naag (???)
Thais voor
naga. Ook naak getranscribeerd.
naagprok (??????)
Zie
paang naag prok.
naak (???)
Thais voor
naga. Ook naag getranscribeerd.
naakprok (??????)
Zie
paang naag prok.
naang chie (?????)
Thais. Boeddhistische
non in Thailand. Nonnen
zijn vrouwelijke
leken die acht
voorschriften onderhouden of
zich vrijwillig
onderwerpen
aan de 227
gedragsregels
over de monastieke discipline
beschreven in
de
Vinaya,
hoewel ze niet tot de
Sangha
behoren. Meestal scheren ze zich, net als de monniken, kaal
en dragen een puur wit kleed.
Zie ook
chie pah kao.

naang fah (??????)
Thais. 'Vrouwelijke engel'.
naang mai (??????)
Thais. Een vrouwelijke geest of bovennatuurlijk wezen die in een
boom huist, een boomnimf, een dryade.
naang phaya (??????)
Een
Thaise benaming voor 'koningin'.
naen (???)
Zie
neen.
naga
1.
Sanskriet. Een mythische slang met de karakeristieken van een
cobra, meestal afgebeeld met meerdere koppen (fig.)
en soms in een menselijke of andere gedaante. Het is de beschermer
van de
Boeddha en bewaker van de wateren der aarde (fig.).
Symbool der vruchtbaarheid, vastberadenheid, weelde en overvloed, en
volgens de legende de voorvader van het ras der
Khmer. De naga wordt geassocieerd met water en
verblijft in drie sferen: onder de aarde, waar het waakt over
mineralen en edelstenen; in stille en stromende watermassa's; en in
de hemel, waar het de regens creëert. Een legende in
Isaan vertelt dat
Phraya Thaen, de engel der wateren naga's beval om
in het
Anohdaad-meer te spelen, een plaats in
Himaphan, zodat water op de aarde wordt gespild
als regen, de eerste natuurlijke bron van water. Op het einde van
het droge seizoen vuren inwoners van Isaan zelfgemaakte raketten de
lucht in (fig.)
om de naga's waker te maken, zodat er terug regen valt voor hun
gewassen. In de kunst wordt de naga vaak afgebeeld in gevecht met de
garoeda, de natuurlijke vijand der slangen.
Volgens de boeddhistische folklore had de naga een enorm respect en
bewondering voor de Boeddha, en verlangde ernaar een discipel te
zijn. Slangen zijn echter dieren van een lage rangorde en het is hen
niet toegestaan om als monnik gewijd te worden, noch om een tempel
te betreden. Derhalve zocht de naga zijn toevlucht tot het gebruik
van magie en veranderde zijn gedaante in die van een mens, om zich
zo ongemerkt tussen de discipelen te kunnen begeven. Op een dag,
tijdens het luisteren naar een preek, viel de naga in slaap,
waardoor de betovering verbrak en zijn ware gedaante werd onthuld.
De Boeddha vroeg de naga waarom hij zichzelf had vermomd. De naga
antwoorde dat hij ernaar verlangde om in de nabijheid van de Boeddha
te zijn en graag dienst wilde doen als een discipel. Na de uitleg
van de naga gehoord te hebben, zei de Boeddha dat hoewel het niet
mogelijk was om de naga tot monnik te wijden, hij wel de bewaker van
de tempel mocht zijn. Sindsdien worden kandidaat-monniken
naag genoemd en wordt de naga vaak afgebeeld op de
omringende buitenmuren van tempels, alsook op dakranden en
trapleuningen van tempelgebouwen, soms voortkomend uit de muil van
een
makara (fig.),
een voorstelling gekend als
nagamakara (fig.).
Daarnaast treft men in boeddhistische tempels vaak nog kenmerken aan
die verwijzen naar een naga, zoals het slang-achtige patroon van de
tempeldaken, offerandes van ananas, etc. Het wordt zelfs beweerd dat
één van de redenen waarom monniken zich kaal scheren een verwijzing
is naar de naga. Een andere legende vertelt hoe
phayanaag, de aanvoerder van de naga's, al het
water van de wereld opdronk om zijn schoonzoon van land te voorzien.
Woedend door deze onbeschaamdheid beval
Vishnoe de
deva's om hem vast te binden aan de berg
Meru en hem uit te knijpen tot hij al het water
dat hij had opgedronken terug zou uitspuwen. Het water dat hij
uitbraakte wordt beschouwd als
amarit.

2.
Sanskriet voor
naag, een kandidaat boeddhistisch
monnik in Thailand. Ook
buatnaag.
nagabaat (??????)
Sanskriet-Thais. Een magische pijl gebruikt door
Indrachit, één van de demonen in de
Ramayana. Nadat de pijl werd afgeschoten
veranderde deze in een
naga. Ook naakbaat en nagapasa.
nagamakara
Sanskriet. De combinatie van een
naga en een
makara.

nagaprok
Sanskriet. 'Overspreidende
naga'. Een boeddhabeeld met een naga over
zijn hoofd. Zie ook
Muchalinda en
paang naag prok.
nagara
Sanskriet. 'Stad' of 'hoofdstad'. Het Thaise woord
nakhon, vaak gebruikt als een voorvoegsel in
stadsnamen, zoals bijv.
Nakhon Sri Thammarat, is
hiervan afgeleid. Ook in India word het gebruikt in de stedelijke
nomenclatuur, zoals bijv.
Kushinagara.
nagaraat (??????)
Sanskriet-Thais. 'Nagakoning'. Een enorme slang. Zie ook
naga.
nagaraja
Zie
nagaraat.
nah gleua (???????)
Zie
nah kleua.
nah kleua (???????)
Thais. 'Zoutveld'. Veld waar zout gewonnen wordt door indamping van
brijn of zout water door de zon. Een zoutziederij. Ook nah gleua.

nahm khaeng kot (?????????)
Thais. 'Geperst ijs'. Fruitsap met suiker dat tot ijs op een stokje
wordt bevroren. Fruitsap wordt in buisvormige cilinders gegoten die
in een ronde aluminium bak worden geplaatst waarvan de onderkant
gevuld is met ijs waaraan zout wordt toegevoegd om de temperatuur te
doen dalen tot zo'n 25° Celsius onder nul. Het fruitsap bevriest
hierbij tot een ijslolly. De aluminium bak is afgedekt met een
ronddraaiend deksel met gaten waarin de buisvormige cilinders worden
geplaatst. Door dit deksel regelmatig rond te draaien voorkomt men
dat de met fruitsap gevulde cilinders aan het ijs onderin zouden
vastvriezen.

nahm phu ron (?????????)
Thais. 'Warmwaterbron'. Warmwaterbronnen ontstaan waar bij elkaar
gestroomd grondwater wordt verwarmd door de barysfeer, op plaatsen
waar de aardkorst dun is zodat het opgewarmde water snel naar boven
kan stijgen. Soms onstaan hierdoor geisers die het hete water tot
enorme hoogten in de lucht spuiten, hoewel vele warmwaterbronnen
vaak niet meer zijn dan borrelende warmwaterbronnen.
Warmwaterbronnen stoten gewoonlijk hete zwaveldampen uit en zijn
rijk aan mineralen. Hierdoor biedt men bij deze bronnen meestal
therapeutische baden aan met afgekoeld bronwater, terwijl men op
andere plaatsen eieren verkoopt om er in te koken.

nahm tok (?????)
1.
Thais. 'Waterval'. Thailand heeft vele watervallen, voornamelijk in
de Nationale Parken. Onder de bekendste zijn de Erawan-waterval in
de provincie Kanchanaburi, de Thi Lo Su-waterval, één van de hoogste
in het land, in de provincie Tak, de 100 meter hoge Mae
Surin-waterval in de provincie Mae Hong Son, de Na Meuang-waterval
op het eiland Samui in Surat Thani, Wachirathan-waterval in de
provincie Chiang Mai, en nog vele anderen.

2.
Thais. Naam van een gerecht van vlees, kip of vis klaargemaakt over
houtskool en met een pikante saus.
nahm yah (?????)
1. Thais benaming voor Chinese kruidenthee. Er bestaan verschillende
soorten van die verschillen in naam naargelang hun bitterheid,
waaronder bitterthee, vierenetwintig thee, lo han guo thee en
gherrysanthamun thee. Dit kruidenextract dat duenst doet als een
versterkende tonic kan men vinden in Chinese kruidenwinkel in
Bangkok's Chinatown.

2. Thais. Vissoep gegeten met
kanom jien.
Nai Luang (??????)
Thaise benaming voor de 'koning'.
Nairit (??????)
Thaise uitspraak voor
Nairitti.
Nairitti
Sanskriet. Beschermer van het Zuidwesten en god van de zon, soms
voorgesteld met een halo en een
lotus in elke hand. Hij ment een strijdwagen
getrokken door zeven paarden. Ook Nairriti, en in het Thais
Nairit. Zie ook
Surya.

Nairriti
Zie
Nairitti.
nakabaat (??????)
Sanskriet-Thais. Een slangachtige pijl gebruikt bij een van de
demonen in de
Ramayana. Ook nagabaat.
nakhon (???)
Thais. 'Stad', als in
Phra Nakhon Sri Ayutthaya. Afgeleid van het
Sanskriet woord
nagara.
Nakhon Nayok (???????)
Thais. 'Eerste Stad'. Naam van een kleine provincie (kaart)
en haar hoofdstad in Centraal-Thailand,
ca. 106 km noordoostelijk van
Bangkok. In het
noorden van de provincie zijn verscheidene watervallen. De provincie
telt slechts vier
amphur.

Nakhon Pathom (??????)
Thais. 'Eerste Stad', afgeleid van het Pali 'Nagara Pathama', en
beschouwd als Thailand's oudste stad en was het centrum van het
Dvaravati-rijk, maar de streek was allicht reeds
bewoond in de tijd van keizer
Asoka, in de 3de eeuw AD. Deze provinciehoofdstad
met ca. 45.000 inwoners ligt op 56 km van
Bangkok in een gelijknamige
jangwat (kaart)
in West-Thailand en is bekend vanwege het hoogste boeddhistische
monument ter wereld, de
Phra Pathom Chedi met een hoogte van 127 meter (fig.).
Deze provincie heeft zeven
amphur.

Nakhon Phanom (??????)
Thais-Sanskriet-Khmer. 'Stad der heuvels'. Naam van een provincie (kaart)
en haar gelijknamige hoofdstad met ca. 34.000 inwoners in
Noordoost-Thailand, gelegen op zo'n 740 km van
Bangkok. Onder de
bezienswaardigheden is
Phrathat
Phanom (fig.),
een
tempel met een
stoepa in Laotiaanse stijl die een relikwie van de
Boeddha bevat. De provincie telt heden elf
amphur en één
king amphur.

Nakhon Ratchasima (??????????)
Naam
van een provincie (kaart)
en haar grote hoofdstad met ca.
203.000 inwoners, gelegen in Noordoost-Thailand (Isaan),
op 259 km van
Bangkok. Het is een oude stad met een belangrijke geschiedenis
en geldt als de poort tot de Isaan. Onder de bezienswaardigheden is
o.a. het oude
Khmer-heiligdom
Prasat Hin Phimai.
Zowel de provincie als de stad zijn eveneens gekend als
Korat. De provincie heeft 26
amphur en zes
king amphur.

Nakhon Sawan (?????????)
Thais. 'Hemelse Stad'. Naam van een
jangwat (kaart)
en van haar grote hoofdstad met ca. 107.000 inwoners, waarvan een
groot gedeelte Chinees is. Gelegen in Centraal-Thailand aan de voet
van de bergtempel Wat Chom Khiri Nak Phrot, op 240 km noordelijk van
Bangkok, aan de samenloop van de rivieren
Ping,
Nan,
Wang en
Yom, die er gezamelijk de
Chao Phrya-rivier vormen. Gekend vanwege het
Chinese Nieuwjaarsfestival dat er uitbundig gevierd wordt. De
provincie wordt voor een groot deel ingenomen door het immens grote
Bung Boraphet-meer dat zich uitstrekt van Ban Laem Nang So Nai in
het Westen tot Ban Phanom Set Nua in het Oosten en een
natuurreservaat voor vogels is (fig.).
De provincie heeft 13
amphur en twee
king amphur.

Nakhon Sri Thammarat (?????????????)
Naam
van een provincie (kaart)
en haar hoofdstad, gelegen in Zuid-Thailand op 780 km zuidelijk van
Bangkok en met een bevolking van
ca. 72.000 inwoners, waarvan een groot gedeelte moslim is. Eeuwen
vóórdat het
Srivijaya-rijk zich over het zuidelijke
schiereiland verspreidde was hier reeds een stadstaat met de naam
Ligor (Lagor), de hoofdstad van het toenmalige Trambralinga-rijk.
Toen later monniken uit Sri Lanka hier een klooster stichtten
veranderde men de naam in Nagara Sri Dhammaraja, Pali-Sanskriet voor
'Stad van de Heilige Dhamma-koning', wat zich tenslotte vertaalde in
de huidige Thaise naam. Tijdens de vroege ontwikkeling van de
verschillende Thaise koninkrijken was de stad een belangrijk centrum
voor religie en cultuur, en vandaag staat ze nog steeds bekend voor
het vervaardigen van voorwerpen in
niëllo,
ya lipao, en
nang, en dansmaskers. Onder de
bezienswaardigheden is
Wat Mahathat Wora Maha Wihaan met een 78 meter
hoge chedi waarvan de torenspits uit massief goud is. De stad ligt
in een gelijknamige provincie met onder de bezienswaardigheden het
570 km² Khao Luang Nationaal Park, mooie stranden langs de
noordkust, en theaters met schaduwpoppen. De belangrijkste bron van
inkomsten voor de streek zijn rubber, koffie,
rijst en fruit. Deze provincie heeft 21
amphur en 2
king amphur.

Nakhon Thom (?????)
Thaise benaming voor
Angkor Thom in
Cambodja.
Nakhon Wat (??????)
Thaise benaming voor
Angkor Wat in
Cambodja.
nak muay (??????)
Thais. 'Bokser', resp. bij
muay thai.
De
officiële
broekskleuren van de nak muay
is rood voor één partij en blauw voor de andere.
Volgens sommige bronnen is de
bokser in rode broek steeds de betere speler met de meeste
overwinningen op zijn naam.
nal
Een
trap in Indische architectuur.
Nalagiri
De
olifant die door de
Boeddha tot rust werd
gebracht toen die door zijn jaloerse neef
Devadatta op hem werd losgelaten om hem te
doden.
nal mandapa
Sanskriet. Portiek boven een trap.
Nan (????)
1.
Thais. 'Territorium'. Naam van een provincie (kaart)
en haar hoofdstad met ca. 25.000 inwoners, gelegen in Noord-Thailand
op zo'n 668 km van
Bangkok. Volgens de legende ontstond de stad toen koning
Pha Kong, de lokale vorst van Nakhon Damri een nieuwe stad wilde
bouwen, en hierbij een visionaire droom had. In deze droom zag hij
hoe een rund de Nan-rivier overstak en in een bepaald gebied een
plan maakte met een vierkante structuur en zo het fundament legde
voor de nieuwe stad. Toen hij wakker werd zag hij dit plan er echt
was en liet hij de nieuwe stadsmuren dienovereenkomstig optrekken.
In het verleden waren
Phrae en Nan één land dat verdeeld werd door twee
broers in twee territoria (nan) om beter geregeerd te kunnen worden.
Onder de bezienswaardigheden is
Wat Phumin (fig.)
en Wat Phrathat Chang Kham Worawihaan (fig.).
De provincie telt veertien
amphur en één
king amphur. Uitspraak Naan.

2.
Thais. Naam van een rivier in Noord-Thailand die door samenvloeiïng
met de
Ping-,
Yom- en
Wang-rivieren
nabij
Nakhon Sawan de
Chao Phraya-rivier vormt.
Nanak Dev
De
stichter van het
Sikh geloof
in de late 15de eeuw. Geboren in 1469 en op 70-jarige leeftijd
overleden in 1539. Hij wordt beschouwd als de apostel van de vrede
en de eerste
goeroe van de moderne denkers in India.
Nandi
Sanskriet. De stier of -volgens sommige teksten- buffel, die dienst
doet als het rijdier van de god
Shiwa. Hij staat symbool voor
vruchtbaarheid en men treft hem regelmatig aan in Shiwaanse tempels,
opgesteld in de richting van het voornaamste heiligdom (fig.).
In muurschilderingen gewoonlijk uitgebeeld in het wit. Eveneens
Nandin, en in het Thais
Nondi of Nontie. Zie ook
Nandi mandapa.

Nandikesvara
Sanskriet. 'Heer van Nandi'. Een in Java populaire gedaante van
Shiwa met als
attributen een lotusknop, een kruik, en een
drietand. Hij komt voor als bewaker van portalen, soms vergezeld van
Nandi.
Nandi mandapa
Sanskriet. Portiek of paviljoen in oude
Khmer tempels
gebruikt als beschutting voor een beeld van
Nandi dat opgesteld werd in de richting van
het voornaamste heiligdom.

Nandin
Zie
Nandi.
nang (????)
Thais. 'Dierenhuid'. In Thailand bestaande kunstvorm waarbij leder,
meestal dat van een waterbuffel, uitgesneden wordt in de vorm van
figuren (fig.),
vaak met Thaise, religieuze en mythologische thema's.

nang (???)
Thais voor 'dame, vrouw of meisje'. Gewoonlijk gebruikt in een
eerder poëtische context maar ook vóór eigennamen, als in
Nang Nophamat.
nangka
Een benaming
uit het Kawi, Sundanees, Javaans, Malay, Balinees en Tagalog en
gebruikt in het Nederlands voor de
artocarpus heterophyllus (fig.),
een boom van het geslacht artocarpus, waartoe ook de
broodvruchtboom behoort en die in het Engels gekend
is
als 'jackfruit'. De boom produceert enorm grote vruchten (fig.)
tot zo'n veertig kilogram. Deze bestaan uit enorme bruingoene
bolsters met korte, zeshoekige, botte stekels. Ze bevatten geel en erg
zoet vruchtvlees (fig.),
dat als kleine zakjes om de vele zaden heen zit. De Thaise
benaming voor de boom
ton kanoen en hij is vruchtdragend van januari tot
mei.
nang kwak (???????)
Thais. 'Lonkende dame'. Vrouwelijk beeldje (nang)
met één of beide opgeheven arm(en) dat met handen sommeert alsof ze
naar iemand gebaard of lonkt (kwak).
Ze nodigt voorspoed uit en is vaak uitgestald in winkels en
bedrijven om goede zaken aan te trekken. Gewoonlijk uitgebeeld met
een grote beurs vol geld. Vergelijk met
maew kwak of
maneki-neko.

Nang Nophamat (????????)
De
dochter van een
brahmaanse priester en een hofdame aan het
hof van koning
Phra Ruang van
Sukhothai, die om de koning te behagen een
nieuwe stijl van lotusbloem ontwikkelde die 's nachts in
verschillende vormen op het stromende water werden weggedreven en
waarschijnlijk aan de oorsprong ligt van de hedendaagse
krathong gebruikt tijdens het
Loi Krathong festival.
nang thaloeng (?????????)
Thais. Een poppentheater in Thailand bestaande uit een schaduwspel
waarbij de schaduw van een uitgesneden stuk leder of gedroogde
dierenhuid (nang)
in de vorm van een menselijke gedaante, op een doek of scherm wordt
geprojecteerd. De verhalen zijn meestal gebaseerd op de
Ramakien.

Narai (???????)
1.
Thais. Een vorige incarnatie van
Rama en een
avatar van de hindoegod
Vishnoe. Hij verblijft in de
Waikuhn-hemel en wordt in het Sanskriet
Narayana genoemd.
MEER HIEROVER.
2.
Koning Narai, heeser van
Ayutthaya van 1656 tot aan zijn dood
tijdens de revolutie van Ayutthaya in 1688. Ook
Phra Naraiyamaharaat.

Narai banthom sin (???????
???????????)
Thais-rajasap. 'Narai slapend op de oceaan'. Thaise term voor
Anantasayin.
Narai plaeng son (?????????????)
Thais. 'Narai die een pijl afschiet'. Algemene benaming voor een
afbeelding van
Vishnoe,
Rama of
Narai met een boog. Zie ook
Narai song peun.

Narai song peun (?????????????)
Thais. 'Narai met een wapen'. Beeld van
Vishnoe,
Rama of
Narai met een boog. Zie ook
Narai plaeng son.
Narasimha
Zie
Narasingha.
Narasingha
Sanskriet. 'Man-leeuw'. De vierde
avatara van
Vishnoe met het lichaam van een man en de
kop van een
leeuw.
Narathiwat (????????)
Naam
van een provincie (kaart)
en haar hoofdstad met ca. 41.000 inwoners, gelegen in Zuid-Thailand
op zo'n 1.149 km van
Bangkok in een gelijknamige
jangwat die grenst aan
Maleisië. De naam van deze
stad en provincie is pas sinds 1915 in gebruik, voorheen was dit
Bang Nara en nog eerder Meuang Ra Ngae. De provincie heeft 13
amphur.

Narayana
Sanskriet. Een andere benamimg voor de hindoegod
Vishnoe. Ook
Phra Narai.
Naresuan
(??????)
Koning van
Ayutthaya die regeerde van 1590 tot 1605. Geboren
in 1555 als zoon van koning Maha Thammaracha en diens voornaamste
vrouw en koningin, de dochter van koning Chakkraphat. Hij werd naar
Birma gevoerd als gijzelaar, zodat zijn vader trouw zou blijven als
vazal aan Birma, dat Ayutthaya had veroverd in 1569 en diens vader
op de troon had geplaatst. In 1571 mocht hij van de Birmaanse koning
Bayinnaung huiswaarts keren in ruil voor zijn zuster. Ondanks zijn
toen nog jeugdige leeftijd van 16 jaar, stuurde zijn vader hem naar
het noordelijke
Phitsanulok om de regio te
besturen terwijl hij gelijktijdig werd aangewezen als troonopvolger
voor Ayutthaya. In een later duel gevochten op de rug van een
olifant bevrijdde hij Ayutthaya van het juk van
Birma. Hij wordt aanzien als een der groten in de Thaise
geschiedenis (fig.).
Meestal met het voorvoegsel
Phra of
Phra Chao.

narok (???)
Thaise term die verwijst naar de 'hel', een plaats vergelijkbaar met
het Christelijke vagevuur. De plaats bestaat uit acht putten gekend
als sanjihwa, kalasut(ra), sangkaht, rohruwon, maharohruwon, tapon,
patahpon en
awejie. De diepste afgrond, waar de zwaarste zondaars hun
straf ondergaan is awejie. De hel wordt bewaakt door
Yama (in het Thais
Phra Yom genoemd), de Vedische god van de dood, die
eveneens gekend is onder de naam
Yommaraat,
de 'koning van het dodenrijk'. Hij wordt hierin bijgestaan door zijn
afgezant
Yommathoet, een soort engel des doods
die die de geesten van de doden vóór Phra Yom en zijn klerken
Suwan en
Suwaan leidt, om te worden geoordeeld. Hij wordt
meestal afgebeeld met hoorns op zijn hoofd, en met een drietand of
een ander wapen in de hand. Boeddhistische
tempels hebben
vaak tuinen met scenes uit deze onderwereld waarin wezens die
Yommabaan worden genoemd wrede
straffen uitdelen aan de verdorvenen. Deze beelden worden gebruikt
door
monniken en novicen ter contemplatie en meditatie.
Also called
Yommalohk en
badahn.
Zie ook
kratha thong daeng.
_small.jpg)
nat
Een Birmaanse geest gelijk aan de Thaise chao thie en die zowel
een natuurgeest als een geest uit de mythologie kan zijn,
voornamelijk de geest van iemand die een gewelddadige en
onrechtvaardige dood is gestorven. Van diegene die een onnatuurlijke
dood zijn gestorven bestaat een pantheon van in totaal 37 nats.
Omdat ze zowel mens zijn geweest als geest worden ze beschouwd als
verzoenend en discipelen van de
Boeddha, en desgevolg erg gerespecteerd en vereerd
in de Birmaanse cultuur. Alle 37 nats uit het welgekende pantheon
hebben hun spirituele verblijfplaats bij de berg Mt. Popa, een
belangrijke bedevaartplaats voor veel Birmezen. De verering van de
nats is in het algemeen gebaseerd op angst om door hen kwaad te
worden berokkend, en de hoop dat gunsten zullen worden verkregen in
ruil voor gebrachte offers en gebeden. Het beruchtste animistisch
festival in Birma is
nat pwe, het 'festival der geesten', dat
jaarlijks in augustus gehouden wordt in Taungbyon, zo'n 20 km
noordelijk van Mandaley.
_small.jpg)
Nataraja
Sanskriet. 'Vorst der dans'. Een voorstelling van
Shiwa die kosmische waarheid of energie
representeert. Zijn kosmische dans symboliseert schepping, bewaring,
en vernietiging tegelijkertijd. Hij staat met één voet op een dwerg,
de personificatie van 'onwetend- en onkundigheid'. Zie ook
kalachakra en
tandava.

Nationaal Museum
Het Nationaal Museum van Bangkok is het grootste museum in
Zuidoost-Azië en werd in 1874 gesticht door koning
Rama V. Het is gevestigd in het voormalige Wang Na
Paleis, voordien de woonst van de vice-koning en onderdeel van
Phra Rachawang, het Koninklijke Paleis. Het heeft
objecten uit de Thaise kunst en geschiedenis, van de
Sukhothai tot aan de
Rattanakosin-periode,
alsook representaties uit de pre-Thailand
periode. Het stelt tevens beelden tentoon uit andere delen van
from elsewhere Azië, waaronder één van de oudste
boeddhabeelden in
Gandhara-stijl, uit
India. Het museum bestaat uit meerdere gebouwen en heeft gratis
rondleidingen in het Engels, Duits, Frans en Japan, gegeven door
vrijwilligers. In het Thais Phiphithaphan Haeng Chaht.
Nationaal Volkslied
Zie
Phleng Chaht Thai.
Nationale Galerij
De
Nationale Galerij vergaart en exposeert zowel klassieke als
hedendaagse kunst van gevierde Thaise kunstenaars voor eenieder die
geïnteresseerd is in kunst. Het stelt tevens olieverfschilderijen
tentoon die gemaakt zijn door koning
Bhumipon. De galerij werd plechtig ingehuldigd op
8 augustus 1977 door prinses Maha Chakri Sirindhorn en is gelegen
aan de Phra Pin Klao-brug, nabij
Sanam Luang.
nat pwe
Birmaans. 'Festival der geesten'. Jaarlijks religieus festival in
Birma, gehouden in
augustus in Taungbyon, zo'n 20 km noordelijk van Mandaley, een
plaats genaamd naar de gebroeders Shwe Hpyin Gyi en Shwe Hpyin Nge
Taungbyon die in de 11de eeuw AD in opdracht van koning
Anawratha geëxecuteerd werden, omdat ze
geen stenen bij een
pagode hadden geplaatst, zoals hen was opgedragen.
navagraha
Sanskriet. De negen planeten, dat is, de zon, de maan, Mars,
Mercurius, Jupiter, Venus, Saturnus, Neptunus, en de Aarde.
Gewoonlijk voorgesteld op een latei of als een gedeelte van de
voordeur bij een hindoe of
Khmer-tempel. Merk op dat deze lijst wel de zon en
de maan vermeldt maar niet de planeten Pluto en Uranus. Zie ook
noppakro.
navaranga
Sanskriet. De centrale hal van een
tempel.
Navaratri (???????)
Sanskriet-Thais. Indisch jaarlijks tien dagen en nachten durende
religieuze festival waarin o.a. dagelijks
puja-ceremonieën worden gehouden. De term
wordt ook gebruikt in Indische
tempels in
Thailand.
neen (???)
Thais. Een novice in de boeddhistische religie in Thailand,
gewoonlijk onder de leeftijd van twintig jaar. Ze dienen slechts
tien van de boeddhistische geboden na te leven i.p.v. de 227
gedragsregels voor volwassen monniken, de zgn.
pahtimook. Ook
sahmmanaen, en eventueel
naen gespeld.

nefriet
Niersteen of bittersteen. Een groen-grijze vezelachtige
halfedelsteen, gelijkend op
jade.
Neung Tambon Neung Phlitaphan (???????????????????????)
Thais. 'Eén District Eén Produkt'. Zie
OTOP.
neushoornkever
Kever waarvan het mannetje een lange hoorn, die op een gewei lijkt,
op de kop draagt. Hij behoort tot de sterkste dieren ter wereld en
kan tot 800 keer zijn eigen gewicht opheffen. In Thailand worden ze
gebruikt in weddenschappen waarbij ze tegenover elkaar worden
geplaatst op een houten balk en moeten trachten de opponent ervan af
te duwen of terug te dringen over een streep, hierbij opgejut door
een ratel (fig.).
Deze kever behoort tot het geslacht 'dynastes' en zijn
wetenschappelijke benaming is 'eupatorus gracillicornis'. In het
Thais worden ze
duang maprao genoemd, letterlijk 'kokoskever' en
in het Nederlands ook wel 'vliegend hert', vanwege het gewei op zijn
kop.

neushoornvogel
Grote vogelsoort met de Latijns wetenschappelijke naam 'rhyticeros
plicatus'. Van deze vogels leven er dertien verschillende soorten in
de wouden van Thailand, waarvan er zeven op de lijst van bedreigde
diersoorten staan. Hun naam danken ze aan de hoorn bovenop hun
snavel, de zgn. 'helm'. Tijdens de broedperiode verblijft het wijfje
in een nesthol hoog in een boom. De opening hiervan wordt
grotendeels dichtgemetseld met modder, voedselresten en
uitwerpselen, met slecht een kleine opening die gelaten wordt om
voedsel dat door het mannetje wordt aangedragen, aan te nemen. De
beste plaats om deze vogels waar te nemen is Khao Yai Nationaal
Park. De vogel kan tot 130 cm lang worden en wordt ook wel grote
neushoornvogel genoemd, en door sommigen 'Boeddhavogel', omdat door
zijn roep de
monniken 's ochtends worden gewekt en tot het
ochtendgebed worden geroepen. Zijn roep klinkt in het begin met een
herhaald 'gok, gok, gok' en wordt gevolgd door een schreeuw die
klinkt als 'gahang' of 'gawa'. In het Thais
nok ngeuak of
nok hang.

nga (??)
1.
Thais voor 'ivoor'
en 'slagtand van een olifant'. Het harde been uit de roomkleurige
slagtanden van een olifant die hij gebruikt als zijn werktuig en
wapen. Ivoor wordt vaak benut om te verwerken tot kunstvoorwerpen,
maar is illegaal in veel landen.
In tegenstelling tot de Afrikaanse olifant, waar enkel de
stier slagtanden draagt, kan bij de
Aziatische olifant zowel de stier als het wijfje
slagtanden ontwikkelen.

2.
Thais voor 'sesam'.
Ngam Meuang (???????)
Koning van
Phayao tijdens de
Lan Na-periode, die leefde van 1238 tot
1298 AD. Om de macht in het Noorden tegenover de
Khmer en de Birmanen te behouden en deze te
consolideren sloot hij een verbond met koning
Ramkamhaeng (fig.)
van
Sukhothai en koning
Mengrai van
Chiang Mai.

ngao (????)
Thais. 'Haak'. De populaire benaming voor de
antefix bij traditionele Thaise woningen in
teakhout.

nga tie hak (????????)
Thais. 'Gebroken slagtand'. Thaise benaming voor
tanta.
ngeuak (?????)
Thais. 'Zeemeermin'. Komen vaak voor in de legendes van
Zuidoost-Azië. Ook ngyak getranscribeerd.

Ngiaw (??????)
Thais. Naam van een
volk in Noord-Thailand,
ook
Shan genoemd.
ngiw (????)
Thaise benaming voor Chinese opera. Voorstellingen zijn in het
Chinees en zijn een mengeling van drama, razernij en zangerige
voordracht. De gezichten van alle acteurs zijn zwaar geschminkt en
ze zijn gekleed in kleurrijke Chinese kostuums, soms met een
opvallend hoofdtooi. Grotere Thaise steden hebben vaak een permanent
theater, terwijl meer afgelegen steden en dorpen gewoonlijk moeten
wachten op het bezoek van een rondreizend gezelschap.
ngo (????)
1.
'Haar'. Thaise benaming voor de
ramboetan (fig.),
een vrucht met een rode harige bolster.
_small.jpg)
2.
Naam voor de leden van de Sakai en aanverwante stammen in de jungles
van
Maleisië en zuidelijk
Thailand.
ngop (???)
Thais. Naam van een Thaise landbouwershoed, lampenkap-vormig en
gelijkend op een omgekeerd mandje van gevlochten dunne plakjes
bamboo. Vervaardigd van gevlochten bamboe en bekleed met
palmbladeren. Binnenin zit een ring die rond het hoofd past.
Voornamelijk gedragen door plattelandsvrouwen.

ngu (??)
Thais. Algemene benaming voor
slangen. Uitspraak ngoe.
ngu hao (??????)
Thais. 'Blaffende slang'. Benaming voor de
cobra of
brilslang.
ngyak
Zie
ngeuak.
nibbhana
Zie
nirvana.
Nie Banpacha (?????????)
Thais. Vluchten of vertrekken om het priesterschap of de
geestelijkheid in te gaan. Thaise term gebruikt om het
Grote Vertrek van de
Boeddha aan te duiden. Zie ook
Banpacha en
Buat.
niëlleren
Een
techniek bestaande uit het legeren van lood, koper, en zilver dat
door verhitting ineengesmolten wordt met kostbare metalen voorwerpen
zoals goud of zilver, en door verhitting, gravuur- en polijstwerk
een zwarte metaaldecoratie geeft. Zie ook
niëllo.
niëllo
Een
door
niëlleren verkregen zwarte compositie
bestaande uit een metaalmengsel van lood, koper, en zilver dat door
verhitting ineengesmolten wordt met kostbare gegraveerde metalen
voorwerpen zoals goud of zilver. De techniek omvat verhitting,
gravuur- en polijstwerk. Deze kunstvorm werd zo'n 700 jaar geleden
in Thailand geïntroduceerd via
Nakhon Sri Thammarat, en decoratieve voorwerpen in
niëllo worden in Thailand
kreuang tom genaamd.

Nieuwe Theorie
Theorie ontworpen door koning
Bhumipon Adunyadet ter verbetering van de
agricultuur voor kleine grondbezitters, met als doel om in de eigen
behoefte te kunnen voorzien. In het Thais gekend als
tritsadie mai.
nimit (?????)
1.
Thais. 'Creëren'. Zie ook
look nimit.
2.
Thais. 'Voorteken' of 'omen'. Een visioen of teken voor de
toekonmst. Zie ook
look nimit.
nimon (??????)
Thais-Rajasap. 'Uitnodigen' of 'vragen', vnl. m.b.t. monniken om
aanwezig te zijn of deel te nemen aan een religieuze rite.
nipa-palm
Naam van een palmsoort die goed gedijt in de zachte modder van
kuststreken nabij
brak- en zoutwatergebieden van riviermondingen,
maar uit de buurt van de bewegingen der golven. De plant kan makkelijk
meer dan drie meter hoog worden en zijn bladeren (fig.)
worden gebruikt voor het bedekken van daken, terwijl de jonge bladeren
gebruikt worden om sigaretten mee te rollen die men burie
bai jaak noemt. Het wordt tevens gebruikt als een ingrediënt
in snoep en alcohol. In het Thais
jaak of ton jaak genoemd en soms atta.
Doordat deze plant voorkomt in een gebied waar ook
mangrove
gedijt wordt hij ook wel mangrovepalm genoemd.

nipphaan (??????)
Thaise benaming voor
nirvana.
niraht (?????)
Thais. 'Naar een ver land reizen, gescheiden van een geliefde'. Een
vorm van reisliteratuur, gewoonlijk in de vorm van een brief in
rijm, geschreven aan een geliefde.
nirvana
Sanskriet. Ontheffing of vrijwaring van alle lijden, verlangen,
waan, en toekomstige wedergeboortes. De boeddhistische staat van
Verlichting die men bereikt terwijl men nog op
aarde leeft. De
Boeddha bereikte het nirvana gezeten onder
een
bodhiboom. In het Thais
nipphaan.
nis
Het
verzonken gedeelte van een muur, gewoonlijk met een beeld en
geflankeerd door twee
pilaster. Ook erker.

noedel
Een woord afkomstig uit het Duits en wat 'reep van pasta' betekent.
De noedel bereikte Thailand via de oude handelsroutes uit China,
waar het ontstond. Noedels zijn vandaag, naast
rijst, de tweede meest belangrijke voedingswaar en kunnen
worden genuttigd gekookt als een soep met vlees of loek chin plaa
(visballetjes), gebakken in een wok met andere ingrediënten, of
simpelweg gekookt en overgoten met een
kerrie. Er bestaat een enorme verscheidenheid aan
noedelgerechten en de basis-noedel wordt in het Thais
guay tiyaw (rijst-noedels),
kanom jien (zachtgekookte -met kerrie overgoten-
rijst-noedels),
woen sen (jelly-noedels) of
bamie (eier-noedels)
genoemd, afhankelijk van de soort. Naast het feit dat noedels een
populair gerecht zijn op de vele lokale voedselmarkten worden ze ook
in gedroogde vorm aangeboden in winkels en supermarkten over het
gehele land (fig.),
en verscheidene nieuwe merken van kant-en-klaar-noedelgerechten
werden de laatste decennia op de markt gebracht. Tegenwoordig is
Chanthaburi
Thailand's meest vooraanstaande productiecentrum van gedroogde
rijst-noedels, waardoor deze vaak ook guay tiyaw chanthabun worden
genoemd.

nohra (????)
Zie
Manohra. Ook nora.
noi nah (????????)
Thaise benaming voor
custardappel (fig.)
of
suikerappel, een zoete en sappige vrucht met de
Latijnse benaming annona squamosa, van de familie annonaceae. Ze
zijn rond met een dikke schill en groeien aan een kleine boom of
struik die dunne maar lange puntige bladeren heeft (fig.).
Binnenin zit wit vruchtvlees en vele grote zwarte pitten.

nok ngeuak (???????)
Thaise benaming voor de
neushoornvogel. Ook
nok hang. Zie ook
ngeuak.
nok hadsadie (???????)
Thais. 'Olifantvogel'. Mythologische vogel met de kop van een
olifant en een staart soms in de vorm van een
kranok (fig.).
Komt af en toe voor in de vorm van een
chofa, die gewoonlijk een sterk
gestilleerde vogel voorstelt (fig.).
Ook
nok hadsadin.

nok hadsadin (????????)
Zie
nok hadsadie.
nok hang (?????)
Thaise benaming voor de
neushoornvogel. Ook
nok ngeuak.
nok insie (????????)
Thaise benaming voor meerdere vleesetende vogels van verschillende
soorten zoals de falconida en accipitridaede, waartoe ook de arend
behoort, een symbool van het
Vajrayana boeddhisme.

Nokrong (??????)
Eén
van de twee stichters van
Phitsanulok, samen met
Garnboon.

nomklaw tawaai (????????? ? ????)
Thais. Rajasap voor 'schenken' en 'toewijden', indien de
geadresseerde een koning is. Ook
toenklaw tawaai. Zie ook
tawaai.
Nondi (????)
Thaise benaming voor
Nandi, vaak met het voorvoegsel
ko, wat 'stier' of 'os' kan betekenen. Ook
Nontie.

Nong Bua Lamphu
(???????????)
Provincie (kaart)
en haar hoofdstad in Noordoost-Thailand, op zo'n 577 km van
Bangkok. De naam is afgeleid van Nong Bua Lumphu, een
verwijzing naar de streek als een drasland (nong) met lotussen (bua)
met zowel lage vlaktes (lum) als bergen (phu). De provincie telt zes
amphur.

Nong Kai (???????)
Provinciehoofdstad van een gelijknamige
jangwat (kaart)
in Noordoost-Thailand, op 615 km van
Bangkok. De geschiedenis
vertelt dat koning
Phra Nang Klao de
Phraya Racha Supawadi opdracht gaf om zijn troepen
te leiden in een aanval tegen Krung Sri Sattanah Khonhut teneinde
deze opstandige stad terug te winnen. Racha Supawadi liet vervolgens
thao Suwo (Boenma) een plek uitkiezen om een
nieuwe stad te stichten en deze koos een groot moerasland waar veel
bamboe groeide, een plaats die gekend stond als
Nong Kai. In 1827 werd Phra Pathum Thewa Phibaan door Suwo
aangesteld als de lokale heerser van deze nieuwe stad. Nong Kai is
bekend vanwege de
bangfai phayanaag,
een jaarlijks wederkerend verschijnsel op de
Mekhong-rivier, waarbij geluidsloze lichtjes
vertikaal opschieten uit de rivier.
Onder de lokale
bezienswaardigheden bevinden zich het Praab
How-monument en de Thailand-Laos Vriendschapsbrug. De provincie telt
heden dertien
amphur en vier
king amphur.

Nonthaburi (???????)
De
provinciale hoofdstad van een gelijknamige
jangwat (kaart)
in Centraal-Thailand en een voorstad van
Bangkok, gelegen op slechts 20 km westelijk ervan en
eraan grenzend. De stad Nonthaburi beleefde haar opkomst tijdens het
bewind van
Phra
Maha
Chakrapad in
ca. 1549 AD en is bekend vanwege de pottenbakkerij. De provincie
heeft zes
amphur.

Nonthok
(????)
Een vorige
incarnatie
van de
Totsakan,
die als taak had
de voeten te wassen van de goden die naar de berg
Krailaat kwamen om de
oppergod
Idsuan te vereren.
Terwijl deze plichtsgetrouw zijn nederige
taak verrichtte werd hij voortdurend door de goden gepest. Ze
trokken aan zijn haar en bonsden op zijn hoofd. Moegetreiterd deed
hij zijn beklag bij de oppergod en vroeg hem om een diamanten vinger
die dodelijk was wanneer hij ermee zou wijzen naar degene die hem
slecht gezind was. Idsuan stemde toe
maar toen bleek dat er te veel dodelijke slachtoffers vielen kwam
hij hierop terug.
Het verhaal gaat vooraf aan het Thaise
epos
Ramakien.
MEER HIEROVER.

Nontie (????)
Zie
Nondi.
nootmuskaat
Naam van een Oost-Indische boom van het geslacht myristica fragans met
een vrucht waarvan de harde geurige kern (fig.)
wordt gebruikt als specerij en in de geneeskunde. In het Thais wordt
deze boom
ton jan thet genoemd.
noppakro (?????????)
Thais. 'Negen geluk'. De negen sterren gebruikt in de astrologie.
Zie ook
navagraha.
noppapadon (?????)
Thais. De parasol met negen lagen, een symbool van koningschap. Zie
ook
chattra.
noppasoen (?????)
Thais. De decoratieve spits die de top van een
prang siert. De herkomst is onzeker, maar
men vermoedt dat het verwijst naar een
triesoen (fig.)
of drietand, het wapen van de hindoegod
Shiwa. Ook liguïstisch is er een verband: 'noppa'
betekent negen, 'trie' betekent drie, en 'soen', afgeleid van het
Sanskriet woord 'sula', betekent piek of
tand.

nora (????)
Zie
Manohra.
noukchaan (??????)
Thais. De patio of onbebouwde vloerruimte bij een Thais huis in
traditionele stijl, gebouwd op palen.
nuat paen boraan (???????????)
Thais. 'Massage volgens oud plan'. Thaise benaming voor
traditionele massage. Ook
gaan nuat paen boraan.
nyak
Sanskriet. Een mythische waterslang. Zie ook
naga.
Nyang (?????)
Thais. Een andere benaming voor
Kariang.
MEER HIEROVER.
|