home > lexicon > p A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

paang (???)

Thais. De positie, houding of stijl van een boeddhabeeld, zoals bijvoorbeeld toegepast in het Phra prajam wan geut-systeem. Ook pahng.

paang chan samoo (?????????)

Thais. 'Positie van het eten van de samoo-vrucht'. Boeddhabeeld gezeten in de halve lotus-positie, met de linkerhand in zijn schoot terwijl hij met de rechteram de geneeskrachtige samoo-vrucht in zijn mond stopt (rab). De Boeddha zit genietend van blijschap onder een boom tijdens de zevende week na zijn Verlichting wanneer Indra hem 's ochtends de samoo aanbiedt, de geneeskrachtige vrucht van een boom van het geslacht terminalia. Er bestaat een alternatieve houding die naar hetzelfde verhaal verwijst en paang rab (phon) samoo wordt genoemd; deze toont de Boeddha terwijl hij de vrucht met de rechterhand aanneemt. Ook paang chan phon samoo.

paang haam phra kaen jan (????????????????????)

Thais-Rajasap. 'Positie van het stoppen van het sandelhouten boeddhabeeld'. Boeddhabeeld in staande positie met een abhaya-moedra en corresponderend met de maandag als geboortedag in het Phra prajam wan geut-systeem. Bij deze positie is de linkerhand opgeheven met de palm naar voren, zoals bij het maken van een stopteken en het verwijst naar een scene toen de Boeddha terugkeerde uit de Tavatimsa-hemel. Toen de Boeddha weg was liet koning Udayana een sandelhouten replica van hem maken dat hij in een grote hal in Sravasti plaatste. Bij zijn terugkeer begroette dit beeld de Boeddha op een wonderbaarlijke manier, maar hij stopte dit door zijn linkerhand op te heffen en beval het beeld terug naar zijn plaats, om na zijn dood als voorbeeld te kunnen dienen voor het maken van andere beelden. Een variant hierop is de abhaya-moedra met de rechterhand opgeheven, gekend als paang haam yaat en enkel in Thailand bestaat nog een variant waarbij de Boeddha twee handen voor zich uit houdt met de palm naar voren (fig.), gekend als de positie van het 'kalmeren van de wateren', in het Thais paang haam samut.

paang haam samut (????????????)

Thais-Rajasap. 'Positie van het stoppen van de oceaan' of 'kalmeren van de wateren'. Boeddhabeeld in de staande positie met een abhaya-moedra uitgevoerd met twee handen, een positie die enkel in Thailand voorkomt. Deze positie correspondeert eveneens met maandag als geboortedag in het Phra prajam wan geut-systeem en verwijst naar de episode waar de Boeddha de overstromingswateren van de Nairanjana-rivier kalmeerde, een zijrivier van de Ganges in Noord-India. Zie ook paang haam yaat en paang haam phra kaen jan.

paang haam yaat (???????????)

Thais-Rajasap. 'Positie van het stoppen van de bloedverwanten' of 'kalmeren van de familieleden'. Boeddhabeeld in een staande positie met een abhaya-moedra en corresponderend met de maandag als geboortedag in het Phra prajam wan geut-systeem. Bij deze positie is de rechterhand opgeheven met de palm naar voren, zoals bij het maken van een stopteken. Het verwijst naar de episode waar de Boeddha wil voorkomen dat verwanten bloed zouden vergieten over een twist om water. Toen de Boeddha na een afwezigheid van drie maanden terugkeerde uit de Tavatimsa-hemel stopte hij een twist onder zijn familieleden over de rechten om water van een rivier die tussen hun land stroomde. Hij bemiddelde tussen deze bloedverwanten van zowel zijn vader als zijn moeder en dwong hen om een compromis te sluiten en het water te delen. Zie ook paang haam phra kaen jan en paang haam samut.

paang kho fon (???????)

Thais. 'Positie van het vragen om regen'. Boeddhabeeld in een gezeten of staande positie waarbij de rechterhand op borsthoogte voor zich uit steekt met de vingertoppen naar voren of boven gericht, terwijl de linkerhand gebogen voor het middel wordt gehouden met de palm naar beneden, alsof een kom wordt gevormd. Deze positie is verwant aan de paang song nahm-positie en verwijst naar de scene waar de Boeddha de regens oproept na een lange tijd van droogte. Zie ook gandharattha.

paang naag prok (?????????)

Thais-Rajasap. 'Positie van de overdekkende naga'. Boeddhabeeld in meditatie gezeten op het lijf van Muchalinda en met de naga over zijn hoofd als bescherming tegen de regen. Deze positie verwijst naar de scene tijdens de zesde week na de verlichting van Siddhartha waar de koning der naga's de mediterende Boeddha beschermde tegen hevige regen door een overdekking te maken met zijn meerkoppige gedaante, terwijl hij hem boven de overstromingswateren uitlichtte door zijn lijf onder de Boeddha te kronkelen. Volgens sommige oude teksten gebeurde dit door zich rond de Boeddha te kronkelen (fig.). Deze positie correspondeert met de zaterdag als geboortedag in het Phra prajam wan geut-systeem. Soms afgebeeld met de Boeddha in een bhumisparsa-positie (fig.).

paang oem baat (???????????)

Thais-Rajasap. 'Positie van het dragen van een bedelkom'. Boeddhabeeld in staande positie en met een baat of bedelkom in beide handen. Dit beeld correspondeert met de woensdag tijdens daglicht als geboortedag in het Phra prajam wan geut-systeem. Deze positie doelt op de eerste ochtend in Kapilavasthu na het bezoek dat de Boeddha bracht aan het paleis van zijn vader. In de vroege ochtend ging hij op bedelronde bij de onderdanen van zijn vader daar niemand van zijn familie hem daadwerkelijk had uitgenodigd om met hen te ontbijten, hoewel ze hem de avond voordien wel hadden ontvangen en een uitgebreid onbijt hadden klaargemaakt. De traditie wil namelijk dat bedelmonniken geen voedsel vragen, maar dat het aangeboden dient te worden door de gelovigen.

paang pah leh laai (?????????????)

Thais-Rajasap. 'Positie in het Parileyyaka (pah leh laai) [bos]'. Boeddhabeeld in een gezeten positie in westerse stijl, in aanwezigheid van een aap en een olifant. Dit beeld correspondeert met de woensdag tijdens de nacht als geboortedag in het Phra prajam wan geut-systeem. De positie verwijst naar de scene in Kosambi toen de discipelen onderling twisten en ruzieden waarop de Boeddha zich terugtrok en rust zocht in het bos. Een aap bracht toen honing en een olifant water om de Boeddha's honger en dorst te lessen. Deze positie wordt ook Rahu genoemd (vgl. met Rahu in het Indische phra prajam wan-systeem - fig.).

paang plong kammataan (?????????????)

Thais-Rajasap. 'Positie van het mediteren (kammataan) over crematie of verwijdering (plong)'. Boeddhabeeld in een staande positie met een wandelstok hangend van zijn linkerhand terwijl zijn rechterarm naar beneden wijst met de hand een beetje naar voren alsof hij een uitnodigend gebaar maakt, hoewel de positie van de rechterhand en -arm soms lichtjes kunnen verschillen. Het verwijst naar de scene waarin de Boeddha mediteerde over het zintuiglijke bestaan en het einde ervan, bij het lijk van een meisje in Sawatthi (Savatti). Nadien nam hij de lijkwade en maakte er een monniksgewaad van, een symbool van de vergankelijkheid van het leven.

paang prathap yeun (????????????)

Thais-Rajasap. 'Positie van het rustend staan'. Boeddhabeeld in een staande positie met beide armen passief naast het lichaam hangend en de ogen neergeslagen. De Boeddha staat hier stil alvorens een aanvang te nemen, wat duidt op het feit dat hij volledig besef heeft van wat hij doet.

paang rab samoo (?????????)

Thais. 'Positie van het aanvaarden van de samoo-vrucht'. Boeddhabeeld gezeten in de halve lotus-positie, met de linkerhand in zijn schoot en de rechteram opgehouden om de geneeskrachtige samoo-vrucht aan te nemen (rab). De Boeddha zit genietend van blijschap onder een boom tijdens de zevende week na zijn Verlichting wanneer Indra hem 's ochtends de samoo aanbiedt, de geneeskrachtige vrucht van een boom van het geslacht terminalia. Er bestaat tevens een alternatieve houding die naar hetzelfde verhaal verwijst en paang chan (phon) samoo wordt genoemd; deze toont de Boeddha terwijl hij de vrucht met de rechterhand in zijn mond stopt. Ook paang rab phon samoo.

paang ram peung (????????)

Thais-Rajasap. 'Positie van het retrospectief denken of reflecteren'. Boeddhabeeld in staande positie en met beide handen gekruist over zijn borst, wat 'contemplatie', 'overwegen' of 'retrospectief denken' betekent. De positie verwijst naar een scene waarin de Boeddha contempleert over de subtiele natuur van de dhamma en nadenkt over hoe hij ze aan de mensheid zal verklaren. Dit gebeurde na het bezoek van de twee koopmannen Tapussa en Bhalika die hun respect kwamen betuigen. De Boeddha overweegt dat zijn leer door sommigen makkelijker en door anderen moeilijker zal worden begrepen en vergelijkt dit met het beeld van lotusbloemen waarvan sommigen reeds boven het water bloeien terwijl anderen nog onder water zitten in afwachting daarvan. De positie van dit beeld correspondeert met vrijdag als geboortedag in het Phra prajam wan geut-systeem.

paang saiyaat (??????????)

Thais-Rajasap. 'Positie van het liggen op de rug, uitrusten of slapen'. Boeddhabeeld in liggende positie. Volgens de Indische traditie verwijst deze positie naar het Mahaparinippahn van de Boeddha, terwijl het in Thailand vanaf de Sukhothai-periode eerder gezien wordt als een rustende Boeddha. De voetzolen van grotere boeddhabeelden in deze positie vertonen vaak de 108 gunstige tekenen (fig.). Volgens een andere opvatting verwijst deze positie naar een scene waarin de reus Asurindarahu een audiëntie bij de Boeddha wilde. Fier op zijn gestalte wilde hij zich niet buigen voor de veel kleinere Boeddha. Op de hoogte van de gedachten van de reus manifesteerde de Boeddha zich al liggend met een enorme gestalte waarvan zijn voeten groter waren dan het lichaam van deze reus. Totaal onder de indruk werd Asurindarahu de les gespeld dat er mogelijk altijd nog grotere of belangrijkere wezens kunnen bestaan dan men vermoedde, en men derhalve beter geen geruchten gelooft zonder voorafgaande overweging. Dit beeld correspondeert met de dinsdag als geboortedag in het Phra prajam wan geut-systeem.

paang samaati (????????)

Thais-Rajasap. 'Positie van het mediteren'. Boeddhabeeld in gezeten positie in een positie van concentratie of meditatie, zoals de dhyani-moedra. Het verwijst naar een hogere vorm van meditatie en correspondeert met donderdag als de geboortedag in het Phra prajam wan geut-systeem, geassociëerd met leraars, juristen en rechters. Zie ook samaddhi.

paang song nahm (?????????)

Thais-Rajasap. 'Positie van het baden'. Boeddhabeeld in een staande positie met een badkleed over de linkerschouder en de rechterhand voor zijn borst, alsof hij regenwater over zich heen gooit. De linkerarm hangt passief naast het lichaam. Deze positie verwijst naar een scene die zich afspeelde in het district Kosala te Sravasti, in India. Tijdens een aanhoudende droogte kreeg de Boeddha medelijden met de bevolking, nadat hij een hele tijd magere maaltijden in zijn bedelkom ontving. Hij vroeg zijn discipelen hierop om zijn badkleed dat hij aantrok nabij een lotusvijver in de tuin van Jetavana. Toen hij in de richting van de vijver begon te stappen begon het te regenen en de Boeddha waste zich met het regenwater. Zie ook paang kho fon.

paang tawaai naet (???????????)

Thais-Rajasap. 'Positie van het toewijden (tawaai) [met] de ogen'. Boeddhabeeld in een staande positie met de armen gekruist voor het middel en de rechterhand rustend op het linker. Het duidt op de scene net ná de Verlichting van de Boeddha, waar hij volgens de legende een week lang zonder zelf maar met de ogen (naet) te knipperen, in dankbaarheid de bodhiboom bewonderde. Tijdens dit gebeuren verkeerde de Boeddha een staat van gelukzaligheid waarin hij de onbeduidendheid van al het voorgaande in zijn leven besefte, terwijl hij tevens contempleerde over het lijden van alle levende dingen, inclusief de bodhiboom. Dit beeld correspondeert met de zondag als geboortedag in het Phra prajam wan geut-systeem en de naam kan ook vertaald worden als de 'positie met geopende ogen'. Het staat ook gekend als de 'positie van het diep in gedachten staan'.

paarlemoer

Inlegwerk gemaakt van de binnenkant van schelpen, mosselen en oesters. Door de lichtinval bekomt men een mooie optische reflectie, zoals bij parels. In Thailand ontwikkelde deze kunst zich in Ayutthaya in het midden van de 14de eeuw AD en werd aanvankelijk meestal ingelegd op een achtergrond van zwarte lakboomhars. Het wordt aangewend op zowel kleine objecten als op grote, zoals de deuren van de bot van Wat Phra Kaew in Bangkok, en bij meubels in oosterse stijl (fig.). In het Thais hoi moek, en voorwerpen uit paarlemoer worden kreuang moek genoemd.

pad (???)

Thais. 'Waaier'. Traditioneel een gebruiksvoorwerp van het Verre Oosten.

pad bai laan (????????)

Thais. Waaier vervaardigd uit het blad van een palm.

pad daam jiw (???????????)

Thais. Een opvouwbare of opklapbare waaier. Ambachtelijk vervaardigd in Chiang Mai in Noord-Thailand en vaak beschilderd met taferelen van Thaise landschappen of siermotieven.

padma

Sanskriet. 'Lotusbloem'. Een algemeen symbool in de Indische cultuur en in verband gebracht met reinheid, creativiteit en vruchtbaarheid. In de iconografie wordt ze aangewend als voetstuk of sokkel waarop goden staan of zitten. In het boeddhisme is het tevens een symbool van Verlichting. Zie ook lotus, pathum en Padma.

Padma

Sanskriet. Andere naam voor de hindoegodin Lakshmi, in haar gedaante als 'moeder der aarde'. Zie ook padma en Mae Phra Thoranie.

Padmapani

Sanskriet. 'Lotus in de hand'. De bodhisattva Avalokitesvara in zijn gedaante als schepper, afgebeeld met veel kleine figuurtjes op zijn lichaam, die eruit voortkomen en alle wezens, goden, en boeddha's voortstellen waarover hij de macht heeft om hen te creëren. Zie ook Stralende Avalokitesvara.

padmasana

Sanskriet. 'Lotustroon'. De gezeten positie van een godheid met gekruiste benen waarbij een ronde open ruimte wordt gevormd die wordt vergeleken met een open lotus.

Padong (??????)

Eén van de subgroepen van de Langnek Karen in Thailand, afkomstig uit Birma. Ze leven voornamelijk in de provincie Mae Hong Son en Chiang Rai.

padwaanlawichanie (???????????)

Thais. 'Koninklijke Waaier met Jakstaart' of 'Koninklijke Waaier en Vliegenkwast'. Onderdeel van de Thaise koninklijke regalia of kakoettapan, bestaande uit een gouden waaier en de staart van een jak. Het zijn symbolische voorwerpen die de koning gebruikt om elk gevaar dat op zijn onderdanen afkomt, af te wenden. Tijdens het bewind van koning Rama I werd de vliegenkwast vervaardigd met het haar van een jak, maar dit werd tijdens het bewind van koning Mongkut (Rama IV) veranderd, en vervangen door het staart-haar van een witte olifant, een traditie die tot op heden voortbestaat.

pad yot (?????)

Thais. 'Waaier van rang'. Religieuze waaier gebruikt door monniken om hun gezicht te verbergen tijdens bepaalde gebeden of wanneer ze tijdens een eredienst niet uit eigen naam spreken, maar de woorden van de Boeddha verkondigen. Ook talapat.

pae kuay (???????)

Thais. Naam van een soort semi-grote boon met een harde nootachtige schil (fig.), vaak verkocht in bulk op markten in Bangkok's Chinatown. Gepeld zijn ze geelachtig van kleur. Ze worden gebruikt als ingrediënt in zowel soep als in rijstgerechten.

paengman (???????)

Thais voor tapiocameel, het zetmeel van de cassave.

Paet Riw (???????)

Thais. 'Acht lijnen' of 'acht strepen'. Een bijnaam voor Chachengsao.

Pagan

1. Tussen de 11de en 13de eeuw AD voor 230 jaren de hoofdstad van Birma en de stad van Birma's gouden tijdperk. Haar vroegste bouwwerken dateren uit de laat negende eeuw en ze werd vermoedelijk gesticht in 849 AD, door de Birmanen die in de geïrrigeerde rijstgebieden lands van de Mandaley-regio woonden, de ondergang van het eerdere Pyo-rijk. De stad werd tenslotte verlaten na de invasie van Kublai Khan in 1287. Er staan nog steeds zo'n 2.217 pagodes tussen de overblijfselen van meer dan nog eens zo'n 2.000 tempelruïnes.

2. Kunstrichting uit de periode en de omgeving van Pagan.

pagode

1. Een tempel, religieuze of heilige toren in piramidevorm, vaak bestaande uit verschillende lagen, die voorkomt in Birma, China, Korea en Japan. Gelijkaardig aan een chedi of stoepa.

2. Afgodsbeeld dat in zo'n tempel gevonden wordt.

3. In Vietnam, een tempel in het Mahayana boeddhisme.

pah gohng gahng (?????????)

Thaise benaming voor een mangrovebos. Zie ook mangrove.

pah kahsahwapad (??????????????)

Thais. Het saffraan- tot bruinkleurig gewaad voor boeddhistische monniken. Binnen de tempel bedekt men slechts één schouder, maar wanneer zij zich buiten begeven bedekken zij zich meestal volledig (fig.). Indien ze karweien uitvoeren (fig.) dragen ze een shirt dat angsa (fig.) wordt genoemd. Ook kahsahwapad. Zie ook traijiewon.

pahkaomah (?????????)

Thais. Multi-functioneel doek dat, wanneer niet gebruikt, rond de heup wordt gedragen. Het kan dienst doen als sarong, lendendoek tijdens het baden, of als hoofddoek, maar wordt tevens aangewend als geïmproviseerde tas, en soms zelf om eten in te bereiden.

pah krahb (???????)

Thais. 'Prosternatiedoek' of 'knieldoek'. Een doekje dat voor een altaar of boeddhabeeld wordt gelegd om handen en hoofd op te laten rusten wanneer men bidt. Dit 25 bij 50 centimeter geelkleurig doek wordt vnl. gebruikt door -in het bijzonder door nieuw gewijde- monniken en novicen, en is vaak te zien is vastgehecht aan hun traijiewon.

pah leh laai (?????????)

Zie Parileyyaka en paang pah leh laai.

pahng (???)

Zie paang.

pah noeng (???????)

Thais. Naam voor een traditionele sarong-achtige doek die in het verleden zowel door vrouwen als door mannen werd gedragen. Deze lendendoek wordt éénmaal rond het middel gewonden en vervolgens in een knoop gelegd in de buurt van de navel. Men kan het doek onderaan los laten bengelen maar in de regel wordt het vooreinde tussen de benen door opgetrokken en achteraan tussen de gordel gestoken.

pah pah (??????)

Thais. Gewaden geofferd aan monniken tijdens een thod pah pah-ceremonie. Ook phah pah.

pah phrae mongkon (??????????)

Thaise benaming voor een 'zijden' doek in meerdere verschillende kleuren gebruikt in de aanbidding van de natuurlijke elementen en die rond bepaalde voorwerpen wordt gebonden, hetzij als aanbidding of ter bescherming, zoals rond de boeg van een boot en rond een boom. Ondanks de naam is het doek gewoonlijk niet uit zijde (phrae) vervaardigd, maar is eerder van synthetisch materiaal.

pah prachiod (???????????)

Thais. Stuk stof met yan nummers en opschriften, gebruikt als een amulet om iemand onkwetsbaar te maken. Vaak rood maar komt ook voor in andere kleuren.

pah thip (????????)

Thais. 'Hemels doek'. Het ornament dat als een lap of sierdoek bij sommige sokkels van meestal gezeten beelden van goden of boeddhabeelden vooraan de sokkel hangt maar een onderdeel van die sokkel is en gewoonlijk uit hetzelfde materiaal vervaardigd.

pah thoeng (??????)

Thais. Een simpele sarong-achtige enigszins buisvormige rok.

pah thong goh (?????????)

Thai-Chinees. Benaming van een in een wok gefrituurde deegwaar die vóór consumptie gewoonlijk wordt gedipt in sojamelk (nahm tao hoe), zuurzoete melk, of koffie. Wanneer gefrituurd zwelt het deeg op tot een gebogen x-vorm, en kleurt goudbruin. In vertaling soms Chinese donut genoemd.

pahtimook (?????????)

Thais. De 227 gedragsregels voor een boeddhistisch monnik. Zie ook Boeddhistische voorschriften.

pah wai (???????)

Thais. Stoffen of kledij door de bruidegom aan zijn schoonouders aangeboden ná een huwelijksceremonie.

pah yok (?????)

Thaise benaming voor brokaat.

pai (??)

Thais. Een voormalig muntstuk, gelijk aan drie satang.

paijayon (???????)

Thais. Benaming voor Indra's verblijfplaats, banier en voertuig.

pak kae salak (??????????)

Thais. Gegraveerde of gesculptuurde groenten. Zie ook ponlamai kae salak.

pak pao (???????)

1. Thais. Een 'vrouwelijke' vlieger, die het tijdens wedstrijden opneemt tegen de chula, de 'mannelijke' vlieger. De opzet is dat men tracht elkaars vlieger in de lucht uit te schakelen.  Zie ook vliegergevechten.

2. Thais voor 'kogelvis'.

pak tob chawa (????????)

Thais voor waterhyacint.

Pala

1. De dynastie die heerste over de regionen van Bihar en Bengalen in noordelijk India, tussen de 8ste en 12de eeuw AD. Zie ook Sena.

2. Naam gegeven aan een kunstvorm tussen de 8ste en 12de eeuw AD, uit het Noord-Indiase rijk van Bihar en Bengalen. Zie ook Sena.

palankijn

Indische draagstoel met een met gordijnen afgeschermde overdekking. Ook yaanamaat en yaanoemaat. Zie eveneens saliang en kaanhaam.

Pali

Een oude taal afgeleid van het Vedisch Sanskriet en gebruikt in de heilge teksten van het Theravada of Hinayana boeddhisme, in tegenstelling tot het Sanskriet dat gebruikt wordt in het Mahayana boeddhisme.

palladium

Een heilig beeld waaraan beschermende en bovennatuurlijke krachten worden toegekend.

Pallava

Een hindoeïstische dynastie in Zuidoost-India die floreerde tussen de 4de en 8ste eeuw AD, gewoonlijk geclassifeerd als de post-Gupta periode, van 6de tot 8ste eeuw AD, een belangrijke periode in de kunstgeschiedenis.

Palong

Naam van een bergvolk in Thailand, afkomstig uit Birma's Shan-staat. Hun taal behoort tot de Austro-Aziatische taalgroep en ze verblijven voornamelijk in de provincie Chiang Mai, waar hun aantal wordt geschat op ongeveer 2.300. De traditionele klederdracht van de Palong-vrouwen bestaat uit een kort -meestal- blinkend blauw jasje met rode kraag met om het middel brede zilveren banden, op een lange rode sarong. Hun hoofdtooi is meestal een simpele handdoek die als een tulband wordt omgewikkeld (fig.). Zowel de mannen als de vrouwen versieren hun tanden met goud. Ze voorzien in hun levensonderhoud d.m.v. landbouw, d.i. het verbouwen van gewassen zoals rijst, maïs, bonen, suikerriet, tabak, chillies en kleine plantjes met zetmeelrijke wortels. Daarnaast kweken zij nog kleinvee en in Birma verbouwen ze vooral tha nat phet, een groen blad dat ook gekend is onder de naam carbia myxa en wordt gedroogd om Birmese cheroot sigaren mee te rollen.

Pa-mah (????)

Thais voor Birma.

Panaspati

Sanskriet. 'Heer van de jungle'. Een gedaante van Shiwa die bescherming biedt tegen de gevaren en demonen uit het oerwoud.

panax pseudoginseng

Latijn. Wetenschappelijke benaming voor ginseng.

panda

Thailand heeft twee panda's, die door China werden geschonken als vriendschap-ambassadeurs en die worden verzorgd in de zoo van Chiang Mai. Deze grote beerachtig zoogdieren met hun karakteristieke zwart-witte tekening, komen in de natuur enkel voor in China en Tibet. Hun natuurlijke habitat is hoog in het Himalaya-gebergte en ze voeden zich uitsluitend met bamboe. Eveneens reuzenpanda en in het Thais mie paendah genoemd.

pandanus

Latijn. Omvangrijk geslacht van bomen met zo'n 600 soorten, voorkomend van Oost Afrika tot Austraal-Azië en de Stille Zuidzee. Het zijn palm-achtige, groenblijvende bomen die tot meer dan 15 meter hoog kunnen worden. Thailand kent twee belangrijke soorten, namelijk de pandanus helicopus, die ton toey wordt genoemd en de pandanus ordorus, die men ton ton toey noemt. Beiden hebben lange, smalle, zwaardvormige bladeren, maar die van de pandanus helicopus hebben stekels aan de zijkant, gelijkend op de bladeren van de ananasplant, terwijl die van de pandanus ordorus glad zijn, zonder stekels. Dezen hebben een culinaire toepassing als verpakking, om het voedsel een speciale geur of smaak te geven en worden bai toey hom genoemd. Door hun aangename geur (hom) treft men de bladeren (bai) ook vaak aan in bundels op de hoedenplank van wagens, vnl. bij taxi's in Bangkok. De eetbare vruchten van de lamjiak-soort is oranjekleurig en gelijkt op ananas (fig.).

Pandava

De stam die de Kaurava's bevochten in de slag om Kurukshetra. Stamhoofd is Pandu.

Pandu

Leider van de Pandava-stam en de (natuurlijke) vader van Arjuna.

pangkaan tang phra prajam wan (?????????????????????)

Thais. Het plan gebruikt in het Phra prajam wan-systeem van de hindoes, dat rangorde en richting aangeeft van de verschillende goden, waaronder Rahu en Ketu.

panjanatie (???????)

De vijf grote rivieren van India. Zie ook Sapta Sindhava.

panjawakkie (???????????)

Sanskriet-Thais. De vijf asceten die uiteindelijk volgelingen van de Boeddha werden.

pansa (?????)

Thais. 'Regenseizoen'. Periode van juni tot oktober die samenvalt met de boeddhistische vastentijd en waarin boeddhistische monniken zich terugtrekken in de tempels om te studeren en te mediteren, en zich onthouden om te reizen, om het nieuwe leven dat in deze periode overal opbloeit, niet te vertreden. Volgens de traditie worden jonge mannen tijdens deze periode voor een korte tijd monnik (phra) of novice (naen). Zie ook khao pansa en ouk pansa.

panta (?????)

Thais. 'Duizend ogen'. Een benaming voor de god Indra.

panwatsa (????????)

Thais. Een koning die duizend jaren leeft, zoals de koning uit het verhaal Khun Chang Khun Paen. Zie ook Somdet Phra Pan Pie Luang.

papaja

Een kleine boomsoort met de Latijnse benaming carica papaja en met een hoogte tot 7,5 meter. De nog groene vruchten worden o.a. gebruikt als voornaamste ingrediënt in het populaire Thaise gerecht somtam. Indien rijp gelijken de vruchten enigszins op honingmeloen. Ook meloenboom en in het Thais malako.

papaver somniferum

Latijn. 'Slaapverwekkende klaproos'. Een 50-150 centimeter hoge plant in de botanische familie van papaveraceae, waaruit opium en morfine wordt gewonnen. Elke plant brengt gewoonlijk zo'n 3 tot 8 opium-zaaddozen voort en haar bloemen kunnen variëren in kleur van wit-roze tot purper-rood.

papiermoerbeiboom

Een boom met de Latijnse benaming broussonetia papyrifera, waarvan de schors gebruikt wordt om papier te maken. In het Thais ton sah, ton poh sah en ton poh krasah.

param phao sop (?????????)

Thais. 'Lijkverbrandingspaviljoen'. Thaise term voor een crematorium. Eveneens tee plong sop en meru (meen).

parian (??????)

Thais. Een graduaat in de theologie.

Parileyyaka

Sanskrit. Bos nabij Kausambi waar twee bekeringen plaatsvonden. De eerste in het zevende jaar na de Verlichting van de Boeddha's, namelijk the yaksha Avalaka, een tiranniserend monster met onmetelijke krachten die een gehele stad terroriseerde, en vier jaar later, de bekering van de rover Angulimala (fig.), de misdadige zoon van een brahmaan die in dienst trad van een kwaadaardig meester. Het is tevens het woud waar de Boeddha zich eenzaam terugtrok om te rusten en waar hij het gezelschap genoot van een eenzame olifant en een aap, van wie hij wonderbaarlijke bijstand ontving, een scene vaak uitgebeeld in de iconografie en die paang pah leh laai (fig.) wordt genoemd. In het Thais gewoonlijk 'pah leh laai' genoemd, maar ook 'pah li laika', 'pah li laik', 'pah leh laaik', 'pah pah li laaik' (pah li laaik-bos), and 'pah pah leh laai' (pah leh laai-bos).

parinippahn (?????????)

Thais. Term voor een staat van complete gelukszaligheid. Met betrekking tot de Boeddha, dood voor de wereld. Zie ook Mahaparinirvana.

parinirvana

Sanskriet. In het boeddhisme het laatste nirvana ná de dood, waarna er geen verdere wedergeboortes meer zullen plaatsvinden. Zie ook Mahaparinirvana.

parinyah (??????)

Thais voor een academische graad. Zie ook onderwijs.

parinyah aek (?????????)

Thais voor een doctoraat. Zie ook onderwijs.

parinyah toh (????????)

Thais voor een graad gelijk aan die van een doctorandus of licentiaat. Zie ook onderwijs.

parinyah trih (?????????)

Thais voor een baccalaureaat. Zie ook onderwijs.

Parvati (पार्वती)

Sanskriet. 'Dochter van de berg'. De shakti van Shiwa in een serene gedaante en moeder van Ganesha (fig.). Ook gekend als Uma en Devi.

pasa

Sanskriet. 'Lasso'. Een attribuut van o.a. Ganesha (fig.), gebruikt om lust en verlangen in te tomen. In het Thais buangbaat.

Pashupati

Sanskriet. Shiwa als 'heer van de wilde dieren'. In Zuid-India wordt deze gedaante van Shiwa voorgesteld met vier armen, waarvan één hand de positie heeft van een zegening, een tweede geopend is om een offer te brengen, de derde een bijl vasthoudt, en de vierde met een klein hert dat eruit wegspringt.

passiebloem

Naam van een plant waarvan wereldwijd zo'n 500 verschillende soorten bestaan. De meeste passiebloemen zijn klimplanten en komen zowel voor in de koudere bergen dan als in het veel warmere klimaat van het tropische regenwoud. Ze bestaan uit een grote variëteit van kleurrijke bloemen, vaak welriekend en met bijkomende zoete nektarkliertjes op de bladeren, bladstengels en soms zelfs op de schutbladen. Haar fruit bevat een sap met een unieke aromatische smaak en geur. In het Thais katakrok genaamd, een benaming die dubbel gebruikt wordt, voor de passiflora caerulea, maar ook voor de olax scandens, een plant uit een andere familie. Zie eveneens passievrucht.

passievrucht

Tropische vrucht behorende tot een plant van de familie van passiebloemen en in Thailand  voornamelijk gekweekt in het Noorden en Noordoosten. De vruchten hebben een dikke heldergroene schil met kleine lichtgele tot witte vlekjes, en gelijken van vorm enigszins op een tomaat. Binnenin zit een slijmerig vruchtvlees rond vele, donkere zaadjes (fig.). De vrucht kan het makkelijkst worden uitgelepeld en haar zoetzure smaak kan worden verfijnd door toevoeging van een beetje zout. Het vruchtdragend seizoen is van oktober tot november. In het Thais sawarot.

pata

Sanskriet. Een uit aardewerk, steen of metaal vervaardigde gedenkplaat met de afbeelding van een god. Zie ook votiefplaquette.

pathum (????)

Thais. Algemene benaming voor zowel de lotus als de waterlelie. Zie ook padma.

Pathum Thani (????????)

Thais. 'Lotusstad'. Een provincie (kaart) en haar gelijknamige hoofdstad in Centraal-Thailand, op 46 km ten noorden van Bangkok. De provincie telt zeven amphur.

Patjim (??????)

Zie Prajim.

Patpong (?????????)

Thais-Chinees. Een bekende uitgangsbuurt in Bangkok's Bangrak district, genaamd naar de Chinese Patpongpanit-familie die er eigenaar is van een groot deel van het onroerend goed. Als immigranten uit Hainan, kochten zij er land in de jaren vlak na WOII, destijds niet veel meer dan een braakliggend stuk grond aan de rand van de stad. Gesitueerd in de buurt van het huidige zakendistrict Sathorn, tussen Silom en Suriwong road, ontwikkelde Patpong zich uiteindelijk tot de rosse buurt die het vandaag is, bestaande uit twee steegjes (Soi Patpong I en Soi Patpong II) met vele nachtclubs, go-go bars en een drukke nachtbazaar. De regio wordt voornamelijk bezocht door buitenlandse toeristen. Ook wel Pat Pong, Phatphong en Phat Phong getranscribeerd.

Pattalung (??????)

Een provincie (kaart) en haar gelijknamige hoofdstad op de oostkust van het Zuid-Thaise schiereilend, zo'n 840 km van Bangkok. De provincie is gelegen ten westen van een enorme baai die rechtstreeks uitgeeft op de Golf van Thailand maar waarvan de landtong tot de provincie Songkhla behoort. De provincie heeft negen amphur en één king amphur.

Pattani (???????)

Een provincie (kaart) en haar gelijknamige hoofdstad op de oostkust van het Thaise schiereilend in Zuid-Thailand, zo'n 1.055 km van Bangkok. De bevolking van ca. 41.000 inwoners is merendeels moslim en de stad heeft een sterk islamietisch karakter. Aan de rand van de stad staat de Masjid Klahng Pattani, de Pattani Centrale Moskee (fig.), het grootste Islamietische gebedshuis in Thailand. Vele Zuid-Thais zijn in feite van ras, taal en cultuur Maleis en staan bekend als Maleise Thais of Pattani Thais. Hun geschiedenis is na te speuren van het Maleise koninkrijk Langkasuka in de 2de eeuw, tot het sultanaat van Pattani van de 19de eeuw, toen het een onafhankelijk Islamietisch koninkrijk was. In de 7de eeuw was het een deel van het Mahayana-boeddhistische Srivijaya-rijk. In de Bangkok-periode, vanaf het bewind van Rama I tot dat van Rama III, trachtte Siam de staat van Pattani in haar koninkrijk te incorporeren. Verzet biedende aan de militaire aanvallen van de Siamezen werden vele Maleise moslim inwoners met geweld opgepakt en naar Bangkok getransporteerd. In 1785 vochten koninklijke troepen in het Westen van het land tegen Birmaanse troepen, nabij Meuang Faai. Na deze veldtocht trokken ze zich terug in Songkhla, waar zij vernamen dat Pattani rebelleerde tegen Rattanakosin. De troepen werden herbevolen en uitgezonden naar Pattani. Ze heroverden de stad en namen hierbij twee kanonnen in beslag, waarvan zij het grootste 'Phaya Thani' genaamd en met een lengte van 3 wah (6 meter), aan de koning schonken. In 1832 trachtte ook sultan Ahmad Tajuddin van Pattani tevergeefs om zijn land van de Siamese bezetting te bevrijden. Uiteindelijk werd de zuidelijke regio verdeeld tussen Thailand en de Britse kolonisators in Maleisië, krachtens het Anglo-Siamese Verdrag van 1909, waarin Groot-Britannië de staat Pattani officieel als een deel van Siam erkent. In het totaal werden vijf provincies gedwongen om het Siamese gezag te aanvaarden, namelijk Pattani, Yala, Narathiwat, Songkhla en Satun. Tengku Abdul Kadir, de laatste heerser van de staat Pattani, leidde een opstand maar werd gevangen genomen en voor tien jaar opgesloten. Hij ging nadien in ballingschap in Maleisië. Tot op heden trachten actieve islamietische separatisten nog steeds om het 'diepe zuiden' van Thaise overheersing te bevrijden. De provincie heeft heden twaalf amphur.

pattasiema (????????)

Thais. De terreinen of het grondgebied van een wat of tempel, meestal afgebakend door boeddhistische vlaggen (fig.).

Pattaya (?????)

Thais. Naam van een populaire badplaats aan de oostkust van Thailand, in de provincie Chonburi. De plaatsnaam zou zijn afgeleid van 'thap phaya', het 'leger (thap) van een phaya', een verwijzing naar de troepen van generaal Taksin (de latere koning Taksin) die hier destijds in de buurt gelegerd waren. Doch, andere bronnen beweren dat de naam is afgeleid van de zuidwest-wind, maar die wordt in het Thais anders gespeld en eerder als phat taya uitgesproken. Jaarlijks wordt op 19 april het Pattaya Festival gevierd, een lokale versie en hoogtepunt van het Songkraan Festival. Ook Phattaya.

Pattaya Festival

Jaarlijks festival in Pattaya op 19 april, gewoonlijk gevierd als een soort lokale verlenging van het Songkraan Festival.

pattisangkhon (??????????)

Thais. Het restaureren van oude tempels, boeddhabeelden (fig.) en paleizen.

Pegu

Hoofdstad der Mon vóór de annexatie door Birma. In het Thais Hongsawadie genoemd.

peng (????)

Thais voor opiumgewicht.

peperstruik

Zie prik thai.

phaan (???)

Thais. Een voetstuk of sokkel voor een schotel of kom (khan), vaak gebruikt als een presenteerblad.

phaen duang (???????)

Thais. 'Astrologisch metaalblaadje'. Benaming voor een klein goudkleurig stukje metaalblik met astrologische yan-tekens dat bij tempels en tijdens bepaalde ceremonieën wordt verdeeld en bedoeld is om iemands fortuin te verbeteren. Men dient zijn naam en geboortedatum in te vullen en dan in een grote bus in de tempel te deponeren. Eveneens gekend als phaen duang yan maha pohkkasap, wat vertaald kan worden als 'astrologisch yan metaalblaadje voor grote weelde'.

phai (???)

Thaise benaming voor bamboe. Ook mai phai.

phak bung (???????)

Thais voor waterspinazie, een kruiper-achtige plant die overvloedig tiert in gewoonlijk ondiep, stilstaand water, zoals vijvers, sloten en kanalen langs de kant van de weg. Haar botanische benaming is water convolvulus en ze behoort tot het geslacht ipomoea. Uit het Engels is dit gewas eveneens gekend onder de benaming ochtengloren (morning glory) en moeras-kool (swamp cabbage), en in het Thais als phak bung farang en phak thod yod (piek-gebakken groente), wanneer gebakken in een wok. Als groente is deze plant rijk aan vitamine A en ijzer, en wordt in een wok bereid met plantaardige olie of spekvet, zwarte bonen-saus en fijgestampte teentjes look. Indien ook versneden cayennes worden toegevoegd spreekt men van phak bung fai daeng (roodvuur-waterspinazie). Het gerecht wordt in enkele tellen op een spectaculaire wijze klaargemaakt door een handvol waterspinazie in een wok te bakken boven een gasvuur met een hoge vlam waardoor de wok regelmatig vuur vat door olie die over de rand heen spat en wat enorme vlammen doet oprijzen (fig.). Het wordt beweerd dat doordat de vlammen de inhoud van de wok lekken zij zowaar een rook-aroma aan het gerecht zouden toevoegen. Dit gerecht is populair op de vele nachtbazaars in het land, waar het soms op alternatieve wijze wordt opgediend als phak bung loi fah (ter-lucht-drijvende waterspinazie), in het Engels gekend onder de naam morning glory flying vegetable (ochtengloren vliegende groente): nadat de kok een bussel waterspinazie heeft bereid zwaait hij zijn wok, die hij bij één handvat vasthoudt, en gooit zo de waterspinazie naar de overkant van de markt waar ze door een wachtende ober op een bord wordt opgevangen, een voorstelling die extra drama toegevoegd aan het toch al spectaculaire in hoge vuurvlammen bereiden van dit gerecht.

phak bung fai daeng (????????????)

Thais. 'Roodvuur-waterspinazie'. Zie phak bung.

phak bung farang (????????????)

Zie phak bung.

phak bung loi fah (?????????????)

Thais. 'Ter-lucht-drijvende waterspinazie'. De ochtengloren vliegende groente. Zie phak bung.

phak thod yod (?????????)

Thais. 'Piek-gebakken groente'. Een bijkomende naam voor phak bung, indien gebakken (thod) boven een gasvuur waarvan de vlam op zijn hoogst (yod) staat.

phang (???)

Thais voor een vrouwelijke olifant. Zie ook phlaay en siedoh.

Phang Nga (?????)

Thais. 'Ivoor/slagtand (nga) van een wijfjesolifant (phang)' of 'helmstok'. Naam van een rivier, een provinciale hoofdstad én een provincie op de westkust van het Zuid-Thaise schiereilend aan de Andamese Zee (kaart). De stad heeft ca. 9.000 inwoners en ligt op ongeveer 90 km van Phuket en 788 km van Bangkok. De streek is gekend vanwege het winnen van tin en vaak kan men baggerboten aan het werk zien (fig.). Er zijn vele bezienswaardigheden in het gebied van de Baai van Phang Nga (fig.), in het Zuiden van de provincie, dat gekend is vanwege de prachtige rotsformaties in kalksteen en de talrijke waterwegen door mangrovebos. Op het eiland Ko Panyi leven islamietische zeezigeuners op paalwoningen, opgetrokken in een baai tegen een steile rotswand aan (fig.). Zeer geliefd is ook Koh Tah Puh, het Nagel-rots Eiland dat eveneens gekend staat als het James Bond Eiland (fig.). Voor de westkust liggen de Similan Eilanden. Deze provincie en met name de vakantiebestemming Khao Lak, was onder de zwaarst getroffen gebieden toen een tsunami Thailand's Andamese kustlijn trof op 26 december 2004, en in Thailand zo'n achtduizend dodelijke slachtoffers eiste, waarvan de meederheid in deze provincie, velen van hen buitenlandse vakantiegangers die Kerstmis vierden. Wereldwijd waren er meer dan 220.000 doden en vermisten. De provincie heeft acht amphur.

phaniad (??????)

Thais. 'Olifantenkraal'. Een kraal of palissade die vroeger gebruikt werd om wilde olifanten in bijeen te drijven. Het bestaat uit een omheining van in de grond geslagen -gewoonlijk teakhouten- palen, om de olifanten bij elkaar te houden.

phanom

Sanskriet. 'Berg'. Een term gebruikt als benaming voor een tempel, heiligdom of heilige plaats, zoals in Prasat Phanom Rung.

Phasa (????)

Thais voor 'taal'.

Phasa Isaan (?????????)

Thais. 'Noordoost-Thais'. Dialect gesproken in Isaan of Noordoost-Thailand, min of meer overeenstemmend met het Plateau van Korat, een gebied van Nakhon Ratchasima tot de grenzen met Laos en Cambodja. Zie ook Phasa Thong Thin. Ook Phasa Thai-Lao en Phasa Lao genoemd.

Phasa Neua (?????????)

Thais. 'Noord-Thais'. Dialect gesproken in Noord-Thailand, vanaf Tak tot de grens met Birma en Laos. Zie ook Phasa Thong Thin. Ook kham meuang en Phasa Phaak Neua.

Phasa Pak Tai (????????????)

Thais. 'Zuid-Thais'. Dialect gesproken in Zuid-Thailand, vanaf Chumphon tot de grens met Maleisie. Zie ook Phasa Thong Thin.

Phasa Phaak Neua (????????????)

Zie phasa neua.

Phasa Pheun Meuang (?????????????)

Thais. 'Inheemse taal'. Een term gebruikt voor een 'dialect'. Zie Phasa Thong Thin.

Phasa Sanskriet (???????????)

Thais voor Sanskriet.

Phasa Thai (???????)

De Thaise taal, het Thais. De officiële taal van Thailand en moedertaal van de Thais. Ze behoort tot de Tai-taalgroep, een subgroep van de Tai-Kadai-taalfamilie. De Tai-Kadai-talen zijn waarschijnlijk afkomstig uit wat nu Zuid-China is en zijn mogelijk verwant aan de Austro-aziatische, Austro-nesische of Sino-Tibetaanse taalfamilies. Het Thais is, net als het Chinees, een tonale en analytische taal met een complexe orthografie, en een kenmerkende fonologie met verwante toon- en lettertekens. Thaise linguïsten erkennen vier dialecten, waarvan het Centraal-Thais als de officiële landstaal geldt. De overige dialecten zijn het Noord-Thais, het Noordoost-Thais, en het Zuid-Thais. Zie ook Phasa Thong Thin. MEER HIEROVER.

Phasa Thong Thin (????????????)

Thais. 'Dialect'. In Thailand erkennen linguïsten vier dialecten, waarvan het Centraal-Thais als de officiële landstaal geldt. De overige drie dialecten zijn het Noord-Thais (Phasa Neua of kham meuang), het Noordoost-Thais (Phasa Isaan), en het Zuid-Thais (Phasa Pak Tai). Ze worden gesproken in de gebieden min of meer volgens de gangbare verdeling van het land in regionen (fig.), waarbij Oost- en West-Thailand bij Centraal-Thailand dienen gerekend. Alle dialecten behoren tot de Thai-Kadai-taalgroep en zijn sterk verwant aan het Laotiaans, Noord-Thais, en Thai Lu, talen gesproken in Laos; het Shan en Noord-Thais, gesproken in Noord-Myanmar; het Nung en Tho, gesproken in Noordwest-Vietnam; het Ahom, gesproken in Assam; en het Zhuang en Thai Lu, gesproken in kleinere delen van Zuid-China.

Phat Phong (?????????)

Zie Patpong.

Phattaya (?????)

Zie Pattaya.

phat taya (??????)

Thais. De zuidwestwind. Zie ook Pattaya.

Phaulkon

Zie Constantine Phaulkon.

phaya (???)

Thais voor 'koning' of 'potentaat'.

phayanaag (??????)

Thais. 'Koning der slangen'. Zie ook phaya en naag.

Phayao (?????)

Een jangwat (kaart) met een gelijknamige hoofdstad in Noord-Thailand op 691 km ten noorden van Bangkok, gelegen aan een groot meer waarin kleine zoetwatergarnalen worden gevangen voor de lokale specialiteit kung ten (fig.), een gerecht van nog levende garnalen gemixt met allerlei kruiden. Phayao is een oude stad uit het voormalige Lan Na-rijk, gesticht door koning Ngam Meuang. Eerder was Phayao een amphur van de provincie Chiang Rai maar op 28 augustus 1977 werd haar status verheven tot die van provincie met zeven amphur en twee king amphur.

Phayap (?????)

Het noordwesten van Thailand. Gewoonlijk verstaan als het Westen van Noord-Thailand (provincie Mae Hong Son), eerder dan als het Noorden van West-Thailand (provincie Kanchanaburi). Het is de windstreek die beschermd wordt door de lokapala Vayu. Zie ook Udon, Isaan, Burapah, Ahkney, Horadih, Prajim en Taksin.

pherie (????)

Thais. Een soort drum, meer bepaald een oorlogsdrum.

Phetburi (????????)

Andere uitspraak voor Phetchaburi.

Phetchabun (?????????)

Een provincie (kaart) met een gelijknamige hoofdstad in Noord-Thailand op 346 km ten noorden van Bangkok. De streek is gekend vanwege de communistische rebellen van het PLAT (People's Liberation Army of Thailand) die zich er in de zeventiger en tachtiger jaren in de bergen verschuilden, en vanwege de produktie van tamarinde. De provincie heeft elf amphur.

Phetchaburi (????????)

Naam van een provincie (kaart) en haar gelijknamige hoofdstad aan de Golf van Thailand. De stad heeft ca. 35.000 inwoners en ligt op 123 km ten zuiden van Bangkok, in de regio West-Thailand. Onder de bezienswaardigheden is de ondergrondse tempelgrot Tham Khao Luang (fig.) met een boeddhistisch schrijn verlicht door invallend zonlicht (fig.), en Khao Wang (fig.), de 'paleisberg' met overblijfselen van het zomerpaleis (fig.) van koning Mongkut en een mooi uitzicht over de streek. In deze provincie zijn verschillende badplaatsen, waaronder het populaire Cha-am, en Kaeng Krajahn Nationaal Park, het grootste in het land met zo'n 2.919 km², vrijwel de helft van de gehele oppervalkte van deze provincie, die acht amphur heeft. Ook Phetburi en Meuang Phet.

pheuak (?????)

Thais voor de taro-plant, een tropische plant met een knolachtige wortel gebruikt als voedsel. Wordt o.a. vaak gezien als smaakmaker van roomijs. De plant heeft de botanische naam colocasia esculenta.

Phibun Songkram (????? ??????)

Veldmaarschalk en Eerste Minister tijdens WO II. Gedurende het interregnum van Rama VII en Rama VIII werd het koninkrijk bestuurd door een regeringsraad en leefde geregeld in de greep van militaire despoten, waaronder Phibun Songkram. Deze vond zijn inspiratie bij leiders als Mussolini en Hitler. Terwijl hij de bevolking met ijzeren hand regeerde, veranderde hij in 1939 de naam van Siam in 'Prathet Thai' (Thailand, land der vrijen). In 1944 werd hij gedwongen om af te treden nadat hij in WO II de zijde van Japan had gekozen. Even zag het ernaar uit dat er een democratisch burgerbewind zou komen, maar door de ontstane verwarring na de mysterieuze dood van Rama VIII, wisten de militairen via een staatsgreep opnieuw de macht te grijpen. In 1948 maakte Phibun Songkram een politieke comeback, maar zijn populariteit was erg gedaald en in 1957 werd hij via een coup d'état uit het zadel gewipt. MEER HIEROVER.

Phichai Dahb Hak (???????????)

Thais. 'Overwinning door de hakkende zwaarden'. Een phraya (fig.), militaire leider en invloedrijk partner van koning Taksin, en net als de monarch geboren te Uttaradit. In 1773 wist hij een Birmaanse invasie in zijn streek te voorkomen door zich met twee zwaarden tegelijk moedig hakkend in de strijd te gooien.

Phichit (??????)

Naam van een provincie (kaart) en haar gelijknamige hoofdstad in Noord-Thailand op zo'n 344 km ten noorden van Bangkok. De stad werd gesticht door phaya Kohton Tabong in de periode toen de Kmher aan de macht waren. In de Sukhothai-periode heette de stad Meuang Sra Luang. Tijdens deze periode was ze een belangrijke wereldstad en een front voor Sukhothai. De provincie is de thuishaven van het verhaal Kraithong over de krokodil Chalawan en heeft heden negen amphur en drie king amphur.

Phichitmaan (????????)

Thais. 'Overwinnaar van Mara' of 'onderwerper van demonen'. Een benaming voor de Boeddha.

phie (??)

Thais. 'Geest', 'spook', 'duivel', 'djinn', 'demoon' of 'verschijning'.

phie seua (???????)

Thais voor vlinder. Vele soorten zijn inheems aan Thailand, en men treft zowel dag- als nachtvlinders aan.

phie seua samut (????????????)

Thais. 'Zeevlinder'. Een klasse van demonen die in het water leeft. Er treedt een phie seua samut op in de Ramakien, in de gedaante van een mensenetende reuzin die de zee rond het eiland Langka bewaakt en door Hanuman wordt gedood. Ze komen tevens voor in het Phra Aphaimanie-verhaal.

Phie Tah Khoon (???????)

Thais. 'Gemaskerde dansvoorstelling van het geestenvisioen'. Jaarlijks festival in Dahn Saai, in de provincie Loei, waarin dansers met spookmaskers door de starten paraderen. Deze maskers zijn gemaakt van het platte, brede gedeelte onderaan de stengel van het blad van een kokospalm, en van het bovenste gedeelte van een huad, een mand gebruikt om kleefrijst in te stomen. Vervolgens wordt het geheel gedetailleerd beschilderd en kleden de feestvierders zich in opzichtige spookkostuums. Het festival herdenkt een boeddhistische legende waarin een heerleger van geesten verscheen om de bodhisattva Wetsandorn te begroeten bij zijn terugkeer in zijn geboorteplaats, na zijn ballingschap. Dit opmerkelijke festival wordt gevierd rond midden-juni.

Phikhanesawora

Zie Phra Phikhanesawora.

phikoen (?????)

Thaise benaming voor een altijdgroene sierboom met een hoogte tot 25 meter. Hij geeft heel wat schaduw en wordt derhalve regelmatig aangetroffen op de binnenpleinen van tempels. Hij is eveneens gekend onder de namen Spaanse kersenboom, (Aziatische) mispel, kogelhout en tanjong-boom. Zijn wetenschappelijke en Latijnse naam is mimusops elengi. Komt voor in Indië en Zuidoost Azië.

Phimai (?????)

1. Zie Prasat Hin Phimai.

2. Kleine stad op zo'n 60 km ten noordoosten van Nakhon Ratchasima, nabij de overblijfselen van Prasat Hin Phimai.

Phiphek (?????)

Figuur in de Ramakien. Hij was de voornaamste astroloog van Langka en een jongere broer van Totsakan. Hij werd uit de stad verbannen en offerde nadien zijn loyaliteit aan Rama.

Phi Phi-eilanden (????????????)

De Phi Phi-eilanden of Moe Koh Phi Phi in het Thais, bestaan uit een archipel van zes kleine eilanden, waarvan de bekende eilanden Koh Phi Phi Don en Koh Phi Phi Le de belangrijkste zijn. De omgeving van de eilanden bestaat uit hoge van kalksteen gevormde klippen met uitstekende rotswanden, omringd door verbluffende stranden en een smaragdgroene zee die koraalriffen en een kleurig zeeleven aan het oog ontrekt. Accommodatie is enkel op Koh Phi Phi Don verkrijgbaar, het grootste eiland van deze archipel met een oppervlakte van 28km². De voornaamste bezienswaardigheid hier is Ban Ton Sai, een uitgestrekt stuk wit zandstrand dat aan beide zijden als een dubbele baai naar elkaar toe gebogen is en geflankeerd wordt door bergen in kalksteen die hoog uit de zee oprijzen. In Laem Thong, aan het Noordeinde van dit strand, is een dorp van zeezigeuners en de plaats staat gekend vanwege de prachtige onderwater-natuur. Het kleinere eiland Phi Phi Le beslaat een oppervlakte van 6,6km² en is berucht voor zijn grote luchtige Viking Grot, waarvan de muren beschilderd zijn met primitieve tekeningen van zeilboten, gelijkend op deze die de vikingen vroeger gebruikten en die de grot haar naam gaven. In de grot leeft tevens een groot aantal zwaluwen waarvan de nesten gemaakt van hun speeksel geplukt worden vanaf hoge bamboe stellingen en verkocht worden voor menselijke consumptie. Het eiland heeft verschillende mooie stranden, waaronder het Maya-strand dat bekendheid verwierf als decor voor de Hollywood-film 'The Beach', en Pi Le dat uitkomt in een vallei en een lagune-achtige sfeer oproept. Dat deel van het eiland is vrijwel geheel omcirkeld door steile rotsen en ten Zuiden ervan is een kleine baai die Lo Sa Ma wordt genoemd. Deze ligt verscholen in de inzinking van een steile rots en biedt een goede plaats om te snorkelen. De archipel die in het gebied van de provincie Krabi ligt werd op 26 december 2004 zwaar getroffen door een tsunami die meer dan duizend dodelijke slachtoffers maakte en waarin honderden werden vermist.

Phitsanulok (????????)

1. Naam van een provincie (kaart) en van haar gelijknamige hoofdstad in Noord-Thailand, zo'n 377 km ten noorden van Bangkok en genaamd naar de oude en originele benaming voor Angkor Wat. De stad ligt aan de Nan-rivier en is gekend vanwege het Phraphoet Chinnarat-beeld in Wat Phra Sri Rattanamahathat. De stad is gesticht in 953 AD door Garnboon en Nokrong, twee toenmalige leiders. Het is tevens de plaats naarwaar prins Naresuan werd gestuurd om de regio te besturen, na zijn ballingschap in Birma en bij zijn aanwijzing als troonopvolger voor Ayutthaya. De provincie heeft negen amphur. De naam is afgeleid van 'Vishnulok', de 'Wereld van Vishnoe'.

2. De volgens oude bronnen originele benaming voor Angkor Wat.

phittih (????)

Thais voor 'ceremonie'.

Phittih Koonjoek (??????????)

Thais. Een rituele ceremonie waarbij een kleine haarknot bij jongens, door de bevolking juk genaamd, wordt afgeknipt wanneer men de leeftijd van 11 of 13 jaar heeft bereikt. Omdat 12 als paar getal ongeluk kan brengen gebeurt de ceremonie nooit op die leeftijd. Het laten groeien van de haardot berust op een eeuwenoud bijgeloof dat moet voorkomen dat kinderen chronisch ziek zullen worden. Eventueel ook Pittih Koonjuk gespeld.

Phittih Sabaan Tong (???????????)

Thais voor Trouw aan de Vlag.

Phittih Suansanam Thahaan Rachawanlop (???????????????????????)

Thais voor het jaarlijkse Militaire Parade van de Koninklijke Troepen, in het Westen gewoonlijk Trouw aan de Vlag genoemd.

phlaay (????)

Thais voor een mannelijke olifant. Zie ook phang en siedoh.

phlab (????)

Thais voor dadelpruim.

phlabphlah (???????)

Thais. Een tijdelijke verblijfplaats voor de koning, een koninklijk paviljoen.

phlab phleung tien ped (???????????????)

Thais. 'Eendenvoetlelie'. Thaise benaming voor de spinlelie.

Phleng Chaht Thai (???????????)

Thais. 'Thais Nationaal Volkslied'. Onderdeel van het dagelijks leven in Thailand is het nationale volkslied. Het wordt dagelijks uitgezonden op televisie en op de radio om 8 a.m. en 6 p.m., en soms nogmaals na het laatste programma. Het wordt tevens bij de aanvang en op het einde van elke werkdag gespeeld in sommige openbare plaatsen, zoals treinstations, scholen, politiebureaus, etc. In het openbaar zullen de mensen stoppen met wandelen en staan op wanneer het volkslied wordt gespeeld. De tekst van het huidige volkslied werd geschreven door Nuan Pajinphayak, de muziek werd gecomponeerd door Pitti Wahthayakorn. Het is het nationale volkslied sinds 1939. De tekst heeft sterke nationalistische woorden en kan als volgt worden vertaald: 'Thailand is gesticht op het bloed en vlees dat de Thais gezamelijk bezitten. Elk deel van het land behoort ons toe, dus moeten we dit volledig beschermen. Alle Thais zijn harmonieus verenigd en houden van vrede. Maar indien er oorlog zou komen, dan zullen we moedig vechten tot het bittere einde. We staan niet toe dat onze onafhankelijkheid verdrukt zou worden en zijn bereid om elke druppel van ons bloed als een gave aan het land op te offeren, om onze natie vooruit te helpen en te doen zegevieren. Hoera!' LEES EN LUISTER.

Phleng Sansareun Phra Barami (????????????????????)

Thais-rajasap. 'Loflied der grootsheid'. De Koninklijke Hymne, naast het volkslied het meest belangrijke lied van Thailand, dat hulde brengt aan de grootsheid en majesteit van de koning. Het wordt gewoonlijk gespeeld tijdens plechtigheden waarop leden van de koninklijke familie aanwezig zijn, vaak in combinatie met het volkslied. Het wordt eveneens gespeeld zonder de woorden vóór de aanvang van elke filmvoorstelling in alle openbare bioscopen van het land, ter ere van de koning. Het publiek dient hierbij eerbied te tonen door op te staan. De openingswoorden 'Kha Woraphoettachaaw'  (Ik, een dienaar van mijn Heer) is de formele term gebruikt om een koning of een vooraanstaand lid van de koninklijke familie aan of toe te spreken. De muziek werd gecomponeerd in 1888 door de Rus Payoht Sachurovki en er werden woorden bijgezet door een toenmalige Thaise prins. Deze werden nadien verscheidene malen veranderd en de huidige tekst is een verbetering van één van deze vorige teksten, herschreven in rajasap door koning Rama VI en zou als volgt kunnen worden vertaald: ''Ik, een dienaar van mijn Heer, verneder mijn hoofd en geest en betuig mijn respect aan de rechtschapen beschermer, de hoogste en machtigste vorst, Siamese koning der goden, met een voornaamheid die eer te boven gaat en een koel hoofd om toe te zien op uw onderdanen, en door wijsheid alle mensen vreedzaam en tevreden te houden, wijselijk vragend om elke wens te beschikken totdat zulks is voortgebracht, hopende dat de hartenwens van een glorieus koning zoals u, mag uitkomen. Hoera!'. LEES EN LUISTER.

phluang (????)

Thaise benaming voor de dipterocarpus.

phoem (????)

Zie phoem dokmai.

phoem dokmai (??????????)

Thai. Echte of replica bloemen geschikt in een kegelvorm gebruikt als offerande (fig.). Ook phoem.

phoemriang (????????)

Thais. Een boom van de familie sapindaceae, die zwarte, eetbare vruchten voortbrengt. Ook cham ma liang.

phoetsah (?????)

Thaise benaming voor de Chinese dadel of Indische jujube, een kleine besachtige steenvrucht van een oosterse boom van het geslacht ziziphus. In sommige soorten is het vruchtvlees crème-wit en stevig, in andere is het korrelig. Ze is zoet met een enigszins zure smaak of geheel zurig, afhankelijk van de soort.

Phoet Sahsanah (?????????)

Thaise benaming voor boeddhisme.

Phoettagaya (???????)

Thaise benaming voor Bodh Gaya.

phoettaraksah (?????????)

Thais. Bloem van het geslacht canna. Ze groeien in groepjes en hun bladeren zijn vergelijkbaar met die van de kurkuma of geelwortel. Vaak voorkomend in Thailand, gewoonlijk van gele, oranje-rode of roze kleur.

Phoettasakkaraat (??????????)

Thais. De boeddhistische jaartelling in Thailand, Laos en Cambodja beginnend op de eerste verjaardag van het parinirvana van de Boeddha, in 543 VC. Meestal afgekort weergegeven als BE.

phooikwan (???????)

Thais. Wisselbrief, in het bijzonder deze die circuleert tussen Chinese zakenlui in het Verre Oosten. Zie ook pie.

photduang (??????)

Thais. Muntstuk in de vorm van een kogel, voorheen in omloop in Siam.

photisat (?????????)

Thais voor bodhisattva.

Photiyaan (???????)

Thais voor Bodhiyan.

Phra (???)

1. Thais. 'Heilig'. Voorvoegsel dat respect uitdrukt en gebruikt wordt vóór de namen van koningen of dingen geassociëerd met personen van de monarchie of adel, goden, en voorwerpen van verering, zoals bv. Phra Chao Naresuan, koning Naresuan, Phra Rachawang, koninlijk paleis, Phra Chedi, stoepa of chedi, etc. Vaak wordt het gebruikt zonder de betekenis van een woord te  veranderen.

2. Thais. Een geestelijke, monnik, boeddhistische priester, zoals Phrasong en  Phrasong Ong Chao. Ook gebruikt voor een heilige.

3. Thais. Een niet-erfelijke titel of bandasak onmiddellijk volgend op een Phrya, en net boven een Luang.

4. Thais. De protagonist of held in een verhaal, zoals Phra Narai en Phra Sang.

phraam (???????)

1. Thaise benaming voor een brahmaan.

2. Thais. Een soort mango.

Phra Ahtit (??????????)

Thais. De zonnegod en de god van zondag. Hij rijdt een strijdwagen die wordt getrokken door zeven paarden en is de lokapala van het Zuidwesten. Hij ontdekte samen met Chandra, de god van de maan, het bedrog door de demoon Rahu bij het uitdelen van het amrita. Hij is tevens gekend onder de naam Nairitti (fig.) en wordt in het Sanskriet Surya genoemd. Zie ook thep prajam wan.

Phra Angkaan (?????????)

Thais. De oorlogsgod en de god van dinsdag. Zijn rijdier is een buffel. In literatuur vaak Phra Angkarn getranscribeerd. Zie ook thep prajam wan.

2.  Thais-Rajasap. De as van iemand van koninklijken bloede. Ook Phra Angkarn getranscribeerd.

Phra Aphaimanie (??????????)

Een Thais episch verhaal in vers geschreven door Sunthorn Phu. Het is zijn meest gekende werk en vertelt het verhaal van een prins die verbannen werd naar een onderzees koninkrijk onder de heerschappij van een smoorverliefde reuzin. Een zeemeermin helpt de prins ontsnappen naar het eiland Samet waar hij de reuzin verslaat door het bespelen van een magische fluit (fig.).

Phra Bodhisattva (????????????)

Zie bodhisattva.

Phra Boromma Sahrihrikathat (?????????????????)

Thais. Een relikwie van de Boeddha.

Phra Chao (???????)

1. Titel van een prins in Thailand, zoals Phra Chao Look Yah Teh en Phra Chao Naresuan.

2. In Thailand het voorvoegsel aan de naam of titel van een vorst, zoals Phra Chao Taksin en Phra Chao Chakrapad, waarbij Chakrapad 'keizer' betekent en Phra Chao het voorvoegsel is.

3. Thais. Een god of godheid, een goddelijk wezen.

Phra Chao Look Yah Te (???????????????)

Thais. 'Prins, zoon van de koning'.

Phra Chao Naresuan (?????????????)

Zie Naresuan.

Phra Chao Taksin (?????????????)

Koning Taksin.

phra chedi (?????????)

Zie chedi.

Phra Chom Klao (???????????)

Zie Rama IV.

Phrae (????)

Thais. 'Propageren, verspreiden'. Naam van een provincie (kaart) en van haar gelijknamige hoofdstad in Noord-Thailand, zo'n 551 km ten noorden van Bangkok. Gelegen aan de oevers en zuidelijk van de Yom-rivier. De stad heeft een bevolking van ca. 21.000 inwoners. De streek is gekend vanwege de produktie van de seua mo hom, een blauw katoenen boerenshirt gezien over heel Thailand en vanwege Wat Phrathat Cho Hae een gekende bedevaartplaats op zo'n 10 km buiten de stad Phrae. Daarnaast is Phrae de plaats waar het bekende liefdesdrama Phra Loh zich afspeelde. In het verleden waren Phrae en Nan één land dat verdeeld werd door twee broers om makkelijker geregeerd te kunnen worden. Deze provincie telt acht amphur.

Phra In (?????????)

Thaise uitspraak voor Phra Intra. Zie ook Indra.

Phra Intra (?????????)

Thais voor Indra. Uitspraak Phra In.

Phra Isaan (????????)

Thais voor Ishana.

Phra Itsanukam (????????????)

Thais. Beschermgod van de beeldende kunsten, samen met Ganesha.

Phra Jan (?????????)

Thais. De maangod en de god van maandag. Hij ontdekte het bedrog door de demoon Rahu tijdens het uitdelen van het amrita, samen met Phra Ahtit, de god van de zon. Zijn rijdier is een paard. Soms getranscribeerd als Phra Jantr, vergelijkbaar met Chandra, zijn naam in het Sanskriet. Zie ook thep prajam wan.

Phra Kaew (???????)

Zie Phra Kaew Morakot.

Phra Kaew Morakot (???????????)

Thaise benaming voor de Emerald Boeddha.

Phra Kaneet (???????)

Zie Ganesha.

Phra Kanthakuman (?????????????)

Een Thaise benaming voor Kanthakumara of Subramaniam.

Phra Kathavarayan (??????????????)

Thaise benaming voor Kathavarayan.

Phra kring (????????)

Thais. Een stijl van boeddhabeeld dat rammelt wanneer het wordt geschud.

Phra Krishna (????????)

Zie Krishna.

Phra Kritsana (????????)

Thaise benaming voor Krishna.

phra kroe (??????)

Thais. 'Monnik-leraar'. Een monnik wiens voornaamste taak onderricht is. Dit kan aan zowel leken (fig.) als novicen of monniken zijn.

Phra Lak (??????????)

Thais. De stiefbroer van Rama in de Ramakien. Hij was de zoon van koning Totsarot en Samut Thevi. Hij was de incarnatie van Ananta, Vishnoe's naga-troon (fig.).

Phra Loh (?????)

Thais. Een verhaal in rijm over de beeldschone prins Phra Lohdilokrat. De prins werd in een liefdesaffaire met twee zuster-prinsesjes gelokt door, nadat zij een magische bezweringsformule over hem hadden uitgesproken, een mooie haan naar hun paleistuin te volgen. Het verhaal speelt zich af in de provincie Phrae en staat bekend om de beangstigende sfeer. Het werd naar het Engels vertaald door Prins Prem Purachat.

Phra Mae Kwan Im (????????????)

Thaise benaming voor Kuan Yin, de Chinese godheid van genade, in Japan gekend is als Kwannon. Voorgesteld als een dame, is ze de vrouwelijke vorm van de mannelijke bodhisattva Avalokitesvara, de personificatie van medelijden, uit het Mahayana boeddhisme.

Phra Maha Phichai Mongkut (????????????????)

Thais. 'Zegekroon' of 'erekroon'. Onderdeel van de Thaise koninklijke regalia of kakoettapan, bestaande uit een gouden kroon in de vorm van een chadah.

Phra Mahathat (??????????)

Thais. Relikwie van de Boeddha in een stoepa in Thailand. Dezelfde relikwie zonder de stoepa noemt men Phra Baromma Sahrihrikathat. Zie ook Sahrihrikathat.

Phra Nakhon Sri Ayutthaya (???????????????)

De volledige naam voor Ayutthaya, samengesteld uit Phra (heilig), Nakhon (stad), Sri (majestueus), en Ayutthaya (onverslaagbaar).

Phra Nang Chamadevi (?????????????)

Zie Chamadevi.

Phra Nang Klao (????????????)

Zie Rama III.

Phra Narai (??????????)

1. Thais. Een andere benamimg voor Narayana of Rama, een avatar van de hindoegod Vishnoe en de protagonist in het epos Ramayana.

2. Zie Phra Naraiyamaharaat.

Phra Naraiyamaharaat (????????????????)

Koning Narai, heeser van Ayutthaya van 1656 tot aan zijn dood tijdens de revolutie van Ayutthaya in 1688.

Phra Naresuan (?????????)

Zie Naresuan.

phranommeua (????????)

Zie wai.

Phra Paisarop

Thaise benaming voor Vaisravana. Ook Wetsuwan.

Phra Pathom Chedi (????????????)

Het hoogste boeddhistische monument ter wereld met een hoogte van 127 meter, in de stad Nakhon Pathom. Het originele monument, nu overkoepeld door deze enorme chedi, werd opgericht in de 6de eeuw AD door Theravada-boeddhisten uit Dvaravati, maar in de vroege 11de eeuw veroverde de Khmer-koning Suryavarman I de stad en liet een prang over het heilgdom bouwen. Na een inval in 1057 door de Birmanen uit Pagan onder koning Anuruddha, werd de prang vernietigd en dit bleef zo totdat koning Mongkut hem in 1860 liet restaureren, en de grote chedi over de overblijfselen liet bouwen.

Phra Phareuhadsabodie (???????????)

Thais. De god van geleerdheid en, in het thep prajam wan-systeem, de god van donderdag. Donderdag wordt in verband gebracht met kennis en van mensen die op deze dag werden geboren wordt gezegd dat ze de kwalificaties van een leraar hebben. Deze gedachte komt voort uit het hindoeïsme waar donderdag Guruvar wordt genoemd, de Sanskriete naam voor Jupiter en een benaming die werd afgeleid van het woord goeroe (leraar). Zijn rijdier is een mannelijk hert en hij is de leraar van alle andere goden. Zie ook Wan Kroe.

Phra Phikhanesawora (????????????)

Een Thaise benaming voor Ganesha.

phra phoem chao tie (??????????????)

Thais. De beschermgeest van een huis die in het geestenhuis of sahn phra phoem verblijft, en die voorheen op het land woonde waar een woning werd gebouwd.

Phra Phut (??????)

Thais. De god van Wednesday and god of speech and commerce. Zijn rijdier is an elephant. Zie ook thep prajam wan.

Phra Phoet (???????)

Thaise benaming voor een boeddha.

Phraphoet Chinnarat (?????????????)

Belangrijk boeddhabeeld uit de 14de eeuw gehuisvest in Wat Phra Sri Rattanamahathat te Pitsanulok en gebouwd in opdracht van koning Mahadhammaracha Lithai. Het wordt algemeen gezien als een van de mooiste boeddhabeelden in het land. Phraphoetta Chinnaraat uigesproken.

Phra Phoet Sayait (??????????????)

Thaise benaming voor liggende Boeddha.

Phraphoettabaht (??????????)

Thaise benaming voor boeddhapada.

Phra Phoetta Chao (???????????)

Thaise benaming voor de historische Boeddha.

Phra Phoetta Leut La (???????????????)

Zie Rama II.

Phra Phoetta Monthon (???????????)

Thais-Pali. 'Boeddha-cirkel' of 'Boeddha-mandala'. Naam van een 2.500 krabiad (15,875 meter) hoog boeddhabeeld van een wandelende Boeddha in Sukhothai-stijl, nabij de stad Nakhon Pathom.

Phra Phuttaroep Khao Chie Tjan (????????????????????)

Thais. 'Chee Tjan boeddhabeeld-heuvel'. Boeddhabeeld vervaardigd uit goudkleurige metaalplaat die op de kale zijde van een heuvel is aangebracht, vlakbij Wat Yahn Sangwarahrahm Woramahawihaan, in het Huay Yai district van de provincie Chonburi.

Phra Phoetta Sothon (???????????)

Boeddhabeeld in de Sothon Wararam Woriwihaan-tempel (fig.) in Chachengsao, een kuh bahn kuh meuang en één van de heiligste beelden in het land, geassociëerd met Luang Po Sothon, een Phra saksit die het exacte tijdstip van zijn eigen dood voorspelde.

Phra Phoetta Yotfa Chulalok (????????????????????)

Thaise benaming voor Rama I.

Phra Phrot (??????)

Stiefbroer van Rama en zoon van koning Totsarot en koning Kaiyakesi in de Ramayana. Hij is de incarnatie van de chakra, het wapen van o.a. Vishnoe.

Phra pikkoe (????????)

Thais. Een boeddhistisch monnik of priester. Ook Phra pikkasoe. Vgl. ook bhikkoe en bhiksoe.

Phra pikkasoe (????????)

Zie Phra pikkoe.

Phra pim (????????)

Thaise benaming voor een votiefplaquette.

Phra prajam wan (???????????)

1. Thais. Systeem van aanbidding in Thailand waarbij voor elke dag van de week een bepaald boeddhabeeld een voorstelling is voor en correspondeert met iemands geboortedag. Elk beeld heeft een andere positie en moedra en men offert aan het beeld dat bij iemands geboortedag past (fig.). Woensdag heeft twee beelden, één voor tijdens het daglicht en één voor na zonsondergang, alle andere dagen hebben slechts één corresponderend beeld. Soms wordt een extra boeddhabeeld in de bhumisparsa-positie toegevoegd voor diegene die niet weten op welke dag ze geboren werden. Ook Phra prajam wan geut. Zie ook daaw prajam wan, sie prajam wan en sat prajam wan.

2. Thais. Systeem van aanbidding in het hindoeïsme, waar in totaal negen beelden, per drie op een rij in een vierkant worden opgesteld, telkens met hun gezicht in een bepaalde richting (fig.). Er zijn zeven beelden voor de dagen van de week, met een achtste beeld dat Ketu (fig.) voorstelt, en een negende beeld, Rahu (fig.). De beelden staan opgesteld in een bepaalde rangorde en volgens een bepaald plan, het pangkaan tang phra prajam wan (fig.), dat rekening houdt met de gewesten (fig.). Zie ook daaw prajam wan, sie prajam wan en sat prajam wan.

Phra prajam wan geut (???????????????)

Zie Phra prajam wan.

Phra prathaan (?????????)

Thais. Het grootste boeddhabeeld in een tempel.

Phra Phrom (???????)

Thaise naam voor Brahma.

Phra Phrom Sie Nah (??????? ? ????)

Thais. 'Brahma met vier gezichten'. Een benaming voor Brahma, wanneer uitgebeeld met één hoofd met vier gezichten (fig.).

phra rachaphithi sip song deuan (?????????????????????)

Thais. 'Koninklijke ceremonieën gedurende 12 maanden'.  Een literair werk geschreven door koning Chulalongkorn, waarin de traditionele aktiviteiten en ceremonieën in elke maand worden uitgelegd, van de Sukhothai- en Ayutthaya-perioden tot en met de Rattanakosin-periode, met aanvullingen van sommige boeddhistische rituelen. Voor iedere maand verklaart het een belangrijke ceremonie en een aantal minder belangrijke rituelen, alsook de feestdagen volgens het seizoen.

Phra Rachawang (?????????)

Thais. 'Koninlijk paleis'. De residentie van de koning en de koninklijke familie gedurende de Rattanakosin-periode. De bouw ervan werd gestart door Rama I op 6 mei 1782 met de bedoeling om de glorie van Ayutthaya, de voormalige hoofdstad die in 1767 door de Birmanen werd vernietigd, te herscheppen, slechts 15 jaar ná deze gebeurtenis. De lokatie werd oorspronkelijk bewoond door een aanzienlijke Chinese gemeenschap die door de overheid werd verplaatst naar een nieuwe lokatie, zuidelijk van de stadsmuren, een plaats vandaag gekend als Chinatown. Gedurende de opeenvolgende koninklijke heerschappijen werd het paleis grondig aangepast, omgebouwd en vernieuwd. Het complex omvat verschillende kroonzalen, woonvertrekken en administratieve kantoren, terwijl aanpalend een paleistempel werd gebouwd om de Smaragden Boeddha in te huisvesten. Het paleis was het administratieve centrum van het Siamese koninkrijk tot aan het einde van de absolute monarchie, in 1932.

Phra Ram (??????)

Thaise benaming voor Rama of Ramachandra, de zevende avatar van de god Vishnoe, en de held (fig.) uit het Indische epos Ramayana, de Ramakien in Thailand. Hij was de zoon van koning Totsarot en koningin Kao Suriya. Hij kon de Molie-boog opheffen en kreeg daardoor Sita ten huwelijk. Als de avatar van Vishnoe berijdt hij eveneens de Garoeda.

Phra Ruang (???????)

Zie Phra Ruwang.

Phra Ruwang (???????)

Thais. Titel gegeven aan koning Indraditya, vader van koning Ramkamhaeng van Sukhothai. Hij bevrijdde Thailand van het juk van de Khmer, en stierf in 1268 AD. Volgens de legende stuurde de koning van de Khmer een afgezant om Phra Ruwang te arresteren. Deze afgezant, Khomdamdin genaamd, kon zich door magische krachten heel snel onder de grond voortbewegen. Toen hij echter boven de grond te voorschijn kwam met de boodschap van zijn koning werd hij door Phra Ruwang in steen veranderd. Ook Phra Ruang.

Phra Saeng (??????)

Zie Phra Saeng Khan Chai Sri.

Phra Saeng Khan Chai Sri (?????????????????)

Thais. 'Zwaard der Staat', eveneens gekend als het 'Zwaard der Overwinning' en één van de onderdelen van de Thaise koninklijke regalia of kakoettapan. Het symboliseert de macht van de koning over het leger en zijn rol als beschermer van de natie.

Phra saksit (???????????????)

Thais. Bepaalde boeddhistische monniken in Thailand waaraan speciale spirituele krachten worden toegeschreven. Vaak brengen deze monniken hun krachten (saksit) over op amuletten en votiefplaquettes (fig.), die vervolgens door devote aanhangers worden verzameld.

Phra Sang (????????)

Zie Sangthong.

Phrasangkaraat (??????????)

Thaise term voor de hoogste patriarch van de boeddhistische kerk.

Phra Sangkatjaai (??????????????)

Thaise benaming voor de Chinese 'lachende boeddha'. Hij wordt voorgesteld als een zwaarlijvig figuur vaak met een geldbuidel en waterkruik. Zijn beeltenis brengt geluk en trekt fortuin aan. Vergelijk met Kuvera of Kubera.

Phra Sao (????????)

Thais. De god van Saturday. Zijn rijdier is a tiger. Zie ook thep prajam wan.

Phra Sayaam Thewathiraat (????????????????)

Zie Siam Thewathiraat.

Phra Siam Thewathiraat (????????????????)

Zie Siam Thewathiraat.

Phra Sian (????????)

Thais (rajasap). Het hoofd van een koning (fig.) of boeddhabeeld (fig.).

Phra Siwalie (????????)

Thais. Een vereerd boeddhistisch monnik. Hij is de zoon van prinses Suppawasah, dochter van de koning van Kohliya. Van reeds vroeg in haar zwangerschap, wanneer hij nog in de schoot van zijn moeder zat, bracht Siwalie reeds geluk aan zijn moeder, veroorzaakt door haar liefde voor hem. Volgens de legende verbleef hij zeven jaren in de schoot van zijn moeder en had zij barensweeën die zeven dagen duurden, maar onmiddellijk na zijn geboorte ging zij gewoon weer aan het werk. Later werd Siwalie tot monnik gewijd bij Sariputta. Op de dag van zijn wijding, van zodra men zijn haar begon te scheren, bij de allereerste knip van het scheermesje, bereikte hij de Verlichting, ten gevolge van zijn vergaarde verdiensten. En vanaf het moment waarop hij zijn hoofd volledig had kaalgeschoren werd hij een arahan. Hij perfectioneerde zijn geluksfactor, veroorzaakte heel wat meeval bij zijn mede-monniken en ontving lof van De Verlichte, die hem zei dat hij een kampioen was in het veroorzaken van geluk. Het wordt daarom reeds van oudsher geloofd dat wanneer iemand Phra Siwalie of een relikwie van hem aanbidt, vrede zal ontvangen in de vorm van geluk. Phra Siwalie wordt gewoonlijk voorgesteld als een reizende monnik, wandelend met een klot (de gesloten parasol op zijn schouder), een staf en een yaam-schoudertas. Zie eveneens thudong.

Phrasoet (???????)

Thais. 'Geboren worden', vnl. van een prins (rajasap). In religieuze context de term die verwijst naar de geboorte van de Boeddha als prins Siddhartha, die plaatsvond onder een salaboom (volgens sommige bronnen onder een teakboom). In de iconografie gewoonlijk uitgebeeld door Maha Maya die met de rechterhand de tak van een boom vasthoudt (fig.), soms terwijl een zuigeling uit haar zijde te voorschijn komt. Zie ook sinphrachon.

Phrasong (???????)

Zie Sang.

Phrasong (???????)

Thais. Term voor een boeddhistisch monnik. Monniken in Thailand dienen zich te onderwerpen aan 227 gedragsregels en scheren bij hun wijding hun wenkbrauwen af, in tegenstelling tot monniken uit de andere landen van het Theravada boeddhisme. Het Thaise gebruik om de wenkbrauwen af te scheren stamt uit de vijandige periode met Birma. Om spionen vermomd als monnik te herkennen, startten de Thaise monniken dit gebruik, dat nadien gewoon bleef voortbestaan. Ook Phra en Phrasong Ong Chao.

Phrasong Ong Chao (??????????????)

Thais. Een boeddhistische geestelijke, monnik of priester. Zie ook Phra en Phrasong.

Phra song kreuang (?????????????)

Thais. 'Getooide Boeddha'. Een boeddhabeeld versierd met een praalgewaad en/of juwelen, en meestal met een chadah als hoofdtooi. Zie ook getooide Boeddha en gekroonde Boeddha.

Phra Sriaan (???????????)

Thais. Aanstaande bodhisattva die de mensheid zal redden.

Phra Suk (????????)

Thais. De god van vrijdag en de god van liefde en schoonheid. Zijn rijdier is an ox. Zie ook thep prajam wan.

Phra Suthon (???????)

Protagonist in het verhaal Manohra.

Phrathat (???????)

1. Thais. Relikwieën van boeddhistische monniken. Zie ook Phramahathat en that.

2. Thais. Benaming voor een stoepa in Isaan.

Phra Tienang (??????????)

1. Thais. Een hal of zaal in het koninklijk paleis. Zie ook Phra Tienang Anantasamahkom.

2. Thais. 'Koninklijk'.

Phra Tienang Anantasamahkom (????????????????????)

Thais. De Ananta Samahkom Hal, anders gekend als de Troonhal in Bangkok, waar de nationale legislatuur zit. Ze werd oorspronkelijk gebouwd als troonhal of kroningshal, maar werd nadat de absolute monarchie werd vervangen door een constitutionele monarchie, werd ze in gebruik genomen door de nationale legislatuur. Afgebeeld op één bepaalde uitgave van bankbriefjes met een waarde van vijftig baht.

Phra Warun (???????)

Thaise god en een beschermer van het Westen. Ook Varuna.

Phraya (?????)

Zie Phrya.

Phra Yom (?????)

Thaise benaming voor Yama.

phreah

Een Khmer-woord voor heilig.

Phrommathep (???????)

Thais. 'Brahmagod'. Benaming van een landtong bij de zuidkaap van Phuket-eiland, een panoramische plek en populair gezichtspunt tijdens zonsondergang. Ook Laem Phrommathep en Phromthep.

Phromthep (???????)

Thaise uitspraak voor Phrommathep.

Phrya (?????)

Thais. Een niet-erfelijke titel of bandasak net onder een Chao Phrya, en één titel hoger dan een Phra. Vaak Phya uitgesproken en regelmatig ook zo getranscribeerd. Eveneens Phraya.

Phuket (??????)

Provincie (kaart) en eiland (kaart) in de Andamese Zee vóór de westkust van het Zuid-Thaise schiereilend met een gelijknamige hoofdstad. De hoofdstad heeft ca. 50.000 inwoners en ligt op 862 km van Bangkok. Het is het grootste eiland van het land met zo'n 810 km² en in het Noorden via een brug verbonden met het vasteland van de provincie Phang Nga. Het eiland is een populaire vakantiebestemming met vele mooie stranden en verschillende bezienswaardigheden. Het is tevens gekend vanwege het jaarlijkse Vegetarisch Festival. De provincie heeft slechts drie amphur.

Phya (?????)

Zie Phrya.

pie (???)

Thais. Algemene benaming voor een fluit, waarvan verschillende soorten bestaan.

pie (???)

1. Thais. Oorspronkelijk speelmunten of gokfiches die door Chinese gokkers in Thailand werden geïntroduceerd tijdens de Ayutthaya-periode en gebruikt werden in gokhuizen. Later werden ze eveneens gebruikt bij handelstransacties en werden uiteindelijk een officiëel betaalmiddel, totdat ze in 1875 door de overheid voor commerciële doeleinden werden verboden. Ze zijn meestal vervaardigd uit porcelein, maar kunnen ook van glas, hoorn, tin of koper zijn. Ze zijn verschillend in vorm en vertonen op één zijde motieven van dieren of bloemen en dergelijke, terwijl op de weerszijde het Chinese karakterteken van de eigenaar en de waarde staat aangegeven. Zie ook bia en phooikwan.

2. Thais. Naam voor een afschrift dat een Chinees burger eertijds in zijn bezit diende te hebben om te bewijzen dat hij zijn gemeenschapsbelastingen had betaald.

pijlstaartkreeft

Naam van een prehistorisch schaaldier met een gepansterd dekschild in de vorm van een hoefijzer en een stijve puntige staart. Ze behoort tot de familie van merostomata en is verwant aan de schorpioen. Pijlstaartkreeften voeden zich doorgaans 's nachts en wroeten naar wormen en weekdieren. Ze voeden echter wanneer het hen best uitkomt en kunnen een jaar lang zonder voedsel. Ze zwemmen ondersteboven en kunnen extreme temperaturen en een hoog zoutgehalte verdragen. Daarnaast heeft een pijlstaartkreeft tien ogen en kan ze UV-licht waarnemen. Een bepaald aftreksel van hun blauw bloed dat een kopergehalte bevat, alsook bepaalde kenmerken van hun dekschild, worden geneeskundig gebruikt. In het Thais maengda talae genoemd en hun wetenschappelijke benaming is limulus polyphemus. Wegens zijn staart ook wel degenkrab genoemd.

pilaster

Een gedecoreerde zuil die lichtjes van de muur verheven is, gewoonlijk aan weerszijden van een deuropening. Ook colonette.

pinangnoot

Zie betelnoot.

Ping (???)

Thais. Naam van een rivier in Noord-Thailand die door Chiang Mai loopt en nabij Nakhon Sawan samenvloeit met de Nan-, Yom- en Wang-rivieren die er gezamelijk de Chao Phraya-rivier vormen. Een gelijkaardige naam aan die van de rivier Ping komt tevens voor in de oude stadsnaam van Chiang Mai, namelijk Nopburi Sri Nakhon 'Phing'.

piper nigrum

Latijnse benaming voor de peperstruik. Zie prik thai.

pit thong (??????)

Thais. 'Met bladgoud bedekken', inz. van een boeddhabeeld. Meestal is het bladgoud gebruikt in tempels van een inferieure kwaliteit en bevat slechts zo'n 4% goud, waar echt bladgoud van puur goud is.

Pittih Koonjuk (??????????)

Zie Phittih Koonjoek.

piyad (??????)

Thais. Naam van een enorme mand gebruikt om de korrels in op te vangen wanneer men rijst dorst op de traditionele manier.

Piya Maha Raj (??????????)

Thais. 'Geliefde grote koning'. Een predikaat voor koning Chulalongkorn. Ook Piya Maha Raat.

pladkik (???????)

Thais. Een amulet in de vorm van een fallus, meestal uit hout gesneden. Ze bestaan in allerlei mogelijke afmetingen en de kleinere modellen (fig.) worden vaak door mannen om het middel gedragen, hangend aan een touw of ketting. Het symboliseert de hindoeïstische god Shiwa en moet onheil afstoten en geluk aantrekken - Shiwa is Sanskriet voor 'gelukkig'. Het wordt door sommigen ook gezien als een vruchtbaarheidssymbool en is dusdanig vergelijkbaar met de linga. Sommige pladkik worden voorgesteld met de figuur van een tijger, een aap of enig ander dier en zelf met de figuur van een vrouw. Soms zijn ze gegraveerd met kabbalistisch geschrift en yan-tekens.

plaew (????)

Thais. Vlam of vuurtong. Ook plaew fai.

plaew fai (??????)

Thais. Vuurtong zoals gebruikt in het kanok- of kranok-dessin. Ook plaew.

plankwortels

Verbrede wortelbasis (fig.) van sommige bomen in tropisch en subtropisch regenwoud. Vele doch niet alle hooggroeiende bomen die boven de top van het bladerendak van het woud uitgroeien kunnen geleidelijk aan brede plankwortels vormen ten gevolge van de vertikale ontwikkeling van hun belangrijkste zijwortels. Dit fenomeen wordt mogelijk veroorzaakt doordat hoge bomen vaak blootstaan aan intense windvlagen tijdens tropische stormen, terwijl ze riskant ondiepe wortels hebben. Aangezien er voldoende water en voedingsstoffen aan de oppervlakte aanwezig zijn heeft de boom geen behoefte aan het kweken van diepe hoofdwortels en groeit in de plaats daarvan wijde en ondiepe zijwortels. Daarnaast, wordt door de geleidelijk verbredende wortels tevens het schorsoppervlak aan de basis van de boom aanzienlijk vergroot, weefsel dat essentieel is voor de doorstroming van water en voedingsstoffen naar het enorme bladerendak in de kruin. Plankwortels van de hoogste stammen bij de grootste bomen kunnen vanaf hun basis wel 30 meter hoog oprijzen, waarbij de top van de kruin van de boom tot over de 65 meter reikt. Hoe indrukwekkend ook, de meeste bomen van zulke hoogte zijn nooit ouder dan 150-300 jaar. Vergelijk met de steltwortels (fig.) van mangrove.

pla tien (??????)

1. Thais. 'Gepote vis'. Benaming voor de slijkspringer.

2. Thais. Benaming voor een kleine zoetwatervis van het geslacht periophthalmodon.

pla toe (?????)

Thais. 'Makreel'. Vis en visgerecht in Thailand. Vaak gezien op markten, aangeboden in ronde mandjes, waarin hij ook gestoomd wordt. De gestoomde makreel is herkenbaar aan de kop die bijna haaks naar beneden op het lijf staat en de scherpe vin-achtige schubben aan beide zijden van de staart. Ook pla tu.

pling (????)

Thais voor een bloedzuiger die in zoet water leeft, een ongewerveld bloedzuigend weekdier met de wetenschappelijke benaming hirudinaria manillensis en dat behoort tot de familie hirudinae. Bloedzuigers werden in het verleden ook vaak medisch gebruikt, voor aderlatingen. Hun beet is niet pijnlijk maar bloedzuigers injecteren een anti-stollingsmiddel waardoor het boeld vloeiend blijft zodat ze het zonder moeite kunnen opzuigen. De pling heeft een tegenhanger die op het land leeft en gekend is onder de Latijnse naam haemadipsa interrupta, en die in het Thais taak wordt genoemd.

plint

1. Een steunstuk. Een vierkant blok aan de onderkant van een zuil.

2. Voetstuk of sokkel. De rechthoekige tot ronde basis waarop een standbeeld wordt geplaatst.

ploegceremonie

Een oud brahmaans gebruik dat het begin van het rijst-seizoen aangeeft. Zie ook raeknakwan.

plong (???)

Thais. 'Verwijderen van' of 'cremeren', voornamelijk m.b.t. dode lichamen.

plong borikaan (?????????)

Thais-Rajasap. Het weggeven van z'n wereldse bezittingen voordat men sterft, een term vnl. op toepassing van boeddhistische monniken.

plong phom (?????)

Thais-Rajasap. 'Het hoofd laten kaalscheren', voornamelijk m.b.t. boeddhistische monniken.

Poekaam (?????)

In Thailand gebruikte oude benaming voor Birma, alsook de naam van de hedendaagse Birmaanse stad Pokokku. Ook Pukaam, Poegaam en Pugaam getranscribeerd.

poe pan saay (??????????)

Thaise benaming voor de scopimera zandkrab.

poerdah

Zie purdah.

poh (?????)

Thais voor bodh. De perfecte kennis of verlichting waardoor iemand een boeddha kan worden. Ook bodhiyan genoemd.

Poh Khun (??????)

Thais. Titel voor een soeverein of koning tijdens de Sukhothai-periode (1238-1350). In de Ayutthaya-periode (1350-1767) is de titel voor een monarch Somdet (Phra), in de Thonburi-periode (1767-1782) veranderde dit in Somdet Phra Chao en in de Rattanakosin- of Bangkok-periode (na 1782) is het Phrabaht Somdet (Phra). Deze titels worden gebruikt als voorvoegsels aan de naam van de koning en kan eventueel gevolgd worden door een achtervoegsel, zoals Maha Raj, wat Grote Koning betekent.

Poi Sang Long (??????????)

Thais. Festival in Mae Hong Son waarin jonge Shan-jongens als novice worden gewijd tijdens de schoolvakantie, gewoonlijk in het begin van de maand april. Voor de ordinatie verkleden de jongens zich vorstelijk en tijdens de processie naar de tempel worden ze gedragen op de schouders van volwassenen, een symbolische referentie naar prins Siddhartha die zijn seculiere leven ontvluchtte op de rug van een paard (fig.). Zie ook buat.

Pokklao (???????)

Thaise naam voor koning Rama VII.

Politie

Zie .

pomelo

Altijdgroene boom uit de citrusfamilie met een rondvormige kroon, en tussen de vier en twaalf meter hoog. De grote vruchten gelijken op enorme pompelmoezen en hebben de Latijnse benaming citrus grandis (fig.). Gecultiveerd doorheen heel Zuidoost-Azië wegens haar verfrissend zoetzure smaak, en de fijnste van smaak komen in Thailand uit de regio van Nakhon Pathom, Chai Naat, en Phichit. Zoete en pittige pomelo kan als salade of met siroop worden genoten. Het seizoen is van november tot februari. In het Thais som-oh.

Po Meuang (????????)

Thais. Soeverein of vorst van een oude stadstaat.

pomjuk (?????)

Thais. 'Haardot'. Het laten groeien van een haardotje op een kinderhoofdje, dat verder wel wordt kaalgeschoren, berust op een eeuwenoud geloof en moet voorkomen dat kinderen chronisch ziek zullen worden. De pomjuk wordt op later tijdens een traditionele scheerceremonie, de Pittih Koonjuk, afgeknipt. Zie ook kwan. Ook juk, kleh en molie.

pom kaang (????????)

Thais. Oude benaming voor kameleon. Tegenwoordig wordt hij eerder king kah genoemd.

ponlamai kae salak (????????????)

Thaise benaming voor op traditionele wijze gegraveerd fruit. Zie ook fruitsculptuur.

porselein

Zie kreuang thuay chaam.

Po Sob (????)

Thaise godin van de rijst. Ze wordt uitgebeeld met een bundel rijstaren, soms samen met een kwak-houding. Ook Poh Sop en Mae Po Sob, Mae Poh Sop.

pottenbakken

Thailand heeft een pottenbakkerstraditie gaande van het maken van simpel aardewerk tot het complexe benjarong, celadon en Sangkhalok aardewerk. Vandaag is het eiland Koh Kred in de Chao Phraya-rivier nog steeds een aktief pottenbakkerscentrum, gerund door het Mon-volk. In het Thais 'tham moh'.

Prachinburi (??????????)

Naam van een provincie (kaart) en van haar gelijknamige hoofdstad in Oost-Thailand, op 135 km ten oosten van Bangkok. De provincie ligt net als Sa Kaeo bezaaid met minder belangrijke ruïnes uit zowel de Dvaravati- als Khmer-periode, maar de meesten werden niet gerestaureerd en sommigen zijn soms niet meer dan een paar losse blokken lateriet. In het noorden van de provincie zijn er verschillende watervallen en een interessante grot. De provincie telt zeven amphur.

Prachuap Khirikhan (???????????????)

Thais. 'Land van bergketens'. Naam van een provincie (kaart) en van haar gelijknamige hoofdstad gelegen aan een acht kilometer lange baai aan de Golf van Thailand (fig.), op 281 km zuidelijk van Bangkok, in de regio West-Thailand. De stad heeft 25.000 inwoners. Onder de stedelijke bezienswaardigheden is Wat Thammikaram, een tempel gesticht door Rama VI op de heuveltop van Khao Chong Krajok, de 'berghol spiegel', zo genoemd naar een opening in een zijde van de berg waarin de zeelucht lijkt te weerspiegelen. Een apenkolonie bevolkt deze berg die een uitstekend zicht biedt op de baai en de stad. In de provincie zijn verschillende badplaatsen, waaronder het bekende Hua Hin en onder de bezienswaardigheden is de koninklijke Kuh Ha Sawan-hal in de Phraya Nakhon-grot, gebouwd in opdracht van koning Chulalongkorn in het jaar 1890 nadat hij de grot twee maal had bezocht, en het Khao Sahm Roi Yot ('driehonderd bergpieken') Nationaal Park aan de Golf van Thailand. Het park staat gekend als één van de beste plaatsen ter wereld om langoeren en trage lori's te zien. Er zitten tevens krab-etende makaken en soms kan men in de nabije zee dolfijnen waarnemen. De provincie heeft zeven amphur en één king amphur.

pradakshina

Sanskriet. Het in een cirkel met de richting van de wijzers van een klok mee om een tempel of het voornaamste schrijn of stoepa van een tempel lopen zodat dit rechts blijft liggen, zoals in Thailand tijdens het feest van Khao Pansa, waarbij men driemaal met brandende kaarsen om het voornaamste heiligdom van een tempel loopt. In het Thais thaksinahwat. Zie ook prasavya.

praet (????)

Thais. Een groep demonen uit narok (de hel), groter dan een gebouw, die soms 's nachts verschijnen en luidkeels schreeuwen.

prahsaht (??????)

Zie prasat.

Prajadhipok (?????????)

Westerse benaming voor koning Rama VII.

Prajim (??????)

1. Thais. 'West' of 'westen'. De windstreek die beschermd wordt door de lokapala Phra Warun (in het Sanskriet gekend als Varuna). Zie ook Udon, Isaan, Taksin, Ahkney, Horadih, Burapah en Phayap. Ook Patjim en Adsadongkot.

2. Thaise benaming voor de westwind. Ook Patjim.

Prajnaparamita

Sanskriet. De bodhisattva van Wijsheid in het Mahayana boeddhisme. Ze wordt gewoonlijk afgebeeld gezeten op een padmasana of lotustroon en met vier armen, waarvan de onderste twee in de dhammachakka-positie. Haar attributen zijn een boek en een lotus. Met haar verworven wijsheid als hoogste verdienste wordt ze beschouwd als de geestelijke moeder van alle boeddha's en het filosofische aspect van Tara.

Prakrit (??????)

Taalgroep verwant aan het Sanskriet en waartoe ook het Pali behoord.

Prambanan

De grootste hindoetempel in Java, gekend als Candi Prambanan. Hij werd gebouwd tussen 900 en 930 AD op het plateau van Prambanan. De centrale toren die 45 meter hoog is heeft een vrijwel vertikale struktuur en is een symbolische voorstelling van de kosmische berg Meru.

pramong (?????)

Thais voor visserij. De term wordt gebruikt voor de visserijindustrie alsook voor persoonlijke visvangst, zowel op zee (fig.) als in zoetwater (fig.).

prang (??????)

Thaise benaming voor een bijenkorf-vormig torenmonument van Khmer-oorsprong in de vorm van de gesloten knop van een waterlelie en gebouwd in opdracht van een privaat persoon van aanzien. Afgeleid van de Cambodjaanse sanctuariumtoren en vaak voorkomend in de architectuur van de Ayutthaya-en Bangkok-perioden. Soms omschreven als een maïskolf-vormige toren of rechthoekige stoepa. Vergelijk met chedi. Ook Phra Prang.

prasada

Pali voor prasat of prahsaht.

prasat (??????)

Khmer-Thais. Paleis voor een koning of god, waarbij de toren in zowel religieuze als seculaire context de berg Meru voorstelt, als verblijfplaats van de goden in de wolken. In Thailand verwijst de term naar het gehele tempelcomplex en in Cambodja bestond het populaire prasat hin. De term is afgeleid van het Pali-Sanskriet woord prasada en betekent 'sierbouwwerk met een naald-achtige torenspits'. Ook prahsaht.

prasat hin (?????????)

Khmer-Thais. 'Stenen paleis'. Prasat in Cambodja.

Prasat Hin Ban Phluang (?????????????????)

Khmer-Thais. Een zandstenen heilgdom in de provincie Surin, gebouwd op een platform van lateriet en met verscheidene gebeeldhouwde lateiën in bas-reliëf. De naam betekent mogelijk: 'stenen paleis' (phrasat hin) 'woning' (ban) nabij 'dipterocarpaceae-bomen' (phluang).

Prasat Hin Phimai (??????????????)

Hindoeïstisch-Mahayana boeddhistisch heiligdom in Nakhon Ratchasima, kortweg Phimai genoemd. De constructie van dit Khmer-bouwwerk in Angkoriaanse stijl werd gestart onder koning Jayavarman V, in de late 10de eeuw en voltooid tijdens het bewind van koning Suriyavarman I, in de eerste helft van de 11de eeuw. De constructie van deze tempel (fig.) gebeurde dus nog vóór de bouw van Angkor Wat. Als onderdeel van het Khmer-rijk was Phimai toen reeds verbonden met Angkor door een rechtstreekse weg.

Prasat Phanom Rung (?????????????)

Khmer-Thais. 'Paleis op de grote heuvel'. Een oude Khmer-tempel in de provincie Buriram, waaraan gebouwd werd tussen de 10de en 13de eeuw AD, en die gelegen is op 383 meter boven de zeespiegel. Er zijn verschillende goed bewaard gebleven bas-reliefs te zien, o.a. die van een Anatasayin (fig.).

Prasat Satjatham (?????????????)

Thais. 'Heiligdom der Waarheid'. Naam van een prasat (sierbouwwerk met een naald-achtige torenspits) die volledig van hout werd gemaakt. Hij staat op een stuk land van 80 rai dat het laem rachawej strand wordt genoemd, vlakbij Noord-Pattaya, in de provincie Chonburi. Het bouwwerk is zo'n 100 meter breed en ongeveer even hoog, wat te vergelijken is met de hoogte van een moderne flat van 20 verdiepingen. De oppervlakte binnenin bedraagt 2.115 vierkante meter. De bouw begon in 1981 en het is dus een nieuw bouwwerk volledig opgetrokken in een originele stijl, zonder oude stijlen uit het verleden te willen imiteren. Het heeft vele houtsnijwerken met thema's uit zowel het boeddhisme als het hindoeistische, en uit de mythologie.

Prasat Ta Meuan

Complex van drie sites met Khmer-tempelruïnes in het zuiden van de provincie Surin, nabij de grens met Cambodja, afzonderlijk gekend als Prasat Ta Meuan, Prasat Ta Meuan Tot, en Prasat Ta Meuan Thom.

prasavya

Sanskriet. Cirkelvormige processie rond een tempel of het voornaamste schrijn of stoepa, tegen de richting van de wijzers van een klok in, zodat de tempel of het schrijn links gelegen blijft. In het Thais uttrawat. Zie ook pradakshina.

prathom (?????)

Thais voor basis- of lager onderwijs. Zie onderwijs.

prik pon (???????)

Thais. 'Verpulver-peper'. Benaming voor de cayenne of rode peper.

prik thai (???????)

Thais. 'Thaise peper'. Benaming voor de piper nigrum of peperstruik die zwarte peper (fig.) voortbrengt, een specerij met een hete, scherpe smaak. Deze peper word zowel gedroogd gebruikt als vers in bepaalde curries, gewoonlijk met de peperbessen nog aan de stengel. Zie ook cayenne.

Prinses Maha Chakri Sirindhorn Antropologisch Centrum

Gecomputeriseerd onderzoeks- en informatiecentrum voor antropologie, gevestigd te Sirindhorn Road in het district Talingchan. Het centrum werd opgericht in 1991 om de 36ste verjaardag van prinses Maha Chakri Sirindhorn te vieren, en in antwoord op haar wens dat Thailand een onderzoekscentrum diende te hebben dat materiaal verzamelt met betrekking tot antropologie, etnologie en archeologie.

Prithivi

Andere benaming voor Shiwa.

puang malai (????????)

Thais. 'Een cluster bloemen'. Een guirlande of bloemenslinger, gewoonlijk vervaardigd uit welriekende jasmijn -in het Thais ma-li (fig.) genaamd- en versierd met andere, meestal kleurrijke bloemen. Ze worden gebruikt als traditioneel geschenk ter verwelkoming, als eerbetuiging en als offergave. Er zijn vele verschillende soorten en vormen, de meest bijzondere de 'malai khlong meua', een rondvormige guirlande om rond te pols te dragen; de 'malai song chai', een dubbele guirlande met twee uiteinden en verbonden door een lint om rond de hals te dragen; de 'malai piya', een ovaalvormige guirlande  met onderaan een kwastje van bloemen en bovenaan een lus om het geheel op te hangen; en de 'malai toem', een ietwat bolvormige guirlande met onderaan een kwastje van bloemen en bovenaan een lintje om aan opgehangen te worden. Zie ook kaan jad dokmai.

puja

Hindi. Het tonen van devotie aan een bepaalde godheid door zijn of haar beeld te aanbidden, waarbij het beeld met water wordt besprenkeld, offerandes wordt gebracht en de gepaste hulde of eerbetoon wordt gebracht. Vergelijkbaar met het Thaise bucha.

pura

Balinese tempel.

Purana

Sanskriet. Oude verhalen of legendes geschreven in de Gupta-periode en gebaseerd op pre-hindoeïstische tradities. Er zijn acht grote, belangrijke Purana's en vele kleinere.

purdah

1. Term uit het Indisch-Engels voor de scheiding of het afzonderingssysteem van Indiase vrouwen; het haremsysteem. Ook poerdah. In het Thais wisoet.

2. Afscheidingsgordijn  dat de vrouwen aan het oog van de mannen onttrekt ter isolatie van mohammedaanse of hindoevrouwen in India. Ook poerdah. In het Thais wisoet. Zie ook zenana.

Pwo

Een subgroep van de Karen in Thailand.

pyatthat

Birmaans. Een pagode of chedi in Birmaanse stijl met meerdere daken, gewoonlijk uit hout vevaardigd en binnenin vaak versierd met houtsnijwerken van mythologische figuren, bloemmotieven, en astrologische symbolen, of houtgravures die de Jataka weergeven. Het ontwerp van de pyatthat wordt gebruikt in zowel religieuze als koninklijke context, zoals hedentendage nog te zien is in het koninklijk paleis te Mandaley, en wat duidelijk het verband tussen staat en religie benadrukt. De typische vorm is hoogst waarschijnlijk ontstaan uit de chattra.

pyu

De vroege bewoners van Birma.