2.
Het
Cambodjaanse schrift, gebruikt
in religieuze boeken in het
Pali (fig.).
3.
Adjectief voor
Khmer of Cambodjaans.
Khom dam din (????????)
Thais-Khmer. 'Ondergrondse Cambodjaan'. Benaming voor de Khmer
afgezant die naar
Phra Ruang
werd gestuurd om deze te arresteren. Volgens de legende kon deze zich
door magische krachten onder de grond voortbewegen. Doch, toen hij
uit de grond tevoorschijn kwam om het bericht van de Cambodjaanse
koning te bezorgen, verteld de legende dat hij door Phra Ruang in
steen werd veranderd.
khon (???)
Thais. Klassiek danstheater met thema's uit de
Ramakien, opgevoerd door dansers
gekleed in rijkelijk geborduurde,
brokaten
(fig.)
kostuums die elk
een personage uit de Ramakien vertegenwoordigen en naargelang hun
rol meestal gemaskerd zijn. De
menselijke personages dragen
of een masker
(fig.)
of een
chadah
als hoofdtooi (fig.),
terwijl de
dansers die demonen en apen voorstellen
altijd
gebruik maken van maskers in gevariëerde
vormen en kleuren om de verschillende personages uit te beelden
(fig.).
Tijdens de voorstelling
reciteert
een zanger
of
phu phaak khon het
verhaal in
vers.
Door middel van een complex samenspel van
moedra's
(fig.)
en andere lichaamsbewegingen worden de verschillende situaties,
gedachten en gevoelens in het verhaal
uitgedrukt.
Elke handpositie heeft in combinatie met de positie van het lichaam
een exact bepaalde betekenis. Enkel geoefende khon-adepten zijn in
staat de vele gebaren met hun nuances te onderscheiden.
In traditionele khon-voorstellingen,
worden alle rollen -ook de vrouwelijke- enkel door mannen vertolkt.
De volledige versie van de Ramakien telt 311 personages en een
ononderbroken vertoning zou meer dan een maand in beslag nemen.
Miniatuurmodellen van de khon-maskers zijn een gegeerd souvenir (fig.).
Uitspraak 'khoon'.

Khong Beng (??????)
De
wijze raadgever en slimme strateeg uit de
Drie Koninkrijken.
Khongkha (????)
1.
Thaise benaming voor
Ganges.
2.
In Thailand de godin van het water, de rivieren en kanalen. Zij
wordt jaarlijks vereerd in het festival van
Loi Krathong
en haar rijdier is de
makara. Etymologisch is haar naam verwant aan het
Indische woord
Ganges. Ook
Mae Khongkha.
Khon Kaen (???????)
Thais. 'Kern van de boomstronk'. Naam van een provincie (kaart)
in het hart van
Isaan en van haar grote hoofdstad die gelegen is op 449 km van
Bangkok. De bevolking van deze universiteitsstad telt ca.
130.000 inwoners en is hiermee de vierde grootste stad in Thailand.
De stads- en provincienaam zijn homoniem en werd afgeleid van de
Sanskriet-Thaise naam 'That
(ma-)Khaam
Phanom', 'heuvel van de
tamarinde-relikwie', de naam van een
relikwieschrijn dat eerder in de buurt werd gebouwd over de dode
stronk van een tamarindeboom, die wonderbaarlijk tot leven kwam
nadat een groep monniken er met een relikwie van de
Boeddha hadden overnacht. Op deze plek bouwde men later
een chedi die het relikwieschrijn overkoepelde en
Phrathat Kham Kaen werd genoemd. Onder de
bezienswaardigheden in deze provincie is een oude
Khmer-tempel die gelegen is op de grens met
Maha Sarakham-provincie en gekend staat als 'Prasat
Puey Noi' of 'Ku Puey Noi', en lokaal als 'That
Ku Thong'. Deze provincie heeft twintig
amphur en vijf
king amphur.

khon saai khao wat (?????????????)
Thais. 'Zand naar de tempel dragen'. Jaarlijks gebruik waarin zand
terug naar de tempel wordt gebracht als vervanging van al het zand
dat aan de voetzolen van bezoekers is blijven kleven, daar het niet
goed wordt geacht om iets uit een Thaise tempel weg te nemem, zelfs
al gebeurt dit ongewild. Figuurlijk betekent het ook dat men iets
doet voor het algemeen goed.
Khun (???)
1.
Thais. Een niet-erfelijke titel of
bandasak van de laagste rang, net
onder een
Luang.
2.
Thais. Een titel gegeven aan een prins, koning of vorst van een
regio vóór de integratie van Thailand, ook
Khun Luang. Populair
Tan Khun Khun Luang genoemd, de
eerstvolgende titel in opklimmende lijn, nu in onbruik geraakt.
Khun Chang (???????)
De
komische maar trouwe echtgenoot uit
Khun Chang Khun Paen.
Khun Chang Khun Paen (?????????????)
Een klassieker uit de Thaise literatuur in versvorm geschreven door
koning
Phra Phoetta Leut La, de tweede vorst van de
Chakri-dynastie. Het verhaal gaat over een
driehoeksverhouding tussen
Khun Paen, de onstuimige beminnaar en een
kundig krijger,
Khun Chang, de komische maar trouwe
echtgenoot, en
Wanthong, de bigamische heldin van het
verhaal die aarzelde tussen ware liefde en respect.
Khun Luang (???????)
Thais. Een titel gegeven aan een prins, koning of vorst van een
regio vóór de integratie van Thailand. Zie ook
Khun.
Khun Paen (??????)
De
onstuimige beminnaar en kundige krijger uit
Khun Chang Khun Paen.
Khun Sa (??????)
Thais. Naam van een voormalig drugbaron en krijgsheer, die in de
jaren zestig in de regio van de
Gouden Driehoek vocht om
kontrole over de illigale drughandel in lokale
opium en die zich in het begin van de jaren tachtig
terugtrok naar
Birma
om van daaruit te opereren. Hij werd geboren uit een gemend
huwelijk, met een Unnanese vader en een
Shan moeder. Hij studeerde
af van een hogeschool in Tong Khi (Myanmar)
en werd baas van de Inlichtingendienst van Myanmar, alvorens hij in
1963 tot kolonel werd benoemd. Vanuit deze machtspositie kon hij
profiteren van de lokale produktie van opium en heroïne, alsook van
de handel in
jade, halfedelstenen en
ivoor. Als
vrijheidsstrijder voor zijn volk gebruikte hij het geld afkomstig
van deze handel voor de financiering van hun strijd voor een
onafhankelijke Shan-staat. In 1966 werd Khun Sa door de Birmanen
gevangen genomen en voor zeven jaar in Myanmar gevangen gezet. Hij
herwon zijn vrijheid nadat zijn vriend Fa Lan (Chan Xu Chien) twee
Russische dokters die in het teken van een internationaal
hulpproject naar Myanmar waren gezonden, gijzelde in ruil voor de
vrijlating van Khun Sa. Hierna vervoegde hij opnieuw het Verenigde
Shan Leger en stichtte later het
Meuang
Tai
Leger, wat uitgroeide tot één van de grootste
gewapende strijdkrachten van die periode. Zich bewust van de schade
die drugs wereldwijd aan mensen berokkent, verklaarde hij dat hij
dit betreurde maar dat het een noodzakelijk kwaad was om de vrijheid
van zijn land, de Shan-staat, te bekomen. In 1986 echter, legde hij
tenslotte toch de wapens neer en gaf zich over aan de Birmanen. Hij
ging in Rangoon wonen waar hij verder bleef genieten van de winst
uit zijn vele handelszaken. Hij kreeg de bijnaam Opiumkoning en is
ook gekend als Chang Xi Fu.

kickboksen
Zie
muay thai.
kilen (?????)
Naam voor een schepsel uit de Chinese mythologie, met het lijf van
een hert, poten met hoeven zoals die van een paard en de kop van een
draak, met een hoorn. Soms getranscribeerd als kilin.
kilet (?????)
Thais. In de boeddhistische theology de term voor ongezonde
gedachten die bedroeven en de weg tot geluk blokkeren, metaforisch
voorgesteld als de demoon
kiletsamaan.
kiletsamaan (????????)
Thais. Naam van een demoon die de weg tot het geluk blokeert. De
naam is een samenvoeging van de term
kilet en de naam
Maan (Mara).
king amphur (?????????)
Thais. Een sub-amphur,
een administratief district gelijk aan een amphur.
Thailand heeft in het totaal 81 king
amphur.
king kah (???????)
Thais voor
kameleon.
king keuh (???????)
Thais voor
duizendpoot.
kinnaburut (????????)
Thais. De mannelijk vorm van een
kinnon. Zie ook
kinnara.
kinnara
Sanskriet. Oorspronkelijk een mythisch wezen met het lichaam van een
mens en de kop van een paard, of omgekeerd. Later werd het een
kombinatie van een vogel met een man (kinnara) of vrouw (kinnari),
met de romp en het hoofd van een mens en de vleugels en onderpoten
van een vogel. In India waren de kinnara's een subgroep van de
gandharvas. In het Thais
kinnon.

kinnari (?????)
Sanskriet-Thais. De
vrouwelijke vorm van een
kinnon. Zie ook
kinnara
en
kinnaburut.
kinnarin (??????)
Thais. Andere benaming voor
kinnari.
kinnon (?????)
Thaise benaming voor een ras van wezens die half-vogel-half-mens
zijn. De mannelijke soort noemt men
kinnaburut, de vrouwelijke soort
kinnari of
kinnarin.
kirtimukha
Sanskriet. 'Gezicht van
glorie'. Indische term voor een maskerachtige figuur boven sommige
tempeldeuren, gewoonlijk voorgesteld als een gezicht met twee
horens, ronde bolvormige ogen, de neus van een mens of
leeuw, een
grote mond met tanden, met of zonder een onderkaak. In zowel de
boeddhistische als hindoeïstische mythologie is het bedoeld om het
kwaad te verdrijven en de vromen te beschermen. In Thailand,
Cambodja en Indonesië wordt dit schepsel
kala
genoemd.

kiyaw (?????)
Thais. Naam
van een werktuig met een kort
handvat en een gebogen blad,
gebruikt om
rijst
mee te
maaien. Vergelijkbaar met een sikkel, maar dan gekarteld.

kleh (????)
Thais. Het resterende bosje haar op het geschoren hoofd bij
kinderen, vergelijkbaar met de
juk. Nu uit
de mode. Kinderen bij de bergvolkeren hebben vaak een kaalgeschoren
hoofdje met enkel een kleine haarlok vooraan
(fig.).

kleun yak (??????????)
Thais. 'Reuzengolf'. Term for een vloedgolf of
tsunami. Zie ook
yak.
klieb kanoen (????????)
Thais voor
antefix.
klieb kanoen prang (??????????????)
Thais. Een
antefix bij sommige
prangs in
Khmer-stijl.

klong aew (???????)
Thais. 'Middeldrum'. De fameuze
tempeldrum met één enkel drumhoofd. Het is het
grootste soort drum in Thailand, met een lengte van ongeveer drie
meter en een diameter van zo'n vijftig centimeter. De naam verwijst
naar het midden van drum dat versmald is. Oorspronkelijk afkomstig
uit
Birma, waar hij
ozi wordt genoemd. De drum wordt gebruikt om
monniken te verzamelen voor bepaalde activiteiten en om de
dorpelingen op te roepen voor sommige ceremonieën, vnl. bij
evenementen zoals
Songkraan en de ordinatie van novicen en jonge
monniken tijdens
khao pansa. Een kleinere versie van drum
kan rond het middel gehangen worden, en wordt
klong yao genoemd.

klong chana (???????)
Thais. 'Overwinningsdrum'. Drum die gebruikt werd om overwinningen
aan te kondigen en die gelijkt op een Maleise drum, maar ietwat
korter en meer bolvormig.
klong khaek (???????)
Thais. 'Gastdrum'. Langwerpige staande drum met twee trommelvellen.
Rotan strips verbinden het ene uiteinde met het andere.

klong mahorateuk (????????????)
Thais. Een metalen drum gebruikt in staatsceremonieën. Vroeger
gebruikt om waarschuwingssignalen te geven of om iemand met muziek
te begroeten. Ook mahorateuk.

klong phen
(???????)
Thais. Naam van een grote tempeldrum (fig.)
waarop om elf uur 's ochtends wordt gedrumd om het begin van het
elfde uur aan te geven. Het uur tussen elf en twaalf in de ochtend
is het laatste uur van de dag waarin boeddhistisch monniken en
novicen een maal mogen nuttigen en het gedrum roept hen bij elkaar
om hun laatste maaltijd van de dag te starten. Hij wordt meestal
bewaard in een toren die
ho klong wordt genoemd.
klong sabat chai (????????????)
Thais. Een grote platte drum die door twee dragers op twee
horizontale palen wordt vastgehouden terwijl de drummer hem
bespeelt met zowel de handen als met de ellebogen en knieën,
bewegend en dansend op een ceremoniële wijze. Hij wordt
gewoonlijk begeleid door het geluid van kleine gongs. Komt
vooral voor in het Noorden.
klong thad (???????)
Thais. Een drum met een dubbel trommelvel. Deze soort wordt o.a.
gebruikt in de
mahori en in orkesten die voornamelijk
bestaan uit de
ranaat ek.

klong toek (????????)
Thais. Een op de
klong thad gelijkende drum, maar kleiner in
vorm.

klong yao (???????)
Thais. 'Lange drum'. Drum met één enkel trommelvel en die rond het
middel wordt gedragen en met de handen wordt bespeeld. Het is een
verkleinde versie van de
klong aew, de lange slanke tempeldrum.

klot (???)
1.
Thais. Een staatsparasol die boven de koning, koningin of kroonprins
wordt gehouden tijdens staatplechtigheden in openlucht. Zie ook
chattra.
2.
Een parasol die gebruikt wordt om onder te mediteren en onder te
slapen in het bos wanneer monniken op
thudong gaan. Het is één van de toegestane
bezittingen en onderdeel van de
borikaan van monniken en novicen.

kluay (?????)
Thais. 'Banaan'. Vrucht van de
bananenplant (fig.),
van het geslacht Musa en waarvan verschillende soorten bestaan. Zie
gluay.
kluay pad (????????)
Thais. 'Banaanwaaier'. Groenblijvende boom met een hoogte tot 10
meter. Kenmerkend zijn de grote bladeren, gelijkend op die van een
bananenplant (kluay),
die zijn uitgespreid als een waaier (pad).
Regenwater wordt makkelijk vastgehouden in de bladeren en kan dienen
om in nood de dorst te lessen, waardoor de boom de bijnaam
'reizigerspalm' of 'reizigersboom' kreeg. De Latijnse benaming is
ravenala madagascariensis.

ko (??)
Thaise benaming voor een os of stier, en vaak gebruikt als
voorvoegsel voor
Nondi. Eveneens het
Cambodjaanse woord voor een
os.

koeb (????)
Thai Yai.
Naam voor een typische landbouwershoed, gedragen door de
Shan
van
Mae Hong Son-provincie.
Zie ook
ngop.

koffieplant
Struik of kleine, altijdgroene boom van het geslacht coffea, waarvan
zo'n 40 soorten bestaan. De meest gekende soort is de coffea
arabica, waarvan koffie wordt gewonnen. De vruchten kleuren rood
wanneer ze rijpen en elke vrucht draagt twee zaadjes, de zgn.
koffiebonen.

kohm fai (?????)
Zie
kohm loy.
kohm loi (??????)
Zie
kohm loy.
kohm loy (??????)
Thais. 'Drijvende lantaarn'. Vuurwerk dat in de vorm van een
papieren ballon met de wind mee drijft, waarbij de ballon wordt
verwarmd door een wiek die is opgehangen in de opening onderaan de
ballon (fig.).
Traditioneel gebruik van Noord-Thailand dat reeds bestond ten tijde
van
Sukhothai, waar ze door de koningen werden
opgelaten. Tijdens het festival van
Loi Krathong in Sukhothai worden wel
honderd lantaarns na elkaar opgelaten, wat voor een prachtig
verlichte hemel zorgt. Ook wel
kohm fai (vuurlantaarn) genoemd, en tevens
'kohm loi' getranscribeerd.

kokosmelk
Melkachtig vocht dat gewonnen wordt uit het vruchtvlees van de
kokosnoot, door dit te raspen
en uit te persen. Dit witte vocht wordt gebruikt bij de bereiding
van verschillende Thaise curries.
Kokosmelk wordt vaak verward met het verse sap dat in de kokosnoot
zit en voornamelijk bij jonge vuchten rechtstreeks uit de noot wordt
gedronken en eerder kokossap dient genoemd. Ook wel klappermelk
genoemd en in het Thais ka-ti.
kokosnoot
Eetbare vrucht van de
kokospalm of cocos nucifera. Nucifera is Latijn
voor 'notendragend' en het woord coco is Spaans-Portugees en
betekent 'apengezicht'. Spaanse en Portugese ontdekkingsreizigers
zagen in de drie inspringende ronde stippen aan de onderkant van de
kokosnoot een overeenkomst met een apengezicht. Kokosnoten groeien
in trossen hoog bij de top van de stam van de kokospalm en zijn
aanvankelijk groen van kleur. Wanneer ze rijpen tot volgroeide noten
verandert hun kleur geleidelijk naar een geelachtig bruin.
Afhankelijk van hun gebruik dienen de noten op een bepaald tijdstip
te worden geplukt en op kokosplantages gebruikt men vaak getrainde
makaken om dit te doen (fig.).
Indien de noten voor hun sap worden gekweekt dienen ze geplukt
wanneer ze nog groen zijn en worden vervolgens geopend met een
kapmes om bij het sap te komen. Vers kokossap is zeer voedzaam en is
een natuurlijke isotonische drank. Indien men echter het vruchtvlees
wil gebruiken dienen de noten iets langer te rijpen en wordt het sap
onbruikbaar. Wanneer het vruchtvlees dik genoeg is worden de noten
geplukt en van hun buitenste bolster ontdaan door hen op een stalen
pin te rijten (fig.).
Hierdoor splijt de vezelachtige buitenschil open, die vervolgens
wordt verwijdert wat de nog hardere binnenschil blootlegt. De
binnenste schil is veel dunner en beigekleurig bij jonge noten en
donkerbruin bij de meer rijpere vruchten. De binnenschil wordt
vervolgens verwijderd met een kleine bijl en de noot nogmaals
geschild, ditmaal met een mes, totdat enkel het eetbare witte
vruchtvlees overblijft (fig.).
De vrucht en haar harde en vezelige hulsels kennen vele toepassingen
(fig.),
zowel in de industrie als in de gastronomie. Het buitenste hulsel
wordt o.a. gebruikt als natuurlijke kunstmest, een voedingsbodem
voor orchideeën en voor het maken van kokosmatten. Het vruchtvlees
daarentegen wordt geraspt (fig.)
en uitgeperst om
kokosmelk
te winnen, die op haar beurt wordt aangewend bij de bereiding van
verschillende Thaise curries. Op sommige eilanden in de Indische
Oceaan werden tot aan het begin van de twintigste eeuw nog
kokosnoten gebruikt als betaalmiddel. In het Thais (loek)
mapraaw.
Ook kokos.

kokospalm
Palmboom met de Latijnse naam cocos nucifera, en met
kokosnoten als
vrucht. Nucifera is Latijn voor 'notendragend' en het woord coco is
Spaans-Portugees en betekent 'apengezicht', naar de vorm van de
harde bruine schil van de noot. Van zowel de boom als de vrucht kan
bijna elk onderdeel worden benut. Uit de inflorescentie van deze
palm wordt sap getapt waarvan suiker wordt gemaakt (fig.)
en uit de noten wordt
kokosmelk gewonnen. In het Thais
ton mapraaw.

Konfoetse
Zie
Confusius.
kong (????)
Thais. Verzamelnaam voor gongs, die in allerlei vormen en maten
bestaan. Grotere gongs vindt men vaak in ceremoniële vorm opgehangen
tussen twee slagtanden van een olifant, of in een
krajang (fig.)
structuur. De ophanging gebeurd aan de brede rand waarin twee gaten
zitten, die
chat wordt genoemd, naar de koninklijke
parasol met meerdere lagen.

kong keun (???????)
Thaise term voor voor de dienstplicht
bestemde
jongens,
die wel reeds
geregistreerd werden
maar nog niet officieel werden opgeroepen.
Op twintigjarige leeftijd wordt elke jongen opgeroepen om een lot
te
trekken,
waarvan de kleur bepaald
of hij al dan niet in dienst moet:
op rood volgt inlijving, bij een zwart lot wordt men vrijgesteld.
Vrijwilligers kunnen echter reeds vanaf 18-jarige leeftijd dienst
nemen.
kong tamruat (????????)
Thais voor
politie. Zie
Koninklijke Thaise Politie.
kong thap (??????)
Thais. 'Leger' of 'militaire macht'.
Onder leiding van het Ministerie van Defensie telt het
koninkrijk een legermacht van zo'n 314.000
manschappen, grotendeels opgebouwd door dienstplichtige
militairen.
Vanaf
21-jarige leeftijd zijn alle mannelijke onderdanen onderworpen aan
een tweejarige
dienstplicht
waarvan inlijving
door loting
wordt
bepaald.
Reeds op twintigjarige leeftijd wordt elke jongen hiervoor
opgeroepen om een lot
te
trekken,
waarvan de kleur bepalend is: op rood volgt inlijving, bij een
zwart lot wordt men vrijgesteld.
Vrijwilligers kunnen reeds vanaf 18-jarige leeftijd dienst nemen.
Het
leger bestaat uit drie onderdelen: de Landmacht met ongeveer
190.000 manschappen, de
Zeemacht met zo'n 79.000 troepen (waaronder het
marine-luchtvaartpersoneel en leden van het marinekorps), en de
Luchtmacht, met naar schatting zo'n 45.000 soldaten. Er zijn
tevens ongeveer 200.000 reservisten. De koning is het
rechtmatige hoofd van het leger.
Ook
saenyahkon.
kong wong (??????)
Thais. 'Cirkelgong'. Slaginstrument bestaande uit kleine gongs met
een verschillende toon opgehangen in een cirkelvormige structuur.

Koning der Vruchten
Benaming voor de
durian, met de
manggis als de 'Koningin der Vruchten'.
Koninklijke Hymne
Zie
Phleng Sansareun Phra Barami.
koninklijke ontspannings-positie
Een
asana of beenpositie van sommige goden uit
het
hindoeïsme, waarbij het rechterbeen gebogen
is met de voet plat op de grond, en het andere been passief naar
beneden hangend. Soms rust de rechterarm bij de elleboog op de
rechterknie.

koninklijke ploegceremonie
Een oud
brahmaans gebruik dat in 1960 werd
heringevoerd door koning
Bhumipon en het begin van het
rijst-planting seizoen aangeeft. In Thailand wordt
deze ceremonie jaarlijks uitgevoerd op
Sanam Luang in de tweede week van de maand mei in
aanwezigheid van de koning of een afgevaardigde. Vooraf worden
verschillende soorten rijstkorrels selectief uitgezocht. Koninklijke
ossen trekken vervolgens symbolish een ploeg, voorafgegaan door twee
brahmanen die de grond besprenkelen met heilig
water. Volgend zijn twee paren zaaiers met een zilveren en gouden
kom die de rijst uitzaaien. De ploeg trekt drie rondjes en nadien
krijgen de ossen zeven van bananenbladeren gevlochten voedselmandjes
met resp. rijst, maïs, bonen,
sesamzaad, gras, water en likeur.
Naargelang waarvan de os eet wordt de toekomst van het komende jaar
voorspeld door een ziener. Na de ceremonie verzamelen sommige
omstaanders de rijstkorrels die ze meenemen als geluksbrengers (fig.).
In het Thais heet deze dag
Wan Pheut Mongkon. Zie ook
raeknakwan.

Koninklijke
Thaise Politie
De
Koniklijke Thaise Politie heeft ongeveer 200.000 agenten in dienst,
bestaande uit provinciale politie, toeristenpolitie,
zeevaartpolitie, luchtvaartpolitie en grenswachtpolitie. De politie
staat onder het rechtstreekse bevel van de commissaris-generaal der
politie, die rechtstreeks rapporteert aan de eerste minister en
een
commissie
van twintig hoge politiefunctionarissen. De
toeristenpolitie
is hiernaast tevens verbonden aan de
Tourism Authority of Thailand.
De
politiecommissaris-generaal
wordt
aangesteld door de eerste minister,
ná goedkeuring
door de koning
en het kabinet. Thaise
politiemensen zijn ambtenaren en werken een dienstrooster van zes
uur per dag, vier dagen per week. Om hun eerder lage loon wat
te vermeerderen hebben vele agenten extra jobs, vaak als
bewakingsagent. Daarnaast ontvangen ze meestal ook financiële steun
uit hun lokale gemeenschap, zoals vergoedingen voor het bewaken van
goudwinkels, commissies op boetes voor verkeersovertredingen,
steekpenningen van de horeca, etc. In het Thais
kong tamruat genoemd.
Koninklijke Pramen
Oude en fantastisch versierde boten die vroeger dienst deden als
oorlogsbodems maar tegenwoordig enkel nog gebruikt worden voor
koninklijke en overheidsfuncties. De grootste is 50 meter lang en
heeft een ploeg van vijftig roeiers plus zeven parasol-dragers, twee
roergangers, twee navigators, een vlaggenman, een maathouder en een
chanteur. De meest prominente boot wordt Suphannahongse genoemd en
is de persoonlijke praam van de koning, gebruikt in de koninklijke
rivierprocessie tijdens de
kathin phra racha thaan-ceremonie. De voornaamsten
worden bewaard in het
Koninklijke Pramen Museum te Bangkok.

Koninklijke Pramen Museum
Dit museum, voorheen de Werf van de
Koninklijke Pramen genoemd, werd gebouwd tijdens
het bewind van koning
Taksin, als werf voor de koninklijke pramen en
oorlogsbodems onder supervisie van de Thaise Koninklijke Marine.
Tijdens WW II werd de werf beschadigd en het onderhoud ervan werd
later overgedragen aan het Departement voor Schone Kunsten voor de
reparatie en restauratie van alle pramen die als nationaal erfgoed
geregistreerd staan. Het werd op 22 januari 1974 toegewezen als een
onderdeel van het Nationaal Museum en stelt de meest prominente
koninklijke pramen tentoon, alsook kunstvoorwerpen en accessoires
die in de ceremoniële optochten met deze vaartuigen gebruikt worden.

koran
Arabisch. 'Declamatie'. Heilige geschriften van de
islam. Een kollektie van de mondelinge
openbaringen door de profeet
Mohammed, door mohammedanen als de woorden
van Allah beschouwd.
Korat (?????)
Thais. Populaire benaming voor
Nakhon Ratchasima, afgeleid van het Plateau van Korat, de vlakte
van
Isaan, waartoe deze stad de toegang is.
kornak
Zie
mahout.
kornis
Bovenste gedeelte van een sokkel of zuil. Bij Thaise tempels meestal
gedecoreerd, en vaak in de vorm van een
lotus (fig.).

Kosala
Het rijk van koning
Dasharatha, de vader van
Rama. Ook Koshala.
kraam (????)
Thais. 'Indigo, blauw, aniline blauw'. Naam van een plant die
voornamelijk bloeit tijdens het regenseizoen en die wordt gebruikt
om een blauwe kleur uit te weken, die op haar beurt wordt gebruikt
voor het verven van
seua mo hom
(fig.).
Daarnaast wordt beweerd dat farmaceutisch gezien de bladeren een
doeltreffende middel zijn tegen koorts en bronchitis. De botanische
naam is baphicacanthus cusia en in
Noord-Thailand is de plant gekend als hom en in de provincie
Nan
als
hom meuang.
krab (????)
1.
Thais. Een paar -gewoonlijk boonvormige- houten werpblokjes om
iemands toekomst mee te voorspellen. Dezen worden op de grond
geworpen en uit hun positie kan men iemands lot aflezen. Ze zijn
vaak te zien in tempels, vooral in tempels van Chinese oorsprong (fig.).
Zie ook
siamsih.
2.
Thais. Een paar houten blokjes die men in de hand houdt en als
slaginstrument tegen elkaar aan slaat, ietwat vergelijkbaar met
castagnets.
krabeua (??????)
Thais. Oostindische waterbuffel. Zie ook
kwai en
karbouw.
krabi (?????)
Een Thais woord voor 'zwaard'.
Krabi (?????)
Thais. 'Zwaard'. Naam van de provinciehoofd van de gelijknamige
jangwat (kaart)
in Zuid-Thailand en met een bevolking van zo'n 18.000 inwoners,
gelegen op zo'n 814 km van
Bangkok. De provincie beslaat een gebied van 4.708,5 km², telt
acht
amphur en heeft een totale bevolking van zo'n
344.610 inwoners.Voordien heette deze stad Pakahsai of Karobi. Ze
ligt aan de Andamese Zee en grenst aan
Surat Thani in het Noorden,
Nakhon Sri Thammarat in het
Oosten,
Trang in het Zuidoosten en
Phang Nga in het Westen. Na
het dateren van stenen werktuigen, oude
kleurrijke muurschilderingen, kralen, aardewerk en
overblijfselen van menselijke geraamtes die gevonden werden in de
vele kliffen en grotten in de provincie, wordt aangenomen dat Krabi
reeds bewoond werd door homo sapiens sinds de periode 25.000-35.000
VC, wat Krabi mogelijk tot 's lands oudste, onafgebroken
nederzetting maakt. Natuurlijk bos bestaat grotendeels uit
mangrove en cassiabomen. Haar voornaamste
waterwegen zijn de Krabi en de Khlong Pakahsai-rivieren, en de
hoogste berg is Phu Khao Phanom Benjah, met een hoogte van 1.397
meter en een naam die 'sokkel met vijf lagen' betekent. Krabi is
omgeven door bergen van kalksteen, wat verbazingwekkende gezichten
geeft van steile klippen die hoog uit de zee oprijzen, omringd door
prachtige zandstranden. Het strand van Rai Le is geliefd bij
bergbeklimmers en de baai van Ao Nang heeft zo'n 84 kleine eilanden
en een grot in kalksteen. Andere
bezienswaardigheden zijn o.a. de Nationale Marine
Parken Koh Phi Phi (fig.)
en Koh Lantah, de eilanden Koh Poda en Koh Thap, en het bijzondere
'Kip'-eiland. Krabi is onderworpen aan tropisch moessonklimaat en
kent slechts twee seizoenen: het hete seizoen van januari tot april
en het regenseizoen van mei tot december. De voornaamste
werkzaamheden van in deze provincie zijn het tappen van
rubberbomen, het cultiveren van
mango's, koffie,
kokosnoten en oliepalmen, visserij en
rijst-produktie.

krabiad (????????)
Thaise lengtemaat. Een vierde deel van een inch, d.i. een kwart van
25,4 mm.
krabi krabong (????????????)
Thais. 'Zwaard en knuppel'. Thaise rituele vechtkunst met
handwapens, vnl. zwaarden (krabi) en knuppels (krabong).
Deze plechtige gevechtsport wordt aangeleerd volgens 400 jaar oude
tradities die ontstonden in Wat Phutthaisawan in
Ayutthaya, en de elitaire lijfwachten van
de Thaise koning zijn hierin vandaag nog steeds getraind.

krabok (??????)
Thais. Een korte bamboe-cilinder van ongeveer veertig centimeter
lang met onderaan een afgesloten gedeelte, gebruikt als een
waterreservoir, of om rijst in the grillen, zoals bij
khaw laam (fig.).
Zie ook
bong en
hun krabok.
krabong (??????)
Thais. 'Knuppel'. Zie ook
gada,
katha en
bong.
krabong phet (??????????)
1.
Thais. Een knuppel bezet met diamanten, gewoonlijk met miraculeuze
macht.
2.
Thais. Een cactus van het geslacht simaroubaceae.
krachai (??????)
Thais. Een wortel van het geslacht kaempferia behorend tot de
familie van de
gembers. Wordt gebruikt als een traditioneel
middel tegen bepaalde maag- en darmklachten.

kradaat sah (????????)
Thais.
Papier vervaardigd uit de schors van de
papiermoerbeiboom, die in het Thais
ton sah wordt genoemd.

kradang nga songkla (?????????????)
Thais. Naam voor een tropische boom met de Latijnse benaming cananga
odarata. Kan tot 24 meter hoog worden en heeft groen-gele bloemen
die gebruikt worden in de parfum-industrie vanwege hun welriekende
geur. In Maleisië
ylang ylang genoemd.

kradeung (??????)
Kleine tempelbelletjes, vaak van oplopende grootte, die aan een
draad van de spits van een
chedi hangen of van het
dak van een tempelgebouw, en rinkelen in de wind. De berg Phu
Kradeung in de provincie
Loei is naar hen genoemd,
omdat naar verluidt verschillende mensen op boeddhistische heilige
dagen of
Wan Phra het geluid van rinkelende belletjes van
de berg hoorden komen.

kradong (??????)
Thais. Een wan of platte, ronde mand, gebruikt om het kaf van het
koren te wannen. Grotere modellen worden 'kradong mon' genoemd.
Omwille van haar vorm wordt de
victoria regia (fig.)
in het Thais bua kradong genaamd.

kradong mon (?????????)
Thais. Een grote kradong. Officieel een wan, maar vaker nog
gebruikt om voedsel, zoals
cayennepepers
(fig.),
in te bewaren of in de zon te drogen.

krai (???)
Thais. Verzamelnaam voor bomen van het geslacht ficus, zoals de
ficus concinna (fig.).
Komt voor van India tot de Salomonseilanden en Australië.
Krailaat (??????)
Thaise benaming voor de berg waarop de hindoegod
Shiwa verblijft. Ook
Kailasa.
Kraithong (??????)
Een Thais klassiek verhaal over een
krokodil
Chalawan genaamd.
krajab (??????)
Thais. 'Waterkastanje' of 'waternoot'. Een nootachtige vrucht met
een snor-achtige vorm (een sterk gebogen V-vorm met omgekrulde
uiteinden) in een zwarte peul.

krajang (??????)
1.
Thais. Een dessin of ontwerp toegepast in het maken van
houtsnijwerk, bestaande uit bladen gearrangeerd in de vorm van twee
uitgestrekte armen.
2.
Thais. Een
kornis-achtige structuur met een decoratief
patroon bestaande uit bladen gearrangeerd in de vorm van twee
uitgestrekte armen op voorwerpen of meubilair van hout.

krajiab (?????????)
Thais voor roselle, een bloem (fig.)
van het geslacht
hibiscus.
Van de zaadknoppen kan een verfrissende drank rijk aan
Vitamine C worden
gemaakt, door hen in kokend
water te laten trekken. Ook
hibiscus sabdariffa en in het Thais eveneens
krajiab daeng.

krajiab daeng (????????????)
Thais. 'Rode krajiab'. Zie
krajiab.
krajiaw (????????)
Thais. Naam van een plant van het geslacht curcuma domestica die
behoort tot de familie der zingiberaceae, dezelfde familie
als de
galingale, waarop ze gelijkt.
Op de top draagt de plant een bloem (fig.)
en de bloemknop is eetbaar. In het Noordwesten van Thailand ook dok
aaw genoemd.
kranok (??????)
Thais. Een karakteristiek Thais dessin in de decoratieve kunst met
een op vlammen gelijkend patroon. Zie ook
kanok.

krapo pla (??????????)
Thais. 'Het binnenste van
vis'. Naam van een Chinees korkante hartigheid, gemaakt van de
ingewanden van vis. Het wordt opgediend als een soep gekookt met
rijstwhisky (kha lao), of als ingredient van een pikante salade, yam
krapo pla genaamd, die bestaat uit sneetjes tomaat en ui, stukjes
gedroogde inktvis,
chilipepers,
cashewnoten en een groene
selderachtige groente (fig.).
Het wordt alom verkocht in Bangkok's
Chinatown en is met prijzen van rond de 500 baht per kilo
nogal duur geprijsd.

kratai jien (??????????)
Thais. 'Chinees konijn'. Een instrument gebruikt om
kokosnoot te raspen. Vroeger in de vorm van een
-vaak langwerpige- lage stoel met een gerond mes met tanden,
tegenwoordig vaker een motorisch aangedreven maalmachine met pinnen
(fig.).
De kokos wordt geraspt om haar melk dat gebruikt wordt als een
ingrediënt in verschillende Thaise kerries.

kratha thong daeng (???????????)
Thais. Naam van een grote koperen ketel waarin
de
Yommabaan
in de hel
(narok)
zondaars koken als straf (fig.).
krathiam (????????)
Thais voor look, een plant en bolgewas van de familie van de ui.
Look wordt algemeen gebruikt in de Thaise keuken en wordt
aangetroffen in verschillende vormen op lokale markten over het hele
land. Volledige lookbollen bewaard in zout en water staan gekend als
krathiam dong of gepekelde look.

krathing (??????)
Thais. 'Gaur'. Het
grootst bekende wilde rund met de Latijns wetenschappelijke benaming
bibos gaurus. Het leeft in de heuvelachtige bosdistricten van India,
Birma,
Thailand
en Malakka. Het dier heeft een enorme stootkracht en het in Thailand
geproduceerde vitamine-drankje Krathing Daeng (rode gaur), dat
internationaal bekendheid verwierf onder de naam Red Bull (rode
stier), heeft als logo in feite twee roodkleurige gauren in
stormloop tegenover elkaar, om de kracht van haar product aan te
prijzen. In het kader van haar aktiviteiten ter bescherming van het
milieu biedt Wildlife Fund Thailand een gaur-observatieprogramma aan
in Khao Paeng Ma, in het district Wang Nahm Khiauw te
Nakhon Ratchasima.
Het is tevens de naam van een zoetwatervis en van een boomsoort.
krathon (???????)
Thaise benaming voor een fruitboom en haar bolvormige, geel- tot
groenkleurige tropische vrucht met dikke schil. Gekend onder de
westerse naam santol of wilde
manggis en onder de wetenschappelijke benaming
sandoricum indicum. Het vruchtdragend
seizoen is van juni tot september.

krathong (?????)
Thais. Drijvend bloemstuk. De stam van een
bananenplant wordt in schijfjes gesneden en
zulk'n schijf vormt de basis van de krathong die vervolgens wordt
versierd met gevouwen banenbladeren, bloemen, kaarsen en
wierrookstaafjes. Door de in punten gevouwenbladeren lijkt het
geheel op een geopende lotusbloem die kan drijven en tijdens het
festival van
Loi Krathong op het water wordt gezet en
weggedreven ter ere van de godin van het water
Mae Khongkha. Tegenwoordig wordt vaak ook
het minder milieuvriendelijke piepschuim als basis voor de
krathong gebruikt, waardoor ook grotere exemplaren uit papier kunnen
worden vervaardigd. De oorsprong van de krathong is terug te vinden
bij
Nang Nophamat, de dochter van een
brahmaanse priester en een hofdame aan het
hof van koning
Phra Ruang van
Sukhothai, die om de koning te behagen, een
'nieuwe stijl van lotusbloem ontwikkelde die 's nachts in
verschillende vormen op het stromende water werden weggedreven
tijdens het waterfestival'.

kraton
Versterkte dorpen op strategische plaatsen van waaruit lokale
vorsten heersten over Indonesië.
krayahsaad (?????????)
Thais. Een Chinees snoepje gemaakt van rijstmeelbloem, noten en
sesamzaad, en met suiker tot een
soort gekarameliseerde granenreep
gekookt. Het wordt voornamelijk gegeten tijdens het
saad-festival.

kreeftsklauw
Populaire benaming voor een bepaalde soort
heliconia,
waarvan de bloem gelijkt op een kreeftenschaar. Er bestaan twee
variëteiten: de kleine kreeftsklauw en de grote kreeftsklauw,
respectievelijk gekend als heliconia stricta en heliconia bihai.

kreuang boecha (???????????)
Thais. Offerandes aan een god.
_small.jpg)
kreuang kanthet (?????????????????)
Thais. Offerandes aan een
monnik na zijn preek. Zie ook
kan en
thet.
kreuang kheun (???????????)
Thais. Decoratieve voorwerpen gemaakt in
lakboomhars.
kreuang klohk (???????????)
Thais. Een machine om dingen mee fijn te stampem of te verpulveren.
Zie ook
krok tam khao.
kreuang krabeuang (????????????????)
Thais. Verzamelnaam voor allerlei soorten aardewerk, keramiek,
porselein of
tegelwerk.
kreuang laak (??????????)
Thais. 'Tractor'. Hoewel vierwielige tractors wel bestaan,
gebruiken de meeste landbouwers een trekker op twee wielen met
een lang stuur om de rijstvelden te ploegen. De banden ervan
kunnen van het gekartelde wiel worden afgehaald, die dan dienst
doen als roterende ploegen. De tractor kan vóór een kar of wagen
worden gespannen en dienst doen als vervoersmiddel van goederen
of mensen. Dit soort landbouwtrekker wordt in de volksmond ook
wel een 'Japanse buffel' genoemd.
kreuang moek (??????????)
Thais. Benaming voor decoratieve voorwerpen versierd met
paarlemoer.
kreuang pradap langka wat (??????????????????????)
Thais. 'Tempeldakdecoratie'. Dak-accessoire gewoonlijk vervaardigd
uit keramiek en vaak met afbeeldingen, of in de vorm van bewakende
figuren zoals draken,
yaksah's,
thevada's en
naga's. Ze zijn
gewoonlijk nogal ruw van afwerking en doen dienst als windbrekers.

kreuang prung (???????????)
Thais. 'Voedselingrediënten'. Een set van kleine kommetjes of glazen
met een dekseltje en een klein lepeltje, gevuld met specerijen en
gebruikt om naar eigen smaak een gerecht bij te kruiden. Het is
onderdeel van het gebruikelijke tafelgerei in
noedel-restaurants
en eettentjes langs de kant van de weg, in het bijzonder deze die
guay tiyaw-noedelsoep verkopen.
Onder deze specerijen bevindt zich o.a. 'naam prik' (zoute vissaus
met versneden
chilipepers), naam
som phrik (azijn
met versneden chili's),
naam taan (suiker),
prik pon (cayenne-poeder)
en vaak ook
thua pon (fijngestampte pindanoten).

kreuang rahng (??????????)
Thais. 'Amulet'
of 'talisman'.
kreuang sawey (???????????)
Thais.
Rajasap voor het 'voedsel'.
kreuang thao thang sie (?????????????????)
Thais. 'Offerande aan alle vier'. Een ceremonie in Noord-Thailand
waarbij zes korfjes met voedsel worden geofferd aan de beschermende
goden van een bepaalde plaats, respectievelijk voor de vier
lokapala's van de voornaamste
windrichtingen uit het
boeddhisme; maar ook voor
Indra, heeser van de
Tavatimsa-hemel en in de hindoeïstische
kosmologie zelf een lokapala; en voor
Phra Mae Thoranee, godin van de aarde.
Ondanks de benaming 'offerande aan alle vier' worden dus zes
offermandjes gebruikt, aldus offerend aan alle horizontale
richtingen van het kompas, alsook verticaal.

kreuang thuay chaam (??????????????)
Algemene Thaise benaming voor aardewerk en
porselein. Ook
thuay chaam.

kreuang tom (?????????)
Thais. Benaming voor decoratieve voorwerpen gemaakt in
niëllo.
kreuang yot (?????????)
Thais. 'Insignes van rang'. Staatsiekleding of uniform voor
staatsfuncties in Thailand.
kreua yaht (?????????)
Thaise benaming voor een
stamboom, geslachtslijst, geslachtsregister of genealogie. Tekening
in de vorm van een boom waarin de leden van een geslacht in hun
verschillende graden van verwantschap worden vermeld.
MEER HIEROVER.
Krimuk
Sanskriet. 'Met het gezicht van een
olifant'. Een benaming voor
Ganesha.
kris
Javaans-Maleisisch wapen gelijkend op de Thaise
khan. Het is een lange, bajonet-achtige dolk of kort
zwaard met een recht of gebogen, dubbelzijdig blad, eindigend in een
scherpe punt. Het was een belangrijk wapen in de Maleisische en
Indonesische oorlogsvoering. Het heft van een traditionele kris is
vaak mooi versierd.

Krishna (कृष्ण)
Sanskriet. 'De donkere' of 'donkerblauw'. De achtste en meest
populaire
avatar van
Vishnoe met een blauwe verschijning. Hij
wordt de eerste maal vermeld in de
Mahabharata waar hij de
Bhagavad Gita, een religieus gedicht van
voormame betekenis, in de wereld brengt, en waarin hij zichzelf als
een opperwezen openbaart. Hoewel hij een avatar is van Vishnoe wordt
hij vereerd als een god op zich en is alzo de meest gevierde god uit
het hindoeïstische pantheon. In Thailand
Phra Kritsana genoemd.
_small.jpg)
kristallen paleis
Zie
reuan kaew.
Krita
Sanskriet. Eerste van
de vier
yuga's.
Kritsana (?????)
Thaise benaming voor
Krishna, de achtste
avatar van
Vishnoe.
krodha
Sanskriet. 'Woede'. Een eigenschap van bepaalde boeddhistische en
hindoeïstische goden. Hun woede is bedoeld om vijanden af te weren
en de vromen te beschermen. Het Thaise woord
kroot is ervan afgeleid.
kroe (???)
Thais. 'Leraar' of 'meester', afgeleid van het woord
goeroe. Ook kruh getranscribeerd. Zie eveneens
phra kroe en
Wan Kroe.
Kroet (????)
Thaise benaming voor de
Garoeda. In Thailand gebruikt als
koninklijk symbool, wat een verband legt tussen de Thaise monarch
als beschermer van de natie, en de machtige god
Vishnoe uit het
hindoeïsme, als de beschermer van het
universum.

krok (???)
Thais. Een vijzel of mortier met een stamper, in het Thais
saak genoemd.

krokodil
Vahana of rijdier van de Vedische god
Varuna. In het Thais
jorakae.
krokodillenboerderij
Speciale kwekerijen voor
krokodillen die vaak ook toegankelijk zijn voor
het publiek en een speciale voorstelling aanbieden.

krok tam khao (?????????)
Thais. Een grote vijzel of mortier waarbij de stamper d.m.v. een
verlengstuk met de voet gebruikt wordt om rijstkorrels door stamping
van het kaf te scheiden. Zie ook
kreuang klohk.

krok tam mahk (?????????)
Thais. Een mortier of vijzel om
betelnoot fijn te stampen.

Krom Phra Nakhon (?????????)
Thais. Een titel voor een Thaise prins of prinses van koninklijke
bloede die aangesteld is om over een bepaalde provincie te regeren.
Er bestaan vijf gradaties met de hoogste titel die van
Krom Phraya, gevolgd door Krom Phra, Krom Luang,
Krom Khun en Krom Meun.
Krom Phraya (????????)
Hoogste titel van een
Krom Phra Nakhon, een Thaise prins of prinses van
koninklijke bloede aangesteld om over een bepaalde provincie te
regeren.
Kroningsdag
Thaise nationale feestdag op 5 mei, waarop de soevereine macht wordt
gevierd en de kroning van koning
Bhumipon in 1946 wordt herdacht. De koning en
koningin wonen dan een herdenkingsceremonie bij in
Wat Phra Kaew. In het Thais
Wan Chat Mongkon.
kroot (????)
Thais. 'Woede'. Afgeleid van het
Sanskriet woord
krodha. Een eigenschap van bepaalde
boeddhistische en hindoeïstische goden. Hun woede is bedoeld om
vijanden af te weren en de vromen te beschermen.
kru (???)
Thais. Een cel, kerker of holte in een
pagode of
stoepa, gewoonlijk gevuld met relikwieën en
boeddhabeelden.
Krung Thep (????????)
Thais.
Afkorting van de Thaise naam voor
Bangkok.
Volledig is dit: 'Krung
Thep Maha Nakon Amon Ratanakosin Mah Intara Ayutthaya Mahadilok
Popnoparatana Rajtani Buri Rom Udom Ratchaniwet Mahasatan Amon Piman
Awatan Sathit
Sakkatuttiya Vishnukam Prasit',
ofwel:
'Stad
der Engelen, Grote Onsterfelijke Stad, Residentie van de
Smaragden Boeddha, Onneembare Vesting van
de god
Indra, Hoofdstad van de Wereld, Versierd
met Negen Edelstenen, Woonplaats van het Geluk en Voorzien van
Enorme Paleizen die niet onderdoen voor de Hemelse Verblijfplaats
van de
Geïncarneerde god
Vishnoe,
Geschenk van Indra, Gebouwd door Vishnoe
met Zand van Tija'.
Kshatriya
De
krijgshaftige of heersende klasse in India, de tweede in de
hi?ërarchie van India's vier traditionele klasses. De term is
afgeleid van het woord 'kshatra', wat 'suprematie' of 'heerschappij'
betekent.
kua (????)
Thais. 'Poffen', 'roosteren' of 'branden', zoals het poffen van
kastanjes, het roosteren van noten, en het branden van koffiebonen.
kuan (???)
Thais. '(Ver)mengen, (om)roeren, opkloppen'. Benaming voor een
bewaarmethode van vruchten waarbij deze tot stroop worden
verwerkt door ze te koken en om te roeren. De verkregen stroop
wordt vervolgens in een eetbare vorm gegoten en gedroogd, en
naar gelang de voorkeur eventueel met suiker bedekt. Kuan is
tevens de benaming voor allerlei snoepgoed dat op deze manier
van fruit wordt gemaakt, zoals bijv.
kluay kuan,
ma muang kuan, etc. Vaak worden deze snoepjes
op een originele manier verpakt en als souvenir verkocht (fig.).

Kuan U
Een moedig en trouw soldaat in het Chinese verhaal de
Drie Koninkrijken.
Kuan Yin (觀音)
Chinese godheid van genade, in Japan gekend is als Kwannon en in
Thailand als
Phra Mae Kwan Im.
Voorgesteld als een dame, is ze de vrouwelijke vorm van de
mannelijke
bodhisattva
Avalokitesvara,
de personificatie van
medelijden, uit het
Mahayana
boeddhisme. Als de
vrouwelijke vorm Avalokitesvara heeft ze eveneens een beeltenis van
Amitabha
in haar hoofdtooi (fig.),
en wordt ze soms uitgbeeld met meerdere armen (fig.),
zoals de
stralende Avalokitesvara
(fig.).
Ook Kwan Yin.
_small.jpg)
kuay jab (????????)
Zie
guay jab.
kuay tiyauw (??????????)
Zie
guay tiyaw.
Kubera
De
god van weelde in het
hindoeïsme,
jainisme en
Mahayana boeddhisme. Hij is de halfbroer van
Ravana die hem versloeg en zijn troon afnam.
Vaak voorgesteld als een zwaarlijvig figuur met een geldbuidel en
waterkruik, en vergezeld van zeven schatten of een mangoeste die
geld en juwelen uitbraakt. Hij is bewaker van het Noorden en in het
hindoeïsme heerst hij over de
yaksha's en
kinnara's, die zijn schatten bewaken. Ook Kuvera.
In het Sanskriet
Vaisravana
en in de Thaise
Ramakien
Kumphakan
genoemd. Vergelijk met
Phra Sangkatjaai.
kuh bahn kuh meuang (???????????????)
Thais. Een plaatselijk symbool of instituut, gewoonlijk m.b.t. een
belangrijk lokaal beeld of bouwwerk. Het is lokaal bedoeld en
derhalve hebben de meeste steden en dorpen hun eigen kuh bahn kuh
meuang.
kumaanthong (????????)
Thais. 'Gouden prins'. Veelvoorkomende beeldjes van een jong
prinsje. Het populairste beeldje is dit van het prinsje dat met één
hand een geldbuidel vasthoudt terwijl hij met de andere hand een
kwak-beweging maakt. Het beeldje brengt geluk en
fortuin. De vrouwelijke vorm wordt
kumarithong genoemd. Zie ook
Sangthong.

Kumara
Sanskriet. 'Prins'. Een naam van de oorlogsgod
Skanda, als zoon van
Shiwa.
Kumari
Sanskriet. 'De maagd'. Een naam van
Parvati, vóórdat ze de gemalin van
Shiwa werd.
kumarithong (?????????)
Thais. 'Gouden prinses'. De vrouwelijke vorm van
kumaanthong.
Kumphakan (????????)
Demoon uit de Thaise
Ramakien. Hij is de regent van
Longka en de jongere halfbroer van
Totsakan. Hij heeft een groene huidskleur en
draagt geen hoofdtooi (fig.).
In de Ramayana
Kubera
genoemd.
kumphan (????????)
Thais. Een duivel, demoon, reus of monster. Zie ook
yak.

kula (????)
1. Thais. Naam voor
een vijfhoekige vlieger, soms ook
chula genoemd.
2. Thais. Benaming voor een buitenlander, in
het bijzonder voor een
Birmaanse
arbeider in de Thaise
robijn-mijnen.
kundala
Sanskriet. 'Oorring'. Versieringen gedragen als een
talisman ter bescherming tegen kwade invloeden. De
grootte en gebruikte materialen gaven de status van de drager aan.
Uitgerekte oorlellen, zoals die van de
Boeddha, ontstonden door het dragen van zware
gouden oorringen, en duidden op koninklijke afkomst.
kung ten (????????)
Thais. 'Dansende garnalen'. De naam van een gerecht bestaande uit
verse kleine zoetwatergarnalen gemixt met allerlei kruiden, die nog
levend worden genuttigd. Hierdoor springen de garnalen als een vis
op het droge, wat hen de typische naam bezorgde. Een lokale
specialiteit in
Phayao.

Kunti
Dochter van Shura en moeder van de
Kauravas. Ze is een belangrijke figuur in
het
epische gedicht
Mahabharata. Voordien Pritha genaamd.
Kurma
Sanskriet. 'Schildpad'. Verwijst naar de tweede
avatar van
Vishnoe die de karnstok tijdens het karnen
van de
Oceaan van Melk ondersteunde, om te voorkomen dat
deze wegzakte in de zachte bodem. Zodoende werd de schildpad een
symbool van stabiliteit.
Kuru
Een vorst van het Maan-ras, die heerste over Kurukshetra, een gebied
in het noordwesten van India nabij Delhi waarvan verondersteld wordt
dat het het slagveld was van de oorlog tussen zijn afstammelingen de
Kaurava's en de
Pandava's, beschreven in het
epische gedicht
Mahabharata.
Kusa
Eén van
Sita's tweeling-zonen in de
Ramayana, waarvan geen van beide erkend
werd door hun vader
Rama tot op de leeftijd van vijftien. De andere
noemde Lava. Also Kusha.
Kushinagara
Zie
Kusinagara.
Kushinara
Oorspronkelijke naam voor
Kusinagara.
Kusinagara
De
plaats in Noord-India waar de
Boeddha stierf en waar zijn overblijfselen
werden gecremeerd en verdeeld werden onder acht koningen.
Oorspronkelijk gekend onder de naam Kushinara. Het is één van de
vier belangrijke boeddhistische bedevaartplaatsen. Ook Kushinagara.
kuti (????)
Thais. De vertrekken of kwartieren van boeddhistische
monniken in
tempels en
kloosters. Zie ook
Sanghavasa. Ook koeti.

Kuvalayapida
Demoon in de gedaante van een
olifant, die er opuit werd gestuurd door
Kansa om
Krishna, zijn neef, te doden.
Kuvera
Zie
Kubera.
kwai (????)
Thais. 'Waterbuffel'. Algemene term voor de Oostindische waterbuffel
(fig.).
Hoewel
buffels uit de mode raken en stilaan meer en meer
worden vervangen door kleine tractors die men schertsend ook wel
Japanse buffels noemt (fig.),
worden de dieren toch nog steeds gebruikt bij het ploegen van
rijstvelden en als transportmiddel. Er komen twee soorten voor: de
ene met gekrulde horens, de andere met sikkelvormige horens, en
beiden komen ook voor als albino, met een rozige huid. De term kwai
wordt vaak minachtend gebruikt om de domheid van het dier aan te
duiden. Een oude legende vertelt dat de buffel door de god
Indra naar de aarde werd gestuurd om de
mensen het (rijst-) eten aan te leren, en hen de boodschap over te
brengen om eens om de drie dagen (rijst) te eten. De buffel daalde
naar de aarde af maar vergat onderweg wat hij moest zeggen en
verwarde de boodschap. Hij vertelde de mensen tenslotte dat ze drie
keer per dag moesten eten, in plaats van één keer om de drie dagen.
Bij zijn terugkeer in de hemel was Indra hier erg razend over omdat
er zo niet voldoende eten zou zijn voor iedereen. Als straf stuurde
hij de buffel terug naar de aarde om de mensen te gaan helpen bij
verbouwen van rijst en het ploegen van de velden. In de
hindoeïstische mythologie is de buffel het rijdier van de vedische
god
Yama en van
Nondi, het rijdier van de god
Ishana, wordt gezegd dat het een buffel is hoewel andere
bronnen spreken van een
stier. In
de
Ramakien is
Torapi een zwarte buffel, zoon van
Torapa, een albino buffel die later gedood werd
door zijn eigen zoon. In
Chonburi vindt jaarlijks een
buffelkoers plaats, een dag vóór de volle maan van de 11de
maanmaand, wat samenvalt met het einde van de
boeddhistische vastentijd.
De term kwai wordt tevens kleinerend gebruikt als scheldwoord voor
domme mensen. Ook
krabeua en
karbouw.

kwak (????)
Thais. De arm opheffen en (de hand) bewegen alsof men iemand
sommeert, lonkt of roept, zoals in
maew kwak en
nang kwak. Ook
kwak meua.
kwak meua (???????)
Thais. De arm opheffen en de hand (meua) bewegen alsof men iemand
sommeert, lonkt of roept, zoals in
maew kwak en
nang kwak. Ook
kwak.
kwan (????)
Thais. De cirkel of haarkrul achteraan de kruin van het hoofd,
metaforisch de zetel van iemands geest, met name de beschermgeest,
vnl. bij kinderen. Volgens ouderwetse Thaise
frenologie toont dit het karakter van een
persoon, en zouden twee zulke cirkels duiden op schurkachige
neigingen. Het kan ook vertaald worden als hart, moraal, moed, en
zelfvertrouwen. Zie ook
juk.
Kwan Im (??????)
Zie
Phra Mae Kwan Im.
Kwan Yin
Zie
Kuan Yin.
Kwannon (???????)
Japanese godin van genade, in China gekend als Kwan Yin (Kuan
Yin -
fig.)
en in Thailand als
Phra Mae Kwan Im.
Het is de vrouwelijke vorm van de mannelijke
bodhisattva
Avalokitesvara,
de personificatie van
medelijden, uit het
Mahayana
boeddhisme.
kyaung
Een
tempel, klooster
of school in
Birma. |